Procedure : 2017/2703(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0399/2017

Ingediende teksten :

B8-0399/2017

Debatten :

PV 13/06/2017 - 11
CRE 13/06/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/06/2017 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0264

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 277kWORD 57k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0397/2017
7.6.2017
PE605.509v01-00
 
B8-0399/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de Democratische Republiek Congo  (2017/2703(RSP))


Marie-Christine Vergiat, Merja Kyllönen, Javier Couso Permuy, Kateřina Konečná, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Kostas Chrysogonos, Sabine Lösing, Lola Sánchez Caldentey, Estefanía Torres Martínez, Tania González Peñas, Miguel Urbán Crespo, Xabier Benito Ziluaga, Neoklis Sylikiotis, Takis Hadjigeorgiou namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de Democratische Republiek Congo  (2017/2703(RSP))  
B8‑0399/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties, met name die van 7 oktober 2010 over falende bescherming van de mensenrechten en justitie in de Democratische Republiek Congo(1), en de resoluties van de Paritaire Parlementaire Vergadering van de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de Europese Unie (ACS-EU),

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien de op 18 februari 2006 aangenomen grondwet van de Democratische Republiek Congo (DRC), en met name artikel 56, dat bepaalt: "elke handeling, overeenkomst of regeling die, of elk ander feit dat erin resulteert dat het land en/of natuurlijke of rechtspersonen de middelen van bestaan die zij op basis van hun hulpbronnen of natuurlijke rijkdommen verwerven geheel of gedeeltelijk worden ontnomen, wordt, onverminderd de internationale bepalingen inzake economische misdaden, is plundering en als zodanig een wettelijk strafbaar feit",

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de resoluties van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC en van 2 augustus 2016 en 24 augustus 2016 over het verkiezingsproces na de aanvang van de nationale dialoog in de DRC,

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie in de DRC over de situatie van de mensenrechten in het land, en met name de verklaringen van 23 november 2016 en 24 augustus 2016,

–  gezien het op 27 juli 2015 gepubliceerde jaarverslag van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag van Genève van 1949 en protocol II daarbij, op grond waarvan standrechtelijke executies, verkrachting, gedwongen rekrutering en andere wreedheden verboden zijn,

–  gelet op het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 20 november 1989,

–  gezien het akkoord over de Europese verordening inzake conflictmineralen, dat op 15 juni 2016 door de lidstaten is bekrachtigd,

–  gezien het rapport van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) van 15 april 2015 over de illegale ontginning van en handel in natuurlijke hulpbronnen door georganiseerde criminele groeperingen,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het onvermogen van de Verenigde Naties (VN) om een samenhangende reactie op de volkerenmoord en de gevolgen ervan te formuleren, alsook de medeplichtigheid van landen met belangen in de regio, zoals de Verenigde Staten, België en Frankrijk, tot een dramatische situatie hebben geleid, waarbij sinds 1996 honderdduizenden of zelfs miljoenen – volgens sommige ngo's wel zes miljoen – doden zijn gevallen; overwegende dat de Belgische regering Clément Kanku steunde, de voormalig minister van Ontwikkeling, die deze maand is ontslagen en nauwe banden had met de milities in de Kasaï-regio;

B.  overwegende dat de Congolese president, Joseph Kabila, die sinds 2001 aan de macht is, de verkiezingen heeft uitgesteld en aan de macht is gebleven na afloop van zijn constitutionele ambtstermijn; overwegende dat dit heeft geleid tot ongekende politieke spanningen, onrust en geweld in het hele land;

C.  overwegende dat het mandaat van de president van de DRC krachtens de Congolese grondwet tot twee ambtsperioden wordt beperkt en dat Joseph Kabila volgens die overeenkomst aan de macht zal blijven tot er, uiterlijk in december 2017, parlements- en presidentsverkiezingen worden gehouden;

D.  overwegende dat de DRC sinds 2012 opnieuw door instabiliteit gekenmerkt wordt en dat als gevolg daarvan bij gevechten en gewelddaden duizenden slachtoffers gevallen zijn, voornamelijk in de provincies Noord-Kivu en Zuid-Kivu, in het oosten van het land;

E.  overwegende dat de situatie in de Kasaï-regio is zeer ingewikkeld is en dat er tussen de milities en regeringstroepen onrust is sinds de traditionele leider Kamwina Nsapu om het leven is gekomen tijdens een militaire operatie na een opstand tegen de autoriteiten van Kinshasa in augustus 2016;

