Procedure : 2018/2642(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0184/2018

Ingediende teksten :

B8-0184/2018

Debatten :

PV 17/04/2018 - 11
CRE 17/04/2018 - 11

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0118

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 389kWORD 59k
11.4.2018
PE618.431v01-00
 
B8-0184/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de voortgang met de mondiale pacten van de VN inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie en inzake vluchtelingen (2018/2642(RSP))


Cristian Dan Preda, Anna Maria Corazza Bildt, Željana Zovko, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Sandra Kalniete, David McAllister, Elmar Brok, Jaromír Štětina, Andrey Kovatchev, Fernando Ruas, Lorenzo Cesa, Tokia Saïfi namens de PPE-Fractie
Tanja Fajon, Knut Fleckenstein, Jeppe Kofod, Linda McAvan, Claude Moraes, Norbert Neuser, Péter Niedermüller, Pier Antonio Panzeri, Soraya Post, Birgit Sippel, Elena Valenciano namens de S&D-Fractie
Cecilia Wikström, Louis Michel, Hilde Vautmans, Sophia in ‘t Veld namens de ALDE-Fractie
Judith Sargentini namens de Verts/ALE-Fractie
Marie-Christine Vergiat, Malin Björk, Sofia Sakorafa, Merja Kyllönen, Patrick Le Hyaric, Cornelia Ernst, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Martina Anderson, Barbara Spinelli, Helmut Scholz namens de GUE/NGL-Fractie
Ignazio Corrao, Laura Ferrara, Fabio Massimo Castaldo
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de voortgang met de mondiale pacten van de VN inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie en inzake vluchtelingen (2018/2642(RSP))  
B8-0184/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 1967,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de VN,

  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

  gezien de agenda voor waardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), met name IAO-Verdrag nr. 189 (2011) betreffende waardig werk voor huishoudelijk personeel,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 19 september 2016, de "Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten"(1),

–  gezien bijlage I bij de Verklaring van New York, het alomvattend reactiekader voor vluchtelingen ("Comprehensive Refugee Response Framework"),

–  gezien bijlage II bij de Verklaring van New York, "Towards a global compact for safe, orderly and regular migration",

–  gezien de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind van 6 maart 2017 en gezien de mededeling van de Commissie over de bescherming van migrerende kinderen van 12 april 2017,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 6 april 2017 over de werkwijze voor de intergouvernementele onderhandelingen over het mondiaal pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie(2),

–  gezien het verslag van de VN-Mensenrechtenraad van 28 april 2017 met als titel "Report of the Special Rapporteur on the human rights of migrants on a 2035 agenda for facilitating human mobility" (Verslag van de speciale rapporteur voor de mensenrechten van migranten over een agenda voor het faciliteren van menselijke mobiliteit tegen 2035)(3),

–  gezien het UNHCR-document van 17 mei 2017 met een routekaart voor een mondiaal pact inzake vluchtelingen ("Towards a global compact on refugees: a roadmap")(4),

–  gezien het verslag van de secretaris-generaal van de VN, António Guterres van 11 januari 2018, met als titel "Making Migration Work for All"(5),

–  gezien het nulontwerp van het mondiaal pact inzake vluchtelingen van 31 januari 2018(6),

–  gezien het nulontwerp en het bijgewerkte nulontwerp van het mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie van 5 februari 2018(7) en 5 maart 2018(8),

–  gezien de verklaring van Abidjan van de 5e EU-AU-top van november 2017,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN met als titel "Transforming our world - 2030 Agenda for Sustainable Development" en de hierin opgenomen 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, aangenomen op 25 september 2015 tijdens de VN-top in New York(9),

–  gezien het Internationaal verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden, goedgekeurd middels resolutie 45/158 van 18 december 1990 van de Algemene Vergadering van de VN(10),

–  gezien de gezamenlijke algemene opmerking van het Comité inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden (CMW) en het Comité voor de rechten van het kind (CRC) inzake de mensenrechten van kinderen in de context van internationale migratie,

