Procedure : 2017/2973(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0669/2017

Ingediende teksten :

B8-0669/2017

Debatten :

PV 12/12/2017 - 11
CRE 12/12/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0500

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 270kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0668/2017
6.12.2017
PE614.288v01-00
 
B8-0669/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/ hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie van de Rohingya (2017/2973(RSP))


Urmas Paet, Petras Auštrevičius, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de Rohingya (2017/2973(RSP))  
B8‑0669/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Myanmar en over de situatie van de Rohingya-moslims, met name die van 7 juli 2016(1), 15 december 2016(2) en 14 september 2017(3), en zijn resoluties van 16 maart 2017 over de prioriteiten van de EU voor de zittingen van de VN-Mensenrechtenraad in 2017(4) en 13 juni 2017 over staatloosheid in Zuid- en Zuidoost-Azië(5),

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over de EU-strategie voor Myanmar/Birma,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van 1 juni 2016 van de Commissie en vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (vv/hv) aan het Europees Parlement en de Raad, getiteld "Elementen voor een strategie van de EU ten aanzien van Myanmar/Birma: een speciaal partnerschap voor democratie, vrede en welvaart" (JOIN(2016)0024),

–  gezien de verklaring van de vv/hv van 30 maart 2016 over het aantreden van de nieuwe regering van de Unie van Myanmar,

–  gezien het memorandum van overeenstemming tussen Myanmar en Bangladesh over de repatriëring van Rohingya van Bangladesh naar Myanmar, getekend op 23 november 2017,

–  gezien de verklaring van de vv/hv van 23 november 2017 over het memorandum van overeenstemming tussen Myanmar en Bangladesh,

–  gezien de conclusies van de Raad van 4 december 2015 over staatloosheid,

–  gezien het VN-verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol hierbij van 1967,

–  gezien het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 en het Verdrag tot beperking der staatloosheid van 1961,

–  gezien het mondiaal actieplan 2014-2024 van november 2014 van het vluchtelingenagentschap van de VN (UNHCR) om een einde te maken aan staatloosheid,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van 1948,

–  gezien het eindrapport van de Adviescommissie inzake de deelstaat Rakhine van 24 augustus 2017, getiteld "Towards a peaceful, fair and prosperous future for the people of Rakhine",

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, beide van 1966,

–  gezien het Handvest van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat er in de deelstaat Rakhine in Myanmar ongeveer een miljoen Rohingya wonen, een overwegend islamitische minderheid die het slachtoffer is van onderdrukking en aanhoudende ernstige schendingen van de mensenrechten, zoals bedreiging van hun leven en veiligheid, moordpartijen, ontzegging van het recht op gezondheid en onderwijs, dwangarbeid, seksueel geweld en beperking van hun politieke rechten;

B.  overwegende dat de Rohingya officieel staatloos zijn sinds de vaststelling van de Birmese staatsburgerschapswet van 1982, die heeft geleid tot een ernstige inperking van hun bewegingsvrijheid en die de Rohingya ertoe gedwongen heeft in kampen te wonen;

C.  overwegende dat de Rohingya gevangen zitten in een vicieuze cirkel van door de staat gesteunde geïnstitutionaliseerde discriminatie die feitelijk neerkomt op apartheid die gaandeweg overgaat in etnische zuivering; overwegende dat de Rohingya onderworpen zijn aan aparte wetgeving, waardoor zij in hun dagelijks leven te maken hebben met belemmeringen als het gaat om werk, huwelijk, reizen en toegang tot gezondheidszorg;

D.  overwegende dat de regeringen van Myanmar en Bangladesh in Nay Pyi Taw een niet‑bindend memorandum van overeenstemming hebben ondertekend; overwegende dat dit memorandum van overeenstemming de veilige terugkeer van Rohingya-vluchtelingen die de afgelopen jaren van Myanmar naar Bangladesh zijn gevlucht moet garanderen; overwegende dat is meegedeeld dat de Rohingya niet zullen terugkeren naar hun dorpen van herkomst, maar naar vluchtelingen-/gevangenenkampen in Myanmar;

