Procedure : 2017/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0189/2017

Ingediende teksten :

B8-0189/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/03/2017 - 6.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0089

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 223kWORD 61k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0183/2017
13.3.2017
PE598.542v01-00
 
B8-0189/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))


Barbara Lochbihler namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))  
B8-0189/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN-verdragen over de rechten van de mens en de facultatieve protocollen hierbij,

–  gezien resolutie 60/251 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarbij de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC) is opgericht,

–  gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest en het Handvest van de grondrechten van de EU,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de zittingen van de UNHRC,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van donderdag 7 juli 2016 over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1),

–  gezien zijn eerdere resoluties over mensenrechtenschendingen, waaronder de spoedresoluties van 2016 over Ethiopië, Noord-Korea, India, de Krim, Hongkong, Kazachstan, Egypte, de Democratische Republiek Congo, Pakistan, Honduras, Nigeria, Gambia, Djibouti, Cambodja, Tadzjikistan, Vietnam, Malawi, Bahrein, Myanmar, de Filipijnen, Somalië, Zimbabwe, Rwanda, Sudan, Thailand, China, Brazilië, Rusland, Tibet, Myanmar, Irak, Indonesië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Nicaragua, Koeweit en Guatemala,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(2),

–  gezien de artikelen 2, 3, lid 5, 18, 21, 27 en 47 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien het jaarverslag 2015 van de UNHRC aan de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat bevordering en waarborging van het universele karakter van mensenrechten deel uitmaakt van het ethische en juridische acquis van de Europese Unie en een van de hoekstenen vormt van de Europese eenheid en integriteit; overwegende dat eerbiediging van de mensenrechten moet worden gemainstreamed op alle EU-beleidsterreinen;

B.  overwegende dat de EU sterk gehecht is aan multilateralisme en de VN-organen wat de bevordering en de bescherming van de mensenrechten betreft;

C.  overwegende dat de reguliere zittingen van de UNHRC, de benoeming van speciaal rapporteurs, de universele periodieke doorlichting (UPR) en de zogeheten speciale procedure voor landenspecifieke situaties of voor thematische kwesties bijdragen tot de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat;

De UNHRC

1.  is ingenomen met het werk van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, en zijn Bureau (OHCHR); verklaart nogmaals dat de EU zich ertoe verbindt diens integriteit, onafhankelijkheid en werkzaamheden te zullen blijven steunen; is ingenomen met de rol die het OHCHR speelt bij het bevorderen van samenwerking tussen internationale en regionale mensenrechtenmechanismen en bij het zoeken naar wegen om de rol van "regionale regelingen" in verband met universele mensenrechtennormen te vergroten;

2.  is van mening dat de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van de UNHRC afhangen van de werkelijke wil van zijn leden om alle mensen in alle landen te beschermen tegen elke vorm van mensenrechtenschending, overeenkomstig de internationale mensenrechtenverdragen die universaliteit, onpartijdigheid, objectiviteit, niet-selectiviteit, constructieve dialoog en samenwerking nastreven; dringt erop aan dat polarisering in de debatten in de UNHCR wordt vermeden en moedigt aan tot een opbouwende dialoog;

3.  verzoekt de staten de onafhankelijke deskundigen en de speciaal rapporteurs van de UNHRC of de deskundigen van het OHCHR toe te laten om onderzoeken in te stellen naar vermeende mensenrechtenschendingen en een constructieve bijdrage te leveren aan de verbetering van de situatie, hun verbintenissen uit hoofde van de mensenrechtenverdragen na te komen en hun volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de UNHRC;

4.  moedigt alle staten ertoe aan om concrete maatregelen te nemen om gevolg te geven aan UPR-aanbevelingen en tekortkomingen weg te werken door een mechanisme voor tenuitvoerlegging en follow-up in het leven te roepen, in het kader waarvan onder meer nationale actieplannen worden opgesteld en nationale coördinatiemechanismen worden ingevoerd;

5.  laakt het feit dat er nog steeds zetels in de UNHRC bezet worden door landen waarvan bewezen is dat zij zich stelselmatig aan ernstige mensenrechtenschendingen schuldig maken, zoals op dit moment Saudi-Arabië, China en Egypte, en verzoekt de lidstaten van de EU nogmaals hun stemgedrag in de UNHRC openbaar te maken; verzoekt de EU en haar lidstaten in dit verband ervoor te zorgen dat het gelijke belang van rechten zichtbaar is in hun stemgedrag en zich bij de stemming over UNHRC-resoluties te baseren op de inhoud in plaats van op de indieners van deze teksten;

6.  herinnert aan de verplichting van de Algemene Vergadering van de VN om bij de verkiezing van de leden van de UNHRC rekening te houden met de eerbied van de kandidaten voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, de rechtsstatelijkheid en de democratie; is ingenomen met het besluit van de UNHRC om zijn adviescommissie te vragen een verslag op te stellen over de vorderingen die geboekt zijn bij de totstandbrenging van regionale en subregionale regelingen voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; verzoekt de EU en haar lidstaten ervoor te zorgen dat het gelijke belang van rechten tot uiting komt in hun stemgedrag en de coördinatie van de EU-standpunten dienovereenkomstig te verbeteren; verzoekt de EU met klem om met één stem te spreken en bij stemmingen in de UNHRC een gemeenschappelijk EU-standpunt in te nemen;

7.  noemt het nogmaals belangrijk te waarborgen dat de EU actief en consequent deelneemt aan de VN-mensenrechtenmechanismen, met name de Derde Commissie, de Algemene Vergadering en de UNHRC, teneinde haar geloofwaardigheid te vergroten; steunt de inspanningen van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), de EU-delegaties in New York en Genève en de lidstaten om de samenhang van het EU-standpunt inzake mensenrechtenkwesties binnen de VN verder te vergroten;