–  gezien zijn resolutie van 13 april 2016 over de EU in een veranderende mondiale omgeving – een meer geconnecteerde, gecontesteerde en complexe wereld(11),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over mensenrechten en migratie in derde landen(12),

–  gezien zijn resolutie van 1 juni 2017 over veerkracht als een strategische prioriteit van het extern beleid van de EU(13),

–  gezien zijn resolutie van 5 april 2017 over de aanpak van de vluchtelingen- en migrantenbewegingen: de rol van het externe optreden van de EU(14) en zijn resolutie van 12 april 2016 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(15),

–  gezien het verslag van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2017 en het feit dat de EU minstens 20 % van de jaarlijkse prognose van de mondiale hervestigingsbehoeften voor haar rekening moet nemen,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat volgens artikel 13, lid 2, van de Universele Verklaring van de rechten van de mens eenieder het recht heeft om welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren; overwegende dat de mensenrechtencommissie van de VN in 1999 in zijn algemene opmerking nr. 273 (punt 8) heeft verduidelijkt dat dit recht niet afhankelijk mag worden gesteld van een bepaald doel of van de tijdsspanne die het individu besluit buiten het land te verblijven;

B.  overwegende dat de lidstaten van de VN tijdens de VN-top over vluchtelingen en migranten die is georganiseerd door de Algemene Vergadering op 19 september 2016 in New York, met eenparigheid van stemmen de "Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten" hebben goedgekeurd, op basis waarvan twee afzonderlijke, gescheiden en onafhankelijke, maar wel in wezen samenhangende processen zijn gestart met het oog op de vaststelling van een mondiaal pact inzake vluchtelingen in 2018 en een mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie, waarvan de ondertekening zal plaatshebben in december 2018 tijdens een conferentie in Marokko;

C.  overwegende dat in bijlage I bij de Verklaring van New York een alomvattend reactiekader voor vluchtelingen ("Comprehensive Refugee Response Framework", CRRF) wordt vastgesteld, dat gebaseerd is op het principe van internationale deling van verantwoordelijkheid en op de vastberadenheid van de VN-lidstaten om de dieperliggende oorzaken van gedwongen ontheemding aan te pakken; overwegende dat het CRRF specifieke acties omvat die bedoeld zijn om de druk op ontvangende landen te verlichten, de zelfredzaamheid van vluchtelingen te verbeteren, de oplossingen inzake toegang tot derde landen te verruimen en in de landen van herkomst omstandigheden te ondersteunen voor een veilige en waardige terugkeer;

D.  overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de vluchtelingen verzocht is raadplegingen te houden over een actieprogramma om het CRRF aan te vullen en een mondiaal pact inzake vluchtelingen voor te stellen in zijn jaarverslag aan de Algemene Vergadering in 2018;

E.  overwegende dat de EU en haar lidstaten betrokken waren bij het voorbereidingsproces en de besprekingen die hebben geleid tot de presentatie van de nulontwerpen; overwegende dat het met de start van de meest kritieke fase van het proces, en als gevolg van het besluit van de VS om de onderhandelingen te verlaten, het nog belangrijker is dat de EU en haar lidstaten een leidende rol op zich nemen, om te zorgen voor een sterke, op mensenrechten gebaseerde tekst waarin de mens centraal staat;

F.  overwegende dat migratie een complex menselijk fenomeen is; overwegende dat vluchtelingen in het internationaal recht specifiek gedefinieerd en beschermd worden als mensen die buiten hun land van herkomst verblijven, door een vrees voor vervolging, een conflict, geweld of andere omstandigheden, en die bijgevolg internationale bescherming behoeven, maar dat zowel vluchtelingen als migranten mensenrechten genieten en tijdens het migratieproces vaak geconfronteerd worden met een grotere kwetsbaarheid en meer geweld en misbruik; overwegende dat zowel het mondiale pact inzake vluchtelingen en het mondiale pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie complementaire processen zijn die gezamenlijke acties zullen vereisen voor de uitvoering ervan;