F.  overwegende dat er sinds 20 december 2016 al enige bemiddeling heeft plaatsgevonden onder leiding van minister van Binnenlandse Zaken Shadari Ramazani, die met de familie van de overleden traditionele leider onderhandelt;

G.  overwegende dat de overeenkomst van 31 december 2016 al een stap in de goede richting was, die garandeert president Kabila geen derde ambtstermijn zal ambiëren en waarin de grondslagen worden gelegd voor een "nationale overgangsraad"; overwegende dat dit de eerste vreedzame machtsoverdracht in de DRC kan worden sinds de onafhankelijkheid in 1960; overwegende dat de voorbereidingen voor de nieuwe verkiezingen al aan de gang zijn en dat er tot dusver 24 miljoen kiezers geregistreerd zijn;

H.  overwegende dat de rebellen de opstand tegen de regering de afgelopen weken hebben opgevoerd, waardoor aan beide zijden tientallen doden zijn gevallen; overwegende dat de Amerikaan Michael Sharp en de Zweed Zaida Catalan, twee VN-deskundigen die al twee weken vermist waren, op 29 maart 2017 dood zijn teruggevonden in centraal-Kasaï; overwegende dat de regering van de DRC op 13 maart had laten weten dat zij "in handen waren gevallen van niet-geïdentificeerde negatieve krachten"; overwegende dat de regering van de DRC op 23 maart in Kinshasa een video aan verslaggevers liet zien en beweerde dat daarin te zien was hoe leden van een regeringsvijandige militie de twee deskundigen vermoordden, maar niet uitlegde hoe ze de video had verkregen; overwegende dat de VN haar eigen onderzoek naar de moorden voert;

I.  overwegende dat er, ondanks de weigering van een aantal partijen om de overeenkomst van december volledig uit te voeren, nog enige ruimte is om overleg te faciliteren, hoewel het niet duidelijk hoe is de sancties die de Europese Raad op 29 mei 2017 heeft opgelegd, van nut zullen zijn tenzij er op alle partijen druk wordt uitgeoefend en er blijk is van geloofwaardige plannen voor overleg; overwegende dat de Afrikaanse Unie (AU) zich waarschijnlijk tegen de nieuwe sancties zal kanten;

J.  overwegende dat president Kabila op 30 mei 2017 in centraal-Kasaï is aangekomen; overwegende dat de opvolger van de grote traditionele leider Kamuina Nsapu aanwezig was en dat dit kon worden beschouwd als een teken van verzoening en een bewijs van de reële bereidheid van beide partijen om vrede te sluiten in de Kasaï-regio;

K.  overwegende dat er sinds augustus 2016 ongeveer 4 000 slachtoffers zijn gevallen, 30 000 mensen naar Angola zijn gevlucht en meer dan anderhalf miljoen mensen intern ontheemd zijn geraakt, d.w.z. 7 % van de totale bevolking van het land; overwegende dat meer dan 400 000 Congolese vluchtelingen nog altijd in ballingschap leven; overwegende dat er in de DRC vluchtelingen aankomen die de ernstige humanitaire crisis in het buurland de Centraal-Afrikaanse Republiek ontvluchten;

L.   overwegende dat de vele oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, de grootschalige schendingen van de mensenrechten, het harde optreden tegen tegenstanders, de massale verkrachtingen van vrouwen en jonge meisjes, en de gedwongen rekrutering – ook van kinderen – als strijders gemeengoed zijn in de DRC;

M.  overwegende dat multinationals gewapende groeperingen financieren om de Congolese bodemschatten te kunnen blijven exploiteren; overwegende dat de DRC 80 % van de bekende coltanvoorraden bezit, een mineraal dat vooral gebruikt wordt in condensatoren van computers en draagbare telefoons, maar dat de multinationals en niet de Congolese bevolking van die rijkdom profiteren; overwegende dat deze gang van zaken herhaaldelijk aan de kaak is gesteld in rapporten van de Verenigde Naties; overwegende dat Ibrahim Thiaw, adjunct-uitvoerend directeur van het UNEP, in april 2015 heeft verklaard dat er jaarlijks voor meer dan 1 miljard USD aan natuurlijke rijkdommen wordt geëxploiteerd en dat het merendeel van de winst – tot 98 % – wordt opgestreken door internationale conglomeraten, terwijl de resterende 2 % terechtkomt bij gewapende groeperingen in de DRC; overwegende dat de lidstaten op 15 juni 2016 een akkoord hebben bereikt over de Europese verordening inzake conflictmineralen, die echter volstrekt ontoereikend is omdat ze slechts betrekking heeft op ruwe producten, d.w.z. 10 tot 15 % van de Europese import;

