Procedure : 2017/2732(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0440/2017

Ingediende teksten :

B8-0440/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/07/2017 - 8.13
CRE 05/07/2017 - 8.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0305

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 184kWORD 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0440/2017
28.6.2017
PE605.558v01-00
 
B8-0440/2017

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-0319/2017

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over het ontwikkelen van een ambitieuze industriestrategie van de EU als een strategische prioriteit voor groei, werkgelegenheid en innovatie in Europa (2017/2732(RSP))


Massimiliano Salini namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwikkelen van een ambitieuze industriestrategie van de EU als een strategische prioriteit voor groei, werkgelegenheid en innovatie in Europa (2017/2732(RSP))  
B8-0440/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 9, artikel 151, artikel 152, artikel 153, leden 1 en 2, en artikel 173,

–  gezien hoofdstuk II "Vrijheden" en hoofdstuk IV "Solidariteit" van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name artikel 5, lid 3, VEU, en Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 23 november 2010 getiteld "Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen: een Europese bijdrage aan volledige werkgelegenheid" (COM(2010)0682),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2014 over de herindustrialisering van Europa ter bevordering van concurrentievermogen en duurzaamheid(1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 januari 2014 getiteld "Voor een heropleving van de Europese industrie" (COM(2014)0014),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 met als titel "Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel" (COM(2012)0582),

–  gezien de politieke beleidslijnen van voorzitter Juncker "Een nieuwe start voor Europa: agenda voor banen, groei, billijkheid en democratische verandering",

–  gezien zijn resolutie van 5 oktober 2016 over de behoefte aan een Europees herindustrialiseringsbeleid in het licht van de recente Caterpillar- en Alstom-zaken(2),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 15 december 2016,

–  gezien de conclusies van de Raad over de agenda voor het concurrentievermogen van de industrie, over de digitale transformatie van het Europese bedrijfsleven en over het pakket "Technologieën van de digitale eengemaakte markt en modernisering van overheidsdiensten",

–  gezien zijn resolutie van 1 juni 2017 over de digitalisering van de Europese industrie(3),

–  gezien de conclusies van de Raad Concurrentievermogen van 29 mei 2017 over een toekomstige EU‑strategie voor het industriebeleid,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 23 juni 2017,

–  gezien zijn resolutie van 9 juni 2016 over het concurrentievermogen van de Europese spoorwegindustrie(4),

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over de situatie in de EU‑staalindustrie: bescherming van werknemers en bedrijfstakken(5),

–  gezien zijn resolutie van 8 september 2015 over familiebedrijven in Europa(6),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2016 over een coherent EU‑beleid voor de culturele en creatieve sector(7),

–  gezien de Overeenkomst van Parijs, die het Europees Parlement op 4 oktober 2016 heeft bekrachtigd,

–  gezien zijn mandaat voor het pakket circulaire economie, dat op 14 maart 2017 is goedgekeurd,

–  gezien de vraag aan de Commissie over "Werken aan een ambitieuze industriestrategie voor de EU als een strategische prioriteit voor groei, werkgelegenheid en innovatie in Europa" (O‑000047/2017 – B8‑0319/2017),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese industrie wereldleider is in tal van industriële sectoren; overwegende dat zij goed is voor meer dan de helft van de Europese uitvoer, ongeveer 65 % van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling vertegenwoordigt en meer dan 50 miljoen arbeidsplaatsen levert (door middel van directe en indirecte werkgelegenheid, oftewel 20 % van alle banen in Europa); overwegende dat de bijdrage van de Europese industrie aan het bbp van EU de afgelopen 20 jaar echter is geslonken van 19 % tot minder dan 15,5 %;

B.  overwegende dat 65 % van de bedrijfsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling afkomstig is van de be- en verwerkende industrie maar dat dit cijfer erop achteruitgaat en dat de versterking van onze industriële basis dan ook van essentieel belang is om deskundigheid en knowhow binnen de EU te houden en deze te versterken; overwegende dat digitale ontwikkeling, een prioriteit van het EFSI, een sterke industriële basis behoeft;

C.  overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), die 99 % van alle Europese bedrijven uitmaken en de ruggengraat van het Europese bedrijfsleven vormen, met grote uitdagingen kampen vanwege mondiale veranderingen in de economie en financiële en administratieve obstakels;

D.  overwegende dat meer dan 60 % van alle ondernemingen vandaag de dag familiebedrijven zijn en tot 50 % van alle banen in de particuliere sector in de Europese Unie leveren;