G.  overwegende dat mobiliteit en migratie van personen in toenemende mate een realiteit is, met ongeveer 258 miljoen internationale migranten wereldwijd; overwegende dat het aantal migranten als percentage van de wereldbevolking is toegenomen van 2,8 % in 2000 tot 3,4 % in 2017; overwegende dat 48 % van de migranten vrouw is; overwegende dat de meeste migranten reizen op veilige en geordende wijze; overwegende dat 85 % van de migratiebewegingen plaatsvindt tussen landen met hetzelfde ontwikkelingsniveau; overwegende dat in 2017 Europa de bron was van het op één na grootste aantal internationale migranten (61 miljoen)(16);

H.  overwegende dat volgens gegevens van de UNHCR eind 2015 ongeveer 65 miljoen mensen leefden als gedwongen ontheemden, van wie 12 miljoen Syriërs; overwegende dat volgens de Wereldbank tussen 2012 en 2015 ongeveer 9 miljoen mensen ontheemd waren, met als gevolg een serieuze uitdaging voor het mondiale systeem voor humanitaire hulp; overwegende dat 84 % van de vluchtelingen in de wereld en 99 % van de binnenlandse ontheemden in de wereld wordt opgevangen in ontwikkelingslanden of -regio's, de meeste van hen op het Afrikaanse continent, terwijl slechts 10 % van alle vluchtelingen wordt opgevangen door Europese landen, Turkije niet meegeteld; overwegende dat volgens de UNHCR-prognose van de mondiale hervestigingsbehoeften voor 2018 naar schatting bijna 1,2 miljoen mensen hervestiging nodig hebben; overwegende dat sinds 2000 wereldwijd meer dan 46 000 migranten en vluchtelingen zijn omgekomen op hun zoektocht naar veiligheid en waardigheid in het buitenland, inclusief een minimumraming van 14 500 doden in het centrale Middellandse-Zeegebied sinds 2014(17);

I.  overwegende dat Europa historisch gezien zowel een regio van bestemming als van oorsprong is; overwegende dat Europeanen ook gemigreerd zijn naar het buitenland door economische ontberingen, conflicten of politieke vervolging; overwegende dat de voortdurende economische en financiële crisis tot de emigratie van een groot aantal Europeanen heeft geleid, onder meer naar opkomende economieën in het zuidelijk halfrond;

J.  overwegende dat veel migrerende kinderen te maken krijgen met geweld, misbruik en uitbuiting; overwegende dat van meer dan 100 landen geweten is dat zij kinderen vasthouden om redenen in verband met migratie(18); overwegende dat gevluchte kinderen vijf keer meer kans lopen om niet naar school te gaan dan andere kinderen en dat minder dan een kwart van de gevluchte jongeren ingeschreven zijn in het middelbaar onderwijs;

K.  overwegende dat arbeidsmigranten vaak blootgesteld zijn aan discriminatie, uitbuiting en schendingen van hun rechten; overwegende dat 23 % van de 24,9 miljoen mensen in de wereld die gedwongen arbeid verrichten, internationale migranten zijn;

L.  overwegende dat de ervaring leert dat migranten positieve bijdragen leveren aan de landen waar zij leven, alsmede aan hun land van herkomst; overwegende dat migranten bijdragen aan de landen waar zij wonen, door belastingen te betalen en ongeveer 85 % van hun inkomsten te injecteren in de economie van deze landen; overwegende dat in 2017 wereldwijd naar schatting 596 miljard USD aan betalingen is overgemaakt, waarvan 450 miljard USD naar ontwikkelingslanden, d.i. tot drie maal de totale officiële ontwikkelingshulp;

