Procedure : 2017/2920(RPS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0666/2017

Ingediende teksten :

B8-0666/2017

Debatten :

PV 12/12/2017 - 19
CRE 12/12/2017 - 19

Stemmingen :

PV 13/12/2017 - 13.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 264kWORD 53k
4.12.2017
PE614.279v01-00
 
B8-0666/2017

ingediend overeenkomstig artikel 106, leden 2 en 3 en lid 4, onder c), van het Reglement


over het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van fosforzuur, fosfaten en di-, tri- en polyfosfaten (E 338‑452) in bevroren verticale vleesspiezen (D052941/02 – 2017/2920(RPS))


Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
Verantwoordelijk lid: Christel Schaldemose, Bart Staes
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van fosforzuur, fosfaten en di-, tri- en polyfosfaten (E 338‑452) in bevroren verticale vleesspiezen (D052941/02 – 2017/2920(RPS))  
B8‑0666/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van fosforzuur, fosfaten en di-, tri- en polyfosfaten (E 338‑452) in bevroren verticale vleesspiezen (D052941/02) ("ontwerp van verordening van de Commissie"),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven(1), en met name artikel 10, lid 3,

–  gezien Verordening (EU) nr. 257/2010 van de Commissie van 25 maart 2010 tot vaststelling van een programma voor de herbeoordeling van goedgekeurde levensmiddelenadditieven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake levensmiddelenadditieven(2),

–  gezien artikel 5 bis, lid 3, onder b), van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(3),

–  gezien de stemming in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, afdeling Nieuwe Voedingsmiddelen en Toxicologische Veiligheid van de Voedselketen, op 25 september 2017, waarbij een gunstig advies werd uitgebracht met twee onthoudingen en twee tegenstemmen,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3 en lid 4, onder c), van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de wetgeving van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 1333/2008, momenteel de toevoeging van fosforzuur, fosfaten (E 338‑341 en E 343) en polyfosfaten (E 450‑452) als levensmiddelenadditieven voor technologische doeleinden in een groot aantal levensmiddelen toestaat; overwegende dat fosfaten weliswaar van nature in veel voedingsmiddelen aanwezig zijn, maar dat de vormen die als additieven worden gebruikt gemakkelijker door de menselijke darm worden opgenomen;

B.  overwegende dat ernstige bezorgdheid en twijfel bestaat over de negatieve gevolgen van het gebruik van fosfaten als levensmiddelenadditieven voor de gezondheid;

C.  overwegende dat het ontwerp van verordening van de Commissie Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wijzigt om het gebruik van fosforzuur, fosfaten en di-, tri- en polyfosfaten (E 338‑452) als additief toe te staan in bevroren verticale vleesspiezen van schaap, lam, kalf en/of rund die met een vloeibaar kruidenmengsel op smaak gebracht zijn of van vlees van pluimvee dat al dan niet met een vloeibaar kruidenmengsel op smaak gebracht is, apart of gecombineerd, alsook gesneden of gehakt, en bestemd om door de exploitant van een levensmiddelenbedrijf te worden geroosterd en vervolgens door de eindgebruiker te worden geconsumeerd;

D.  overwegende dat uit een rapport van de Commissie uit 2017 over officiële controles op levensmiddelenadditieven(4) is gebleken dat de lidstaten in het algemeen ernstige moeilijkheden ondervinden om na te gaan of levensmiddelenadditieven in overeenstemming met de voorschriften van de Uniewetgeving worden gebruikt; overwegende dat in dit rapport ook wordt gesteld dat de bevoegde autoriteiten en exploitanten van levensmiddelenbedrijven in bepaalde lidstaten uiteenlopende en soms onjuiste interpretaties hanteren van toepasselijke Unievoorschriften met betrekking tot vleesbereidingen en vleesproducten, met inbegrip van de uitzonderingen die zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 1333/2008, hetgeen ertoe leidt dat deze voorschriften niet uniform wordt toegepast;

E.  overwegende dat in 2012 een wetenschappelijk studie(5) is gepubliceerd waaruit bleek dat het gebruik van fosfaten als levensmiddelenadditieven bezorgdheid wekt, omdat het mogelijk leidt tot een verhoogd fosfaatgehalte in het bloedserum; overwegende dat een hoog fosfaatgehalte in het bloedserum in verband wordt gebracht met een verhoogd cardiovasculair risico;