Thematische prioriteiten

8.  onderstreept het belang van de rol van de mensenrechten-ngo's en -activisten voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; benadrukt dat mensenrechten en fundamentele vrijheden op alle gebieden beschermd moeten worden, onder meer in de context van nieuwe technologieën; deelt de bezorgdheid van de UNHRC over meldingen van dreigementen en vergeldingsacties tegen leden van maatschappelijke organisaties en ngo's die met de UNHRC hebben samengewerkt, onder meer bij de speciale procedures en de UPR;

9.  uit zijn diepe bezorgdheid over het grote en steeds toenemende aantal pogingen om de handelingsvrijheid van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers te beperken, onder meer door middel van invoering van anti-terrorismewetgeving; veroordeelt elke daad van geweld, intimidatie of vervolging jegens mensenrechtenverdedigers, klokkenluiders, journalisten of bloggers, zowel online als offline; verzoekt alle staten een veilige en bevorderlijke omgeving te begunstigen en te garanderen voor ngo's, het maatschappelijk middenveld, journalisten, verdedigers van de mensenrechten, met bijzondere aandacht voor vrouwen en kinderen, milieuactivisten en leden van kwetsbare groepen als LBGTI's, waarin deze kunnen opereren op onafhankelijke wijze en zonder interferentie; herhaalt zijn verzoek aan de landen die restrictieve wetgeving hebben vastgesteld tegen onafhankelijke mensenrechtenorganisaties, om deze in te trekken en alle andere repressieve maatregelen in te trekken die tegen deze organisaties zijn vastgesteld, inclusief reisverboden en bevriezing van eigendommen;

10.  is van mening dat vrije, onafhankelijke en onpartijdige media tot de wezenlijke fundamenten van een democratische maatschappij behoren, waarin open debatten een cruciale rol spelen; steunt het pleidooi voor de aanwijzing van een speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de veiligheid van journalisten; verzoekt de EU de kwesties van vrijheid van meningsuiting online, digitale vrijheden en het feit dat het belangrijk is te beschikken over een vrij en open internet, op alle internationale fora ter sprake te brengen; verzoekt om verkleining van de digitale kloof en om bevordering van de onbeperkte toegang tot informatie en communicatie, alsook om ongecensureerde toegang tot internet; herhaalt in verband hiermee zijn verzoek aan de EU om gratis software en opensourcesoftware in gebruik te nemen en andere actoren aan te sporen hetzelfde te doen, daar zulke software zorgt voor verbeterde veiligheid en een betere eerbiediging van de mensenrechten;

11.  herinnert eraan dat het recht van vrijheid van vereniging en vergadering nog steeds wereldwijd geschonden wordt; is uiterst ingenomen met het werk van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering, Maina Kiai; verzoekt alle staten naar behoren met de rapporten van de speciaal rapporteur rekening te houden;

12.  dringt er bij alle staten op aan snel de facultatieve protocollen bij het International Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESCR) te ratificeren, waarbij klachten- en onderzoeksmechanismen worden ingesteld;

13.  is gekant tegen elk soort van discriminatie en vervolging op welke grond ook, bijvoorbeeld ras, kleur, taal, godsdienst of levensovertuiging, genderidentiteit of seksuele gerichtheid, sociale origine, kaste, geboorte, leeftijd of handicap; steunt de betrokkenheid van de EU bij de desbetreffende speciale procedures, met inbegrip van de nieuwe onafhankelijke deskundige voor de bescherming tegen geweld jegens vrouwen en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit; verzoekt de EU gelijkheid en non-discriminatie actief te blijven bevorderen en te blijven strijden tegen geweld en discriminatie jegens alle individuen;

14.  maakt zich zorgen over het feit dat vele mensen individueel of als groep hun recht van vrijheid van godsdienst of geloofsovertuiging geschonden zien worden door statelijke en niet-statelijke actoren, hetgeen leidt tot discriminatie, ongelijkheid en stigmatisering; wijst er nogmaals op dat intolerantie en discriminatie op grond van godsdienst of geloof bestreden moeten worden, om de eerbiediging van andere, daarmee samenhangende mensenrechten, zoals vrijheid van meningsuiting, te waarborgen; verzoekt de EU om te werken aan het garanderen van een betere bescherming van religieuze en etnische minderheden tegen vervolging en geweld en aan de intrekking van wetten waarin godslastering of geloofsverzaking strafbaar worden gesteld en op grond waarvan religieuze en etnische minderheden en niet-gelovigen worden vervolgd; vraagt steun te verlenen aan de werkzaamheden van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging;

15.  moedigt de EU er nadrukkelijk toe aan de aanpak van nultolerantie ten aanzien van de doodstraf te blijven steunen en verzoekt haar te blijven proberen om meer regio-overschrijdende steun te vergaren voor de volgende resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over een moratorium op de doodstraf; is tevreden met het besluit dat in 2015 is genomen door Madagaskar, Fiji, Suriname en de Republiek Congo om de doodstraf af te schaffen voor alle misdrijven; betreurt de hervatting van executies in een aantal landen, waaronder Bahrein, Koeweit, Belarus, Bangladesh, India, Oman, Zuid-Soedan, Indonesië en Tsjaad; betreurt voorts de gemelde stijging van het aantal doodvonnissen dat wordt uitgesproken in met name China, Egypte, Iran, Nigeria, Pakistan en Saoedi-Arabië; herinnert de autoriteiten in deze landen eraan dat ze partij zijn bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, uit hoofde waarvan de doodstraf voor misdaden begaan door iemand die nog geen 18 jaar oud is strikt wordt verboden; veroordeelt ten stelligste de toename van het beroep dat wordt gedaan op doodvonnissen voor drugsdelicten en dringt erop aan dat gebruik van de doodstraf en van standrechtelijke executie als straf voor deze delicten strafbaar wordt gesteld; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de duizenden buitengerechtelijke executies waarvoor de laatste maanden toestemming is verleend door president Duterte van de Filippijnen, alsmede over het feit dat het Filippijnse parlement heeft gestemd voor de wederinvoering van de doodstraf voor drugsdelicten, nadat het land in 2007 als eerste in de regio de doodstraf had afgeschaft;