1.  steunt krachtig de doelstellingen van de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten en het bijbehorende proces voor het ontwikkelen van een mondiale governanceregeling, het verbeteren van de coördinatie op het gebied van internationale migratie, de mobiliteit van personen, grootschalige bewegingen van vluchtelingen en aanslepende vluchtelingensituaties, en het invoeren van duurzame oplossingen en benaderingen om er duidelijk op te wijzen dat het belangrijk is de rechten van vluchtelingen en migranten te beschermen;

2.   verzoekt de EU-lidstaten zich te verenigen achter één EU-standpunt en de belangrijke kwestie van de mondiale pacten van de VN inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie en inzake vluchtelingen actief te verdedigen en de onderhandelingen hierover vooruit te helpen;

3.  is ervan overtuigd dat in een wereld met een sterke onderlinge afhankelijkheid de uitdagingen in verband met de mobiliteit van personen het effectiefst kunnen worden aangepakt door de internationale gemeenschap als geheel; is bijgevolg verheugd over de start van intergouvernementele onderhandelingen over het mondiale pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie en de start van het formeel overleg over het mondiale pact inzake vluchtelingen op basis van de nulontwerpen, die uiterlijk in juli 2018 voltooid moeten zijn;

4.  verzoekt de Europese Unie, meer bepaald haar hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie, om al haar diplomatieke gewicht in de schaal te gooien en de EU-delegaties in te zetten, niet alleen in New York en Genève, maar ook in andere belangrijke landen, met name ontwikkelingslanden, waarvan de daadwerkelijke deelname aan het proces van essentieel belang is, als landen van herkomst en doorreis, maar ook van bestemming, en door de EU moet worden gefaciliteerd, om het welslagen van het proces te garanderen;

5.  benadrukt het feit dat in de essentiële internationale mensenrechtenverdragen de rechten worden erkend van alle mensen, inclusief migranten en vluchtelingen, ongeacht hun juridische status, en staten verplicht worden deze rechten na te leven, inclusief het essentiële beginsel van non-refoulement; vraagt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan mensen die in kwetsbare situaties verkeren en die speciale medische of psychologische ondersteuning nodig hebben, onder meer als gevolg van door vooroordelen ingegeven, seksueel of gendergerelateerd fysiek geweld of marteling; pleit voor het opnemen van concrete maatregelen op dit gebied in de mondiale pacten; herinnert er voorts aan dat kwetsbaarheden ontstaan als gevolg van de omstandigheden in de landen van herkomst, doorreis en opvang of bestemming, niet alleen door de identiteit van de betrokkene, maar ook door beleidskeuzes, ongelijkheid en structurele en maatschappelijke dynamieken;

6.  herinnert eraan dat in de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's) van de Agenda 2030 wordt erkend dat geplande en goed aangestuurde beleidsmaatregelen op het gebied van migratie kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van duurzame ontwikkeling en inclusieve groei, alsmede het verminderen van de ongelijkheid binnen en tussen landen; dringt erop aan dat de nodige aandacht wordt geschonken aan de migratiegerelateerde aspecten van de SDG's en de mondiale pacten; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan hun toezegging na te komen om de SDG's met betrekking tot kinderen te realiseren, met uitvoering van de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind van 6 maart 2017;

7.  verzoekt de VN-lidstaten een autonoom engagement aan te gaan om gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes te bevorderen als centraal element van het mondiaal pact, overeenkomstig SDG 5; herinnert er voorts aan dat migratie een stimulans kan zijn voor de empowerment van vrouwen en gelijkheid, aangezien 48 % van de migranten vrouw is en twee derde van de migranten werkt;

