Procedure : 2017/2703(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0397/2017

Ingediende teksten :

B8-0397/2017

Debatten :

PV 13/06/2017 - 11
CRE 13/06/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/06/2017 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0264

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 266kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0397/2017
7.6.2017
PE605.506v01-00
 
B8-0397/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))


Michèle Rivasi, Maria Heubuch, Heidi Hautala, Judith Sargentini, Bart Staes, Jordi Solé, Igor Šoltes namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))  
B8‑0397/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de politieke akkoorden die in de DRC werden gesloten op 31 december 2016 en 18 oktober 2016,

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 18 mei 2011 over uitdagingen voor de toekomst van de democratie en de eerbiediging van de grondwettelijke orde in de ACS- en EU-landen,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van 16 februari 2016 van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land, het verkiezingsproces en de zogenoemde nationale dialoog,

–  gezien de conclusies van de Raad van 6 maart 2017, 17 oktober 2016 en 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaring van 2 september 2015 van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika over de verkiezingen in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van 2 november 2016 en 15 augustus 2016 van de speciale VN-gezant voor het gebied van de Grote Meren over de situatie in de regio en Oost-Congo,

–  gezien het tussentijdse verslag van de deskundigengroep van de VN inzake de Democratische Republiek Congo van 28 december 2016,

–  gezien het gezamenlijke persbericht van 12 februari 2015 van de speciale rapporteur van de Afrikaanse Unie inzake mensenrechtenverdedigers en de speciale rapporteur van de Afrikaanse Unie inzake gevangenissen en detentieomstandigheden in Afrika over de mensenrechtensituatie na de gebeurtenissen rond de wijziging van de kieswet in de DRC,

–  gezien het rapport van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties MONUSCO-OHCHR over mensenrechtenschendingen in de DRC in verband met de gebeurtenissen van 19 december 2016,

–  gezien het voorlopige onderzoeksrapport van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties MONUSCO-OHCHR over mensenrechtenschendingen en geweld tijdens demonstraties in Kinshasa tussen 19 en 21 september 2016,

–  gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de VN in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, die in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien de conclusies van de Raad van de EU van 12 december 2016 en 29 mei 2017 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou die op 23 juni 2000 werd ondertekend en op 25 juni 2005 en 22 juni 2010 werd herzien,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien de verklaringen van Nairobi van december 2013,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in overeenstemming met de Congolese grondwet verkiezingen hadden moeten plaatsvinden in 2016;

B.  overwegende dat in de grondwet is vastgelegd dat een president niet meer dan twee ambtstermijnen kan dienen; overwegende dat de huidige president Joseph Kabila bijgevolg geen derde ambtstermijn mag dienen;

C.  overwegende dat president Kabila alles in het werk heeft gesteld om deze verkiezingen uit te stellen;

D.  overwegende dat de regerende partij in Congo AMP en de voornaamste coalitie van oppositiepartijen, de Groepering van krachten voor sociale en politieke verandering, op 31 december 2016 een belangrijk politiek akkoord hebben ondertekend na gesprekken onder bemiddeling van de nationale bisschopsconferentie van Congo (CENCO), waarin een politieke oplossing voor de verkiezingscrisis wordt geschetst; overwegende dat met dit akkoord de ambtstermijn van president Kabila wordt verlengd tot de verkiezing van een opvolger vóór eind 2017;

E.  overwegende dat er geen vooruitgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van het akkoord en dat de CENCO de bemiddeling daarom eind maart heeft stopgezet;

F.  overwegende dat president Kabila geen interim-premier uit de oppositie heeft aangesteld, hetgeen een schending vormt van het akkoord van december;

G.  overwegende dat de constitutionele crisis nog steeds gepaard gaat met ernstige onderdrukking van de oppositie, intimidatie van mensenrechtenverdedigers, de moord op en mishandeling van demonstranten, verdwijningen, eenzame opsluiting en de beknotting van de media;

H.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en vergadering in het land ernstig zijn ingeperkt, onder meer door het gebruik van buitensporig geweld tegen vreedzame demonstranten, journalisten, politieke leiders en anderen die zich verzetten tegen pogingen om president Kabila in staat te stellen langer aan de macht te blijven dan de in de grondwet vastgelegde twee termijnen;

I.  overwegende dat veiligheidstroepen in de Congolese hoofdstad Kinshasa ten minste 20 demonstranten hebben doodgeschoten die de straat opgingen om het aftreden van Kabila te eisen na afloop van zijn constitutionele ambtstermijn;

