Procedure : 2017/2585(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0238/2017

Ingediende teksten :

B8-0238/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 06/04/2017 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0130

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 356kWORD 56k
30.3.2017
PE598.578v01-00
 
B8-0238/2017

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-xxxx

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over het Europees solidariteitskorps (2017/2629(RSP))


Petra Kammerevert namens de Commissie cultuur en onderwijs
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over het Europees solidariteitskorps (2017/2629(RSP))  
B8-0238/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 7 december 2016 getiteld "Een Europees solidariteitskorps" (COM(2016) 942),

–  gezien zijn resolutie van 27 oktober 2016 over de Europese vrijwilligersdienst en de bevordering van vrijwilligerswerk in Europa(1),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 over de rol van interculturele dialoog, culturele diversiteit en onderwijs bij het uitdragen van de fundamentele waarden van de EU(2),

–  gezien zijn resolutie van 22 april 2008 over de rol van vrijwilligerswerk als bijdrage tot de economische en sociale cohesie(3),

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren(4),

–  gezien de beleidsagenda voor vrijwilligerswerk in Europa (PAVE)(5) en het ontwerp van Europees Handvest van de rechten en plichten van vrijwilligers(6),

–  gezien de vraag aan de Commissie over het Europees solidariteitskorps (O-000020/2017 – B8-xxxx/2017),

–  gezien de vraag aan de Commissie over vrijwilligerswerk en de Europese vrijwilligersdienst (O-000107/2016 – B8-1803/2016),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie cultuur en onderwijs,

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie gegrondvest is op fundamentele ideeën, waarden en beginselen die door de lidstaten overeengekomen en onderschreven zijn;

B.  overwegende dat het beginsel van solidariteit van de Europese Unie een van die grondbeginselen vormt en gebaseerd is op het delen van zowel lusten als lasten;

C.  overwegende dat het solidariteitsbeginsel een drijvende kracht is geweest achter de totstandkoming van de Europese vrijwilligersdienst, die in zijn 20-jarig bestaan buitengewone successen heeft geboekt die niet verloren mogen gaan;

D.  overwegende dat de instellingen en lidstaten van de EU er nadrukkelijk voor moeten kiezen om maatschappelijke betrokkenheid van burgers actief te ondersteunen en moeten erkennen dat vrijwilligerswerk bijdraagt tot de versterking van het gevoel van solidariteit, maatschappelijke verantwoordelijkheid en gedeelde gemeenschappelijke burgerschapswaarden en -beleving;

E.  overwegende dat de oprichting van het Europees solidariteitskorps moet steunen op gedeelde waarden van de EU zoals die gedefinieerd zijn in de Verdragen en het Handvest van de grondrechten; overwegende dat het doel van het Europees solidariteitskorps moet zijn gemeenschapszin en een gevoel van solidariteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid te scheppen in Europa en een betekenisvolle en verrijkende ervaring met vrijwilligerswerk te bieden;

F.  overwegende dat hoogwaardig vrijwilligerswerk een springplank kan zijn naar werk en kansen kan scheppen voor sociale inclusie;

G.  overwegende dat de meeste initiatieven op het gebied van vrijwilligerswerk buiten de EU-programma's om worden genomen en ondersteund moeten worden door een stimulerend juridisch en financieel klimaat;

H.  overwegende dat de Europese vrijwilligersdienst momenteel het referentiekader vormt voor vrijwilligerswerk in de EU en al 20 jaar lang goede resultaten oplevert in termen van efficiëntie, knowhow en leerresultaten; overwegende dat nieuwe EU-brede vrijwilligersprogramma's moeten voortbouwen op de ervaringen van de Europese vrijwilligersdienst en andere succesvolle vrijwilligersprogramma's van de EU, zoals het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp,