16.  verzoekt de EU zich uit te spreken voor en steun te geven aan het werk van de VN tegen foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing, massa-executies en executies voor drugsgerelateerde misdrijven, en verzoekt de EDEO op alle overlegniveaus en in alle fora de inspanningen van de EU op het gebied van de bestrijding van standrechtelijke executies, foltering en andere vormen van slechte behandeling op te voeren, overeenkomstig de richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen op het gebied van foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing; dringt aan op de universele ratificatie en effectieve tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag tegen foltering en het facultatieve protocol hierbij; benadrukt het feit dat het van kritiek belang is de preventie van foltering te steunen, inclusief via een versterking van de in het kader van het facultatieve protocol ingevoerde nationale preventiemechanismen, en steun te blijven verlenen aan de rehabilitatie van slachtoffers van foltering;

17.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen en -inbreuken wereldwijd; is fervent voorstander van het Internationaal Strafhof (ICC) als essentiële instelling om daders ter verantwoording te roepen en slachtoffers te helpen gerechtigheid te verkrijgen op basis van het beginsel van complementariteit voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden; verzoekt alle partijen politieke, diplomatieke, financiële en logistieke steun te verlenen voor de dagelijkse werking van het ICC; verzoekt de EU het werk van het ICC te blijven versterken; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het ICC, de VN, de VN-agentschappen en de VN-Veiligheidsraad; betreurt het besluit van sommige Afrikaanse staten om zich uit het ICC terug te trekken, maar is tevreden met het besluit van twee van de drie betrokken landen om hun besluit in te trekken en verzoekt het resterende land zijn besluit te heroverwegen; roept alle VN-lidstaten op zich bij het ICC aan te sluiten door zo spoedig mogelijk het Statuut van Rome te ratificeren, samen met de in Kampala overeengekomen wijzigingen;

18.  is van mening dat staten alles in het werk moeten stellen om straffeloosheid te bestrijden en te garanderen dat er geen veilig heenkomen is voor plegers van internationale misdrijven en ernstige mensenrechtenschendingen, onder meer op nationaal niveau, door de vaststelling van bepalingen voor en de uitoefening van universele jurisdictie;

19.  veroordeelt het gebrek aan eerbiediging van het internationaal humanitair recht en spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de alarmerende toename van civiele nevenschade in gewapende conflicten overal ter wereld en over het toegenomen aantal dodelijke aanslagen op ziekenhuizen, scholen, humanitaire konvooien en andere burgerdoelwitten; dringt erop aan dat met deze schendingen naar behoren rekening wordt gehouden in verband met landspecifieke acties van de UNHRC en met UPR-evaluaties;

20.  maakt zich ernstig zorgen over het gebruik van gewapende drones buiten het internationaal juridisch kader; verzoekt de EU en haar lidstaten te ijveren voor een internationaal kader voor het gebruik van gewapende drones waarin de mensenrechten en het internationaal humanitair recht worden gehandhaafd, en waarin kwesties zoals het rechtskader, evenredigheid, verantwoording, de bescherming van burgers en transparantie aan bod komen; verzoekt de EU en haar lidstaten nogmaals gewapende drones en volledig autonome wapens op te nemen in relevante Europese en internationale regelingen voor ontwapening en wapenbeheersing, en dringt er bij de lidstaten op aan zich bij die controlemechanismen aan te sluiten en ze te versterken;

21.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen die door terroristische of paramilitaire organisaties als ISIS/Da'esh en Boko Haram worden gepleegd tegen burgers, met name vrouwen en kinderen; veroordeelt de frequentie waarmee en de schaal waarop cultureel erfgoed vernietigd wordt, en vraagt om steun voor de inspanningen ter zake in de diverse VN-fora;

22.  verzoekt de EU om er bij alle staten op aan te dringen in hun ontwikkelingsbeleid de mensenrechten centraal te stellen en de VN-Verklaring van 1986 over het recht op ontwikkeling ten uitvoer te leggen; juicht het toe dat de UNHRC onlangs een speciaal rapporteur voor het recht op ontwikkeling heeft benoemd, wiens mandaat zich onder meer uitstrekt tot de bevordering, bescherming en vervulling van het recht op ontwikkeling in de context van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en andere internationale overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking; benadrukt dat de eerbiediging van ieders mensenrechten de rode draad moet vormen bij de verwezenlijking van alle doelstellingen en streefcijfers van de agenda 2030; is tevreden met het recentste rapport van de speciaal rapporteur inzake het recht op voedsel, waarin onder andere wordt gekeken naar de impact van pesticidengebruik op de mensenrechten, en is het eens met de hierin geformuleerde aanbevelingen;

23.  verzoekt de EU gelijkheid van vrouwen en mannen te blijven bevorderen en actief steun te geven aan het werk van VN Women, en gendermainstreamingsinitiatieven te blijven stimuleren in haar activiteiten en programma's; verzoekt om voortzetting van steunmaatregelen voor het weerbaar maken van vrouwen en meisjes en de uitroeiing van alle vormen van geweld en discriminatie tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van gendergebaseerd geweld; verzoekt de EU met klem te streven naar regio-overschrijdende initiatieven voor de bevordering, bescherming en realisatie van de vrouwenrechten en naar de onverkorte en effectieve tenuitvoerlegging van het Actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de ICPD en zich in deze context te blijven inzetten voor de bevordering van gemakkelijke en onbelemmerde toegang tot gezinsplanning, gezondheid van moeders, anticonceptie en veilige abortus en tot het volledige gamma seksuele en reproductieve rechten;