E.  overwegende dat vrouwelijke ondernemers slechts 31 % van de Europese zelfstandigen vertegenwoordigen en 30 % van de startende ondernemers;

F.  overwegende dat de Europese industrie op wereldvlak een steeds kleinere rol speelt en dat het EU‑beleid de Europese industrie moet ondersteunen om haar concurrentiepositie en haar capaciteit om in Europa te investeren te vergroten; overwegende dat zij ook met sociale en milieuproblemen kampt;

G.  overwegende dat de circulaire economie een grote positieve weerslag kan hebben op de herindustrialisering van Europa, het verminderen van het energieverbruik en het verkleinen van de afhankelijkheid van grondstoffen uit derde landen; overwegende dat investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie een (belangrijke) stimulus zijn ter bevordering van industriële producten die een opwaartse spiraal teweeg kunnen brengen, maar dat het milieubeleid altijd oog moet hebben voor het concurrentievermogen van de Europese industrie en dit moet ondersteunen;

H.  overwegende dat een ambitieus en van toereikende financiële middelen voorzien innovatiebeleid, dat de productie van kwalitatief hoogwaardige, innovatieve, energie-efficiënte producten stimuleert en duurzame productieprocessen bevordert, de EU in staat zal stellen zich te handhaven op een steeds concurrerender wereldmarkt, waardoor innovatie en investeringen in onderzoek en ontwikkeling, banen en vernieuwing van vaardigheden essentieel zijn voor duurzame groei; overwegende dat een innovatieve industrie sterk afhankelijk is van de onderzoekscapaciteit van de EU, vooruitgang op onderzoeksgebied, en onderzoek in samenwerkingsverband in het bijzonder;

I.  overwegende dat eerlijke handel in industriële producten EU-normen moet bevorderen door middel van moderne en brede handelsovereenkomsten; overwegende dat een geïntegreerde en goed functionerende interne markt en open en eerlijke handel met derde landen van essentieel belang zijn voor de EU-industrie;

J.  overwegende dat EU-financieringsinstrumenten een strategische rol spelen ter bevordering van het concurrentievermogen en ter voorkoming van het wegvloeien van investeringen;

1.  onderstreept de essentiële rol van de industrie als katalysator van groei, werkgelegenheid en innovatie in Europa; verlangt van de Commissie een duidelijke toezegging om tegen 2020 het streefdoel te halen dat ten minste 20 % van het bbp van de Unie gebaseerd is op industrie, en verzoekt haar na te gaan of de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 het industriebeleid van de EU voor het komende decennium ondersteunen;

2.  benadrukt dat het belangrijk is de industriële basis in Europa te versterken en te moderniseren; vraagt de Commissie of zij overweegt het streefdoel van 20 % aan te passen en aan te vullen met de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 als leidraad voor het industriebeleid voor het volgende decennium;

3.  onderstreept de rol van kmo's als ruggengraat van de industrie in de EU en herhaalt dat moet worden gestreefd naar een EU-industriebeleid dat aangepast is aan kmo's en de problemen aanpakt waarmee kmo's vanwege hun omvang te kampen hebben; wijst op de rol van starters en jonge ondernemers, met name op de meest innovatieve gebieden; verzoekt de Commissie de regelgevingsdruk voor kmo's, starters en jonge ondernemers te verlichten, ter bevordering van innovatie en ter vergroting van het concurrentievermogen van de EU-industrie, en de vorming van clusters, digitale-innovatiehubs en bedrijfsnetwerken te bevorderen;

4.  is ervan overtuigd dat de Europese industrie moet worden gezien als een strategische troef voor het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de EU; benadrukt dat alleen een sterke en veerkrachtige industrie en een toekomstgericht industriebeleid de EU in staat zullen stellen het hoofd te bieden aan de verschillende uitdagingen die in het verschiet liggen, zoals het wegvloeien van investeringen, de wereldwijde concurrentie, de snelle technologische vooruitgang en het scheppen van hoogwaardige werkgelegenheid;

5.  benadrukt dat, om de industrie van de Unie te helpen omgaan met de uitdagingen van de snelle economische en regelgevende wijzigingen in de geglobaliseerde wereld van vandaag, het van essentieel belang is om de Europese industrie aantrekkelijker te maken voor Europese en buitenlandse directe investeringen;