8.  verzoekt de VN-lidstaten een autonoom engagement aan te gaan om te zorgen voor de bescherming van migrerende kinderen; benadrukt het feit dat alle kinderen, ongeacht hun migratie- of vluchtelingenstatus, eerst en vooral kinderen zijn, die aanspraak kunnen maken op alle rechten in het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, en dat hun belangen de eerste zorg moeten zijn van alle besluiten en maatregelen die op hen betrekking hebben; beschouwt de mondiale pacten als een gelegenheid om de benchmarks voor de bescherming van kinderen die getroffen zijn door migratie en gedwongen verplaatsing, te versterken; is tevreden met de opname in het nulontwerp van duidelijke toezeggingen met betrekking tot specifieke, dringende kwesties, zoals de oproep om een einde te maken aan de detentie van kinderen, verbetering van de actie inzake vermiste migranten, krachtige steun voor gezinshereniging en andere reguliere trajecten, voorkoming van staatloosheid van kinderen en opname van vluchtelingen- en asielzoekerskinderen in de nationale, kinderbeschermings-, onderwijs- en gezondheidszorgstelsels; verzoekt de EU en haar lidstaten krachtig te pleiten voor deze voorstellen om te garanderen dat zij opgenomen blijven in de definitieve tekst die moet worden goedgekeurd in december;

9.  benadrukt het feit dat voort moet worden gefocust op het aanpakken van de diverse oorzaken van irreguliere migratie en gedwongen ontheemding (conflict, vervolging, etnische zuivering, wijdverbreid geweld of andere factoren, bijvoorbeeld extreme armoede, klimaatverandering of natuurrampen);

10.  betreurt het aanhoudende en wijdverspreide fenomeen van staatloosheid, dat zorgt voor acute uitdagingen op het gebied van de mensenrechten; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan ervoor te zorgen dat deze kwestie naar behoren aan bod komt in de lopende onderhandelingen over de mondiale pacten;

11.  benadrukt het feit dat het overleg en de onderhandelingen transparant en inclusief moeten zijn en dat alle belanghebbenden, lokale en regionale autoriteiten en instellingen en het maatschappelijk middenveld, inclusief migrantenorganisaties, hier zoveel mogelijk bij betrokken moeten worden, ondanks het de intergouvernementele karakter van de onderhandelingen; onderstreept het feit dat de parlementen in de slotfase van het proces dat leidt tot de goedkeuring van de pacten, hun rol moeten kunnen spelen, en wijst er met name op dat de parlementaire dimensie van het EU-standpunt moet worden versterkt;

12.  is van mening dat een coördinatiemechanisme moet worden ontwikkeld om te zorgen voor complementariteit tussen de twee pacten en coherentie met betrekking tot horizontale kwesties;

13.  benadrukt het feit dat het belangrijk is uitgesplitste migratie- en vluchtelingengegevens te verzamelen en te controleren, die vergezeld moeten gaan van migrantspecifieke indicatoren, die van essentieel belang zijn voor de beleidsvorming, op basis van reële gegevens en niet van fabeltjes of onjuiste opvattingen, waarbij eerbiediging van de normen op het gebied van de grondrechten, waaronder het recht op privacy, en gegevensbescherming moet worden gegarandeerd en voorkomen moet worden dat betrokkenen worden blootgesteld aan ernstige schendingen van de mensenrechten;

14.  benadrukt het feit dat de follow-updimensie van de tenuitvoerlegging van beide mondiale pacten in de nabije toekomst moet worden versterkt, met name wegens het niet-bindende karakter ervan, om te voorkomen dat de diverse betrokken landen kiezen voor à-la-cartebenaderingen; pleit in verband hiermee voor nauwe monitoring door de vaststelling van benchmarks en indicatoren, voor zover van toepassing; benadrukt het feit dat ervoor moet worden gezorgd dat de architectuur van de VN en de bevoegde VN-agentschappen zijn voorzien van de nodige middelen voor alle taken die landen besluiten hun te delegeren met betrekking tot de tenuitvoerlegging en follow-up van de pacten;

15.  wijst erop dat het beheer van migratie grote investeringen, adequate middelen en flexibele en transparante instrumenten vereist en dat weldoordachte, flexibele en gestroomlijnde instrumenten voor het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van migratie de komende jaren nodig zullen zijn; wenst dat de financieringsinstrumenten van de EU een grotere rol spelen bij de tenuitvoerlegging van de mondiale pacten; dringt erop aan in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) de verplichting op te nemen van financiële consistentie en te voorzien in een evaluatie van de begrotingssteun op lange termijn voor migratie- en asielbeleid en acties die voortvloeien uit de mondiale pacten; is van mening dat met de ontwikkelingsbudgetten voort moet worden gefocust op duurzame uitroeiing van de armoede;

