Procedure : 2017/2861(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0593/2017

Ingediende teksten :

B8-0593/2017

Debatten :

PV 14/11/2017 - 12
CRE 14/11/2017 - 12

Stemmingen :

PV 15/11/2017 - 13.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0439

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 182kWORD 57k
9.11.2017
PE614.229v01-00
 
B8-0593/2017

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over multilaterale onderhandelingen met het oog op de elfde Ministeriële Conferentie van de WTO in Buenos Aires van 10 t/m 13 december 2017 (2017/2861(RSP))


Bernd Lange, Paul Rübig namens de Commissie internationale handel
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over multilaterale onderhandelingen met het oog op de elfde Ministeriële Conferentie van de WTO in Buenos Aires van 10 t/m 13 december 2017 (2017/2861(RSP))  
B8‑0593/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien de ministeriële verklaring van Doha van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van 14 november 2001(1),

–  gezien de ministeriële verklaring van Hongkong van de WTO van 18 december 2005(2),

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Doha-ontwikkelingsagenda (DDA), met name die van 9 oktober 2008(3), 16 december 2009(4), 14 september 2011(5), 21 november 2013(6) en 26 november 2015(7),

–  gezien de resultaten van de negende Ministeriële Conferentie die in december 2013 op Bali werd gehouden, en met name de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie die daar is bereikt(8),

–  gezien de resultaten van de tiende Ministeriële Conferentie die in december 2015 in Nairobi werd gehouden, en de ministeriële verklaring die op 19 december 2015 werd aangenomen(9),

–  gezien het slotdocument dat op 14 juni 2016 bij consensus werd goedgekeurd tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Parlementaire Conferentie over de WTO in Genève(10),

–  gezien de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN(11),

–  gezien de zesde mondiale evaluatie van Aid for Trade ("hulp voor handel"), die van 11 t/m 13 juli 2017 plaatsvond in Genève(12),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de WTO sinds haar oprichting een cruciale rol speelt bij het versterken van het multilaterale kader, het bevorderen van een inclusieve economische wereldorde en het stimuleren van een open, op regels gebaseerd, niet-discriminerend multilateraal handelssysteem; overwegende dat de Doha-ronde in 2001 van start is gegaan met als doel nieuwe kansen voor de handel te creëren, de multilaterale handelsregels te versterken en de bestaande onevenwichtigheden van het handelssysteem aan te pakken door de behoeften en belangen van de ontwikkelingslanden, en dan met name de minst ontwikkelde landen (MOL's), centraal te stellen in de onderhandelingen;

B.  overwegende dat de EU voortdurend heeft gepleit voor een sterke en multilaterale op regels gebaseerde benadering van handel, waarbij altijd werd erkend dat aanvullende benaderingen zoals bilaterale, regionale en multilaterale overeenkomsten ertoe kunnen bijdragen dat markten worden ontsloten en dat economieën worden ontwikkeld, met name door liberalisering te bewerkstelligen en de regels en disciplines aan te scherpen in beleidssectoren die minder uitgebreid aan bod komen in de WTO, en het multilaterale systeem kunnen ondersteunen, mits dergelijke overeenkomsten in overeenstemming zijn met de WTO, gebaseerd zijn op gedeelde regels en de voorwaarden creëren voor een mogelijke toekomstige multilateralisering;

C.  overwegende dat de resultaten van de negende Ministeriële Conferentie van 2013 van systemisch belang waren, in het bijzonder de ondertekening van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie, de belangrijkste multilaterale handelsovereenkomst sinds de oprichting van de WTO in 1995;

D.  overwegende dat bepaalde WTO-leden het huidige model voor de beslechting van geschillen inzake internationale handel trachten te ondermijnen; overwegende dat het aantal rechters van de Beroepsinstantie van de WTO nog maar net boven het minimumaantal ligt dat nodig is voor de werking ervan; overwegende dat de VS onlangs voorstellen van de EU en enkele Latijns-Amerikaanse landen, om een selectieprocedure te starten voor het invullen van het toenemende aantal vacante posten, hebben verworpen; overwegende dat deze impasse, waardoor al twee van de zeven zetels van de Beroepsinstantie vacant zijn gebleven, zou kunnen leiden tot de ineenstorting van een systeem dat essentieel is voor het beheer van geschillen tussen de belangrijkste handelsnaties ter wereld;

E.  overwegende dat de resultaten van de tiende Ministeriële Conferentie van 2015 ook uitermate belangrijk waren, met zes ministeriële besluiten over landbouw, katoen en kwesties met betrekking tot de MOL's, waaronder de toezegging om een einde te maken aan exportsubsidies voor landbouwproducten, allicht een van de belangrijkste resultaten die de WTO ooit op landbouwgebied heeft bereikt;