6.  benadrukt dat een investeringsvriendelijk klimaat, een voorspelbaar en stabiel rechtskader om investeringen aan te trekken, en de bevordering van nieuwe bedrijfsmodellen belangrijk zijn om de toegang tot financiering te verbeteren;

7.  wijst op de strategische rol van de financieringsinstrumenten van de EU, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen, Horizon 2020 en het EFSI; verzoekt de Commissie hiermee rekening te houden bij de afweging/vaststelling van de begroting voor deze instrumenten;

8.  vraagt de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk en onderzoekspotentieel van alle landen en regio's van de EU volledig te benutten en meer prikkels te geven voor een betere samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven om onderzoek in samenwerkingsverband te stimuleren en ervoor te zorgen dat de industrie sneller beschikt over innoverende producten, technologieën en diensten;

9.  benadrukt het belang van de energie-unie, de digitale eengemaakte markt, de digitale agenda en de connectiviteit van Europa door middel van een adequate, toekomstbestendige en efficiënte infrastructuur;

10.  vraagt de Commissie aan te geven met welke uitdagingen en belemmeringen vrouwen geconfronteerd worden als zij ondernemer willen worden, en vrouwen aan te sporen om meer het ondernemerspad op te gaan;

11.  dringt er bij de Commissie op aan de door familiebedrijven ondervonden problemen aan te pakken en de ontwikkeling van jonge ondernemers te verbeteren;

12.  wijst erop dat het potentieel van de circulaire economie ten volle moet worden benut en dat ervoor moet worden gezorgd dat bedrijfstakken voortdurend de beste beschikbare technieken en opkomende vernieuwingen ontwikkelen en verspreiden;

13.  wijst erop dat de Europese inspanningen om minder afhankelijk te worden van de hulpbronnen van derde landen moeten worden gecoördineerd door a) eerlijke internationale markttoegang tot hulpbronnen, b) een duurzame binnenlandse mijnbouw en c) innovaties op het vlak van technologische efficiëntie te combineren met EU-bijdragen aan multilaterale mondiale governance op het vlak van het gebruik van hulpbronnen;

14.  benadrukt dat de administratieve lasten en de nalevingskosten voor het bedrijfsleven moeten worden verlaagd omdat de bevordering van een betere regelgeving in een goed functionerende open markt het Europese herindustrialiseringsbeleid ten goede zal komen en een data-economie verder zal stimuleren;

15.  vraagt om de gezondheidssector te beschouwen als een drijvende kracht voor economische groei; verzoekt de Commissie en de lidstaten Europees medisch onderzoek te bevorderen, de digitalisering van de gezondheidszorg in goede banen te leiden en een concurrerende gezondheidsindustrie in Europa te behouden; benadrukt voorts dat de gezamenlijke bevordering van digitale gezondheidskwesties moet worden georganiseerd, nu de nieuwe 5G-netwerken het gemakkelijker maken om geavanceerde medische technieken, die momenteel alleen in enkele beperkte gebieden bekend zijn, te delen;

16.  roept de Commissie op om een breed, coherent en duurzaam industriebeleidskader te ontwikkelen voor de culturele en creatieve sector, en om de ontwikkeling, effectieve bevordering en bescherming en toereikende financiering van de culturele en creatieve sector op te nemen in haar strategische doelstellingen en algemene prioriteiten, teneinde het concurrentievermogen van de sector te vergroten en de sector in staat te stellen zijn potentieel om kwalitatief hoogwaardige banen en groei te scheppen, te ontplooien;

17.  is van oordeel dat het industriebeleid van de EU gebaseerd moet zijn op heldere streefdoelen en indicatoren – met inbegrip van een aandeel van de industrie in het bbp van ten minste 20 % tegen 2020, energie- en hulpbronnenefficiëntie en klimaatdoelstellingen – en op een benadering die uitgaat van de hele levenscyclus en de circulaire economie;

18.  pleit ervoor om in de industriestrategie van de EU doeltreffende en duurzame financieringsinstrumenten en maatregelen om het risico op koolstoflekkage te helpen tegengaan op te nemen, en wijst erop dat de industrie moet worden geholpen om zich duurzaam te ontwikkelen met inachtneming van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs;

19.  dringt er bij de Commissie op aan bijzondere aandacht te schenken aan de situatie van energie-intensieve industrieën in Europa, die vanwege de hoge energiekosten te kampen hebben met scherpe wereldwijde concurrentie;

