Procedure : 2017/2703(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0402/2017

Ingediende teksten :

B8-0402/2017

Debatten :

PV 13/06/2017 - 11
CRE 13/06/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/06/2017 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0264

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 275kWORD 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0397/2017
7.6.2017
PE605.512v01-00
 
B8-0402/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))


Michael Gahler, Bogdan Brunon Wenta, Mariya Gabriel, Paul Rübig, Cristian Dan Preda, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, György Hölvényi, Maurice Ponga, Joachim Zeller, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Željana Zovko, Brian Hayes, Ádám Kósa, Anna Záborská, Adam Szejnfeld, Dariusz Rosati, Francesc Gambús, Julia Pitera, Andrzej Grzyb, Jarosław Wałęsa, Ivo Belet, Tomáš Zdechovský, Rosa Estaràs Ferragut, Claude Rolin, Andrey Kovatchev, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Lorenzo Cesa, Daniel Caspary namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2017/2703(RSP))  
B8‑0402/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC), met name die van 10 maart 2016(1), 23 juni 2016(2), 28 november 2016 en 25 januari 2017,

–  gezien de verklaring van 29 maart 2017 van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de moord op VN-experts in de DRC,

–  gezien Uitvoeringsbesluit (GBVB) 2017/905 van de Raad van 29 mei 2017 houdende uitvoering van Besluit 2010/788/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Republiek Congo(3),

–  gezien het gezamenlijke communiqué van 28 maart 2017 van de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie over de situatie in de provincie Kasaï in de DRC en hun gezamenlijke verklaring van 16 februari 2017 over de DRC,  

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 10 maart 2017 over de VN-stabilisatiemissie in de DRC en de tenuitvoerlegging van het kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien de conclusies van de Raad van 17 oktober 2016 en 6 maart 2017 over de DRC,

–  gezien de persverklaringen van de VN-Veiligheidsraad waarin deze zijn bezorgdheid uit over de uitdagingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het akkoord van 31 december 2016 en benadrukt dat het belangrijk is het recente geweld in Kasaï te onderzoeken,

–  gezien de verklaring van 1 januari 2017 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, en de commissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling, Neven Mimica, over de sluiting van een politiek akkoord in de DRC,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2348 (2017) tot verlenging van het mandaat van de Stabilisatiemissie van de VN in de DRC (Monusco), en resolutie 2293 (2016) over verlenging van het sanctieregime ten aanzien van de DRC en het mandaat van de groep van deskundigen,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad waarin deze zich tevreden verklaart met de ondertekening op 31 december 2016 van een algemeen en inclusief politiek akkoord over de verkiezingsagenda in de DRC,

–  gezien het tussentijds verslag van de VN-groep van deskundigen van 28 december 2016 over de DRC,

–  gezien de verklaringen van Nairobi van december 2013,

–  gezien de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, die in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de Congolese grondwet van 18 februari 2006,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de aanhoudende humanitaire en veiligheidscrisis in de DRC naar schatting al aan 5 miljoen mensen het leven heeft gekost;

B.  overwegende dat de situatie blijft verslechteren, met name in het oostelijke deel van het land, waar buitenlandse en binnenlandse gewapende groepen, inclusief de strijdkrachten van de Democratische Republiek Congo (Forces armées de la République démocratique du Congo, FARDC), voort sporadische slachtingen blijven aanrichten onder burgers, vaak op etnische gronden en met volledige straffeloosheid, alsmede schendingen blijven begaan van de mensenrechten en het internationale recht, bijvoorbeeld gerichte aanvallen op burgers, wijdverbreid seksueel en gendergerelateerd geweld, systematische rekrutering en systematisch gebruik van kinderen voor militaire doeleinden en standrechtelijke executies;

C.  overwegende dat de provincie Kasaï sinds augustus 2016 te maken heeft met een grote opstoot van geweld tussen regeringstroepen en milities; overwegende dat dit al de dood heeft veroorzaakt van honderden mensen en één miljoen mensen heeft gedwongen weg te vluchten van thuis; overwegende dat in VN-rapporten massale schendingen van de mensenrechten zijn gedocumenteerd, inclusief slachtingen van burgers en het bestaan van 40 massagraven;

