Procedure : 2018/2541(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0121/2018

Ingediende teksten :

B8-0121/2018

Debatten :

PV 28/02/2018 - 19
CRE 28/02/2018 - 19

Stemmingen :

PV 01/03/2018 - 8.13

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 158kWORD 48k
21.2.2018
PE616.049v01-00
 
B8-0121/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het besluit van de Commissie om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen (2018/2541(RSP))


Auke Zijlstra, Nicolas Bay, Janice Atkinson, Lorenzo Fontana, Gilles Lebreton, Harald Vilimsky namens de ENF-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het besluit van de Commissie om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen (2018/2541(RSP))  
B8‑0121/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het met redenen omkleed voorstel op grond van artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake de rechtsstaat in Polen van 20 december 2017, getiteld "Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de constatering van een duidelijk gevaar voor een ernstige schending, door de Republiek Polen, van de rechtsstaat" (COM(2017)0835),

–  gezien de verklaring van de Commissie van 28 februari 2018 over haar besluit om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in zijn vorige resolutie van 15 november 2017 over rechtsstaat en democratie in Polen: stand van zaken(1) wordt gesteld dat er momenteel in Polen een duidelijk risico bestaat van ernstige inbreuk op de waarden als bedoeld in artikel 2 VEU;

1.  stelt vast dat er geen sprake is van enige schending van de rechtsstaat door de Republiek Polen;

2.  wijst erop dat de regering van de Republiek Polen is verkozen met een grote meerderheid en almaar toenemende steun blijft genieten van de bevolking;

3.  beschouwt elke poging om tussenbeide te komen in de binnenlandse aangelegenheden van de lidstaten als ongegrond;

4.  herhaalt plechtig veel waarde te hechten aan de kernbeginselen van identiteit en nationale soevereiniteit, die een onlosmakelijk geheel vormen met het vrijheidsbeginsel;

5.  herhaalt krachtig veel waarde te hechten aan het subsidiariteitsbeginsel, zoals verankerd in artikel 5 van het VEU;

6.  is van mening dat de Commissie ongerechtvaardigd en vanuit politieke beweegredenen de pijlen richt op de regeringspartij van de Republiek Polen;

7.  herinnert eraan dat de Commissie geen politiek orgaan is, maar het uitvoerend orgaan van de Unie en zich dus strikt moet houden aan de Verdragen, met name artikel 5 van het VEU en artikel 6 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);

8.  verwerpt het besluit van de Commissie van 20 december 2017 om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen;

9.  verzoekt de Commissie en de Raad het inleiden van de procedure van artikel 7 stop te zetten;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, aan de president, de regering en het parlement van Polen, aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en aan de Raad van Europa.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0442.

Laatst bijgewerkt op: 22 februari 2018Juridische mededeling