Procedure : 2017/2932(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0683/2017

Ingediende teksten :

B8-0683/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0499

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 176kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0678/2017
11.12.2017
PE614.306v01-00
 
B8-0683/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Afghanistan (2017/2932(RSP))


Charles Tannock namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Afghanistan (2017/2932(RSP))  
B8‑0683/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Afghanistan,

–  gezien de conclusies van de Raad van 16 oktober 2017 over een EU-strategie voor Afghanistan,

–  gezien resolutie 2344 (2017) van de VN-Veiligheidsraad en het mandaat van de VN-bijstandsmissie in Afghanistan (Unama),

–  gezien de eerdere verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de situatie in Afghanistan,

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling die in februari 2017 tussen de Europese Unie en Afghanistan is gesloten en die op 1 december 2017 voorlopig in werking is getreden,

–  gezien het resultaat van de conferentie over Afghanistan, die op 5 oktober 2016 in Brussel is gehouden,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989,

–  gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie of overtuiging van 1981,

–  gezien het VN-Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van antipersoneelmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens van september 1997,

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

–  gezien het VN-verslag over de behandeling van conflictgerelateerde gedetineerden in Afghanistan van april 2017,

–  gezien de grondwet van de Islamitische Republiek Afghanistan, die in januari 2004 is geratificeerd,

–  gezien het actieprogramma van Peking en de resultaten van de vierde Wereldvrouwenconferentie: actie voor gelijkheid, ontwikkeling en vrede, die in september 1995 in Peking (China) werd gehouden,

–  gezien de meest recente universele periodieke toetsing van Afghanistan door de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien het overgangsproces (Inteqal) en het tienjarige transformatieproces (2015-2024),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en haar lidstaten, in samenwerking met internationale partners en de Afghaanse autoriteiten, inspanningen hebben ondersteund om een einde te maken aan het geweld en extremisme in Afghanistan, en steun hebben verleend voor de heropbouw, de ontwikkeling en de democratische ambities van het land;

B.  overwegende dat de Europese Unie en haar lidstaten gehecht blijven aan een vreedzaam, inclusief politiek proces in Afghanistan om duurzame ontwikkeling, stabiliteit, veiligheid en de gelijkheid van alle burgers te bewerkstelligen en problemen aan te pakken zoals de hervorming van de veiligheidssector, mensenrechtenkwesties en de bestrijding van corruptie en de handel in illegale drugs;

C.  overwegende dat de Europese Unie op 16 oktober 2017 een nieuwe strategie voor Afghanistan is overeengekomen die vier prioritaire gebieden omvat, namelijk bevordering van vrede, stabiliteit en regionale veiligheid; versterking van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten en bevordering van behoorlijk bestuur en verbetering van de positie van de vrouw; ondersteuning van economische en menselijke ontwikkeling; en aanpak van migratievraagstukken;

D.  overwegende dat de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de EU en Afghanistan op 1 december 2017 voorlopig in werking is getreden;

E.  overwegende dat geweld en extremisme, ondanks de inspanningen van internationale en Afghaanse militaire en veiligheidstroepen, een facet van het dagelijkse leven in Afghanistan blijven;

F.  overwegende dat in 2016 duizenden burgers gedood of gewond geraakt zijn bij zelfmoordaanslagen en aanslagen met geïmproviseerde explosieven, of bij willekeurige lucht- en mortieraanvallen door regeringstroepen tegen vermeende opstandelingen;

G.  overwegende dat de toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, en de levensverwachting in Afghanistan zijn verbeterd sinds de Taliban in 2001 van de macht zijn verdreven;

H.  overwegende dat maar liefst 20 opstandige groeperingen en terroristische netwerken, waaronder de Taliban, Al Qaida, IS/Daesh en het Haqqani-netwerk, nu naar verluidt een ernstige bedreiging vormen in Afghanistan;

I.  overwegende dat het aantal burgerdoden als gevolg van gevechten in Afghanistan sinds 2001 in de eerste helft van 2017 een recordhoogte heeft bereikt;

J.  overwegende dat de Taliban de jongste jaren aan steun lijken te winnen en met name de jongste maanden een reeks dodelijke aanvallen op burgers en strategische doelwitten hebben ingezet om het proces ter bevordering van vrede en democratie in Afghanistan te destabiliseren; overwegende dat de Taliban meer grondgebied en bevolking controleren dan ooit sinds hun nederlaag in 2001;

K.  overwegende dat de VN-bijstandsmissie in Afghanistan (Unama) een politieke missie is die de VN-Veiligheidsraad in 2002 op verzoek van de Afghaanse regering heeft ingesteld om haar en de Afghaanse bevolking te helpen bij het leggen van de fundamenten voor duurzame vrede en ontwikkeling in het land;

L.  overwegende dat de EU-politiemissie EUPOL Afghanistan in 2007 is ingesteld om de Afghaanse regering te ondersteunen bij de uitbouw van een civiele politie; overwegende dat de missie in december 2016 haar mandaat heeft voltooid;

M.  overwegende dat naar schatting 1,3 miljoen mensen in Afghanistan in eigen land ontheemd zijn; overwegende dat in de tweede helft van 2016 een tienjarige piek werd opgetekend in het aantal Afghaanse vluchtelingen die terugkeerden uit Pakistan (370 000 tegenover 55 000 in 2015);