24.  herinnert aan de toezegging van de EU om mensenrechten en genderaspecten te integreren, overeenkomstig de op dit punt cruciale resoluties 1325 (2000) en 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad betreffende vrouwen, vrede en veiligheid; verzoekt de EU om op internationaal niveau te ijveren voor de erkenning van de toegevoegde waarde van de deelname van vrouwen aan de preventie en oplossing van conflicten, alsook aan vredeshandhaving, humanitaire hulpverlening en wederopbouw en duurzame verzoening na conflicten;

25.  verzoekt de EU de rechten van het kind te blijven promoten, in het bijzonder door ervoor te zorgen dat kinderen toegang hebben tot water, sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs, ook in conflictgebieden en vluchtelingenkampen, en dat er een einde komt aan kinderarbeid, ronseling van kindsoldaten, vrijheidsberoving, marteling, kinderhandel, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken, seksuele uitbuiting en schadelijke praktijken zoals genitale verminking; vraagt de internationale inspanningen binnen het kader van de VN te ondersteunen en te versterken om een einde te maken aan het inzetten van kinderen in gewapende conflicten en om de gevolgen van conflict- en post-conflictsituaties voor vrouwen en meisjes doeltreffender aan te pakken; verzoekt alle lidstaten van de VN zich te houden aan hun verdragsverplichtingen en hun verbintenissen uit hoofde van het in 1989 goedgekeurde Verdrag inzake de rechten van het kind, en de rechten van alle onder hun jurisdictie vallende kinderen te handhaven, ongeacht hun status en zonder enige vorm van discriminatie; vraagt de Verenigde Staten, het enige land dat het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind nog niet heeft geratificeerd, zich met spoed aan te sluiten bij dit instrument;

26.  verzoekt de staten de rechten van personen met een handicap te bevorderen, met inbegrip van hun gelijke deelname en sociale inclusie; roept alle staten op het VN-Verdrag inzake personen met een handicap te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

27.  verzoekt de EU met haar partners te werken aan de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten en onder andere meer landen ertoe aan te sporen nationale actieplannen vast te stellen en zich aan te sluiten bij de werkzaamheden van de VN-werkgroep en van het OHCHR; is verheugd dat de EU en veel van haar lidstaten in oktober 2016 hebben deelgenomen aan de vergadering van de intergouvernementele werkgroep waar gesproken werd over een bindend VN-verdrag inzake bedrijfsleven en mensenrechten; is tevreden met het rapport van de voorzitter en rapporteur van de intergouvernementele werkgroep, dat zal worden gepresenteerd tijdens de komende zitting van de UNHRC; herhaalt zijn verzoek aan de EU en haar lidstaten om constructief deel te nemen aan de 3e zitting van de intergouvernementele werkgroep in oktober 2017 en actief bij te dragen aan de debatten over essentiële kwesties, bijvoorbeeld de verhouding tussen het voorgestelde VN-verdrag en handelsakkoorden, zorgvuldigheidsplicht op het gebied van mensenrechten, handhaving, toegang tot rechtsmiddelen en de rol van bedrijven bij het opstellen van het verdrag;

28.  verzoekt de EU om in de VN-fora nadrukkelijk te wijzen op de landroof die gepleegd wordt, ook door bedrijven, en op de bedreigingen aan het adres van de beschermers van landrechten en milieuactivisten, die vaak het slachtoffer zijn van vergeldingsacties, zoals bedreiging, intimidatie, willekeurige arrestatie, aanvallen en moord;

29.  is ingenomen met de Verklaring van New York van de VN voor vluchtelingen en migranten, waarin de omvangrijke bewegingen van vluchtelingen en migranten aan de orde werden gesteld en die geleid heeft tot de vaststelling van een Alomvattend reactiekader vluchtelingen (CRR) en het voor migranten en vluchtelingen geldende commitment dat bedoeld is om levens te redden, specifieke behoeften aan te pakken, racisme en vreemdelingenhaat tegen te gaan, mensenhandel te bestrijden, gelijke erkenning en bescherming voor de wet te waarborgen en te zorgen voor opname in nationale ontwikkelingsplannen; verzoekt alle betrokken partijen te zorgen voor politieke inzet, financiering en concrete daden van solidariteit ter ondersteuning van de Verklaring van New York, en herinnert eraan dat het migratievraagstuk op wereldwijde schaal moet worden beschouwd en niet alleen op Europese schaal; verzoekt de EU en haar lidstaten het voortouw te nemen bij deze internationale inspanningen en in de allereerste plaats overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht hun verbintenissen na te komen met betrekking tot de bescherming van de mensenrechten van asielzoekers, vluchtelingen, migranten en alle ontheemden, in het bijzonder vrouwen, kinderen en kwetsbare groeperingen, zoals personen met een handicap; waarschuwt ervoor dat de EU en haar lidstaten, als zij zich in de eerste plaats richten op zaken als grenscontroles en terugkeer naar derde landen met een slechte mensenrechtenreputatie, deze leidende beginselen dreigen te ondermijnen en daarmee hun geloofwaardigheid in internationale mensenrechtenfora, en met name de UNHCR, in het gedrang brengen;

30.  herinnert eraan dat de terugkeer van migranten met volledige eerbiediging van hun rechten moet worden uitgevoerd, en alleen wanneer de bescherming van hun rechten gewaarborgd is in hun land; verzoekt regeringen een einde te stellen aan de willekeurige arrestatie en opsluiting van migranten waaronder ook minderjarigen; verzoekt alle staten concrete maatregelen te nemen in het belang van gevluchte en migrerende kinderen, op basis van het Verdrag inzake de rechten van het kind, en maatregelen in te voeren om de systemen ter bescherming van kinderen te versterken, inclusief opleiding van sociaal werkers en andere beroepsgroepen, alsmede samenwerking met ngo's; verzoekt alle landen, met inbegrip van de lidstaten van de EU, nogmaals om het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

