Procedure : 2017/2703(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0400/2017

Ingediende teksten :

B8-0400/2017

Debatten :

PV 13/06/2017 - 11
CRE 13/06/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/06/2017 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0264

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 259kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0397/2017
7.6.2017
PE605.510v01-00
 
B8-0400/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))


Charles Tannock, Arne Gericke, Anna Elżbieta Fotyga namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))  
B8‑0400/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de DRC over de mensenrechtensituatie in het land,

–  gezien de politieke akkoorden die in de DRC bereikt zijn op 31 december 2016,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, van 1 januari 2017 over het feit dat er geen akkoord kon worden bereikt in de DRC,

–  gezien de conclusies van de Raad van 17 oktober 2016 over de DRC,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC en met name resolutie nr. 2348 (2017) over de situatie in de DRC,

–  gezien het verslag van 10 maart 2017 van de secretaris-generaal van de VN over de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de DRC (MONUSCO),

–  gezien de persverklaringen van de VN-Veiligheidsraad van 24 februari 2017 over de situatie in de DRC,

–  gezien het eindverslag van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie (EU-EOM) in de DRC,

–  gezien de verklaring van 4 januari 2017 van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad,

–  gezien het nationaal indicatief programma voor 2014-2020 van het 11e Europees Ontwikkelingsfonds, waarin voorrang wordt gegeven aan het versterken van democratie, bestuur en rechtsstaat,

–  gezien de resoluties van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, van 18 mei 2011 over uitdagingen voor de toekomst van de democratie en de eerbiediging van de grondwettelijke orde in de ACS- en EU-landen, en van 27 november 2013 over de eerbiediging van de rechtsstaat en de rol van een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke macht,

–  gezien de grondwet van de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de verklaring van 2002 van de Afrikaanse Unie over de beginselen voor democratische verkiezingen in Afrika,

–  gezien het Internationaal handvest van de rechten van de mens van de VN,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de DRC gebukt gaat onder aanhoudende golven van geweld, geweld tussen verschillende gemeenschappen en botsingen tussen rivaliserende milities, met onder meer aanvallen op vreedzame burgers, religieuze instellingen, leden van het maatschappelijk middenveld en VN-vredeshandhavers;

B.  overwegende dat president Joseph Kabila de ‘uitgebreide en inclusieve politieke overeenkomst’ die op 31 december 2016 in Kinshasa is bereikt en waarmee de president zich verbond tot het uitschrijven van vrije verkiezingen en tot een soepele machtsoverdracht tegen eind 2017, niet in praktijk heeft gebracht;

C.  overwegende dat de katholieke bisschoppen in de DRC die hebben bemiddeld voor de overeenkomst van december 2016, niet willen deelnemen aan verdere onderhandelingen aangezien het volgens hen ontbreekt aan politieke bereidheid om de belangen en veiligheid van het land op de eerste plaats te laten komen;

D.  overwegende dat president Kabila beweert dat zijn regering de kosten van de verkiezingen, ter hoogte van 1,6 miljoen EUR, niet kan betalen, en dit als rechtvaardiging gebruikt om geen verkiezingen te houden;

E.  overwegende dat in de provincie Kasaï 42 massagraven zijn gevonden en dat in ten minste 30 van deze graven kinderen liggen die vermoedelijk door soldaten zijn gedood;

F.  overwegende dat in de provincie Kasaï sinds het begin van 2017 al minstens 500 mensen zijn gedood, onder wie 85 politieagenten, 39 soldaten en 390 rebellen;

G.  overwegende dat sinds 2013 ruim 2,2 miljoen mensen hun huis zijn ontvlucht en dat ruim de helft van hen dit hebben gedaan tijdens het voorbije jaar;

H.  overwegende dat meer dan 400 000 kinderen op het punt staan te verhongeren, en overwegende dat Unicef en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) meer geld nodig hebben om de problemen in de DRC aan te pakken;

I.  overwegende dat de DRC met ernstige uitbraken van cholera en ebola kampt; overwegende dat in de DRC alleen al dit jaar 10 982 gevallen van cholera zijn vastgesteld, waarvan 349 met dodelijke afloop, en dat ongeveer 400 mensen worden behandeld voor ebola; 

J.  overwegende dat president Kabila is beschuldigd van betrokkenheid bij verdachte bankoverschrijvingen en de dubieuze verkoop van mijnbouwvergunningen voor een bedrag van zo’n 85 miljoen EUR, hetgeen de deur kan openen voor witwaspraktijken;

