Procedure : 2017/2703(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0398/2017

Ingediende teksten :

B8-0398/2017

Debatten :

PV 13/06/2017 - 11
CRE 13/06/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/06/2017 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0264

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 178kWORD 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0397/2017
7.6.2017
PE605.507v01-00
 
B8-0398/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))


Hilde Vautmans, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Ivo Vajgl namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))  
B8‑0398/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land,

–  gezien de politieke akkoorden die in de DRC gesloten werden op 18 oktober 2016 en 31 december 2016,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2293 (2016) over verlenging van het sanctieregime ten aanzien van de DRC en het mandaat van de groep van deskundigen, en resolutie 2277 (2016) over de verlenging van het mandaat van de Stabilisatiemissie van de VN in de DRC (Monusco),

–  gezien de persverklaringen van de VN-Veiligheidsraad van 15 juli 2016, 21 september 2016 en 24 februari 2017 over de situatie in de DRC, en de persverklaring van 29 maart 2017 over de dood van twee leden van de groep van deskundigen inzake de DRC,

–  gezien de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 6 maart 2017 over de DRC,

–  gezien het jaarverslag van de EU inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2015, dat op 20 juni 2016 door de Raad van de Europese Unie is aangenomen,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van 16 februari 2017 van de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 27 januari 2017 van de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien op de verklaring van de Afrikaanse Unie over de beginselen voor democratische verkiezingen in Afrika (2002),

–  gezien het Internationaal handvest van de rechten van de mens van de VN,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in de aanloop naar de uiterste datum 19 december 2016, die het einde markeerde van het tweede en laatste grondwettelijke mandaat van president Joseph Kabila, de Democratische Republiek Congo veel bloedvergieten en brute politieke onderdrukking heeft gekend;

B.  overwegende dat op 31 december 2016 een door de kerk bemiddeld akkoord is bereikt tussen de regering en de oppositie over een vreedzame politieke overgang; overwegende dat het akkoord voorzag in eind 2017 door een overgangsregering te organiseren presidentsverkiezingen die de afsluiting van de politieke overgang zouden moeten vormen; overwegende dat in de overeenkomst de grondslag is gelegd voor een nationale overgangsraad die de overeenkomst zou moeten uitvoeren;

C.  overwegende dat de dood op 1 februari 2017 van de oppositieleider Etienne Tshisekedi, die het hoofd zou worden van de nationale overgangsraad, geleid heeft tot een confrontatie over de successie tussen oppositieleiders en ruzie met de regering over wie de heer Tshisekedi zou moeten opvolgen als leider van de coalitie van oppositiepartijen onder de naam "Rassemblement"; overwegende dat het lichaam van de heer Tshisekedi nog steeds in een mortuarium in Brussel verblijft als gevolg van langdurige onenigheid tussen zijn familie, zijn partij en de Congolese autoriteiten over de locatie van zijn laatste rustplaats;

D.  overwegende dat aan de voortgang van de uitvoering van de overeenkomst een einde is gekomen en het onbeduidende onderlinge gekibbel is toegenomen; overwegende dat, als resultaat hiervan en van een gebrek aan oprechte politieke bereidheid om tot een akkoord te komen, de katholieke bisschoppen hun poging om een akkoord over een machtsdeling tussen de regering en de oppositie te bereiken op 27 maart hebben opgegeven; overwegende dat president Joseph Kabila deze gelegenheid heeft aangegrepen om een voor hem voordelig spel te spelen door op 16 april 2017 zijn regering te herschikken, wat kan worden gezien als een poging om de oppositie tegemoet te komen;

E.  overwegende dat, uit hoofde van het akkoord van 31 december 2016, president Joseph Kabila tijdens de verkiezingen eind 2017 aan de macht zou blijven; overwegende dat er een actualisering en controle van de kiezerslijst nodig was; overwegende dat, op verzoek van de Congolese kiesraad, een door de Internationale Organisatie van de Francofonie (OIF) benoemd team van zeven deskundigen de opdracht heeft uitgevoerd om de registratie van kiezers in Kinshasa, Goma en vijf andere kiesdistricten in Kongo-Central te evalueren; overwegende dat de OIF verklaard heeft dat het registratieproces goed van start is gegaan maar er een dringende behoefte is om het proces tot het gehele grondgebied van Congo uit te breiden, ondanks de veiligheidsrisico's, en een verkiezingskalender bekend te maken;

F.  overwegende dat de politieke impasse een reeds groeiende onrust in het gehele land heeft doen toenemen, met gewelddadige conflicten op provincieniveau in Ituri en Noord- en Zuid-Kivu; overwegende dat melding is gemaakt van meer confrontaties in Tanganika, op de grens met Zuid-Sudan en Kongo-Central; overwegende dat alle partijen in het langdurige conflict gebruikmaken van verkrachting en ander vormen van seksueel geweld als oorlogstactiek, met name in de oostelijke provincie Kivu;