31.  juicht het werk van de speciaal rapporteur van de VN voor mensenrechten en milieu toe; benadrukt met grote bezorgdheid het feit dat het verlies aan biodiversiteit het genot ondermijnt van een ruime waaier aan mensenrechten, zoals het recht op leven, het recht op gezondheid en het recht op water, en met name de kwetsbaarste groepen treft, onder andere inheemse volkeren; verzoekt de EU verdere maatregelen van de UNHCR op dit gebied te ondersteunen, omdat dit van doorslaggevend belang is voor de toekomst van de mensheid;

32.  herhaalt het feit dat het zich zorgen maakt over de gunning van sportieve massa-evenementen aan gastlanden met bijzonder povere prestaties op het gebied van mensenrechten en over de mensenrechtenschendingen die door deze evenementen worden veroorzaakt, zoals gedwongen uitzettingen zonder overleg met de betrokken bewoners of compensatie voor hen, de uitbuiting van kwetsbare groepen als kinderen en migrerende werknemers en het muilkorven van maatschappelijke organisaties die deze schendingen aan de kaak stellen; verzoekt de EU en haar lidstaten in de UNHRC een regio-overschrijdend initiatief te bevorderen inzake sport en mensenrechten, met het oog op het creëren van garantiemechanismen voor het voorkomen, controleren en remediëren van alle mensenrechtenschendingen in verband met sportieve massa-evenementen;

33.  onderstreept het feit dat het belangrijk is de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten te bevorderen in overeenstemming met artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de algemene bepalingen betreffende het externe optreden van de Unie;

34.  benadrukt dat er een op rechten gebaseerde aanpak moet worden gekozen en dat de eerbiediging van de mensenrechten in al het beleid van de EU moet worden geïntegreerd, met inbegrip van het handelsbeleid, het investeringsbeleid, de ontwikkelingssamenwerking, het migratiebeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;

35.  herinnert eraan dat interne en externe coherentie op het gebied van de mensenrechten essentieel is voor de geloofwaardigheid van het mensenrechtenbeleid van de EU in haar betrekkingen met derde landen, en verzoekt de EU haar verplichtingen ter zake na te komen;

Landenprioriteiten

Belarus

36.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de voortdurende beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en vreedzame vergadering in Belarus; veroordeelt de intimidatie en opsluiting van onafhankelijke en oppositiegezinde journalisten en mensenrechtenactivisten; veroordeelt het feit dat de doodstraf nog altijd wordt toegepast; verzoekt om verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Belarus op de 35e zitting van de UNHRC en vraagt de regering van Belarus volledig samen te werken met de speciaal rapporteur en zich ertoe te verbinden de achterstand bij de hervormingen ter bescherming van de mensenrechten weg te werken, onder meer door de aanbevelingen van de speciaal rapporteur en andere mensenrechtenmechanismen uit te voeren;

Burundi

37.  uit zijn ernstige bezorgdheid over de verslechtering van de politieke en veiligheidssituatie in Burundi; veroordeelt het geweld waarvan sinds 2015 in het land sprake is, waardoor duizenden mensen het slachtoffer zijn geworden van moord, foltering, gericht geweld tegen vrouwen, waaronder collectieve verkrachting, intimidatie en opsluiting en honderdduizenden Burundezen ontheemd zijn geraakt en dat heeft geleid tot schendingen van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting; veroordeelt de overwegende straffeloosheid van zulke daden; staat achter het besluit van de Raad om, na het mislukken van het overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, de rechtstreekse financiële steun aan de Burundese overheid, waaronder begrotingssteun, te schorsen, maar wel volledige financiële steun te blijven geven aan de bevolking en humanitaire hulp te blijven bieden via rechtstreekse kanalen; staat volledig achter de oprichting van een onderzoekscommissie voor Burundi die belast is met de taak degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen in het land op te sporen, zodat deze personen ter verantwoording kunnen worden geroepen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan een gezamenlijke verklaring over Burundi te steunen waarin zijn lidmaatschap van de UNHRC in het geding komt tenzij Burundi volledige medewerking gaat verlenen aan de onderzoekscommissie (COI) en de UNHRC en diens mechanismen, op constructieve wijze samenwerkt met de COI en de ernstige problemen op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten aanpakt; verzoekt de Burundese autoriteiten hun besluit zich terug te trekken uit het ICC te heroverwegen;

Democratische Volksrepubliek Korea (DVK)

38.  geeft uitdrukking aan zijn ernstige bezorgdheid over de aanhoudende verslechtering van de mensenrechtensituatie in de DVK; vraagt een internationaal onderzoek naar de omstandigheden van de dood van Kim Jong Nam, halfbroer van Kim Jong Un, die vermoord zou zijn met VX, een van de dodelijkste zenuwvergiften en internationaal verboden, in de luchthaven van Kuala Lumpur op 13 februari 2017; verzoekt de regering van de DVK haar verplichtingen uit hoofde van de mensenrechteninstrumenten waarbij het land partij is na te komen en erop toe te zien dat humanitaire organisaties, onafhankelijke mensenrechtenwaarnemers en de speciaal rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie van de DVK toegang hebben tot het land en de noodzakelijke medewerking krijgen; verzoekt de DVK vrije meningsuiting en persvrijheid voor nationale en internationale media toe te staan en de burgers ongecensureerde toegang tot het internet te bieden; veroordeelt met klem de stelstelmatige en grootschalige toepassing van de doodstraf in de DVK; vraagt de regering van de DVK om een moratorium in te stellen op alle terechtstellingen, met het oog op afschaffing van de doodstraf in de nabije komst; eist dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de in de DVK gepleegde misdaden tegen de menselijkheid, ter verantwoording worden geroepen, voor het ICC worden gebracht en aan gerichte sancties worden onderworpen; veroordeelt met klem de kernproeven die door de DVK zijn uitgevoerd en beschouwt deze als een onnodige en gevaarlijke provocatie, een schending van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, en als een ernstige bedreiging voor de vrede en veiligheid op het Koreaanse schiereiland en in de Noordoost-Aziatische regio; dringt aan op verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur; vraagt dat het rapport van de deskundigengroep wordt gepresenteerd in de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad; beveelt aan in de resolutie de essentiële aanbevelingen op te nemen met betrekking tot het afleggen van verantwoording die zijn opgenomen in het deskundigenverslag, onder andere uitbreiding van de capaciteit van het kantoor in Seoel met expertise op het gebied van onderzoek en vervolging, alsmede aanwijzing van een strafrechtdeskundige om vooruitgang in de richting van het afleggen van verantwoording te boeken;

