Procedure : 2016/2998(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0346/2017

Ingediende teksten :

B8-0346/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0226

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 265kWORD 46k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0345/2017
15.5.2017
PE603.771v01-00
 
B8-0346/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de verwezenlijking van de tweestatenoplossing in het Midden-Oosten  (2016/2998(RSP))


Victor Boştinaru, Elena Valenciano, Maria Arena, Brando Benifei, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Neena Gill, Ana Gomes, Javi López, Pier Antonio Panzeri, Gilles Pargneaux, Soraya Post, Edouard Martin namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de verwezenlijking van de tweestatenoplossing in het Midden-Oosten  (2016/2998(RSP))  
B8‑0346/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien de conclusies van de Raad, met name van 10 december 2012, 16 december 2013, 12 mei 2014, 18 januari 2016 en 20 juni 2016, over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien resolutie 67/19 van 29 november 2012 van de Algemene Vergadering van de VN en de resoluties 478 van 20 augustus 1980, en 2334 van 23 december 2016 van de VN-Veiligheidsraad,

–  gezien het verslag van het Midden-Oostenkwartet van 1 juli 2016,

–  gezien de vierde Conventie van Genève van 1949 betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat vrede in het Midden-Oosten een belangrijke prioriteit blijft voor de internationale gemeenschap en onontbeerlijk is voor regionale en mondiale stabiliteit en veiligheid;

B.  overwegende dat het Europees Parlement zich herhaaldelijk onomwonden heeft uitgesproken voor de tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict;

C.  overwegende dat het verslag van het Midden-Oostenkwartet van juli 2016 melding heeft gemaakt van de volgende tendensen die de hoop op vrede ernstig doen slinken: het aanhoudende geweld, terreuraanvallen op burgers en aansporing tot geweld; het voortgezette beleid van de bouw en uitbreiding van nederzettingen, bestemming van grond voor exclusief Israëlisch gebruik en blokkering van Palestijnse ontwikkeling; de illegale bewapening en militaire activiteit; het uitblijven van Palestijnse eenheid; en de rampzalige humanitaire situatie in Gaza;

D.  overwegende dat de VN-Veiligheidsraad, in zijn resolutie 2334 (2016), opnieuw heeft bevestigd dat de bouw door Israël van nederzettingen in sinds 1967 bezet Palestijns gebied, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, niet rechtsgeldig is, een flagrante schending van het internationale recht is en een grote belemmering vormt voor de verwezenlijking van de tweestatenoplossing; er opnieuw op aandrong dat Israël onmiddellijk en volledig alle nederzettingsactiviteiten stopzet, en alle staten opriep om in hun relevante activiteiten een onderscheid te maken tussen het grondgebied van de staat Israël en de gebieden die sinds 1967 worden bezet; overwegende dat Palestina in resolutie 67/19 van de Algemene Vergadering van de VN erkend is als niet-lidstaat met waarnemersstatus bij de Verenigde Naties;

E.  overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken meerdere malen heeft toegezegd ervoor te zorgen dat alle overeenkomsten tussen de Europese Unie en Israël ondubbelzinnig en uitdrukkelijk vermelden dat zij niet toepasselijk zijn op de door Israël in 1967 bezette gebieden, en dat de Europese Unie zal voorzien in een ongekend steunpakket op het gebied van politiek, economie en veiligheid voor beide partijen, in het kader van een overeenkomst over een definitieve status;

F.  overwegende dat de Commissie in 2013 haar richtsnoeren heeft gepubliceerd betreffende de mogelijkheid van Israëlische entiteiten en hun activiteiten in de door Israël sinds juni 1967 bezette gebieden om in aanmerking te komen voor subsidies, prijzen en financieringsinstrumenten die na 2014 met EU-middelen worden gefinancierd(1), en in 2015 haar interpretatieve mededeling inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door Israël bezette gebieden(2); overwegende dat onder de Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, zich burgers van EU-lidstaten bevinden met een dubbele nationaliteit;

