ONTWERPRESOLUTIE
PDF 264kWORD 53k
27.9.2017
PE611.461v01-00
 
B8-0536/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Moldavië (2017/2848(RSP))


Andrey Kovatchev, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Sandra Kalniete, David McAllister, Dubravka Šuica, Laima Liucija Andrikienė, Michał Boni, Elmar Brok, Daniel Caspary, Lorenzo Cesa, Michael Gahler, Andrzej Grzyb, Tunne Kelam, Eduard Kukan, Siegfried Mureşan, László Tőkés, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Željana Zovko namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Moldavië (2017/2848(RSP))  
B8‑0536/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Moldavië, met name zijn resolutie van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten/diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne(1),

–  gezien het associatie-uitvoeringsverslag over de Republiek Moldavië van 10 maart 2017,

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 4 juli 2017 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië(2),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, die aan de wetgevingsresolutie van 4 juli 2017 gehecht is, met het oog op de vaststelling van politieke randvoorwaarden voor de toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië,

–  gezien de stemming in het parlement van de Republiek Moldavië van 20 juli 2017 tot doorvoering van wijzigingen met betrekking tot het kiesstelsel,

–  gezien de verklaring van VV/HV Mogherini en commissaris Hahn van 21 juli 2017 over de wijzigingen met betrekking tot de kieswet in de Republiek Moldavië,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat zowel intern als extern de grote bezorgdheid leeft dat het voorstel om het kiesstelsel in de Republiek Moldavië te wijzigen van een proportioneel naar een gemengd systeem zal leiden tot een terugval van de democratische normen en een verdere machtsconsolidatie;

B.  overwegende dat de Commissie van Venetië verklaard heeft dat de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de kieswet in de Republiek Moldavië op dit ogenblik niet raadzaam zijn, en niet beantwoorden aan haar eerdere aanbevelingen of aan die van het ODIHR;

C.  overwegende dat de Commissie van Venetië bezorgd is over het risico op ongepaste beïnvloeding van kandidaten, het ontwerp van éénmandaatsdistricten, de buitensporige drempels voor parlementaire vertegenwoordiging in de proportionele component en het risico op onvoldoende vertegenwoordiging van minderheden en vrouwen; overwegende dat de Commissie van Venetië bovendien benadrukt heeft dat de bestaande polarisering met betrekking tot dit wetgevingsinitiatief niet wijst op een betekenisvol overleg met en een brede consensus onder belangrijkste stakeholders;

D.  overwegende dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in hun gezamenlijke verklaring overeen zijn gekomen dat "in het licht van de initiatieven in verband met de veranderingen van het kiesstelsel in de Republiek Moldavië [...] voor toekenning van macrofinanciële bijstand als randvoorwaarde geldt dat het begunstigde land doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair meerpartijenstelsel en de rechtsstaat, eerbiedigt, en de eerbiediging van de mensenrechten waarborgt. De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden controleren of tijdens de volledige duur van de macrofinanciële bijstand aan die randvoorwaarde is voldaan en houden in dat verband nauwlettend in het oog of de autoriteiten van de Republiek Moldavië uitvoering geven aan de aanbevelingen van de relevante internationale partners (in het bijzonder de Commissie van Venetië en de OVSE/het ODIHR)";

E.  overwegende dat het parlement van de Republiek Moldavië, niettegenstaande het negatieve advies van de Commissie van Venetië, besloten heeft om door te gaan met de wijziging van de kieswet;

F.  overwegende dat de macrofinanciële bijstand van de EU de Republiek Moldavië moet ondersteunen in haar engagement met betrekking tot waarden die het land met de Unie deelt, waaronder democratie, de rechtsstaat, behoorlijk bestuur, verantwoordingsplicht, een transparant en op verdiensten gebaseerd ambtenarenapparaat, een onafhankelijke rechterlijke macht, eerbiediging van de mensenrechten, vrijheid, onafhankelijkheid en pluralisme van de media, gedegen beheer van de overheidsfinanciën, strijd tegen corruptie en witwassing, en depolitisering van het openbaar bestuur;