E.  overwegende dat het risico van radicalisering, waarop eerder werd gewezen in het eindrapport van 24 augustus 2017 van de Adviescommissie inzake de deelstaat Rakhine, voorgezeten door Kofi Annan, aanwezig is bij de lokale en in eigen land ontheemde gemeenschappen in het noorden van Rakhine, alsmede bij vluchtelingengemeenschappen in Bangladesh;

F.  overwegende dat Rohingya worden vermoord en verkracht en dat huizen in Rohingya-dorpen worden platgebrand met als doel de sociale structuur van de Rohingya blijvend te beschadigen en de bevolking te traumatiseren; overwegende dat deze weerzinwekkende acties bedoeld zijn om de Rohingya uit hun dorpen en uit het land te verjagen en om mentale en fysieke barrières op te werpen voor hun terugkeer; overwegende dat de grens tussen Myanmar en Bangladesh gemilitariseerd gebied is en dat er gebruik wordt gemaakt van mijnen om te voorkomen dat mensen de grens oversteken;

G.  overwegende dat Human Rights Watch en Amnesty International erop hebben gewezen dat veiligheidstroepen van Myanmar sinds 25 augustus 2017 stelselmatig en op grote schaal vrouwen en meisjes verkrachten in het kader van een campagne van etnische zuivering, gericht tegen de Rohingya-moslims in de deelstaat Rakhine; overwegende dat het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen van de VN (CEDAW) de regering van Myanmar heeft verzocht uiterlijk 28 mei 2018 informatie te verstrekken over een aantal kwesties in verband met de geweldsincidenten tegen vrouwen en meisjes in Noord-Rakhine in de afgelopen maanden;

H.  overwegende dat de vv/hv de ondertekening van het memorandum van overeenstemming over de repatriëring van de Rohingya een belangrijke en welkome stap heeft genoemd in de aanpak van één van de ernstigste humanitaire en mensenrechtencrises;

I.  overwegende dat Myanmar momenteel SAP-handelspreferenties geniet in het kader van de bijzondere regeling "Everything but arms" en dat de uitvoer van Myanmar naar de EU in 2016 goed was voor 830 miljoen EUR; overwegende dat de huidige onderdrukking van de Rohingya aangemerkt kan worden als "ernstige en systematische" schending van de verplichtingen van Myanmar uit hoofde van minimaal één van de verdragen inzake de fundamentele mensenrechten en de rechten van arbeiders als bedoeld in de SAP-verordening (Verordening (EU) nr. 978/2012);

1.  dringt er bij het leger en de veiligheidstroepen op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya en het platbranden van hun huizen;

2.  dringt er bij de regering van Myanmar op aan om onmiddellijk een onpartijdig, onafhankelijk en doeltreffend onderzoek in te stellen naar alle geloofwaardige beschuldigingen van schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en misdrijven naar internationaal recht; is van oordeel dat als er toereikend toelaatbaar bewijs is dat bepaalde personen strafbare handelingen hebben gepleegd die neerkomen op schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten, deze personen een eerlijk proces moeten krijgen, berecht moeten worden door een onafhankelijke niet-militaire rechtbank en niet de doodstraf opgelegd moeten krijgen;

3.  dringt er bij de regering van Myanmar op aan het recht op bewegingsvrijheid van de Rohingya te eerbiedigen en hun veiligheid overal te garanderen; dringt er bij de regering van Myanmar op aan onmiddellijk alle mijnen op de grens met Bangladesh op te ruimen; dringt er bij de regering van Myanmar op aan de reisbeperkingen voor humanitaire organisaties onmiddellijk in te trekken;

4.  steunt voorts de oproep in de conclusies van de Raad om efficiënte democratische instellingen op te bouwen, te werken aan een sterk maatschappelijk middenveld, de fundamentele rechten en vrijheden te eerbiedigen en goed bestuur te bevorderen;