G.  overwegende dat met de zogeheten reguleringswet die de Knesset op 6 februari 2017 aangenomen heeft ongeveer 4 000 op particulier Palestijns land gebouwde huizen van kolonisten met terugwerkende kracht geregulariseerd zijn;

1.  herhaalt zijn onomwonden steun voor de tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict – met de staat Israël binnen veilige en erkende grenzen en een soevereine, naburige en levensvatbare staat Palestina die in vreedzame co-existentie en in veiligheid en wederzijdse erkenning bestaan langs de grenzen van 1967, met wederzijds overeengekomen landruil, en met Jeruzalem als hoofdstad van beide staten – als de enige manier waarop een duurzame vrede tussen Israëli's en Palestijnen bereikt kan worden; veroordeelt elke verklaring die de legitimiteit van de tweestatenoplossing ondergraaft;

2.  benadrukt dat de bescherming en het behoud van de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing de onmiddellijke prioriteit moet zijn van het beleid en het optreden van de Europese Unie in verband met het Israëlisch-Palestijns conflict en het vredesproces in het Midden-Oosten; is ingenomen met resolutie 2334 (2016) van de VN-Veiligheidsraad als een belangrijke referentie in dit opzicht; is verheugd over de inzet die tijdens het recente bezoek van de Palestijnse president Mahmoud Abbas aan de Verenigde Staten getoond is om samen aan vrede te werken;

3.  herhaalt zijn oproep tot een onmiddellijke en volledige stopzetting van de bouw en uitbreiding van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, die volgens het internationaal recht illegaal zijn, de tweestatenoplossing ondermijnen en voor de vredesinspanningen een belangrijke belemmering vormen; dringt erop aan een einde te maken aan het slopen van Palestijnse huizen, de gedwongen verplaatsing van Palestijnse families en de inbeslagname van Palestijnse eigendommen in dit gebied, die hetzelfde effect hebben; verzoekt de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter dringend deze kwesties hoog op de agenda te houden van de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Israël; neemt kennis van de recente aankondiging van de Israëlische regering over de herziening van haar nederzettingenbeleid;

4.  verzoekt onmiddellijk een einde te maken aan het Israëlische beleid dat gericht is op het veranderen van de situatie ter plaatse door de Palestijnse bevolking in Oost-Jeruzalem als doelwit te nemen en te discrimineren, waardoor het streven om Jeruzalem hoofdstad van twee staten te maken onbereikbaar wordt; herinnert eraan dat de internationale gemeenschap de annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël nooit heeft geaccepteerd; wijst er ook op dat de Europese Unie herhaaldelijk heeft verklaard dat het wijzigingen van de grenzen van voor 1967 niet zal aanvaarden, ook met betrekking tot Jeruzalem, als deze niet door de partijen zijn overeengekomen;

5.  benadrukt het enorme potentieel van de Palestijns-Arabische gemeenschap in Israël om een cruciale rol te spelen bij de verwezenlijking van een duurzame vrede tussen Israëli's en Palestijnen, en het belang dat die gemeenschap betrokken wordt bij en bijdraagt aan het vredesproces; verzoekt om de gelijkberechtiging van de Palestijns-Arabische burgers van Israël, hetgeen een eerste vereiste is willen zij deze rol kunnen vervullen; spreekt in dit verband zijn grote bezorgdheid uit over het nieuwe voorstel inzake nationaliteit, dat momenteel in de Knesset besproken wordt; roept op tot meer betrokkenheid van de Palestijns-Arabische gemeenschap in de bilaterale samenwerkingsprogramma's van de EU en Israël;