Democratische Republiek Congo

39.  veroordeelt de mensenrechtenschendingen die in de Democratische Republiek Congo (DRC) met volledige straffeloosheid worden begaan door de veiligheidstroepen en vraagt dat de verantwoordelijken worden verplicht rekenschap af te leggen; roept de Raad op om te overwegen de huidige restrictieve maatregelen, zoals gerichte EU-sancties, waaronder reisverboden en bevriezing van tegoeden, tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en het ondermijnen van de democratische processen in de DRC, uit te breiden in geval van nieuwe geweldplegingen, zoals in de Cotonou-overeenkomst is bepaald; dringt er bij de autoriteiten van de DRC op aan het in december 2016 bereikte akkoord ten uitvoer te leggen en uiterlijk in december 2017 verkiezingen te houden, met de ondersteuning van de internationale spelers; herinnert eraan dat de situatie met betrekking tot de stabiliteit in de regio van de Grote Meren uiterst zorgwekkend is, met name de mensenrechtensituatie in het oosten van de DRC, inclusief de kwestie van seksueel geweld; vraagt dat de UNHRC de DRC blijft controleren tot verkiezingen worden gehouden en er sprake is van een democratische overgang en moedigt de Hoge Commissaris ertoe aan de Raad indien nodig over de situatie in de DRC te informeren en krachtiger op te treden, als de situatie dit vereist;

Egypte

40.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de voortdurende verslechtering van de mensenrechtensituatie in Egypte, met onder andere de dramatische sluiting van de openbare ruimte voor het maatschappelijk middenveld, de brute onderdrukking van verdedigers van de mensenrechten, met name vrouwen, en andere proteststemmen en het gebrek aan vrijheid van meningsuiting; spreekt voorts zijn bezorgdheid uit over de drastische ngo-wet die het Egyptische parlement heeft goedgekeurd in 2016, die ernstige schending inhoudt van het grondwettelijk gegarandeerde recht op vrijheid van vereniging en de vele internationale wettelijke verplichtingen van Egypte om dit te handhaven; benadrukt het feit dat de Egyptische regering dringend de fenomenen van wijdverbreide foltering, gedwongen verdwijningen en overlijdens in gevangenschap moet aanpakken; verzoekt de EU in de UNHRC een landspecifieke resolutie te initiëren;

De Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië

41.  blijft bezorgd over de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van de media en het gebrek aan toegang tot de bezette gebieden Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië, waar mensenrechtenschendingen schering en inslag blijven; dringt aan op een intensivering van de intermenselijke contacten tussen het gebied dat gecontroleerd wordt door Tbilisi en de twee bezette regio's; vraagt volledige eerbiediging van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië, alsmede van de onschendbaarheid van zijn internationaal erkende grenzen; benadrukt de noodzaak van een veilige en waardige terugkeer van vluchtelingen en intern ontheemden naar hun vaste verblijfplaats; roept de regering van Georgië op adequate maatregelen te treffen om te zorgen voor de follow-up en tenuitvoerlegging van de UPR-aanbevelingen;

Iran

42.  dringt er bij Iran op aan volledige medewerking te verlenen aan alle mensenrechtenmechanismen van de VN en toe te werken naar de toepassing van de in dat verband gedane aanbevelingen, waaronder de UPR, door internationale mensenrechtenorganisaties in staat te stellen hun missies uit te voeren; dringt er bij de regering van Iran op aan de wezenlijke punten van zorg die worden benoemd in de verslagen van de speciaal rapporteur van de VN en de secretaris-generaal van de VN over de mensenrechtensituatie in Iran aan te pakken, en gehoor te geven aan de specifieke oproepen tot actie die zijn opgenomen in resoluties van de Algemene Vergadering van de VN; merkt bezorgd op dat het aantal uitgevoerde doodstraffen per hoofd van de bevolking in Iran hoger ligt dan waar ook ter wereld; roept Iran op een moratorium op de doodstraf in te stellen; dringt aan op de vrijlating van alle politieke gevangenen;

Myanmar/Birma

43.  is uitermate bezorgd over de berichten over gewelddadige botsingen in de noordelijke deelstaat Rakhine en betreurt het verlies van levens, bestaansmiddelen en huizen en het buitensporige gebruik van geweld door het leger van Myanmar/Birma, die volgens het OHCHR kunnen neerkomen op misdrijven tegen de mensheid; dringt er bij de militaire en veiligheidstroepen op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya, en het platbranden van hun huizen; eist dat de regering en de civiele autoriteiten van Myanmar/Birma onmiddellijk een einde maken aan de verschrikkelijke discriminatie en segregatie van de Rohingya-minderheid; dringt erop aan dat de rechten van de Rohingya-bevolking worden geëerbiedigd en dat de veiligheid, zekerheid en gelijkheid van alle burgers van Myanmar/Birma worden verzekerd; is ingenomen met het besluit van de regering van Myanmar/Birma om van vrede en nationale verzoening een hoofdprioriteit te maken; is verheugd over de aankondiging door de regering van Myanmar/Birma van de instelling van een onderzoekscommissie naar het recente geweld in de noordelijke deelstaat Rakhine; benadrukt dat passende stappen moeten worden ondernomen om de schuldigen te vervolgen en dat de slachtoffers van de gewelddadigheden een toereikende schadeloosstelling moeten krijgen; dringt er bij de regering van Myanmar/Birma op aan het proces van democratisering voort te zetten en de beginselen van de rechtsstaat, het recht op vrijheid van meningsuiting en de fundamentele mensenrechten te eerbiedigen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun steun te geven aan een hernieuwd mandaat voor de speciaal rapporteur voor Myanmar/Birma;