F.  overwegende dat tijdens recente discussies over verdere stappen met betrekking tot de ontwikkelingsagenda van Doha duidelijk is gebleken dat de WTO-leden van mening verschillen over de manier waarop de onderhandelingen moeten worden voortgezet, wat erop wijst dat het ambitieniveau moet worden bijgesteld om daadwerkelijk resultaat te boeken in alle pijlers van de onderhandelingen; voorts overwegende dat daarbij ten volle rekening moet worden gehouden met de realiteit van het huidige handelsklimaat;

G.  overwegende dat de digitale transformatie van de economie nieuwe handelsmogelijkheden biedt, waarbij de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) aan de wereldhandel wordt vergemakkelijkt door de elektronische handel; overwegende dat dit steeds meer wordt gezien als een kwestie waarin de WTO een belangrijke rol zou kunnen spelen;

H.  overwegende dat de elfde Ministeriële Conferentie van de WTO van 10 tot en met 13 december 2017 zal plaatsvinden in Buenos Aires, Argentinië;

1.  schaart zich andermaal volledig achter het multilaterale handelssysteem en pleit voor een handelsagenda gebaseerd op vrije, eerlijke en op regels gebaseerde handel die eenieder ten goede komt, en die de agenda voor duurzame ontwikkeling steunt door in de eerste plaats belang te hechten aan sociale, milieu- en mensenrechten en door ervoor te zorgen dat multilateraal overeengekomen en geharmoniseerde voorschriften zonder onderscheid worden toegepast;

2.  benadrukt dat moet worden voortgebouwd op de resultaten van de negende en tiende Ministeriële Conferentie van de WTO om tijdens de elfde Ministeriële Conferentie in Buenos Aires in december 2017 concrete stappen voorwaarts te kunnen nemen met het oog op het behoud en de versterking van de multilaterale handelsstructuur; wijst erop dat de partijen desalniettemin nieuwe beleidsdoelstellingen moeten nastreven op gebieden zoals digitale handel en de bevordering van investeringen;

3.  dringt er bij alle WTO-leden op aan het momentum van de recente vooruitgang te benutten, en daarbij niet alleen rekening te houden met de strategische doelstelling om het multilaterale handelssysteem te versterken en met de noodzaak om de WTO te consolideren als centrale instantie voor handelsgesprekken, maar tegelijkertijd ook te erkennen dat er nieuwe benaderingen nodig zijn om bestaande uitdagingen het hoofd te bieden; erkent dat flexibiliteit, openheid, inclusiviteit en politieke inzet van doorslaggevend belang zijn om op alomvattende, evenwichtige en realistische wijze vooruitgang te boeken op alle overblijvende punten op de Doha-agenda; is van mening dat de wereld sinds het begin van de Doha-ronde in 2001 zowel op economisch en politiek gebied als op technologisch gebied drastisch is veranderd, en dat nieuwe uitdagingen zoals elektronische handel, digitale handel, transparantie van investeringen, subsidies en overcapaciteit, mondiale waardeketens, overheidsopdrachten, nationale wetgeving inzake diensten, micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en betere afstemming tussen andere handels-, arbeids- en milieuagenda's moeten worden besproken zonder af te doen aan de hangende kwesties op de Doha-agenda; benadrukt dat ontwikkelingslanden op eigen wijze moeten kunnen ontdekken op welke manier ze in deze nieuwe sectoren voor gelijke kansen kunnen zorgen;

4.  onderstreept het belang van de WTO als efficiënt en effectief onderhandelingsforum over alle kwesties van belang voor zijn leden en als platform voor een open discussie over kwesties die verband houden met internationale handel;

5.  benadrukt dat men, om transparantere en inclusievere handelsbesprekingen te garanderen, met goed uitgewerkte voorstellen naar Buenos Aires moet komen, daar de Ministeriële Conferentie grondig moet zijn voorbereid middels onderhandelingen op commissieniveau; is in dit verband ingenomen met de vergevorderde onderhandelingen over kwesties zoals visserijsubsidies als middel om overbevissing alsook illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij tegen te gaan;

6.  neemt kennis van de voorstellen die naar voren zijn gebracht in verband met de interne ondersteuning van de landbouw, waaronder het gezamenlijke voorstel van de EU en Brazilië ter zake; meent dat het bevorderen van het debat op dit gebied een belangrijk resultaat van de elfde Ministeriële Conferentie kan worden; herhaalt in dit verband dat er, in overeenstemming met de ministeriële besluiten van Nairobi, een permanente oplossing moet worden gevonden voor overheidsvoorraden met het oog op de continuïteit van de voedselvoorziening, subsidies en de steunregeling voor katoen; onderstreept dat de onderhandelingen over dit onderwerp alsook het mogelijke resultaat ervan niet mogen vooruitlopen op de besprekingen over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