K.  overwegende dat de VN-Veiligheidsraad het mandaat van MONUSCO ter hoogte van 1 miljard EUR gezien de escalatie van geweld in het hele land met nog een jaar heeft verlengd, nochtans goed wetend dat MONUSCO met zijn 22 400 soldaten en politieagenten de grootste en duurste VN-missie is;

L.  overwegende dat in de centrale provincie Kasaï in maart 2017 twee hooggeplaatste VN-onderzoekers zijn ontvoerd en vermoord;

1.  herinnert de regering van de DRC eraan dat het de voornaamste taak is van de staat om alle burgers op zijn grondgebied te beschermen tegen alle vormen van geweld, inclusief oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid;

2.  toont zich uiterst verontrust over de wreedheden en mensenrechtenschendingen die worden begaan, de rekrutering van kindsoldaten, het belemmeren van humanitaire hulpverlening en van de werkzaamheden van de VN-vredeshandhavers, en de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen ter financiering van bij illegale en onmenselijke activiteiten betrokken personen;

3.  spoort de regering van de DRC ertoe aan de ‘uitgebreide en inclusieve politieke overeenkomst’ die op 31 december 2016 in Kinshasa is bereikt, onmiddellijk in praktijk te brengen, en vraagt dat de regering vreedzame en rechtmatige verkiezingen houdt en tegen eind 2017 en conform de Congolese grondwet voor een soepele machtsoverdracht zorgt;

4.  erkent dat de registratie van kiezers een grote uitdaging vormt in de DRC, en verheugt zich over de eerste meldingen van vorderingen op dit vlak, met de hulp van MONUSCO; dringt er daarom op aan dat de president noch zijn regering de kwestie van registratie mag gebruiken als een reden om de verkiezingen uit te stellen;

5.  benadrukt het belang van vrije, eerlijke en goed georganiseerde verkiezingen en vraagt de regering van de DRC en haar regionale partners ervoor te zorgen dat de verkiezingen op transparante en geloofwaardige wijze verlopen;

6.  vreest dat de komende verkiezingen onder meer door externe partijen worden gebruikt om de instabiliteit in het oosten van de DRC nog te vergroten, en de illegale winning van mineralen in stand houden;

7.  is ingenomen met de besluiten van de Raad van 12 december 2016 en 29 mei 2017 om beperkende maatregelen op te leggen aan 16 staatsambtenaren uit de DRC die al dan niet rechtstreeks een rol hebben gespeeld bij het in het gedrang brengen van de vrede en veiligheid of bij het ondermijnen van democratische processen in het land;

8.  vraagt dat de EU en haar lidstaten overwegen meer zulke maatregelen te nemen tegen personen en/of organisaties die de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in de DRC inleiden of ondersteunen of witwasmechanismen opzetten en/of ten uitvoer leggen met als doel de regering van Kabila in het zadel te houden;

9.  doet een beroep op de Afrikaanse Unie, de VN en andere regionale en internationale organisaties om gesprekken te organiseren over een exitstrategie voor president Kabila;

10.  laakt alle schendingen van het internationale humanitaire recht die de strijdkrachten van de DRC (FARDC), de Republikeinse Garde, de Congolese nationale politie (PNC) en de nationale inlichtingendienst (ANR) begaan ten aanzien van oppositiegroeperingen, burgers en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, en vraagt alle partijen met klem af te zien van provocatie en geweld;

11.  eist de onmiddellijke vrijlating van al wie onwettig gevangen zit, zoals journalisten, leden van de oppositie en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;

12.  eist dat er zonder uitstel een onafhankelijk onderzoek wordt ingesteld naar de 42 massagraven die in de provincie Kasaï zijn ontdekt, en vraagt dat de verantwoordelijken voor deze graven worden vervolgd in overeenstemming met de binnenlandse en internationale wetgeving;

13.  veroordeelt de ontvoering van en moord op twee hooggeplaatste VN-onderzoekers in Kasaï in maart 2017;

14.  verheugt zich over de verlenging van het mandaat van MONUSCO en onderstreept het belang van MONUSCO voor de bescherming van de burgerbevolking tegen gewelddaden van de regering en milities;

15.  herinnert de regering van de DRC eraan dat zij partij is bij het Statuut van Rome en dat sommige van de gebeurtenissen die in het land blijven plaatsvinden kunnen worden beschouwd als oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van de DRC en van Gabon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Mensenrechtenraad en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

Juridische mededeling