Bezette Palestijnse Gebieden (OPT)

44.  verzoekt de EU en haar lidstaten in de UNHRC-discussies en -resoluties over de OPT te betreuren dat eerdere aanbevelingen van VN-mensenrechtenorganen niet ten uitvoer worden gelegd, bijvoorbeeld die van de VN-onderzoekscommissie over het conflict van 2014 in Gaza, dat beperkte vooruitgang wordt geboekt met het onderzoeken van beschuldigingen van schendingen van het internationale recht door alle partijen en dat talrijke wettelijke, procedurele en praktische belemmeringen de toegang tot justitie en tot schadevergoeding belemmeren; dringt er bij de EU op aan zich opnieuw bezig te houden met punt 7 op de UNHRC-agenda en vóór te stemmen bij de resoluties over verantwoordingsplicht, inclusief de UNHRC-resolutie ter ondersteuning van het algemene verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten en de follow-upmaatregelen die hierin worden voorgesteld; verzoekt de EU de daden van intimidatie en de dreigementen aan het adres van verdedigers van de mensenrechten die pleiten voor het afleggen van rekenschap en voor naleving van het internationale recht in het Israëlisch-Palestijnse conflict, te veroordelen en andere restrictieve praktijken en wetgeving die een impact hebben op ngo's aan beide zijden, aan de kaak te stellen; verzoekt de EU de komende UNHRC-resoluties over nederzettingen en de publicatie van de jaarlijkse databank van het OHCHR over bedrijven ie betrokken zijn bij schendingen van het internationale recht te steunen;

Saudi-Arabië

45.  geeft nogmaals uiting aan zijn bezorgdheid over de stelselmatige schendingen van de mensenrechten in het land, zoals de onderdrukking van mensenrechtenactivisten en schendingen van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging en van de rechten van vrouwen; veroordeelt het zorgwekkend hoge aantal doodvonnissen in Saudi-Arabië, alsook de massa-executies, en verzoekt Saudi-Arabië een moratorium op de doodstraf af te kondigen; verzoekt de Saudische autoriteiten met klem alle gewetensgevangenen, onder wie Raif Badawi, winnaar van de Sacharovprijs 2015, in vrijheid te stellen; verzoekt de EU dit specifieke geval nauwlettend te volgen; herhaalt dat de leden van de UNHRC verkozen moeten worden uit de groep landen die mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie eerbiedigen; verzoekt de autoriteiten van Saudi-Arabië hun volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de UNHRC en het OHCHR; verzoekt de EU haar steun te verlenen aan de creatie van de post van speciaal vertegenwoordiger inzake de mensenrechtensituatie in Saudi-Arabië;

Zuid-Sudan

46.  roept alle partijen in Zuid-Sudan op geen mensenrechtenschendingen en inbreuken op het internationaal humanitair recht meer te plegen en zich niet meer schuldig te maken aan schendingen die aangemerkt kunnen worden als internationale misdaden, zoals buitengerechtelijke executies, etnisch geweld, conflictgerelateerd seksueel geweld, waaronder verkrachting, of gendergerelateerd geweld, het ronselen en inzetten van kinderen, gedwongen verdwijningen of willekeurige arrestaties en opsluiting; merkt op dat de regering van Zuid-Sudan de stappenplanovereenkomst op 16 maart 2016 heeft ondertekend en vervolgens zijn verbintenissen heeft toegelicht wat betreft de deelname van andere relevante belanghebbenden aan de nationale dialoog en het eerbiedigen van besluiten genomen door de ondertekenaars van de oppositie en het 7+7 mechanisme, de stuurgroep van de nationale dialoog; benadrukt dat alle partijen hun verbintenissen moeten eerbiedigen en roept op tot een voortgezette dialoog met als doel tot een definitief staakt-het-vuren te komen; roept de EU en haar lidstaten ertoe op zich te houden aan hun verbintenis om de inspanningen van de Afrikaanse Unie te ondersteunen voor vrede in Zuid-Sudan en voor de Zuid-Sudanese burgers in hun overgang naar een intern hervormde democratie; overwegende dat de VN delen van het land hebben verklaard tot gebieden met hongersnood; verzoekt de EU en haar lidstaten het mandaat van de Commissie voor de rechten van de mens in Zuid-Sudan te verlengen en de rol ervan bij het onderzoeken van mensenrechtenschendingen en het in kaart brengen van seksueel geweld te versterken; is voorstander van de opneming van zijn aanbevelingen in een rapport dat zal worden toegestuurd aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de VN;

