Procedure : 2017/2979(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0667/2017

Ingediende teksten :

B8-0667/2017

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0489

AANBEVELING VOOR EEN BESLUIT
PDF 253kWORD 51k
5.12.2017
PE614.280v01-00
 
B8-0667/2017

ingediend overeenkomstig artikel 105, lid 6, van het Reglement


om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 17 november 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten met technische reguleringsnormen betreffende de handelsverplichting voor bepaalde derivaten (C(2017)07684 – 2017/2979(DEA))


Markus Ferber namens de Commissie economische en monetaire zaken

Ontwerpbesluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 17 november 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten met technische reguleringsnormen betreffende de handelsverplichting voor bepaalde derivaten (C(2017)07684 – 2017/2979(DEA))  
B8‑0667/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2017)07684),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 29 november 2017, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien de brief van de Commissie economische en monetaire zaken van 4 december 2017 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012(1) (MiFIR), en met name artikel 32, lid 1, en artikel 50, lid 5,

–  gezien artikel 10, lid 1, en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie(2),

–  gezien de ontwerpen van technische reguleringsnormen inzake de handelsverplichting voor bepaalde derivaten in het kader van MiFIR die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) op 28 september 2017 heeft ingediend overeenkomstig artikel 32, lid 1, van MiFIR,

–  gezien de begeleidende brief van de ESMA aan de Commissie van 28 september 2017 over de ontwerpen van technische reguleringsnormen van de ESMA inzake de handelsverplichting in het kader van MiFIR,

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in de bijlage bij de gedelegeerde verordening de klassen van derivaten worden vermeld waarop de bij artikel 28 van MiFIR ingevoerde handelsverplichting van toepassing dient te zijn; overwegende dat derivaten waarop deze handelsverplichting van toepassing is, uitsluitend mogen worden verhandeld op een gereguleerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit, een georganiseerde handelsfaciliteit of een handelsplatform van een derde land dat door de Commissie gelijkwaardig wordt geacht;

B.  overwegende dat de ESMA het ontwerp van technische reguleringsnorm op 28 september 2017 met een begeleidende brief bij de Commissie heeft ingediend en alle betrokken partijen heeft verzocht zich ertoe te verbinden hun deadlines te verkorten om ervoor te zorgen dat de politieke doelstelling om de handelsverplichting met ingang van 3 januari 2018 van toepassing te laten worden, wordt verwezenlijkt; overwegende dat de ESMA voorts opmerkt dat er nog een groot aantal gelijkwaardigheidsverklaringen moeten worden voltooid voordat de handelsverplichting in werking treedt;

C.  overwegende dat het Parlement van oordeel is dat de vastgestelde technische reguleringsnorm als gevolg van de wijzigingen die de Commissie in de tekst heeft aangebracht, niet identiek is aan het door de ESMA ingediende ontwerp van technische reguleringsnorm, en dat het Parlement van mening is dat het over een termijn van drie maanden beschikt om bezwaar aan te tekenen tegen de technische reguleringsnorm ("toetsingstermijn");

D.  overwegende dat de gedelegeerde verordening met ingang van 3 januari 2018, de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 2014/65/EU ("MiFID II") en MiFIR, van toepassing moet zijn en dat de datum waarop de regels betreffende de handelsverplichting in werking treden, zou worden overschreden indien het Parlement de toetsingstermijn van drie maanden waarover het beschikt, volledig zou benutten;

E.  overwegende dat de handelsverplichting voor derivaten een belangrijk onderdeel is van de verbintenissen die de leiders van de G20 in 2009 in Pittsburgh zijn overeengekomen;

F.  overwegende dat een spoedige publicatie van de gedelegeerde verordening in het Publicatieblad een tijdige tenuitvoerlegging van en rechtszekerheid betreffende de bepalingen met betrekking tot de handelsverplichting voor derivaten mogelijk zou maken;

G.  overwegende dat het Parlement benadrukt dat het van belang is dat de Commissie de nodige gelijkwaardigheidsbesluiten voltooit voordat de handelsverplichting in werking treedt;

H.  overwegende dat het Parlement opmerkt dat de technische reguleringsnorm geen specifieke bepalingen betreffende pakkettransacties bevat en dat verdere richtsnoeren van de Commissie en de ESMA betreffende de behandeling van pakketten wellicht nodig zijn; overwegende dat het Parlement van mening is dat deze richtsnoeren in overeenstemming moeten zijn met de "quick fix" van MiFID II;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84.

(2)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

Juridische mededeling