G.  overwegende dat in de regio Kasaï sinds augustus 2016 honderden zijn gedood in confrontaties tussen milities en regeringstroepen, en de crisis een zeer verontrustend niveau heeft bereikt na de moord op militieleider Kamwina Nsapu; overwegende dat, volgens de VN, het dodelijk geweld in Kasaï in de laatste acht maanden meer dan een miljoen mensen heeft gedwongen hun huizen te verlaten, waardoor sinds september 2016 400 000 kinderen met de hongerdood worden bedreigd en 400 mensen omgekomen zijn; overwegende dat sinds augustus 2016 de Verenigde Naties 40 massagraven hebben ontdekt in Kasaï; overwegende dat 165 Congolese maatschappelijke en mensenrechtenorganisaties hebben verzocht om een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de massale schendingen van mensenrechten in de provincies Kasaï en Lomami, en hebben verklaard dat zowel regeringstroepen als milities zich aan deze misdrijven schuldig maken;

H.  overwegende dat in maart 2017 twee deskundigen van de Verenigde Naties, mevrouw Zaida Catalan en de heer Michael Sharp, bij hun onderzoek naar verkrachtingen, bloedbaden en exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, in de regio Kasaï door een groep mannen doodgeschoten zijn; overwegende dat Congolese autoriteiten op 21 mei 2017 gezegd hebben dat zij het onderzoek naar de moord op de twee deskundigen hebben afgerond en twee verdachten in de zaak spoedig voor de rechter zouden verschijnen; overwegende dat op 23 mei 2017 een vergadering van de VN-Veiligheidsraad is gehouden over het onderzoek naar de toedracht; overwegende dat mevrouw Catalan meer dan 100 bestanden in een map op haar computer heeft achtergelaten, waaronder bestanden met bewijzen dat ten minste een overheidsfunctionaris zou kunnen zijn betrokken bij het geweld van de milities;

I.  overwegende dat op 12 december 2016 de Europese Unie sancties heeft vastgesteld tegen zeven Congolezen in de vorm van reisverboden en bevriezing van tegoeden en op 29 mei 2017 in het kader van een aanpak van de verslechterende situatie in het land deze sancties tegen nog eens negen andere leidinggevende veiligheidsfunctionarissen heeft afgekondigd;

J.  overwegende dat volgens het algemeen verslag van het Internal Displacement Monitoring Centre (IDMC), zoals op 22 mei 2017 geciteerd door de Noorse vluchtelingenraad, de DRC wereldwijd het hoogste aantal vluchtelingen voor een intern conflict kent, met in 2016 meer dan 922 000 mensen die gedwongen hun woningen hebben verlaten; overwegende dat 2,2 miljoen mensen intern ontheemd zijn en meer dan 550 000 het land zijn ontvlucht, en overwegende dat naar schatting 7,3 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben;

K.  overwegende dat op 30 mei 2017 Unicef heeft gemeld dat meer dan 9 000 uit de DRC gevluchte kinderen, die in twee tijdelijke centra in Dundo, een stad in het noorden van Angola, zijn opgevangen, dringende hulp behoeven, daaraan toevoegend dat tot dusverre meer dan 25 000 vluchtelingen Angola hebben bereikt, na te zijn gevlucht voor het geweld in de provincie Kasaï in de DRC; overwegende dat de voedselbevoorrading van steden zoals Kananga, Tshikapa, Luebo, Mbuji Mayi, Muene, Ditu en Luiza, met een verhongerende bevolking en een ontwrichte sociale orde, bijzonder moeilijk is geworden;

L.  overwegende dat, naast de politieke instabiliteit, de Congolese economie kwakkelt vanwege een snelle geldontwaarding en een lage buitenlandse reserve als gevolg van de lage prijzen voor mineralen, met een inflatie die van minder dan 2 % in 2015 omhoog geschoten is tot meer dan 25 % in 2016; overwegende dat de DRC zich in het laagste 10e percentiel van de minst ontwikkelde landen in de wereld bevindt, en volgens het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties op de index voor menselijke ontwikkeling van 188 landen op de 176e plaats staat;

1.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de moord op leider Kamwina Nsapu, de leider die aan de basis stond van de volksopstand in Groot-Kasaï; neemt nota van de vrijgave van het stoffelijk overschot van Kamwina Nsapu, zodat hij kan worden begraven als traditionele leider volgens de ancestrale riten en gebruiken; eist dat de regering van de DRC de repatriëring van het lijk van wijlen Etienne Tshisekedi toelaat zodat hij in zijn geboorteland ter aarde kan worden besteld;

2.  spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de massagraven die zijn ontdekt in de regio van Groot-Kasaï en de heropleving van geweld in de noordelijke en oostelijke delen van de DRC; veroordeelt krachtig alle vormen van geweld en schendingen van mensenrechten in het land, ongeacht wie hiervoor verantwoordelijk is; verzoekt de Congolese autoriteiten, in het licht van de betrokkenheid van regeringstroepen hierbij, onverwijld een onafhankelijk internationaal onderzoek mogelijk te maken; benadrukt dat aan seksueel geweld geen einde komt zolang de daders, waaronder de leiders met de bevelvoering, niet voor de rechter worden gebracht;

