Procedure : 2018/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0186/2018

Ingediende teksten :

B8-0186/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/04/2018 - 10.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0183

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 292kWORD 59k
11.4.2018
PE618.433v01-00
 
B8-0186/2018

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de bescherming van onderzoeksjournalisten in Europa: de zaak van de Slowaakse journalist Jan Kuciak en van Martina Kušnírová (2018/2628(RSP))


Roberta Metsola, Ingeborg Gräßle namens de PPE-Fractie
Claude Moraes, Birgit Sippel, Tanja Fajon, Josef Weidenholzer, Péter Niedermüller namens de S&D-Fractie
Ryszard Czarnecki, Helga Stevens, Monica Macovei, Raffaele Fitto, Ulrike Trebesius, Bernd Lucke, Branislav Škripek, Richard Sulík, Notis Marias, Peter van Dalen, Anders Primdahl Vistisen namens de ECR-Fractie
Sophia in ‘t Veld namens de ALDE-Fractie
Benedek Jávor namens de Verts/ALE-Fractie
Barbara Spinelli, Cornelia Ernst, Merja Kyllönen, Stelios Kouloglou, Younous Omarjee, Marisa Matias, Martin Schirdewan, Matt Carthy, Lynn Boylan, Martina Anderson, Liadh Ní Riada, Dimitrios Papadimoulis, Sofia Sakorafa namens de GUE/NGL-Fractie
Marco Valli, Laura Ferrara

Resolutie van het Europees Parlement over de bescherming van onderzoeksjournalisten in Europa: de zaak van de Slowaakse journalist Jan Kuciak en van Martina Kušnírová (2018/2628(RSP))  
B8‑0186/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2, 4, 5, 6, 9 en 10 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de artikelen 6, 7, 8, 10, 11, 12 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR),

–  gezien het algemeen commentaar nr. 34 van het Comité voor de rechten van de mens van de VN over artikel 19 van het IVBPR (vrijheid van mening en vrijheid van meningsuiting),

–  gezien resolutie 2141 (2017) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over aanvallen tegen journalisten en de mediavrijheid in Europa,

–  gezien de verklaring van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 30 april 2014 over de bescherming van de journalistiek en de veiligheid van journalisten en andere media-actoren,

–  gezien de verbintenissen van de OVSE op het gebied van de vrijheid van de media, de vrijheid van meningsuiting en de vrije stroom van informatie,

–  gezien zijn resolutie van 24 oktober 2017 over legitieme maatregelen ter bescherming van klokkenluiders die handelen in het algemeen belang bij het onthullen van vertrouwelijke informatie van bedrijven en overheidsinstanties(1),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtstaat en grondrechten(2),

–  gezien zijn resolutie van 15 november 2017 over de rechtstaat in Malta(3),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over de bestrijding van corruptie en de opvolging van de resolutie van de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen (CRIM)(4),

–  gezien de open brief die 17 organisaties voor de persvrijheid op 6 maart 2018 hebben gericht aan de voorzitter van de Commissie, Jean-Claude Juncker,

–  gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 14 maart 2018 over de bescherming van onderzoeksjournalisten in Europa: de zaak van de Slowaakse journalist Jan Kuciak en Martina Kušnírová,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de eerbiediging van de rechtstaat, de democratie, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en de in de EU-Verdragen en internationale mensenrechteninstrumenten vervatte waarden en beginselen verplichtingen zijn die op de Unie en haar lidstaten rusten en die moeten worden nagekomen;

B.  overwegende dat in artikel 6, lid 3, VEU wordt bevestigd dat de grondrechten, zoals zij worden gewaarborgd door het EVRM en zoals ze uit de gemeenschappelijke grondwettelijke tradities van de lidstaten voortvloeien, algemene beginselen van het recht van de Unie vormen;

C.  overwegende dat de EU werkt op basis van de veronderstelling van wederzijds vertrouwen dat de lidstaten handelen in overeenstemming met de democratie, de rechtstaat en de grondrechten, zoals verankerd in het EVRM, het Handvest van de grondrechten en het IVBPR;

D.  overwegende dat vrije, onafhankelijke en ongehinderde media een van de hoekstenen van democratische samenlevingen vormen; overwegende dat de lidstaten de plicht hebben om ervoor te zorgen dat de persvrijheid en de journalisten worden beschermd op hun grondgebied;

E.  overwegende dat de rechten op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van mening onontbeerlijke voorwaarden zijn voor de volledige verwezenlijking van de beginselen van transparantie en verantwoordingsplicht;