N.   overwegende dat de internationale financiële instellingen, en in de eerste plaats de Wereldbank, het land met hun structurele-aanpassingsplannen nog verder hebben verzwakt doordat ze er, met name in de mijnbouwsector, een juridisch en fiscaal paradijs voor multinationals van hebben gemaakt; overwegende dat ten gevolge van die aanpassingsprogramma's de pijlers van de Congolese economie zijn ingestort en duizenden werknemers hun baan hebben verloren, waardoor mensen hun bestaansmiddelen zijn kwijtgeraakt en hun levensomstandigheden hebben zien verslechteren ten gunste van grote industriële conglomeraten;

1.  veroordeelt de repressie door het leger en de veiligheidstroepen; vraagt dat alle personen die op willekeurige gronden worden vastgehouden, onmiddellijk en onvoorwaardelijk worden vrijgelaten;

2.  is bijzonder bezorgd over het opnieuw oplaaiende geweld in de aanloop naar de verkiezingen; benadrukt dat het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering moet worden geëerbiedigd en beschermd, en veroordeelt alle vormen van intimidatie en pesterijen, ook door het gerechtelijk apparaat, van mensenrechtenactivisten, journalisten, politieke tegenstanders en andere onafhankelijke of kritische stemmen;

3.  is van oordeel dat het tegengaan van straffeloosheid bij schendingen van het humanitair recht en bij economische en financiële misdrijven een van de noodzakelijke voorwaarden is voor herstel van de vrede in de DRC;

4.  is het met de AU en de VN eens dat alleen een dialoog met alle partijen en vertegenwoordigers van de Congolese samenleving en met strikte eerbiediging van de grondwet en de belangen van de bevolking, alsook een proces van vrije, eerlijke, transparante en geloofwaardige verkiezingen de politieke spanningen in het land zullen helpen verlichten;

5.  is met name bezorgd over de situatie van vrouwen in het land en over de misdrijven en discriminatie waarvan zij het slachtoffer zijn; acht het van essentieel belang dat de autoriteiten en de internationale gemeenschap zich sterker inspannen om een einde te maken aan massale verkrachtingen als oorlogswapen, om de toegang tot openbare en gratis gezondheidszorg, en met name reproductieve gezondheidszorg, anticonceptie en abortuszorg te garanderen, en om daadwerkelijke gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen;

6.  is van oordeel dat het voor de autoriteiten en de internationale gemeenschap een prioriteit moet zijn om een einde te maken aan het verschijnsel van kindsoldaten;

7.  hekelt het feit dat de basisbehoeften van de Congolese bevolking stelselmatig worden opgeofferd ten voordele van de economische en geopolitieke belangen van multinationals en buitenlandse mogendheden;

8.  is dan ook van mening dat de dramatische situatie in het oosten van de DRC op lange termijn kan worden opgelost als er maatregelen worden genomen opdat de natuurlijke hulpbronnen eindelijk ten goede komen aan de bevolking; benadrukt dat het land daartoe zijn soevereiniteit over zijn natuurlijke rijkdommen moet terugkrijgen door controle uit te oefenen over de activiteiten van buitenlandse multinationals en door nationale infrastructuur te ontwikkelen om zijn grondstoffen te ontginnen, te verwerken en te verhandelen, wat betekent dat alle mijnbouw- en bosbouwcontracten overeenkomstig artikel 56 van de Congolese grondwet moeten worden herzien en ingetrokken om ervoor te zorgen dat deze voordelen ten goede komen aan zoveel mogelijk mensen in plaats van aan een kleine minderheid;

9.  herhaalt dat het recht van de DRC op voedselsoevereiniteit moet worden gewaarborgd, wat inhoudt dat de boeren het recht moeten hebben om voedsel te produceren voor hun volk, dat er een einde wordt gemaakt aan landroof en dat de landbouwers toegang krijgen tot grond, zaaigoed en water;