D.  overwegende dat president Kabila's dadeloosheid en stilzwijgen met betrekking tot deze wreedheden, die zowel zouden zijn gepleegd door gewapende rebellengroepen als door overheidstroepen, uiterst zorgwekkend zijn;

E.  overwegende dat vrouwen en kinderen de eerste slachtoffers zijn van het conflict; overwegende dat seksueel en gendergerelateerd geweld, dat vaak wordt ingezet als tactisch oorlogswapen, wijdverbreid is;

F.  overwegende dat op 19 december 2016 president Kabila’s constitutionele mandaat afliep; overwegende dat hij de verkiezingen steeds uitstelt en aan de macht blijft, hetgeen de politieke spanning, de onrust en het geweld in het hele land verergert en de dood veroorzaakt van tientallen mensen;

G.  overwegende dat mensenrechtengroeperingen onophoudelijk berichten over de verslechterende situatie op het gebied van de mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering in het land en melding maken van excessief geweld tegen vreedzame demonstranten en een toename van het aantal rechtszaken om politieke redenen;

H.  overwegende dat op 31 december 2016 onder auspiciën van de katholieke bisschoppenconferentie (Conférence Episcopale Nationale du Congo, CENCO) een inclusief akkoord over een transitie is gesloten waarbij president Kabila aan de macht kan blijven op voorwaarde dat uiterlijk eind 2017 verkiezingen worden gehouden en dat een premier wordt aangewezen uit de coalitie van oppositiepartijen; overwegende dat tot dusver geen vooruitgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van het akkoord en dat de regering heeft laten verstaan dat dit jaar geen verkiezingen zullen worden gehouden, als gevolg van financiële beperkingen;

I.  overwegende dat zowel de EU en de VS sancties tegen de DRC hebben getroffen; overwegende dat de EU in mei 2017 haar sancties heeft uitgebreid naar negen functionarissen en regeringsleden, omdat die in de DRC hebben bijgedragen aan daden die ernstige schendingen uitmaken van de mensenrechten;

J.  overwegende dat volgens humanitaire organisaties 7,3 miljoen mensen, van wie 4,4 miljoen kinderen, momenteel hulp behoeven en essentiële toegang ontberen tot drinkwater, sanitaire voorzieningen, medische diensten en onderwijs; overwegende dat 5,9 miljoen mensen in een situatie verkeren van voedselonzekerheid; overwegende dat het huidige conflict en de lopende militaire operaties aanzienlijke gedwongen ontheemdingen hebben veroorzaakt, met ongeveer 2,3 miljoen intern ontheemden en 450 000 personen die zijn gevlucht naar de buurlanden;

K.  overwegende dat deze verontrustende cijfers naar verwachting zullen stijgen en dat de situatie verder zal verslechteren naarmate het conflict voortduurt, met name door de beperkte toegang tot de getroffen personen;

L.  overwegende dat het Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) meldt dat er steeds vaker hulpverleners worden ontvoerd en hulpkonvooien worden aangevallen, waardoor de humanitaire organisaties zich gedwongen hebben gezien hun steunverlening uit te stellen en hun activiteiten tijdelijk stop te zetten; overwegende dat zeer onlangs twee VN-onderzoekers zijn ontvoerd en vermoord in de provincie Kasaï;

M.  overwegende dat de humanitaire hulp van de EU in de DRC in 2017 tot nu toe 22,7 miljoen EUR bedraagt;

N.  overwegende dat in het nationaal indicatief programma voor de DRC voor 2014‑2020, dat 620 miljoen euro aan financiering heeft gekregen uit het 11de Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), voorrang wordt gegeven aan het versterken van het bestuur en de rechtsstaat, inclusief hervormingen van het gerechtelijk apparaat, de politie en het leger;

1.  blijft zeer bezorgd over de huidige politieke, humanitaire en veiligheidssituatie in de DRC, die steeds verder verslechtert; veroordeelt krachtig alle mensenrechtenschendingen en misbruiken die worden begaan tegen burgers, zoals ontvoering, moord en foltering, alsmede verkrachting en ander seksueel geweld; herinnert de regering aan het feit dat zij verantwoordelijk is voor het garanderen van de mensenrechten en het beschermen van de burgerbevolking;