6.  onderstreept eens te meer dat geweldloosheid de enige manier is om tot vrede tussen Israëli's en Palestijnen te komen middels een via onderhandelingen bereikte definitievestatusovereenkomst die een eind maakt aan alle wederzijdse claims; veroordeelt alle daden van geweld en terrorisme waarbij burgers worden aangevallen en in gevaar worden gebracht, alsook alle handelingen van uitlokking en aansporing; verzoekt beide partijen dergelijke daden te voorkomen en te veroordelen en de daders voor de rechter te brengen, alsook actief tot kalmte te manen, terughoudendheid aan te moedigen en elke handeling te voorkomen die de spanningen ter plaatse kan doen oplopen;

7.  roept nogmaals op tot Palestijnse verzoening, als een essentieel onderdeel van de tweestatenoplossing, door de instelling van een regering van nationale eenheid, erkend door de internationale gemeenschap, en de hervatting van de uitvoering van de regeringsfuncties van de Palestijnse Autoriteit in de Gazastrook; herhaalt zijn oproep om een einde te maken aan de afsluiting van de Gazastrook en zo spoedig mogelijk met de wederopbouw en het herstel van dit gebied te beginnen;

8.  blijft ervan overtuigd dat een duurzame vrede tussen Israëli's en Palestijnen alleen kan worden bereikt in een alomvattende regionale context met de steun van de internationale gemeenschap; blijft het Arabisch vredesinitiatief en de inspanningen van de hoge vertegenwoordiger/vicepresident in het kader van het Midden-Oostenkwartet ondersteunen; is ingenomen met het verslag van het Midden-Oostenkwartet van juli 2016 en roept op de aanbevelingen ten uitvoer te leggen; waardeert en steunt de werkzaamheden van het door Noorwegen voorgezeten ad-hocverbindingscomité als een belangrijke bijdrage aan de opbouw van de Palestijnse staat en economie;

9.  roept op tot een vredesinitiatief van de Europese Unie om het Israëlisch-Palestijns conflict op te lossen met als doel binnen een vastgestelde termijn tastbare resultaten te bereiken, in het kader van de tweestatenoplossing, met een internationaal mechanisme voor toezicht en tenuitvoerlegging; wijst in dit kader op het belang om andere internationale actoren hierbij te betrekken, met name in het kader van het Midden-Oostenkwartet; verzoekt om effectief gebruik van de bestaande invloed en instrumenten van de Europese Unie in de betrekkingen met beide partijen teneinde vredesinspanningen te faciliteren, gezien het feit dat gecoördineerd optreden van de Europese Unie tot resultaten kan leiden;

10.  verzoekt, in de geest van de tweestatenoplossing en resolutie 2334 (2016) van de VN-Veiligheidsraad, om volledige tenuitvoerlegging van het beginsel van differentiatie tussen het grondgebied van de staat Israël en de bezette Palestijnse gebieden (de Westelijke Jordaanoever, waaronder Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook) in de bilaterale betrekkingen van de EU met Israël en Palestina, onder meer door de uitvoering van de betreffende richtsnoeren en interpretatieve mededeling van de Commissie door alle lidstaten;

11.  is ingenomen met de herhaalde verklaringen van de Raad Buitenlandse Zaken over een ongekend steunpakket op het gebied van politiek, economie en veiligheid voor beide partijen, in het kader van een overeenkomst over een definitieve status;

12.  verzoekt de Europese Unie steun en bescherming te verlenen aan actoren in het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van mensenrechtenorganisaties, die bijdragen aan vredesinspanningen en het opbouwen van vertrouwen tussen Israëli's en Palestijnen aan beide zijden, en is ingenomen met de bijdrage van het maatschappelijk middenveld aan het vredesproces door vernieuwende nieuwe ideeën en initiatieven;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Knesset, de president en de regering van Israël, de Palestijnse Wetgevende Raad en de Palestijnse Autoriteit, alsmede de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten.

(1)

PB C 205 van 19.7.2013, blz. 9.

(2)

PB C 375 van 12.11.2015, blz. 4.

Juridische mededeling