F.  overwegende dat de EU en haar lidstaten hebben toegezegd de vrijheid en het pluralisme van de media te eerbiedigen, alsook het recht op informatie en de vrijheid van meningsuiting, zoals verankerd in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten, artikel 10 van het EVRM en artikel 19 van het IVBPR; overwegende dat de openbare rol van de media als waakhond essentieel is voor de handhaving van deze rechten en de bescherming van alle andere grondrechten;

G.  overwegende dat de Unie de mogelijkheid heeft op te treden ter bescherming van de gemeenschappelijke waarden waarop zij is gegrondvest; overwegende dat de rechtstaat en de grondrechten met evenveel kracht moeten worden toegepast in alle lidstaten;

H.  overwegende dat de Slowaakse onderzoeksjournalist Jan Kuciak en zijn partner Martina Kušnírová op 25 februari 2018 vermoord zijn aangetroffen in hun huis in Veľká Mača;

I.  overwegende dat het recht op onafhankelijke en transparante toegang tot de rechter een essentieel element is van de rechtstaat; overwegende dat de daders van deze moorden maar ook die van eerdere misdaden, nog niet voor de rechter zijn gebracht en dat een cultuur van straffeloosheid moet worden veroordeeld;

J.  overwegende dat dit het vijfde geval is van moord op een journalist in een EU-lidstaat in de afgelopen tien jaar(5), en de tweede moord op een onderzoeksjournalist die in de EU onderzoek deed naar de Panama Papers, na de moord op Daphne Caruana Galizia in Malta in oktober 2017; overwegende dat aanvallen op onderzoeksjournalistiek misdaden zijn tegen de rechtstaat en de democratie;

K.  overwegende dat Jan Kuciak gespecialiseerd was in het onderzoeken van grootschalige belastingontduikingschandalen, fiscale fraude, corruptie en witwassen van geld en dat hij in zijn postuum gepubliceerde laatste artikel heeft gewezen op de mogelijke afpersing van Europese landbouwsubsidies door de Italiaanse maffiagroep 'Ndrangheta, waarbij mogelijk ook regeringsambtenaren waren betrokken die dichtbij hooggeplaatste politici stonden;

L.  overwegende dat de moord heeft geleid tot de grootste vreedzame protesten en betogingen sedert de Fluwelen Revolutie in 1989, waarin werd opgeroepen tot gerechtigheid, verantwoordingsplicht, de rechtstaat, eerbiediging van de mediavrijheid en maatregelen voor corruptiebestrijding; overwegende dat het vertrouwen in de staatsinstellingen moet worden hersteld;

M.  overwegende dat volgens de Raad van Europa misbruik en misdaden jegens journalisten de vrijheid van meningsuiting ernstig aantasten en het verschijnsel van zelfcensuur versterken;

N.  overwegende dat uit het verslag van het project voor rapportage van georganiseerde misdaad en corruptie (Organised Crime and Corruption Reporting Project) blijkt dat persoonlijke informatie over Jan Kuciak gelekt zou kunnen zijn nadat hij een aantal verzoeken om vrijheid van informatie had ingediend bij Slowaakse overheidsdiensten; overwegende dat hij een strafrechtelijke klacht heeft ingediend bij het Openbaar Ministerie nadat hij door een Slowaakse zakenman was bedreigd, en dat hij vervolgens verklaard heeft dat de zaak na 44 dagen nog steeds niet aan een politiefunctionaris was toegewezen en was afgesloten zonder dat getuigen werden gehoord;

O.  overwegende dat de bescherming van journalisten en journalistieke bronnen, waaronder klokkenluiders, verschilt van lidstaat tot lidstaat en dat in de meeste lidstaten geen effectieve bescherming wordt geboden tegen vergelding, aanklachten op grond van laster, bedreigingen, intimiderende rechtsvervolgingen of andere negatieve gevolgen; overwegende dat de basisvrijheden van journalisten ernstig worden ondermijnd doordat een aantal lidstaten hen niet afdoende beschermen, alsook door de toenemende vijandigheid van sommige publieke figuren jegens journalisten;

P.  overwegende dat in het landenverslag 2016 van de monitor voor mediapluralisme voor Slowakije gewezen wordt op een hoog risico inzake politieke onafhankelijkheid, voornamelijk omdat de plaatselijke media gefinancierd worden door, en vaak indirect eigendom zijn van gemeenten en blootstaan aan mogelijke politieke druk; overwegende dat in het verslag ook melding wordt gemaakt van bestaande waarborgen voor de bescherming van journalistieke bronnen zoals rechterlijke toetsing en wettelijke definities;

Q.  overwegende dat in de wereldindex voor persvrijheid van 2017 van Verslaggevers zonder grenzen wordt aangegeven dat in Slowakije voor laster een gevangenisstraf van maximaal acht jaar kan worden opgelegd, de zwaarste straf voor dit delict in de Europese Unie; overwegende dat Slowakije evenwel op de 17e plaats staat in deze index;