10.  vraagt de internationale gemeenschap, en met name België, de obstakels voor de ontwikkeling van de DRC en dus voor vrede uit de weg te ruimen door de schuldaflossingen en de rente die het land nog altijd betaalt, af te schaffen en echte internationale samenwerking aan te gaan, met eerbiediging van de fundamentele mensenrechten en de soevereiniteit van het Congolese staat, in plaats van vrijhandelsovereenkomsten en structurele-aanpassingsplannen op te dringen; verzoekt de autoriteiten van de DRC te eisen dat hun schuld aan een audit wordt onderworpen en dat alle onrechtmatige schulden bij buitenlandse crediteuren worden kwijtgescholden, zodat de schuld totaal kan worden weggewerkt en in de menselijke basisbehoeften van hun bevolking kan worden voorzien;

11.  vraagt de EU en haar lidstaten meer financiële en humanitaire hulp te bieden om in de dringende behoeften van de bevolking te voorzien; verzoekt de EU en haar lidstaten hun hulp in de vorm van subsidies te verstrekken en niet in de vorm van leningen, teneinde de schuldenlast niet te verzwaren; betreurt het dat veel EU-lidstaten de doelstelling om 0,7 % van hun bni aan ontwikkelingshulp te besteden, niet hebben verwezenlijkt en dat sommige lidstaten het voor ontwikkelingshulp bestemde percentage hebben verlaagd; betreurt het dat sommige lidstaten niet aan voedselhulpprogramma's deelnemen;

12.  beklemtoont dat ontwikkelingshulp niet mag worden gebruikt om de grenzen te bewaken of de terugname van migranten af te dwingen; vraagt dat de bijstand van de Unie en haar lidstaten aan de DRC prioritair wordt ingezet voor het oplossen van de problemen in verband met de enorme ongelijkheid, de armoede, de chronische ondervoeding, de toegang tot gezondheidszorg en openbare diensten, waaronder reproductieve gezondheidszorg, alsook ter verwezenlijking van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling; vraagt voorts dat er meer voedselhulp wordt geboden en dat die in de eerste plaats wordt gebruikt om voedsel te kopen bij lokale boeren;

13.  verklaart nogmaals dat de activiteiten van Europese bedrijven die in derde landen werkzaam zijn, volledig in overeenstemming moeten zijn met de internationale mensenrechtennormen; verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat bedrijven die onder hun nationaal recht vallen, verplicht blijven om de mensenrechten te eerbiedigen en de hun opgelegde sociale, gezondheids- en milieunormen in acht te nemen wanneer zij hun activiteiten in een derde land opzetten of uitvoeren; verzoekt de Commissie en de lidstaten de nodige maatregelen te nemen tegen Europese bedrijven die deze normen niet naleven of die de slachtoffers van mensenrechtenschendingen waarvoor zij direct of indirect verantwoordelijk zijn, geen behoorlijke schadevergoeding bieden; vraagt dat het akkoord dat de lidstaten op 15 juni 2016 hebben bereikt over de Europese verordening inzake conflictmineralen spoedig wordt uitgevoerd en dat er op het niveau van de EU en de VN verder werk wordt gemaakt van een uitbreiding van de internationale wetgeving ter zake;

14.  vraagt met name dat de DRC een onafhankelijk onderzoek instelt naar de sociale en milieunormen van Europese bedrijven, met name in de sector natuurlijke hulpbronnen, en naar de banden die deze bedrijven kunnen hebben met de financiering van gewapende groeperingen; vraagt ook dat er een internationaal onderzoek wordt ingesteld naar het eventuele verband tussen de structurele-aanpassingsplannen, de financiële steun van internationale financiële instellingen en misdrijven die in het land worden gepleegd;

15.  is tegen elke poging om het migratiebeleid van de EU uit te besteden aan derde landen; hekelt het feit dat het proces van Rabat, waar de DRC partij bij is, het niet mogelijk maakt om de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken, maar louter terugkeer- en overnamebeleid bevordert; is van mening dat dit beleid in strijd is het recht op vrij verkeer en het recht op asiel en vraagt in dit verband dat de onderhandelingen met de DRC in het kader van het proces van Rabat onmiddellijk worden stopgezet;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de regeringen van de landen in het gebied van de Grote Meren, de president, de premier en het parlement van de Democratische Republiek Congo, de secretaris-generaal van de VN, de VN-Mensenrechtenraad en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

(1)

PB C 371 E van 20.12.2011, blz. 1.

Juridische mededeling