F.  overwegende dat de Commissie de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft verzocht een wetenschappelijke beoordeling te verrichten van de risico's waarop in bovengenoemde wetenschappelijk studie werd gewezen, en dat de EFSA deze beoordeling in 2013 heeft gepubliceerd(6);

G.  overwegende dat de EFSA in de beoordeling van de studie weliswaar tot de conclusie kwam dat niet met zekerheid kan worden bepaald of het verhoogde cardiovasculaire risico samenhangt met verschillen in de opname van fosfor in het algemeen of van fosfor in de vorm van levensmiddelenadditieven, maar er tevens op wees dat het gebruik van fosfaten als levensmiddelenadditieven overeenkomstig Verordening (EU) nr. 257/2010 uiterlijk op 31 december 2018 bij voorrang door de EFSA opnieuw zou worden geëvalueerd;

H.  overwegende dat een in 2013 gepubliceerde wetenschappelijke studie tot de conclusie kwam dat bij een op nationaal niveau representatieve steekproef van gezonde Amerikanen een verband kon worden vastgesteld tussen een hoge inname van fosfor en een verhoogde mortaliteit, en dat deze bevindingen gezien de prevalentie van een hoge fosforinname onder gezonde volwassenen en het wijdverbreide gebruik van anorganische fosforadditieven in verwerkte levensmiddelen verstrekkende gevolgen zouden kunnen hebben voor de volksgezondheid(7); overwegende dat een andere, in 2014 gepubliceerde studie aangeeft dat een voedingspatroon met een hoge fosforinname op lange termijn de gezondheid van het beendergestel kan aantasten, zowel bij chronische nierpatiënten als bij een gezonde bevolking(8);

I.  overwegende dat het gebruik van fosfaten als levensmiddelenadditieven in vleesbereidingen in het algemeen niet is toegestaan;

J.  overwegende dat het gebruik van fosfaten als additieven door een opeenstapeling van uitzonderingen in steeds meer vleesbereidingen is toegestaan, en dat op die manier een gebruik is gelegaliseerd dat eigenlijk onder het Unierecht verboden is; overwegende dat fosfaten in verschillende lidstaten op illegale wijze als levensmiddelenadditieven in bevroren verticale vleesspiezen werden en nog steeds worden gebruikt;

K.  overwegende dat fosfaten wegens hun waterbindend vermogen kunnen worden gebruikt om het gewicht van vlees te verhogen, waardoor exploitanten van levensmiddelenbedrijven consumenten opzettelijk kunnen misleiden en fraude kunnen plegen door water te verkopen voor de prijs van vlees;

L.  overwegende dat bevroren verticale vleesspiezen bedoeld zijn voor de horeca, hetgeen inhoudt dat de consumenten niet worden geïnformeerd over het gebruik van fosfaten als levensmiddelenadditieven in deze producten, aangezien zij niet zijn geëtiketteerd;

M.  overwegende dat artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1333/2008 stelt dat een levensmiddelenadditief slechts in de communautaire lijsten in de bijlagen II en III mag worden opgenomen indien het volgens de beschikbare wetenschappelijke gegevens bij de voorgestelde hoeveelheden geen gevaar voor de gezondheid van de consument oplevert, er een aanvaardbare technische behoefte is waarin niet met andere economisch en technisch bruikbare methoden kan worden voorzien en het gebruik ervan de consument niet in misleiding brengt;

N.  overwegende dat aan geen van de bovenstaande criteria is voldaan;

1.  maakt bezwaar tegen de aanneming van het ontwerp van verordening van de Commissie;

2.  is van mening dat het ontwerp van verordening van de Commissie niet verenigbaar is met het doel en de inhoud van Verordening (EG) nr. 1333/2008;

3.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van verordening in te trekken;

4.  verzoekt de Commissie de bestaande goedkeuringen opnieuw te bekijken en waar nodig voorstellen te doen om deze in te trekken of te herzien in gevallen waar de EFSA bij de herbeoordeling van het gebruik van fosfaten als levensmiddelenadditieven tot de conclusie komt dat gezondheidsrisico's als gevolg van dat gebruik niet kunnen worden uitgesloten;

5.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de lidstaten de geldende Uniewetgeving inzake het gebruik van levensmiddelenadditieven in vleesbereidingen naar behoren toepassen;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16.

(2)

PB L 80 van 26.3.2010, blz. 19.

(3)

PB L 184, van 17.7.1999, blz. 23.

(4)

http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/details.cfm?rep_id=115

(5)

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3278747/

(6)

http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/3444

(7)

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3893724/

(8)

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24425727

Juridische mededeling