J.  overwegende dat eerdere protesten tegen het aanblijven van president Kabila in september 2016 hebben geleid tot gewelddadig optreden tegen demonstranten en oppositieleden; overwegende dat de VN melding heeft gemaakt van 422 slachtoffers van mensenrechtenschendingen door overheidsfunctionarissen in Kinshasa, waarbij 48 mensen om het leven kwamen en 143 mensen gewond raakten, acht journalisten en 288 anderen werden gearresteerd en onrechtmatig werden vastgehouden, terwijl panden van politieke partijen werden vernield;

K.  overwegende dat het door de VN ondersteunde radiostation Okapi en de Franstalige Belgische radio- en televisiezender (RTBF) tijdelijk uit de lucht zijn gehaald; overwegende dat Radio France Internationale (RFI) in Kinshasa is gesloten;

L.  overwegende dat de VN en meerdere mensenrechtenorganisaties hebben verklaard dat een groot aantal mensenrechtenschendingen wordt gepleegd door overheidsfunctionarissen en dat er slechts beperkte vooruitgang wordt geboekt bij het berechten van de voornaamste daders;

M.  overwegende dat er een nieuw conflict is ontstaan in de centrale regio Kasaï; overwegende dat in maart 2017 twee leden van de deskundigengroep van de VN inzake Congo zijn vermoord en dat opstandelingen diezelfde maand 40 politieagenten in een hinderlaag hebben gelokt en vermoord; overwegende dat de gevechten tussen opstandelingen en regeringstroepen volgens de VN hebben geleid tot ten minste 500 doden en 1 miljoen vluchtelingen; overwegende dat de VN 40 massagraven heeft gevonden; overwegende dat het leger van de DRC ervan wordt beschuldigd buitensporig geweld te hebben gebruikt, wat in strijd is met het internationaal humanitair recht;

N.  overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, op 8 maart 2017 heeft verzocht om de oprichting van een onderzoekscommissie om het geweld in de regio Kasaï te onderzoeken;

O.  overwegende dat de veiligheidssituatie in het oosten ook een punt van zorg blijft;

P.  overwegende dat informele of "ambachtelijke" mijnbouw goed is voor maar liefst een vijfde van de economische productie van het land en in Oost-Congo miljoenen mensen werk verschaft; overwegende dat het een gemakkelijke bron van inkomsten is voor zowel rebellen als corrupte regeringssoldaten, alsook voor handelaren uit buurlanden die rechtstreeks of via lokale gewapende medestanders opereren;

Q.  overwegende dat, als onderdeel van de inspanningen om de onderliggende oorzaken van het geweld in het oosten aan te pakken, de regering van de DRC, samen met tien andere landen en vier regionale en internationale instellingen, in februari 2013 een kader heeft vastgesteld om de vrede in het land te consolideren; overwegende dat de verschillende benaderingen die de Congolese regering en haar buitenlandse partners hebben gehanteerd, met inbegrip van het stabilisatieprogramma, op demobilisatie gerichte inspanningen en de hervorming van de veiligheidssector magere resultaten hebben opgeleverd;

1.  is zeer ontstemd over de vertragingen bij de organisatie van de volgende presidents- en parlementsverkiezingen in de DRC, die een ernstige schending van de Congolese grondwet vormen;

2.  is ingenomen met het tussen de Congolese partijen bereikte politieke akkoord waarin een oplossing voor de huidige crisis wordt geschetst, maar blijft zich grote zorgen maken over het gebrek aan vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van het akkoord;

3.  dringt er daarom bij president Kabila op aan de voorwaarden van het akkoord te eerbiedigen en toestemming te geven voor de organisatie van presidentsverkiezingen in 2017, waarbij hij zich niet verkiesbaar mag stellen;

4.  dringt er bij de Alliantie van de presidentiële meerderheid op aan te goeder trouw te onderhandelen over de tenuitvoerlegging van het akkoord en geen gebruik te maken van vertragingstactieken waardoor president Kabila nog langer aan de macht zou kunnen blijven;

5.  dringt er bij de Congolese regering op aan onmiddellijk in te gaan op onbeantwoorde vragen met betrekking tot de verkiezingskalender, de begroting voor de verkiezingen en de actualisering van het kiesregister, zodat de komende maanden vrije, eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden;

6.  brengt in herinnering dat de onafhankelijke nationale kiescommissie een onpartijdige en inclusieve instelling moet zijn met voldoende middelen om een uitgebreid en transparant proces mogelijk te maken;

7.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en goed bestuur zo spoedig mogelijk te ratificeren;

8.  veroordeelt ten zeerste al het gebruikte geweld, de schendingen van de mensenrechten, de willekeurige arrestaties en wederrechtelijke vrijheidsberoving, de politieke intimidatie van het maatschappelijk middenveld en leden van de oppositie, alsmede de schendingen van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in de context van de verkiezingscrisis in de DRC; dringt aan op de vrijlating van alle politieke gevangenen; is van mening dat hun opsluiting een ernstige schending vormt van de fundamentele waarden van de Overeenkomst van Cotonou;