3.  betuigt opnieuw zijn krachtige steun aan het politiek akkoord van 31 december 2016, en zijn oproep voor vreedzame, geloofwaardige, vrije, eerlijke en inclusieve verkiezingen in december 2017, die leiden tot een democratische overdracht van de macht; verzoekt alle Congolese partners weer tot een positievere en meer vruchtbare opstelling te komen, en de politieke bereidheid te blijven tonen die tot de ondertekening van het akkoord heeft geleid, en zodoende nog meer onveiligheid in de DRC te voorkomen;

4.  eist van de regering van de DRC de volledige uitvoering van vertrouwenwekkende maatregelen; wijst er nogmaals op dat de veiligheidsproblemen niet mogen leiden tot vertraging van de actieve en loyale voorbereiding van de verkiezingen, gezien het feit dat deze verkiezingen de enige en beste manier zijn om duurzame vrede en veiligheid in de DRC te waarborgen;

5.  herhaalt zijn toezegging om de uitvoering van het akkoord te steunen, in nauwe samenwerking met de Afrikaanse Unie en regionale mechanismen, en zijn vastbeslotenheid om de situatie in de DRC nauwgezet te blijven volgen, met name wat betreft de inachtneming van de mensenrechten, de veiligheidssituatie ter plaatse en de inspanningen om een geloofwaardig verkiezingsproces met succes af te ronden;

6.  verzoekt nieuwe dringende maatregelen te treffen om de verkiezingskalender en een realistische en consensuele begroting vast te stellen, zodat de verkiezingen voor eind 2017 kunnen worden gehouden; onderstreept dat de onafhankelijke nationale kiescommissie verantwoordelijk is voor, en een cruciale rol dient te spelen bij het tot stand brengen van een democratisch en geloofwaardig verkiezingsproces;

7.  is ernstig bezorgd over de ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door lokale milities, met inbegrip van het onrechtmatig ronselen en inzetten van kindsoldaten, alsook het doden van burgers door leden van de veiligheidstroepen van de DRC, welke feiten op grond van het internationaal recht mogelijk als oorlogsmisdrijven kunnen worden gekwalificeerd;

8.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de moord op twee VN-medewerkers die zich inzetten voor de bevordering van vrede en veiligheid in het land; spreekt hun familieleden zijn welgemeende gevoelens van medeleven uit; eist dat volledige duidelijkheid wordt verschaft over dit ernstige misdrijf, en verzoekt de Congolese autoriteiten in aansluitende onderzoeken nauw samen te werken met de VN; verleent zijn volledige steun aan de groep deskundigen van de VN, waarvan de leden cruciaal werk verrichten in de DRC;

9.  is ingenomen met de sancties die de Europese Unie op 12 december 2016 in de vorm van reisverboden en bevriezing van tegoeden heeft vastgesteld tegen zeven Congolezen, en op 29 mei 2017 tegen nog eens negen Congolese functionarissen; is verheugd over het besluit van de VS om generaal François Olenga, hoofd van de militaire structuur van president Kabila, in een lijst van "speciaal aangewezen burgers" op te nemen, van wie alle tegoeden in de VS bevroren worden en met wie VS-burgers geen financiële transacties mogen aangaan; verzoekt om nadere onderzoeken naar en uitbreiding van sancties tegen de verantwoordelijken, op het hoogste regeringsniveau, voor het geweld en de misdrijven die in de DRC zijn begaan en voor de roof van de natuurlijke hulpbronnen van het land, in overeenstemming met de onderzoeken die de groep deskundigen van de VN heeft uitgevoerd; benadrukt dat de sancties de bevriezing van tegoeden en een reisverbod naar de EU moeten omvatten;

10.  herhaalt zijn volledige steun aan Monusco en de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de Democratische Republiek Congo; betreurt het passieve optreden van de 17 000 man sterke Monusco-troepenmacht, de belangrijkste VN-missie wat betreft manschappen en begroting, en welk optreden – met uitzondering van dat van de 3 000 man sterke interventiebrigade – geen doeltreffende bescherming van de bevolking biedt; is ingenomen met resolutie 2348 (2017) van de VN-Veiligheidsraad, waarbij het mandaat van Monusco tot 31 maart 2018 verlengd is; benadrukt dat het oorspronkelijke en huidige mandaat dat op alle VN-troepen in het land van toepassing is, de "neutralisering van gewapende groepen" betreft; eist dat de gehele Monusco-troepenmacht de bevolking volledige bescherming biedt tegen de gewapende groepen en tussenbeide komt om vrouwen tegen verkrachting en ander seksueel geweld te beschermen en geen enkele beperking aanvaardt op grond van nationale bevelen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van de Democratische Republiek Congo, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Mensenrechtenraad en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

Juridische mededeling