2.  vraagt een volledig, grondig en transparant onderzoek naar de massale en wijdverbreide schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht die plaatshebben in het hele land, en met name in de Kasaï-regio, om de verantwoordelijken te identificeren en rekenschap te laten afleggen;

3.  herhaalt zijn oproep om tijdige succesvolle verkiezingen te houden, in volledige overeenstemming met de Congolese grondwet en het Afrikaans handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur, en wijst de Congolese regering nadrukkelijk op haar verantwoordelijkheid om tegen het eind van het jaar te zorgen voor een omgeving die transparante, geloofwaardige en inclusieve verkiezingen bevordert;

4.  is tevreden met het politieke akkoord dat in december 2016 is gesloten en prijst de CENCO om haar inspanningen; spreekt evenwel zijn bezorgdheid uit over het ontbreken van vooruitgang bij de tenuitvoerlegging hiervan, met name door de president en de regering; dringt er daarom bij alle politieke betrokkenen op aan snel overeenstemming te bereiken over de praktische regelingen voor de overgangsperiode en de voorbereidingen voor de verkiezingen te versnellen;

5.  wijst met nadruk op de taak van de regering om de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van haar burgers te eerbiedigen, beschermen en bevorderen; verklaart nogmaals dat de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering de basis vormt van een dynamisch politiek en democratisch leven, en dat het gebruik van geweld bij vreedzame demonstraties verboden moet worden;

6.  is tevreden met de vaststelling van de gerichte EU-sancties tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en het ondermijnen van het democratisch proces in de DRC, inclusief reisverboden en bevriezing van tegoeden, en vraagt dat deze indien nodig worden uitgebreid;

7.  roept de EU-delegatie op om de ontwikkelingen in de DRC nauwgezet te monitoren en om alle beschikbare instrumenten te gebruiken om de verdedigers van de mensenrechten en bewegingen die zich inzetten voor democratie te ondersteunen;

8.  benadrukt dat vrede en veiligheid noodzakelijke voorwaarden zijn voor een goed verloop van de verkiezingen en een stabiele politieke omgeving; verwelkomt in dit opzicht dat het mandaat van Monusco werd hernieuwd en dat haar bevoegdheden om burgers te beschermen en de mensenrechten in de verkiezingscontext te handhaven, zijn versterkt;

9.  herhaalt zijn volledige steun voor het werk van de speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de DRC, alsmede dat van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de VN in de DRC;

10.  benadrukt dat de situatie in de DRC een ernstige bedreiging van de stabiliteit in de Centraal-Afrikaanse regio als geheel betekent; herhaalt zijn steun voor de Afrikaanse Unie (AU) als facilitator van politieke dialoog in de DRC; benadrukt de cruciale rol van de AU in de preventie van een politieke crisis in de regio en roept op tot een intensivering van haar engagement om volledige inachtneming te realiseren van de Congolese grondwet; roept de AU en de EU op te zorgen voor een permanente politieke dialoog tussen de landen van het Grote Merengebied, om verdere destabilisatie te voorkomen;

11.  betreurt het feit dat weinig vooruitgang is geboekt met de tenuitvoerlegging van het kaderakkoord en verzoekt alle partijen actief bij te dragen aan stabiliseringsinspanningen; is in verband hiermee van mening dat met de EU-steun voort moet worden gefocust op democratie en opbouw van het staatsbestel, inclusief een verdieping van de hervormingen in de veiligheidssector en van de overheidsinstellingen;

12.  herhaalt zijn grote bezorgdheid over de alarmerende humanitaire situatie in de DRC; roept de EU en haar lidstaten op steun te blijven verlenen aan de bevolking van de DRC, om de levensomstandigheden van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen te verbeteren en de gevolgen van ontheemding, voedselgebrek, epidemieën en natuurrampen op te vangen;

13.  veroordeelt alle aanvallen die worden uitgevoerd tegen humanitair personeel en humanitaire voorzieningen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van de DRC, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN‑Mensenrechtenraad en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0085.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0290.

(3)

PB L 138I van 29.5.2017, blz. 6.

Juridische mededeling