I.  overwegende dat het Europees solidariteitskorps aan jongeren, die de belangrijkste doelgroep vormen (met name jongeren uit gemarginaliseerde gemeenschappen en met een zwakke sociaal-economische achtergrond), een mogelijkheid zou kunnen bieden om een waardevolle bijdrage te leveren aan de samenleving en het engagement van de EU zichtbaarder te maken, alsook om het bredere debat over vrijwilligerswerk in Europa en het nut daarvan voor de samenleving opnieuw aan te zwengelen;

J.  overwegende dat maatschappelijke en jongerenorganisaties een belangrijke rol spelen als aanbieders van hoogwaardige lokale, nationale en grensoverschrijdende ervaringen op het gebied van vrijwilligerswerk; overwegende dat daarvoor continue ondersteuning noodzakelijk is, in combinatie met een stimulerend juridisch en financieel klimaat;

K.  overwegende dat zich al meer dan 20 000 mensen hebben ingeschreven voor het Europees solidariteitskorps sinds de Commissie in december 2016 haar online platform opende;

L.  overwegende dat de Commissie een duidelijk en gedetailleerd rechtskader moet voorstellen voor het Europees solidariteitskorps en daarbij rekening moet houden met de volgende aanbevelingen van het Europees Parlement:

Europese solidariteit

1.  is van mening dat een duidelijke definitie van solidariteitsactie op EU-niveau van essentieel belang is; verzoekt de Commissie de doelstellingen van het Europees solidariteitskorps te definiëren en het optreden ervan meetbaar en doeltreffend te maken, rekening houdend met de belangrijke positieve impact van solidariteitsacties op zowel de individuele deelnemers als de samenleving; benadrukt dat de definities die voor het faciliteren hiervan noodzakelijk worden geacht moeten worden opgesteld in nauwe samenwerking met de lidstaten en de organisaties die actief zijn op het gebied van vrijwilligerswerk, burgerschapsdienst en jeugdwerk, en in overeenstemming moeten zijn met de kernwaarden van de EU zoals die in de Verdragen en het Handvest zijn verwoord;

2.  benadrukt dat gelijke toegang van alle EU-burgers tot het Europees solidariteitskorps gewaarborgd moet worden; dringt aan op een sterkere bevordering van de mogelijkheden voor deelname aan het initiatief voor mensen met speciale behoeften en uit kansarme milieus;

3.  is er vast van overtuigd dat het leerelement, ook via niet-formele en informele onderwijservaringen, en de impact op de individuele vrijwilliger belangrijk zijn, maar dat het hoofddoel van het Europees solidariteitskorps moet zijn een positieve impact teweeg te brengen op de hele samenleving en duidelijk blijk te geven van solidariteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid;

4.  is tevens van mening dat plaatsingen in het kader van het Europees solidariteitskorps ook zouden bijdragen tot de verbetering van de levensvaardigheden van de deelnemers, hun verantwoordelijkheidsgevoel en hun gevoel van bezitten en delen, tot het overbruggen van verschillen op het gebied van taal, cultuur, godsdienst, levensovertuiging en economische achtergrond en tot het wegnemen van misverstanden en vooroordelen; meent dat het initiatief ook actief burgerschap zou helpen bevorderen en de deelnemers zou helpen leren de werkelijkheid en de maatschappelijke problemen die zij tegenkomen kritisch te analyseren; verzoekt de Commissie bij de tenuitvoerlegging van het Europees solidariteitskorps over de hele lijn voor gendergelijkheid te zorgen;

5.  benadrukt dat civiele bescherming en humanitaire hulp niet via het Europees solidariteitskorps afhankelijk mogen worden van jongeren; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband om duurzame investeringen in gestructureerde civiele bescherming en humanitaire hulp te waarborgen;