Mondiaal pact inzake vluchtelingen

16.  is tevreden met het ontwerppact inzake vluchtelingen en de aanpak ervan waarbij de mens en mensenrechten centraal staan; feliciteert de UNHCR met haar werkzaamheden en haar inzet voor een zo ruim mogelijke invulling van haar mandaat; verzoekt alle landen toezeggingen te doen voor een billijkere verdeling van de verantwoordelijkheid voor het opnemen en ondersteunen van vluchtelingen overal ter wereld en dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun deel van de verantwoordelijkheid te erkennen en na te komen; dringt aan op de goedkeuring van een mondiaal mechanisme voor deling van de verantwoordelijkheid, met ondersteuning van een op de mensenrechten gebaseerde aanpak van de voorgestelde compacte;

17.  benadrukt het feit dat gezorgd moet worden voor degelijke en blijvende steun aan ontwikkelingslanden die grote aantallen vluchtelingen onderdak bieden, en dat ervoor gezorgd moet worden dat vluchtelingen duurzame oplossingen worden aangeboden, onder meer door zelfredzaam te worden en geïntegreerd te worden in de gemeenschappen waar zij leven; herinnert eraan dat het pact een unieke gelegenheid biedt om de koppeling tussen humanitaire hulp en ontwikkelingsbeleid te versterken en om de effectiviteit, efficiëntie en duurzaamheid van de bescherming van vluchtelingen en het zoeken naar oplossingen voor vluchtelingen, het opbouwen van een alomvattende reactie en het samenbrengen van alle belanghebbenden te verbeteren;

18.  benadrukt het feit dat vluchtelingen als werkzame actoren betrokken moeten worden bij de vormgeving van het pact en andere internationale responsen op vluchtelingensituaties;

19.  vraagt dat humanitaire hulp niet strafbaar wordt gesteld; dringt aan op een grotere opsporings- en reddingscapaciteit voor personen in nood, de inzet van een grotere capaciteit door alle staten en de erkenning van de ondersteuning door particuliere actoren en ngo's bij het uitvoeren van reddingsoperaties op zee en op het land;

20.  vraagt een flinke ontwikkeling en een versterking van de hervestigingsoplossingen in het pact dat in het kader van de onderhandelingen wordt gesloten, als sleutelelement voor een billijke deling van de verantwoordelijkheid, door middel van specifieke en gecoördineerde verbintenissen om de reikwijdte, omvang en kwaliteit van de hervestigingsprogramma's te bepalen of te verhogen, teneinde te voldoen aan de jaarlijkse mondiale hervestigingsbehoeften die door de UNHCR worden geïdentificeerd; verzoekt in het bijzonder de EU-lidstaten om hun deel van het werk te doen en hun engagement op dit gebied te versterken;

21.  dringt erop aan dat het recht op gezinshereniging volledig wordt geëerbiedigd en dringt aan op de ontwikkeling van veilige en legale trajecten voor vluchtelingen, naast hervestiging, inclusief humanitaire corridors, internationale humanitaire visa, regionale hervestigingsregelingen en andere aanvullende wettelijke trajecten (bijvoorbeeld particuliere sponsoring, studievisa, studiebeursregelingen voor vluchtelingen en flexibele visumregelingen), zodat vluchtelingen bestemmingen kunnen bereiken waar zij worden opgevangen in behoorlijke en waardige omstandigheden;

22.  verzoekt alle landen het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 1967 (Verdrag van Genève) te ondertekenen, te ratificeren en na te leven;