7.  herhaalt hoe belangrijk het is dat de onderhandelingen vorderen en dat er resultaat wordt geboekt ten aanzien van andere door de leden opgeworpen kwesties, waaronder: nationale regelgeving inzake diensten, elektronische handel, bevordering van investeringen, horizontale subsidies en verbetering van de transparantie en goede regelgevingspraktijken ten gunste van kmo's;

8.  meent dat in de conclusies van de Ministeriële Conferentie duidelijk moet worden erkend dat de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen voor 2030 en de toezeggingen van de Overeenkomst van Parijs van belang zijn voor de strijd tegen de klimaatverandering, dat handel een sleutelrol kan spelen bij de verwezenlijking ervan en dat in dit verband concrete acties ter zake moeten worden vastgesteld, aangezien internationale normen en een multilateraal speelveld de internationale handel ten goede komen;

9.  wijst opnieuw op het verband tussen gendergelijkheid en inclusieve ontwikkeling, beklemtoont dat de versterking van de positie van vrouwen essentieel is voor het uitbannen van armoede en benadrukt dat het slechten van barrières voor de participatie van vrouwen in het handelsverkeer van cruciaal belang is voor economische ontwikkeling; erkent dat er maatregelen moeten worden ontwikkeld om de barrières aan te pakken die een beperking vormen voor de economische kansen van vrouwen; roept de WTO-leden op met een werkprogramma te komen om ervoor te zorgen dat de besluiten van de Ministeriële Conferentie van 2017 onder meer een genderbewust handelsbeleid omvatten;

10.  vestigt de aandacht op de zesde mondiale evaluatie van Aid for Trade ("hulp voor handel"), die in juli 2017 in Genève plaatsvond rond het thema "bevordering van handel, inclusiviteit en connectiviteit voor duurzame ontwikkeling" en onder meer gericht was op de noodzaak om de digitale kloof te dichten;

11.  onderschrijft het standpunt dat dit moet worden vertaald in concrete acties om e-handel te bevorderen en digitale kansen om te zetten in daadwerkelijke handelsvoorwaarden; onderstreept dat betere connectiviteit meer ondernemingsmogelijkheden biedt, omdat het, ook voor zakenlieden met mkmo's in ontwikkelingslanden, gemakkelijker en goedkoper wordt om toegang te krijgen tot de markten; merkt in dit opzicht op dat investeringen in infrastructuur nog steeds een belangrijke uitdaging vormen en dat het van essentieel belang is vooruitgang te boeken op dit gebied; roept de WTO-leden daarom op investeringen in infrastructuur te bevorderen en daarbij, naast andere initiatieven, publiek-private partnerschappen te stimuleren;

12.  benadrukt het belang van het bespreken van de manieren waarop in het kader van het handelsbeleid kan worden gereageerd op servitisering ("modus 5"), een verschijnsel dat zich steeds vaker voordoet bij de handel in goederen;

13.  wenst dat de Commissie zich ervoor blijft inzetten om een reeks bindende multilaterale regels op te stellen inzake elektronische handel in de WTO; steunt de in juni 2017 aan de leden van de Raad voor de Handel in Diensten voorgelegde mededeling van de EU getiteld "An Enabling Environment to Facilitate Online Transactions" die voorziet in een belangrijke en geschikte reeks gemeenschappelijke beginselen inzake consumentenbescherming, ongevraagde berichten, authenticatie- en vertrouwensdiensten en elektronische contracten, die het vertrouwen van consumenten online zouden vergroten en een gunstig klimaat voor digitale handel zouden creëren;

14.  moedigt ertoe aan de plurilaterale handelsbesprekingen over de overeenkomst inzake milieugoederen te hervatten;

15.  verwelkomt de inwerkingtreding van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie op 22 februari 2017; meent dat deze overeenkomst aanzienlijke voordelen biedt voor alle WTO-leden, met name voor ontwikkelingslanden en betrokken marktdeelnemers, dankzij een grotere transparantie en rechtszekerheid en een vermindering van de administratieve kosten en de duur van douaneprocedures;