Financiering van het Europees solidariteitskorps

6.  maakt zich ernstig zorgen over het feit dat de Commissie van plan is om het Europees solidariteitskorps in de aanvangsfase te implementeren door het in te passen in bestaande programma's, en in het bijzonder in onderwijs- en cultuurprogramma's zoals Erasmus+ en Europa voor de burgers, zonder dat er voldoende duidelijkheid is over de precieze financiële en personele middelen die voor het Europees solidariteitskorps moeten worden uitgetrokken; herinnert eraan dat het Parlement als medewetgever voor EU-programma's en als begrotingsautoriteit tegenstander is van de herschikking van middelen van prioritaire programma's en vaak over onvoldoende middelen beschikt om kernactiviteiten en nieuwe beleidsinitiatieven te financieren;

7.  verzoekt de Commissie om in haar toekomstig wetsvoorstel inzake het Europees solidariteitskorps een duidelijke beschrijving op te nemen van de budgettaire regelingen die de doeltreffende werking van het Europees solidariteitskorps zullen garanderen; benadrukt dat de financiering van het Europees solidariteitskorps geen negatieve gevolgen mag hebben voor bestaande programma's, zoals Europa voor de burgers en Erasmus+, en de werking van succesvolle initiatieven, zoals de Europese vrijwilligersdienst, niet mag verstoren;

8.  verzoekt de Commissie te zorgen voor een doeltreffend toezicht- en beoordelingsmechanisme voor het Europees solidariteitskorps, zodat de juiste tenuitvoerlegging, de kwaliteit van het aanbod en de duurzaamheid van de resultaten worden gewaarborgd;

Inpassing van het Europees solidariteitskorps in een bredere strategie voor vrijwilligerswerk

9.  beveelt aan dat de Commissie, om het Europees solidariteitskorps tot een succes te maken, dit initiatief inpast in een bredere beleidsstrategie die tot doel heeft een stimulerend klimaat voor vrijwilligerswerk in Europa te scheppen en er daarbij voor te zorgen dat er geen overlapping plaatsvindt, maar dat daarentegen bestaande succesvolle initiatieven, zoals de Europese vrijwilligersdienst, versterkt worden;

10.  benadrukt dat vrijwilligerswerk in de overgrote meerderheid van de gevallen op plaatselijk niveau plaatsvindt en in plaatselijke behoeften voorziet, en dat het Europees solidariteitskorps dus aanvankelijk meer op plaatselijk vrijwilligerswerk moet focussen dan op grensoverschrijdende mogelijkheden, die internationale mobiliteit vereisen en een uitsluitingsfactor zouden kunnen vormen voor mensen uit kansarme milieus;

11.  benadrukt dat het Europees solidariteitskorps geen extra administratieve lasten moet opleveren voor personen of deelnemende organisaties en zo dicht mogelijk moet aansluiten bij de bestaande, gevestigde mogelijkheden voor vrijwilligerswerk die al door maatschappelijke organisaties worden aangeboden;

12.  verzoekt de Commissie te streven naar evenwicht tussen het hoge aantal inschrijvingen voor het Europees solidariteitskorps op het online platform en het aanbod van beschikbare vrijwilligersplaatsen om geen frustratie te veroorzaken bij jongeren die zich inschrijven;

13.  verzoekt de Commissie vrijwilligerswerk te mainstreamen in alle Europese programma's en fondsen, zoals de structuurfondsen, het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Life-programma en de programma's en fondsen van de Unie voor extern optreden; benadrukt in dit verband dat het van belang is één centraal contactpunt in het leven te roepen voor de coördinatie van vrijwilligersbeleid en -programma's van de EU;

14.  stelt voor dat onderwijsinstellingen in hun leerplannen opleiding op het gebied van vrijwilligerswerk opnemen, met de nadruk op solidariteitsacties, teneinde de tenuitvoerlegging van het Europees solidariteitskorps te ondersteunen;

