Procedure : 2016/2998(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0347/2017

Ingediende teksten :

B8-0347/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0226

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 261kWORD 45k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0345/2017
15.5.2017
PE603.772v01-00
 
B8-0347/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het verwezenlijken van de tweestatenoplossing in het Midden-Oosten (2016/2998(RSP))


Charles Tannock, Bas Belder, Anna Elżbieta Fotyga, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen, Arne Gericke, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Zdzisław Krasnodębski, Ruža Tomašić, Raffaele Fitto, Karol Karski, Angel Dzhambazki, Jana Žitňanská namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het verwezenlijken van de tweestatenoplossing in het Midden-Oosten (2016/2998(RSP))  
B8‑0347/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 18 januari en 20 juni 2016 over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien het rapport van het Midden-Oostenkwartet van 1 juli 2016,

–  gezien de verklaring van het Midden-Oostenkwartet van 23 september 2016,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Israël, de EU en het Kwartet een via onderhandelingen tot stand gekomen tweestatenoplossing steunen als een manier om tot duurzame vrede te komen waarmee wordt voldaan aan de veiligheidsbehoeften van Israël en de Palestijnse aspiraties;

B.  overwegende dat 55 % van de Israëli's en slechts 44 % van de Palestijnen de tweestatenoplossing steunen, volgens een door de EU gefinancierde, gezamenlijke Israëlisch-Palestijnse opiniepeiling in februari 2017;

1.  herhaalt zijn niet-aflatende steun voor een via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing van twee staten voor twee volkeren met de wederzijdse erkenning van Palestina en Israël als de thuislanden van hun respectieve volkeren; is verheugd over het Arabische vredesinitiatief met een later bevestigde ruil van grond als basis voor een duurzame oplossing van het Arabisch-Israëlische conflict die is gericht op het waarborgen van vrede en veiligheid; steunt de onverwijlde hervatting van rechtstreekse bilaterale vredesonderhandelingen;

2.  doet een beroep op beide zijden om te werken aan het wegnemen van de spanningen door terughoudendheid te betrachten en zich te onthouden van provocerende maatregelen en retoriek; onderstreept dat de illegale bewapening en militaire activiteit, het aanhoudende gebrek aan Palestijnse eenheid, de niet-erkenning van het bestaansrecht van Israël, unilaterale maatregelen en de precaire humanitaire situatie in Gaza een bron vormen van instabiliteit en uiteindelijk een belemmering vormen voor de inspanningen met het oog op het verwezenlijken van een via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing;

3.  steunt uitdrukkelijk de regionale samenwerking tussen Israël en zijn buurlanden; betuigt andermaal zijn steun voor de belangrijke rol van het Kwartet en de regionale partners, zoals Egypte, Jordanië en Saoedi-Arabië, bij het zoeken naar een oplossing van het Arabisch-Israëlische conflict; doet een beroep op alle partijen om de dialoog en de praktische samenwerking te steunen, in het bijzonder over veiligheid, toegang tot water, sanitaire voorzieningen, energiebronnen en het stimuleren van de Palestijnse economie; looft in dit verband het project inzake de Rode Zee en de Dode Zee

4.  veroordeelt ten stelligste de aanhoudende Palestijnse gewelddaden, terroristische aanvallen en oproepen tot geweld, en onderstreept dat deze fundamenteel onverenigbaar zijn met een vreedzame oplossing van het conflict; onderstreept dat de betrokken instanties van de EU verantwoordelijk zijn om ervoor te blijven zorgen dat geen EU-middelen rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen worden gebruikt door terroristische organisaties of voor activiteiten die aanzetten tot geweld of het terrorisme rechtvaardigen en verheerlijken;

5.  veroordeelt ten stelligste de raketbeschietingen door terroristische groeperingen op Israëlisch grondgebied, en onderstreept het gevaar van escalatie; onderstreept dat de EU absoluut moet samenwerken met Israël, de Palestijnse Autoriteit, Egypte, Jordanië en de Verenigde Staten bij het voorkomen van de herbewapening van terroristische groeperingen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, alsmede van hun smokkel van wapens, vervaardiging van raketten en aanleg van tunnels; benadrukt nogmaals dat het, in overeenstemming met de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van juli 2014, absoluut noodzakelijk is alle terroristische groeperingen in Gaza te ontwapenen;

6.  toont zich diep verontrust over de situatie in Gaza met name ten aanzien van de huidige energiecrisis waarvan de sociale, economische en politieke gevolgen niet mogen worden onderschat; veroordeelt de onaanvaardbare activiteiten van de de facto autoriteiten in Gaza en herhaalt in dit verband dat de Palestijnse Autoriteit de controle over de Gazastrook moet overnemen;

7.  neemt met bezorgdheid kennis van de precaire watersituatie in Gaza en dringt er bij alle betrokken partijen op aan de hangende kwesties inzake de energievoorziening voor de ontzilting en waterzuivering in Gaza aan te pakken; wijst in dit verband op de internationale financiële steun voor een ontziltingsinstallatie in Gaza; herhaalt dat de EU, uitsluitend in overeenstemming met het trilaterale mechanisme voor financiële ondersteuning, specifieke, duidelijk gedefinieerde projecten in Gaza moet financieren en dat ervoor moet worden gezorgd dat deze financiering wordt ingezet voor de beoogde burgerbevolking;

8.  is ingenomen met en steunt de constructieve discussies tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit over de stabiliteit van de financiële sector, vooral het recente besluit van de Israëlische regering om te helpen de bancaire betrekkingen te handhaven, alsmede de aanhoudende vooruitgang bij het op één lijn brengen met de internationale normen van het stelsel voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (AML/CFT), met steun van internationale partners;

9.  stelt vast dat de conflicten in het Midden-Oosten een ernstige bedreiging voor de regio en de EU vormen; veroordeelt de ernstige dreigingen door jihadistische en andere terroristische organisaties voor de burgers van het Midden-Oosten en Europa; is van oordeel dat conflicten en instabiliteit aan de Israëlische grenzen een negatieve weerslag hebben op de vooruitzichten voor een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regeringen en parlementen van de leden van de VN-Veiligheidsraad, de afgezant van het Midden-Oostenkwartet, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad, het parlement en de regering van Egypte, het parlement en de regering van Jordanië, de Raad voor samenwerking van de Arabische Golfstaten en de leden van de Arabische Liga.

Juridische mededeling