16.  beklemtoont dat alle WTO-leden de in de besluiten van Nairobi en Bali gedane toezeggingen moeten nakomen, met inbegrip van het creëren van nieuwe exportmogelijkheden voor dienstverrichters in de MOL's uit hoofde van de ontheffing voor diensten voor deze landen en het vereenvoudigen van de voorschriften inzake de regels van oorsprong; stelt vast dat onder de WTO-leden in toenemende mate belangstelling wordt getoond voor een overeenkomst voor dienstenfacilitatie; wenst dat op multilateraal niveau meer inspanningen worden geleverd om de regels van oorsprong aanzienlijk te vereenvoudigen en te harmoniseren;

17.  benadrukt dat de WTO een doorslaggevende rol speelt in het op regels gebaseerde handelssysteem, acht het absoluut noodzakelijk om te zorgen voor de tenuitvoerlegging van haar besluiten, de uitvoering van bindende toezeggingen en de beslechting van handelsgeschillen en wijst op haar unieke bijdrage aan de bevordering van transparantie en onderlinge evaluatie, met name door middel van de regeling inzake toetsing van het handelsbeleid (TPRM); vindt het zeer zorgwekkend dat verschillende vacante posten bij de Beroepsinstantie nog niet zijn ingevuld, waardoor de werkzaamheden van dit uiterst belangrijke orgaan in het gedrang komen doordat het bestaande en goed functionerende systeem voor geschillenbeslechting dreigt te worden ondermijnd, en dringt erop aan spoedig een besluit te nemen over de invulling ervan;

18.  wijst op de noodzaak van een definitieve verklaring van de elfde Ministeriële Conferentie waarin de leden de nieuwe en bestaande punten van de ontwikkelingsagenda van Doha kunnen vermelden op het gebied waarvan zij onderhandelingen zullen aanvatten dan wel voortzetten;

19.  roept de Commissie en de Raad op ervoor te zorgen dat het Parlement nauw betrokken blijft bij de voorbereidingen van de elfde Ministeriële Conferentie, en voortdurend op de hoogte wordt gehouden en wordt geraadpleegd tijdens de Ministeriële Conferentie 2017; verzoekt de Commissie andere WTO-leden te blijven wijzen op het belang van een sterkere parlementaire dimensie van de WTO;

20.  roept de WTO-leden op de democratische legitimiteit en transparantie te waarborgen door de parlementaire dimensie van de WTO te versterken; benadrukt in dit verband dat parlementsleden betere toegang moeten krijgen tot handelsbesprekingen en moeten worden betrokken bij de formulering en uitvoering van WTO-besluiten, en dat handelsbeleid naar behoren moet worden getoetst, dit in het belang van de burgers;

21.  betreurt dat tijdens de ministeriële miniconferentie van 9 en 10 oktober in Marrakesh geen beduidende vooruitgang is geboekt met het oog op de elfde Ministeriële Conferentie; vraagt alle partijen om volledig hun verantwoordelijkheid te nemen en om de bereidheid die in de politieke verklaringen aan de dag wordt gelegd tijdens de onderhandelingen te vertalen in concrete acties, teneinde tot een positieve uitkomst van de elfde Ministeriële Conferentie in Buenos Aires te komen en een solide basis te leggen voor verdere acties en besluiten nadien;

22.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en de directeur-generaal van de WTO.

(1)

Ministeriële verklaring van Doha (WT/MIN(01)/DEC/1) van 20 november 2001

https://www.wto.org/english/thewto_e/minist_e/min01_e/mindecl_e.htm

(2)

Ministeriële verklaring van Hongkong (WT/MIN(05)/DEC) van 18 december 2005

https://www.wto.org/english/thewto_e/minist_e/min05_e/final_text_e.htm

(3)

PB C 9 E van 15.1.2010, blz. 31.

(4)

PB C 286 E van 22.10.2010, blz. 1.

(5)

PB C 51 E van 22.2.2013, blz. 84.

(6)

PB C 436 van 24.11.2016, blz. 6.

(7)

PB C 366 van 27.10.2017, blz. 140.

(8)

Ministeriële verklaring van Bali (WT/MIN(13)/DEC) van 7 december 2013

https://www.wto.org/english/thewto_e/minist_e/mc9_e/balideclaration_e.htm

(9)

Ministeriële verklaring van Nairobi (WT/MIN(15)/DEC) van 19 december 2015

https://www.wto.org/english/thewto_e/minist_e/mc10_e/nairobipackage_e.htm

(10)

http://www.ipu.org/splz-e/trade16/outcome.pdf

(11)

http://www.un.org/sustainabledevelopment/sustainable-development-goals/

(12)

https://www.wto.org/english/tratop_e/devel_e/a4t_e/gr17_e/gr17programme_e.htm

Juridische mededeling