Syrië

47.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de wreedheden en de grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door het regime van Assad, gesteund door Rusland en Iran, alsook de mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht door niet-statelijke gewapende terroristische groeperingen, in het bijzonder ISIS/Da'esh, waarvan de misdaden neerkomen op genocide, Jabhat Fateh al-Sham/het Al-Nusra Front en andere jihadistische groepen; onderstreept dat het onderzoek naar het gebruik en de vernietiging van chemische wapens door alle partijen in Syrië moet worden voortgezet en betreurt de beslissing van Rusland en China om een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad over het gebruik van chemische wapens te blokkeren; roept nogmaals op tot volledige en ongehinderde humanitaire toegang en tot het waarborgen dat de plegers van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid rekenschap moeten afleggen; ondersteunt het EU-initiatief om de situatie in Syrië te verwijzen naar het ICC en verzoekt de Veiligheidsraad hiertoe stappen te ondernemen; steunt het voortdurende werk van de onderzoekscommissie (COI) en de invoering van het internationale, onpartijdige en onafhankelijke mechanisme voor Syrië, alsmede het mandaat van de COI om een specifiek onderzoek in te stellen naar de situatie in Aleppo en hierover uiterlijk op de 34e zitting van de UNHRC in maart 20147 verslag uit te brengen, en vraagt dat dit verslag wordt gepresenteerd aan de Algemene Vergadering en aan de Veiligheidsraad;

Oekraïne

48.  betreurt dat de aanhoudende Russische agressie tot een rampzalige humanitaire situatie in het Donetsbekken heeft geleid en dat Oekraïense en internationale humanitaire organisaties geen toegang krijgen tot de bezette gebieden; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de ernstige humanitaire situatie van de meer dan 1,5 miljoen binnenlandse ontheemden; geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over het aanhoudende conflictgebonden seksueel geweld; is ernstig bezorgd over de mensenrechtenschendingen in de door Rusland bezette Krim, met name de situatie van de Krim-Tataren; onderstreept de noodzaak van verdere EU-steun voor Oekraïne; bevestigt nogmaals dat het de soevereiniteit, onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen krachtig steunt, alsook het recht van Oekraïne om vrij en soeverein een Europese weg in te slaan; verzoekt alle partijen om zich onverwijld in te zetten voor de vreedzame re-integratie van het bezette schiereiland de Krim in de Oekraïense rechtsorde door middel van politieke dialoog en in volledige overeenstemming met het internationaal recht; steunt de verlenging van de sancties tegen Rusland tot de Minsk-akkoorden volledig zijn uitgevoerd en de Krim is teruggegeven; verzoekt de EDEO en de Raad om de druk op de Russische Federatie op te voeren om internationale organisaties toegang te verschaffen tot de Krim, zodat zij toezicht kunnen houden op de mensenrechtensituatie in het licht van de flagrante schendingen van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten op het schiereiland, en om permanente, internationale en op verdragen gebaseerde mechanismen voor het houden van toezicht in te stellen; dringt voorts aan op de volledige tenuitvoerlegging van de Minsk-akkoorden; herinnert eraan dat alle partijen bij het conflict verplicht zijn alle mogelijke maatregelen te nemen om burgers in de gebieden onder hun controle tegen de gevolgen van de vijandelijkheden te beschermen; spreekt zijn steun en aanmoediging uit voor de interactieve dialoog op de 34e zitting van de UNHRC;

Jemen

49.  maakt zich grote zorgen door de catastrofale humanitaire situatie in Jemen en wijst op de bijzondere verantwoordelijkheid hiervoor van Saudi-Arabië; hekelt het feit dat burgers het doelwit zijn en in een onmogelijke situatie in de val zitten tussen oorlogvoerende partijen die het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten schenden; benadrukt dat het ronselen en inzetten van kinderen bij gewapende conflicten strikt verboden is door het internationaal humanitair recht en het internationale mensenrechtenrecht en dat dit kan neerkomen op een oorlogsmisdaad, wanneer kinderen worden gerecruteerd die jonger zijn dan 15 jaar; roept alle partijen op de betrokken kinderen onmiddellijk vrij te laten; verzoekt alle partijen dringend de spanningen te temperen en een onmiddellijk en stabiel staakt-het-vuren in te stellen dat zal leiden tot een politieke, inclusieve en via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing van het conflict; staat in dit verband volledig achter de inspanningen van de speciaal gezant van de VN voor Jemen, Ismaïl Ould Cheikh Ahmed, alsook achter de tenuitvoerlegging van resolutie 33/16 van de UNHRC van oktober 2016 waarin de VN gevraagd wordt met de nationale onafhankelijke onderzoekscommissie samen te werken, en steunt alle inspanningen met het oog op een onafhankelijk internationaal onderzoek om het klimaat van straffeloosheid dat in Jemen heerst te doorbreken; verzoekt de EU-lidstaten om ondersteuning van de door Nederland geïnitieerde gezamenlijke verklaring waarin uiting wordt gegeven aan de bezorgdheid over de schendingen en misstanden in Jemen en wordt aangedrongen op een grondig en onpartijdig onderzoek daarnaar; moedigt de Hoge Commissaris aan gebruik te maken van de formule van briefings tussen zittingen om de UNHCR regelmatig op de hoogte te houden van de resultaten van zijn onderzoeken;

Westelijke Sahara

50.  dringt erop aan dat de grondrechten van de volkeren van de Westelijke Sahara, zoals de vrijheid van vereniging, de vrijheid van meningsuiting en het recht van vergadering, worden geëerbiedigd; eist vrijlating van alle tot het Sahrawivolk behorende politieke gevangenen; eist dat VN-vertegenwoordigers, parlementsleden, onafhankelijke waarnemers, ngo's en de pers toegang wordt verleend tot de gebieden van de Westelijke Sahara; verzoekt de VN met klem Minurso een mensenrechtenmandaat te geven, net zoals dat bij alle andere VN-vredesmissies ter wereld het geval is; is voorstander van een eerlijke en blijvende oplossing van het conflict in de Westelijke Sahara, op basis van het recht op zelfbeschikking van het Sahrawivolk, in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de VN; verzoekt de EU en haar lidstaten de situatie in de Westelijke Sahara aan de orde te stellen op de komende UPR-zitting in verband met Marokko;

o

o  o

51.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten, de VN-Veiligheidsraad, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 69e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de UNHRC, de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN en de secretaris-generaal van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0317.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

Juridische mededeling