9.  herinnert aan de toezegging die de DRC in het kader van de Overeenkomst van Cotonou heeft gedaan om de beginselen inzake democratie, rechtsstaat en mensenrechten te zullen eerbiedigen, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting en de media, goed bestuur en transparantie met betrekking tot politieke functies; spoort de Congolese regering aan om deze bepalingen na te komen overeenkomstig de artikelen 11b, 96 en 97 van de Overeenkomst van Cotonou;

10.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan een klimaat te herstellen dat bevorderlijk is voor de vrije en vreedzame uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering en voor de persvrijheid;

11.  beschouwt dit als een cruciale stap om te waarborgen dat de geplande verkiezingen vrij en eerlijk zullen verlopen, wanneer zij uiteindelijk plaatsvinden;

12.  roept de Congolese regering op het ministerieel decreet nr. 010 CAB/M-CM/LMO/010/2016 van 12 november 2016 inzake de regulering van radio- en televisie-uitzendingen door buitenlandse entiteiten onmiddellijk in te trekken, aangezien dit decreet het in artikel 24 van de Congolese grondwet vastgelegde recht op informatie op ongeoorloofde wijze inperkt;

13.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan de onafhankelijkheid en controleerbaarheid van de Congolese veiligheidsdiensten te waarborgen, inclusief de nationale inlichtingendienst en de politie; verzoekt de EU in dit verband haar bestaande programma's op het gebied van justitie en veiligheid in de DRC als drukmiddel te gebruiken om een dialoog af te dwingen met de Congolese autoriteiten over het voortdurende gewelddadige optreden van de veiligheidstroepen, en te overwegen deze programma's stop te zetten indien geen vooruitgang wordt geboekt;

14.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan een onderzoek en vervolging in te stellen naar functionarissen van de veiligheids- en inlichtingendiensten en anderen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en het illegale optreden tegen activisten, oppositieleiders en anderen die zich hebben verzet tegen de pogingen van president Kabila om langer aan de macht te blijven, en hen op passende wijze te bestraffen;

15.  dringt erop aan dat alle politieke gevangenen die om politieke redenen zijn vastgezet onmiddellijk en onvoorwaardelijk worden vrijgelaten en dat alle aanklachten tegen hen worden ingetrokken; wijst er nogmaals op dat de vrijlating van politieke gevangen deel uitmaakt van de in het akkoord van december vastgestelde vertrouwenwekkende maatregelen;

17.  is bezorgd over de recente berichten over ernstige schendingen van de mensenrechten en het humanitair recht door lokale milities in de regio Kasaï, met inbegrip van het inlijven en onrechtmatig inzetten van kindsoldaten en het doden van burgers door leden van de veiligheidstroepen van de DRC, die krachtens het internationaal recht mogelijk een oorlogsmisdrijf vormen; verzoekt om een onafhankelijk onderzoek naar de ontdekte massagraven, de gebeurtenissen en de mensenrechtenschendingen;

18.  wijst erop dat de Congolese autoriteiten hun ontwapenings-, demobilisatie- en re-integratieplan in het oosten traag ten uitvoer leggen; roept hen op hun inspanningen op te voeren en vraagt de internationale gemeenschap dit plan te steunen;

19.  is verheugd dat de Congolese autoriteiten zich inspannen om wetgeving toe te passen die de handel in en verwerking van mineralen verbiedt in gebieden waar mineralen illegaal worden geëxploiteerd, zoals gebieden die door gewapende groeperingen worden gecontroleerd; roept de Congolese autoriteiten op deze wetgeving strenger toe te passen om een eind te maken aan de illegale exploitatie van hun minerale hulpbronnen, en vraagt de DRC inspanningen te blijven leveren om de transparantie-initiatieven van de winningsindustrieën na te leven;

20.  betreurt de zeer toegevende benadering ten aanzien van de crisis in de DRC van de EU en begrijpt niet waarom de EU nog geen overleg heeft geopend uit hoofde van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, ondanks de voortdurende schendingen van essentiële bepalingen van deze overeenkomst door de autoriteiten van de DRC;

21.  is evenwel ingenomen met het feit dat de EU nu eindelijk gerichte sancties heeft opgelegd aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het hardhandig optreden tegen de oppositie en het uitstel van de verkiezingen, waaronder reisverboden en bevriezing van tegoeden;

22.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de Afrikaanse Unie, de ACS-EU-Raad van ministers, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, en de regering en het parlement van de Democratische Republiek Congo.

Juridische mededeling