5.  dringt erop aan dat per direct uitvoering wordt gegeven aan het memorandum van overeenstemming en dat het recht van de Rohingya om vrijwillig, veilig en waardig te kunnen terugkeren naar hun plaatsen van herkomst ten volle geëerbiedigd wordt en dat zij gevrijwaard blijven van elke vorm van discriminatie; dringt er bij de regering van Myanmar op aan ervoor te zorgen dat de Rohingya te allen tijde in veilige en menswaardige omstandigheden kunnen leven;

6.  dringt er bij de regering van Myanmar op aan maatregelen te treffen om een einde te maken aan de aanhoudende en systematische discriminatie en segregatie van Rohingya en andere moslims in de deelstaat Rakhine en deze groepen toegang te bieden tot gezondheidszorg, onderwijs en andere diensten;

7.  uit zijn bezorgdheid over de plannen van terroristische groeperingen, met name al Qaida en ISIS, die gebruik willen maken van de crisissituatie waarin de Rohingya verkeren om voet aan de grond te krijgen in Myanmar en hun invloed in de hele regio te vergroten; benadrukt dat het gevaar bestaat dat Rohingya-vluchtelingen en opstandelingen van het Arakan Rohingya Salvation Army gerecruteerd worden door extremistische bewegingen;

8.  dringt er bij de regering van Myanmar op aan om VN-agentschappen, andere internationale en lokale humanitaire organisaties en de nationale en internationale media volledige toegang te bieden tot alle delen van het land; benadrukt dat alleen als de media volledige toegang krijgt en volledige transparantie gewaarborgd wordt een informatiestroom op gang kan komen op basis waarvan inzicht verkregen kan worden in wat er in deze regio precies gaande is;

9.  geeft uiting aan zijn enorme teleurstelling over het feit dat de regering van Myanmar en Aung San Suu Kyi dit probleem blijven ontkennen en weigeren aan te pakken, en medeverantwoordelijk zijn voor de wreedheden die in deze regio plaatsvinden; dringt er bij Aung San Suu Kyi op aan de wreedheden te veroordelen en concrete maatregelen te nemen om de Rohingya te helpen;

10.  verzoekt China en alle andere internationale en regionale spelers om via alle beschikbare bilaterale, multilaterale en regionale platforms aan te dringen op beëindiging van de gruweldaden en op een vreedzame oplossing;

11.  betreurt dat de VN-Veiligheidsraad er niet in is geslaagd een resolutie over de situatie van de Rohingya aan te nemen;

12.  neemt kennis van de verklaringen van de vv/hv; is echter van oordeel dat er een grotere inzet nodig is; herinnert aan zijn verzoek aan de vv/hv en de EU-lidstaten om de druk op de regering van Myanmar fors op te voeren;

13.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan het huidige wapenembargo tegen Myanmar uit te breiden in die zin dat alle vormen van militaire steun daaronder vallen, en gerichte financiële sancties op te leggen aan hoge ambtenaren die zich schuldig maken aan ernstige schendingen;

14.  dringt er bij alle staten op aan hun humanitaire steun aan ontheemden in Myanmar en in andere landen, waaronder Bangladesh, te vergroten en te waarborgen dat vrouwen, kinderen en andere personen die gevaar lopen het slachtoffer te worden van seksueel geweld, mensenhandel of gelijksoortige vormen van misbruik beschermd worden;

15.  verzoekt de vv/hv en de Europese commissaris voor Handel om de handelspreferenties die Myanmar momenteel geniet in het kader van de bijzondere regeling "Everything but arms" op te schorten en de regering van Myanmar mee te delen dat de onderhandelingen over een investeringsovereenkomst tussen de EU en Myanmar kunnen worden opgeschort;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en het parlement van Myanmar, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten, de secretaris-generaal van de ASEAN, de intergouvernementele commissie mensenrechten van de ASEAN, de speciale rapporteur van de VN over de mensenrechtensituatie in Myanmar, de Hoge VN‑Commissaris voor vluchtelingen en de VN‑Mensenrechtenraad.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0316.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0506.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0351.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0089.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0247.

Juridische mededeling