23.  benadrukt het feit dat van deze gelegenheid gebruik moet worden gemaakt om ten volle een hernieuwd en horizontaal genderperspectief te ontwikkelen, voor een collectieve internationale reactie op vluchtelingen waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke beschermingsbehoeften van vrouwen, inclusief de bestrijding van geweld tegen vrouwen, en waarbij de bekwaamheden en vaardigheden van vrouwen met betrekking tot de wederopbouw en de veerkracht van alle samenlevingen worden vergroot, om zo het beeld te corrigeren van vrouwen als niets meer dan slachtoffers; dringt in verband hiermee aan op de volledige betrokkenheid van vrouwen, vanaf de kinderjaren, met toegang tot onderwijs voor meisjes, inclusief in noodgevallen en conflictgebieden, waarbij geluisterd wordt naar hun stem en rekening wordt gehouden met hun behoeften en leefwereld, door ervoor te zorgen dat zij deelnemen aan het ontwerpen van beleidsmaatregelen en oplossingen voor de vluchtelingencrisis, om deze duurzamer, responsiever en effectiever te maken;

Mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie

24.  benadrukt het feit dat het mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie gebaseerd moet zijn op de mensenrechten, dat de mens erin centraal moet staan en dat ermee moet worden voorzien in duurzame en alomvattende maatregelen voor de lange termijn die ten goede komen aan alle betrokken partijen, voortbouwend op het beginsel van partnerschap en nauwere samenwerking tussen landen van herkomst, doorgang en bestemming;

25.  beschouwt het pact als een unieke gelegenheid om het verband tussen ontwikkeling en migratie op de mondiale beleidsagenda te plaatsen; is er sterk van overtuigd dat de SDG's een holistisch en alomvattend kader bieden om het verband tussen migratie en ontwikkeling te onderbouwen;

26.  herinnert eraan dat er in het verslag van de secretaris-generaal van de VN met als titel "Making migration work for all" op wordt gewezen dat er duidelijke bewijzen zijn dat migratie, ondanks de reële uitdagingen, gunstig is zowel voor de migranten als voor de gastgemeenschappen, in economisch en sociaal opzicht, en een motor kan zijn voor economische groei en innovatie; steunt krachtig de verdere presentatie van een positief verhaal rond migratie en vraagt EU- en internationale informatiecampagnes om de aandacht te vestigen op feiten en om racistische en xenofobe trends in onze samenlevingen tegen te gaan;

27.  verzoekt de VN-lidstaten de kosten voor geldtransfers tot een minimum te beperken en deze kwestie aan te pakken in het kader van de lopende onderhandelingen over het pact;

28.  wijst erop dat migratie erkend is als een proactieve aanpassingsstrategie, een bestaansmiddelenregeling tegen armoede en een factor die bijdraagt tot inclusieve groei en duurzame ontwikkeling;

29.  is er sterk van overtuigd dat het nu tijd is om alle elementen van de VN-architectuur, inclusief de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), samen te brengen ter ondersteuning van de internationale inspanningen om de migratie te beheren en de samenwerking te versterken; betreurt daarom ten zeerste het besluit van de regering van de VS om haar deelname aan de onderhandelingen over een mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie stop te zetten; verzoekt de EU in dit proces leiderschap te tonen en andere landen, die uit de onderhandelingen stappen of erin slagen de inhoud van het uiteindelijke pact af te zwakken, te veroordelen; dringt er bij de EU op aan haar verantwoordelijkheid als wereldspeler op te nemen en zich in te zetten om een succesvolle afsluiting van de onderhandelingen te garanderen; wijst erop dat de EU-lidstaten eenheid moeten tonen en met één stem moeten spreken ter ondersteuning van een internationale op mensenrechten gebaseerde regeling voor het beheer van migratie;

30.  is van mening dat de openstelling van meer legale trajecten voor migratie, onder meer op basis van de realistische analyses van de behoeften van de arbeidsmarkt, illegale migratie zou ontmoedigen en zou leiden tot minder doden, minder misbruik van illegale migranten door smokkelaars en minder uitbuiting van irreguliere migranten door werkgevers met weinig scrupules;

