Procedure : 2018/2553(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0089/2018

Ingediende teksten :

B8-0089/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/02/2018 - 12.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0042

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 259kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0085/2018
5.2.2018
PE614.398v01-00
 
B8-0089/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie van de UNRWA (2018/2553(RSP))


Hilde Vautmans, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Patricia Lalonde, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de UNRWA (2018/2553(RSP))  
B8‑0089/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het vredesproces in het Midden-Oosten,

‒  gezien de eerdere conclusies van de Raad over het vredesproces in het Midden-Oosten,

‒  gezien de desbetreffende resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) en van de VN-Veiligheidsraad, en in het bijzonder AVVN-resolutie 71/91 van 6 december 2016,

‒  gezien de gezamenlijke verklaring van de Europese Unie en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) van 7 juni 2017 betreffende de steun van de Europese Unie voor UNRWA (2017-2020),

‒  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2017 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018(1),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN bijna 70 jaar geleden de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (hierna "de Organisatie" genoemd) heeft opgericht, en deze het mandaat heeft gegeven om, zolang er geen rechtvaardige en duurzame oplossing is gevonden, bijstand en bescherming te bieden aan geregistreerde Palestijnse vluchtelingen;

B.  overwegende dat het mandaat van de Organisatie herhaaldelijk door de Algemene Vergadering van de VN is verlengd en dat het huidige mandaat loopt tot 30 juni 2020;

C.  overwegende dat de Organisatie er zorg voor draagt dat in de essentiële behoeften van Palestijnse vluchtelingen met betrekking tot welzijn, bescherming en menselijke ontwikkeling wordt voorzien; overwegende dat zij heeft bewezen over de capaciteit te beschikken om te voorzien in onderwijs, gezondheidszorg, hulpverlening en sociale diensten;

D.  overwegende dat de Israëlische autoriteiten van mening zijn dat de Organisatie de humanitaire hulp van de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU‑steun, misbruikt, anti-Israëlische retoriek ondersteunt en terroristische activiteiten tolereert;

E.  overwegende dat de Verenigde Staten hebben aangekondigd dat zij 65 miljoen USD zullen inhouden op een geplande betaling van 125 miljoen USD; overwegende dat dit besluit volgens het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken bedoeld is om andere landen aan te sporen hun steun te vergroten, alsook om hervormingen binnen de Organisatie te stimuleren;

F.  overwegende dat dit besluit is genomen kort nadat de Amerikaanse president Donald Trump Jerusalem formeel heeft erkend als de hoofdstad van Israël en de daaropvolgende verklaring van de Palestijnse president Ahmoud Abbas dat de VS niet langer geschikt zijn om als bemiddelaar op te treden bij de onderhandelingen over een vredesakkoord tussen de Israëli's en de Palestijnen;

G.  overwegende dat de voortzetting van de EU-steun aan de Organisatie een belangrijk onderdeel vormt van haar strategie om bij te dragen aan de bevordering van stabiliteit in het Midden-Oosten en aan een levensvatbare tweestatenoplossing, zoals opnieuw werd bevestigd in de gezamenlijke verklaring van de EU en de UNWRA van 7 juni 2017 en, recenter, door het Europees Parlement in zijn resolutie van 25 oktober 2017;

H.  overwegende dat de EU zelfs nog vóór het besluit van de VS had onderkend dat de Organisatie een stabielere financiële grondslag moet worden gegeven, hetgeen werd verwoord in de gezamenlijke verklaring van de EU en de UNWRA van 7 juni 2017;

1.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de ernstige financieringscrisis waarmee de Organisatie kampt; dringt er in dit specifieke verband bij alle donoren op aan hun verplichtingen na te komen;

2.  herinnert aan de toezegging van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands zaken en veiligheidsbeleid om de Organisatie te helpen bij het waarborgen van financiële middelen teneinde haar in staat te stellen het haar door de Algemene Vergadering van de VN toegekende mandaat uit te voeren, op een duurzame en kosteneffectieve basis te opereren en de kwaliteit en het niveau van de aan Palestijnse vluchtelingen verleende diensten te garanderen;

3.  is ingenomen met het besluit van diverse lidstaten, met inbegrip van Nederland, Duitsland, Zweden, Ierland, Finland en België, om de betaling van hun financiële bijdragen aan de Organisatie voor 2018 naar voren te halen;

4.  dringt er bij de Verenigde Staten op aan hun besluit te heroverwegen en de volledige geplande bijdrage uit te keren;

5.  dringt er bij de Organisatie op aan haar managementstructuur en strategische planning te blijven verbeteren, teneinde tijdige en accurate programmering en financiële verslaglegging aan de EU te waarborgen, aantijgingen inzake schending van de neutraliteit door haar medewerkers te onderzoeken en, indien van toepassing, passende tuchtmaatregelen te nemen;

6.  herhaalt eens te meer dat de EU als belangrijkste doelstelling heeft te komen tot de tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict op basis van de grenzen van 1967, met Jeruzalem als de hoofdstad van beide staten, waarbij de veilige staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aaneengesloten en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid op basis van het recht op zelfbeschikking en volledige eerbiediging van het internationaal recht;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de afgezant van het Midden‑Oostenkwartet, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0408.

Laatst bijgewerkt op: 6 februari 2018Juridische mededeling