N.  overwegende dat politieke machtsstrijd de overheidshervormingen heeft afgeremd, ook op gebieden zoals gendergelijkheid en vrouwenrechten, de aflegging van verantwoording voor folteringen, vrijheid van de media en vrijheid van meningsuiting;

O.  overwegende dat 2016 in Afghanistan een van de dodelijkste jaren was voor journalisten, van wie er 12 omkwamen terwijl ze verslag uitbrachten over de steeds gewelddadiger oorlog; overwegende dat veel lokale ambtenaren, ondanks de in de Afghaanse grondwet opgenomen bepalingen ter bescherming van de rechten en werkzaamheden van journalisten, het beginsel van onafhankelijkheid van de media niet kunnen aanvaarden, en dat de politie en het leger betrokken zijn bij verschillende gevallen van geweld tegen journalisten;

P.  overwegende dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid in Afghanistan als gevolg van het overgangsproces (Inteqal) is verschoven van de door de NAVO geleide Internationale strijdmacht voor bijstand aan de veiligheid (ISAF) naar de Afghaanse nationale veiligheidstroepen (ANSF) en dat dit proces eind 2014 is afgerond;

1.  herhaalt zijn langetermijnsteun voor de bevolking van Afghanistan om een einde te maken aan het conflict en de dreiging van terrorisme en extremisme, teneinde een inclusief, stabiel, democratisch en welvarender land op te bouwen;

2.  blijft zich inzetten voor een door Afghanen geleid en vormgegeven inclusief verzoeningsproces;

3.  is ingenomen met de goedkeuring van een nieuwe EU-strategie voor Afghanistan en is van mening dat deze getuigt van de langetermijninzet van de lidstaten ter bevordering van vrede, stabiliteit, welvaart en gelijkheid in het land;

4.  is verheugd dat de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en Afghanistan op 1 december 2017 voorlopig in werking is getreden als eerste juridisch bindend kader voor de betrekkingen tussen beide partijen; dringt voorts aan op een spoedige bekrachtiging van de overeenkomst door de EU-lidstaten, zodat ze volledig in werking kan treden;

5.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de nieuwe reeks aanvallen van extremistische groeperingen en de doden die daarbij zijn gevallen, verklaart nogmaals dat het alle internationale inspanningen steunt om Afghanistan te bevrijden van terrorisme en extremisme, en is van mening dat die inspanningen van vitaal belang zijn voor de regionale en wereldwijde veiligheid;

6.  herinnert alle partijen in Afghanistan eraan dat het tot doelwit maken, doden en gijzelen van burgers ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht zijn;

7.  veroordeelt aanvallen op ziekenhuizen en andere essentiële infrastructuur alsook het gebruik van scholen voor militaire doeleinden, en herinnert alle partijen aan de internationale verdragen die dergelijke activiteiten verbieden;

8.  is ingenomen met de verlenging van het Unama-mandaat door de VN-Veiligheidsraad als een essentieel instrument voor vrede, welvaart en inclusiviteit voor alle Afghanen;

9.  pleit voor de volledige tenuitvoerlegging van de gezamenlijke koersbepaling van de EU en Afghanistan om migratievraagstukken aan te pakken;

10.  staat volledig achter de onverkorte tenuitvoerlegging van resolutie 1325 (2000) van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid, en van andere interne maatregelen ter bevordering van gendergelijkheid en de emancipatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan, alsmede ter bestrijding van geweld tegen vrouwen;

11.  dringt er bij de regering van Afghanistan op aan haar nationale plan voor de uitbanning van foltering onverkort uit te voeren en betreurt de gerapporteerde foltering en mishandeling van conflictgerelateerde gedetineerden door alle partijen in Afghanistan;

12.  pleit voor de verdere uitvoering van het hervormingsprogramma van de Afghaanse regering "Zelfredzaamheid realiseren: verbintenissen voor hervormingen en een vernieuwd partnerschap" en biedt de autoriteiten in Kabul zijn steun aan om deze ambities te verwezenlijken;

13.  moedigt de inspanningen aan die momenteel worden geleverd om de onderliggende oorzaken van de migratie uit Afghanistan aan te pakken, zoals geweld, armoede, mensenrechtenschendingen, corruptie en economische en politieke instabiliteit;

14.  wijst met bezorgdheid op de gedwongen repatriëring van Afghaanse burgers die naar buurlanden zijn gevlucht, en maakt zich zorgen over het feit dat zij bij hun terugkeer geconfronteerd kunnen worden met het zich uitbreidende gewapende conflict en grote economische en sociale problemen;

15.  verzoekt de Europese Unie en haar lidstaten in het Afghaanse onderwijssysteem te blijven investeren, en de Afghaanse regering ervoor te zorgen dat onderwijs een van haar topprioriteiten blijft daar dit van cruciaal belang is voor de toekomst van het land;

16.  verzoekt de Afghaanse president Ashraf Ghani zijn krachtige publieke toezeggingen inzake de bescherming van rechten en vrijheden te koppelen aan een snelle en solide uitvoering van wetgeving daartoe;

17.  verzoekt de Afghaanse autoriteiten de artikelen 24, 27, 34 en 37 van de nationale grondwet na te leven om de rechten en de veiligheid van journalisten, de persvrijheid en het recht op vrijheid van vereniging te beschermen;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EDEO, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, en de president en de regering van Afghanistan.

Juridische mededeling