20.  benadrukt het belang van open markten en vrije en eerlijke internationale handel, op basis van gemeenschappelijke regels en gelijke randvoorwaarden;

21.  benadrukt dat de Europese industrie geconfronteerd wordt met wereldwijde concurrentie, en verzoekt de Commissie daarom de herstructurering van de belangrijkste Europese fabrikanten mogelijk te helpen maken, zodat er spelers kunnen ontstaan met voldoende kritische massa om het hoofd te kunnen bieden aan de internationale concurrentie, daarbij rekening houdend met het Europese mededingingsrecht, de situatie van werknemers, de rol van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering en de strategische banden tussen grote industrieën en kmo's, gezien hun rol op het gebied van innovatie;

22.  verzoekt de Commissie buitenlandse investeringen in strategische infrastructuur, cruciale toekomstige technologieën of andere belangrijke activa van de EU te screenen;

23.  verzoekt de Commissie meer aandacht te besteden aan de rol van in het buitenland gevestigde staatsbedrijven die door hun regeringen worden gesteund en gesubsidieerd op een manier die de Europese internemarktregels verbieden voor entiteiten in de EU;

24.  benadrukt dat een coherente, met de WTO-regels verenigbare en doeltreffende antidumping- en antisubsidiestrategie voor de EU noodzakelijk is;

25.  verzoekt de Commissie in verband met de EU-mededingingswetgeving beter rekening te houden met de steeds grotere rol van belangrijke nationale actoren in derde landen;

26.  benadrukt het belang van een EU-strategie voor de digitalisering van de Europese industrie om de voordelen van nieuwe technologieën volledig te kunnen benutten en het concurrentievermogen van Europese ondernemingen te vergroten;

27.  wijst op de rol van de automobielindustrie in Europa vanwege het hefboomeffect ervan voor andere sectoren en bedrijfstakken, en vestigt de aandacht op de vele kmo's die ermee samenhangen, de rol die de sector speelt op het vlak van onderzoek en ontwikkeling, en de hooggeschoolde werknemers die er aan de slag zijn; steunt de niet-aflatende inspanningen van de automobielindustrie om moderne, koolstofarme voertuigen te ontwikkelen, zoals elektrisch aangedreven voertuigen en waterstofcelvoertuigen, alsook geconnecteerde en zelfrijdende voertuigen;

28.  benadrukt dat er gecoördineerde EU-inspanningen nodig zijn ter bevordering van nieuwe vaardigheden alsook omscholing, bijscholing en een leven lang leren, zoals bepleit door de Commissie in haar Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen;

29.  wijst op de belangrijke rol van het normalisatiebeleid van de EU en pleit ervoor een leidersrol te spelen in internationale normalisatie-instellingen;

30.  pleit voor een alomvattend EU-industriebeleid waarin hoge prioriteit wordt verleend aan de versterking van de waardeketens van de EU en de integratie van alle regio's van de EU in het netwerk van een gerevitaliseerde industrie in de EU;

31.  is van mening dat het Europese regelgevingskader het bedrijfsleven in staat moet stellen zich aan te passen aan en vooruit te lopen op deze veranderingen om bij te dragen aan nieuwe banen, groei en regionale convergentie;

32.  verzoekt de Commissie uiterlijk begin 2018, samen met de lidstaten, een alomvattende strategie voor het Europese industriebeleid en een actieplan op basis van het streefcijfer van 20 % vast te stellen, waarin onder meer wordt ingegaan op digitalisering, duurzaamheid, energie-efficiëntie, toereikende middelen en deregulering, met name voor kmo's;

33.  verzoekt de Commissie deze strategie van nauwkeurige en meetbare industriebeleidsdoelstellingen te voorzien en ze aan te vullen met een reeks extra indicatoren, zoals de omvang van de industriële productie, de werkgelegenheid in de industrie en de gemiddelde jaarlijkse investeringen van de be- en verwerkende industrie, uitgedrukt als percentage van het bbp;

34.  verzoekt de Commissie in de strategie een beoordeling van het effect van de integratie van het industriebeleid in de strategische initiatieven van de EU op te nemen, wat zal helpen om deze initiatieven – als ze nadelig zijn voor de Europese industrie – te herzien en betere resultaten te boeken;

35.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 482 van 23.12.2016, blz. 89.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0377.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0240.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0280.

(5)

PB C 294 van 12.8.2016, blz. 11.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0290.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0486.

Juridische mededeling