1.  betreurt het besluit van het parlement van de Republiek Moldavië om de kieswet te wijzigen, ondanks de sterke aanbeveling van de Commissie van Venetië;

2.  vreest dat de nieuwe wetgeving zal leiden tot een verdere terugval van de democratische normen in de Republiek Moldavië;

3.  vraagt dat de EDEO en het Europees Parlement streng toezicht uitoefenen op de tenuitvoerlegging van de nieuwe kieswet via een daartoe aangewezen werkgroep van vijf leden;

4.  deelt het standpunt dat, na het besluit van het parlement van de Republiek Moldavië, alle macrofinanciële bijstand tot nader order opgeschort moet worden;

5.  vraagt met klem om elke soort financiële bijstand aan strenge voorwaarden te koppelen en om alle reeds overeengekomen financiële bijstand op te schorten totdat de impact van de wetswijzigingen grondig beoordeeld is;

6.  maakt er zich grote zorgen over dat oligarchische elementen steeds meer macht in handen krijgen, waardoor de bijzonder schadelijke verwevenheid van politieke en economische macht steeds groter wordt;

7.  is teleurgesteld dat de steun voor de Europese weg die het land zou inslaan, waarvoor de autoriteiten in het land jarenlang met klem gepleit hebben, sterk gedaald is door aanhoudende corruptie, gijzeling van de staat, zwakke en ineffectieve instellingen en de onmogelijkheid om een antwoord te bieden op de basisbehoeften en -bezorgdheden van gewone burgers;

8.  neemt kennis van de inspanningen die de autoriteiten geleverd hebben om de bijzonder ambitieuze doelstellingen van de associatieovereenkomst/de diepe en brede vrijhandelsruimte te implementeren, maar wijst nadrukkelijk op de noodzaak om alle tekortkomingen, zoals onderstreept in het uitvoeringsverslag van 10 maart 2017, op te lossen;

9.  herhaalt zijn bezorgdheid over de verzwakte rechtsstaat, de democratische normen, de eerbiediging van de mensenrechten, het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, met name de gevallen waarin selectieve rechtspraak gebruikt wordt als een middel om politieke druk uit te oefenen op politieke tegenstanders, de buitensporige politisering van overheidsinstellingen, de governance van de financiële sector, het feit dat de bankenfraude van 2014 onvoldoende wordt onderzocht, en het pluralisme van de media;

10.  herhaalt het belang van vrije, onafhankelijke en pluralistische media voor de kwaliteit van de democratische procedures en het debat, teneinde de verantwoordingsplicht van de uitvoerende macht te verzekeren, en benadrukt dat de huidige concentratie van de media een bedreiging vormt voor het politieke pluralisme;

11.  spoort de autoriteiten van de Republiek Moldavië aan om zich te concentreren op de tenuitvoerlegging van de associatieagenda zodat de daardoor geboden kansen benut kunnen worden; wijst nogmaals op het belang van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van bovengenoemde hervormingen voor de toekomstige stabiliteit en de ontwikkeling van het land en het welzijn van zijn burgers;

12.  spoort de EDEO en de Commissie aan om hun communicatie en inspanningen voor publieksdiplomatie in Moldavië te verbeteren om meer steun voor de EU te verzekeren, en afstand te creëren tussen de EU en de tekortkomende regerende elite die het aanzien van de EU in de ogen van de Moldavische bevolking aantast;

13.  uit zijn sterke steun voor het maatschappelijk middenveld in de Republiek Moldavië, dat een cruciale rol speelt bij de bescherming van het pluralisme en de daadwerkelijke uitwisseling van ideeën in het politieke debat;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de Commissie en de lidstaten, alsmede de president, eerste minister en parlementsvoorzitter van de Republiek Moldavië.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0018.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0283.

Juridische mededeling