31.  verzoekt alle landen passende maatregelen te nemen ter voorkoming van de schending van mensenrechten en de uitbuiting van migranten op hun grondgebied, inclusief door werkgevers; verzoekt de VN-lidstaten met het oog hierop het Internationaal verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden, goedgekeurd middels resolutie 45/158 van 18 december 1990 van de Algemene Vergadering, te ondertekenen, te ratificeren en na te leven; benadrukt dat het pact moet stroken en in overeenstemming moet zijn met de internationale arbeidsnormen, in het bijzonder de fundamentele beginselen en rechten op het werk en de IAO- en VN-verdragen inzake de bescherming van migrerende werknemers en hun gezinnen;

32.  onderstreept het feit dat het van belang is te zorgen voor passende ondersteuning van vrijwillige terugkeer en de re-integratie van personen die terugkeren naar hun thuisland; benadrukt het feit dat kinderen alleen mogen worden teruggezonden, als dit in hun belang is, en wel op veilige en vrijwillige wijze en met de nodige hulp, op basis van kindspecifieke informatieverslagen over het land van herkomst en met verstrekking van langetermijnhulp voor hun re-integratie;

33.  verzoekt de VN-lidstaten na te denken over de vaststelling van gedetailleerde nationale of subnationale actieplannen, ter bevordering van een aanpak door de volledige overheid van de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van het pact, om de verschillende dimensies van migratie, waaronder ontwikkeling, mensenrechten, veiligheid, sociale aspecten, leeftijd en geslacht te dekken en rekening te houden met de gevolgen voor het beleid op het gebied van gezondheid, onderwijs, kinderbescherming, huisvesting, sociale inclusie, justitie, werkgelegenheid en sociale bescherming;

34.  steunt het verzoek in de Verklaring van New York om systematische follow-up en evaluaties van de engagementen van de lidstaten op het gebied van migratie; verklaart zich bereid bij dit proces te worden betrokken op het niveau van de EU en steunt de deelname van migranten en andere belanghebbenden;

35.  verzoekt de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid het Parlement volledig op de hoogte te houden in alle fasen van het proces dat leidt tot de goedkeuring van de mondiale pacten;

°

°    °

36.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Verenigde Naties.

 

(1)

VN-resolutie 71/1 http://www.un.org/en/development/desa/population/migration/generalassembly/docs/A_RES_71_1_E.pdf

(2)

VN-resolutie 71/280.

https://www.un.org/en/development/desa/population/migration/generalassembly/docs/A_RES_71_280.pdf

(3)

A/HRC/35/25

https://daccess-ods.un.org/TMP/8451200.72364807.html

 

(4)

http://www.unhcr.org/58e625aa7.pdf

(5)

https://refugeesmigrants.un.org/SGReport

(6)

http://www.unhcr.org/Zero-Draft.pdf

(7)

https://refugeesmigrants.un.org/sites/default/files/180205_gcm_zero_draft_final.pdf

(8)

https://refugeesmigrants.un.org/sites/default/files/2018mar05_zerodraft.pdf

(9)

VN-resolutie 70/1.

http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/70/1&Lang=E

(10)

http://www.un.org/documents/ga/res/45/a45r158.htm

(11)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0120.

(12)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0404.

(13)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0242.

(14)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0124.

(15)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0102.

(16)

United Nations, Department of Economic and Social Affairs, Population Division (2017). Trends in International Migrant Stock: The 2017 revision (United Nations database, POP/DB/MIG/Stock/Rev.2017).

(17)

https://missingmigrants.iom.int/latest-global-figures

(18)

UNICEF-rapport, Uprooted: the growing crisis for refugee and migrant children, september 2016, blz. 39, https://www.unicef.org/videoaudio/PDFs/Uprooted.pdf

Laatst bijgewerkt op: 13 april 2018Juridische mededeling