Een duidelijk onderscheid tussen vrijwilligerswerk en werk in loondienst

15.  verzoekt de Commissie om bij de tenuitvoerlegging van het Europees solidariteitskorps een duidelijk onderscheid te maken tussen vrijwilligerswerk en werk in loondienst, teneinde te vermijden dat potentiële kwaliteitsbanen vervangen worden door onbetaald vrijwilligerswerk; benadrukt in dit verband dat mogelijkheden voor vrijwilligerswerk niet in aanmerking moeten komen voor financiering met middelen die specifiek bestemd zijn voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid, zoals het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief;

16.  benadrukt dat de vrijwilligerswerkcomponent moet steunen op duidelijke afspraken over de beginselen van hoogwaardig vrijwilligerswerk, zoals die worden geschetst in het Europees Handvest van rechten en plichten van vrijwilligers(7); benadrukt voorts dat vrijwilligerswerk te allen tijde solidariteitsacties zonder winstoogmerk moet ondersteunen die tot doel hebben in geconstateerde behoeften van de samenleving te voorzien;

17.  benadrukt dat de werkgelegenheidscomponent gericht moet zijn op het aanbieden van hoogwaardige banen, stages en leerplaatsen in het solidariteitswerk zonder winstoogmerk en in sociale ondernemingen in de solidariteitssector;

18.  benadrukt dat het van belang is voldoende administratieve en financiële steun te verlenen aan organisaties en instanties voor beide componenten en te zorgen voor de nodige kennis en vaardigheden om deelnemers aan het Europees solidariteitskorps naar behoren op te vangen;

19.  vindt dat de gastorganisaties een kwaliteitshandvest zouden moeten onderschrijven met overeengekomen doelstellingen, beginselen en normen zoals die worden geschetst in het Europees kwaliteitshandvest inzake stages en leerplaatsen(8); spoort aan tot vergelijkbaarheid, erkenning en validering van vaardigheden en competenties die tijdens de ervaring worden opgedaan, zodat deze bijdragen tot een duurzame plaatsing van jongeren op de arbeidsmarkt; benadrukt dat duidelijke normen bevorderlijk zullen zijn voor het toezicht op de implementatie van het Europees solidariteitskorps;

20.  benadrukt dat jonge vrijwilligers een passende financiële compensatie, ziektekostenverzekering, opleiding en werkbegeleiding moeten krijgen; wijst er nadrukkelijk op dat moet worden toegezien op de werklast en werkomgeving in verband met de specifieke taken die zij in het kader van hun plaatsing als vrijwilliger van het Europees solidariteitskorps zouden moeten verrichten;

Coördinatie van diensten en raadpleging van belanghebbenden

21.  verzoekt de Commissie het Europees solidariteitskorps naar behoren te coördineren en te mainstreamen in al haar diensten en met alle andere Europese en nationale instellingen, teneinde een samenhangende en consistente implementatie te waarborgen; stelt voor dat het directoraat-generaal Onderwijs en Cultuur van de Commissie belast wordt met het coördineren en mainstreamen van het Europees solidariteitskorps;

22.  herinnert de Commissie eraan dat zij, alvorens het wetgevingsvoorstel op te stellen, de juiste voorwaarden moet scheppen voor grondig overleg met de voornaamste belanghebbenden, zoals jeugdorganisaties, Europese sociale partners, vrijwilligersorganisaties en lidstaten; benadrukt dat deze belanghebbenden regelmatig betrokken moeten worden bij de tenuitvoerlegging en, in voorkomend geval, de monitoring van het initiatief;

°

°  °

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0425.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0005.

(3)

PB C 259 E van 29.10.2009, blz. 9.

(4)

PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.

(5)

http://www.cev.be/uploads/2015/10/EYV2011Alliance_PAVE_copyfriendly.pdf

(6)

http://ec.europa.eu/citizenship/pdf/volunteering_charter_en.pdf

(7)

http://ec.europa.eu/citizenship/pdf/volunteering_charter_en.pdf

(8)

http://www.youthforum.org/assets/2014/04/internship_charter_EN.pdf

Juridische mededeling