R.  overwegende dat de secretaris-generaal van Verslaggevers zonder grenzen tijdens zijn bezoek aan Brastislava op 2 maart 2018 zijn ongenoegen heeft laten blijken over het "erbarmelijke klimaat voor journalisten" dat gehandhaafd en zelfs gecreëerd is in bepaalde EU-lidstaten door tal van Europese politici, waaronder ook regeringsleiders;

S.  overwegende dat sedert 2007 melding is gemaakt van verscheidene aanvallen tegen journalisten in Slowakije en dat twee journalisten nog steeds vermist zijn;

T.  overwegende dat Slowakije volgens het Wereld Economisch Forum van 2017 in een lijst van in totaal 137 landen op de 117e plaats staat op het gebied van corruptie; overwegende dat het aantal gevallen van rechtsvervolging voor corruptiedelicten aanzienlijk is teruggelopen; overwegende dat er volgens het landenverslag van het Europees Semester 2018 voor Slowakije geen vooruitgang is geboekt bij het opvoeren van de corruptiebestrijding;

U.  overwegende dat het Europees Parlement van 7 tot 9 maart 2018 een onderzoeksmissie naar Slowakije heeft georganiseerd bestaande uit leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) en de Commissie begrotingscontrole (CONT);

V.  overwegende dat ngo-vertegenwoordigers in het missieverslag van de delegatie van het Parlement hun ernstige bezorgdheid hebben geuit, voornamelijk over mogelijke belangenconflicten, bijvoorbeeld tussen het Openbaar Ministerie en de organen die moeten toezien op de activiteiten ervan, en tussen de minister van Binnenlandse Zaken en het hoofd van de politie; overwegende dat bovendien de selectie van hoofdaanklagers als sterk gepolitiseerd werd omschreven en dat kritiek werd geleverd op het ontbreken van een onafhankelijk orgaan dat bevoegd is om klachten tegen de politie te onderzoeken; overwegende dat vraagtekens werden geplaatst bij de toereikendheid van de bescherming van de mediavrijheid en de transparantie van media‑eigendom;

W.  overwegende dat de Slowaakse controle-instantie een onderzoek heeft uitgevoerd dat betrekking had op alle diensten die EU-fondsen beheren of als tussenpersonen fungeren, en dat er alleen problemen werden vastgesteld bij het Slowaakse betaalorgaan APA; overwegende dat de controle-instantie haar bevindingen heeft doorgegeven aan de Slowaakse procureur-generaal en aan het Slowaakse nationale strafagentschap;

1.  veroordeelt met klem de moord op de Slowaakse onderzoeksjournalist Jan Kuciak en zijn partner Martina Kušnírová;

2.  is ontzet over het feit dat dit de tweede fatale aanslag is op een journalist in de EU in de afgelopen zes maanden, na de moord op de journaliste Daphne Caruana Galizia op Malta op 16 oktober 2017;

3.  verzoekt de Slowaakse autoriteiten alle nodige middelen in te zetten voor een volledig, diepgaand en onafhankelijk onderzoek naar de moorden op Jan Kuciak en Martina Kušnírová, dat de verantwoordelijken voor het gerecht brengt; is ingenomen met het voornemen van de Slowaakse autoriteiten om tijdens de onderzoeken volledig samen te werken met de internationale wetshandhavingsinstanties en de Italiaanse onderzoeksdienst voor de bestrijding van de maffia (DIA); beveelt ten zeerste aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam op te richten dat mede onder leiding van Europol staat en volledige toegang krijgt tot het dossier van de zaak;

4.  verzoekt de Slowaakse procureur-generaal de strafrechtelijke klacht die door Jan Kuciak was ingediend nadat hij was bedreigd, opnieuw te bekijken en de rapporten te onderzoeken waaruit blijkt dat persoonlijke informatie is gelekt nadat Jan Kuciak verschillende verzoeken om vrijheid van informatie bij de Slowaakse autoriteiten had ingediend;

5.  dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat onderzoeksjournalisten worden beschermd tegen elke vorm van intimidatie, laster, bedreiging of fysiek geweld en effectieve maatregelen te nemen ter bescherming tegen aanvallen die erop gericht zijn degenen die hun recht op vrijheid van meningsuiting uitoefenen, het zwijgen op te leggen;

6.  erkent de cruciale rol die onderzoeksjournalisten kunnen spelen als waakhonden voor de democratie en de rechtstaat; veroordeelt de beledigende opmerkingen van EU-politici over journalisten; merkt op dat een maximale bescherming van onderzoeksjournalisten en klokkenluiders van cruciaal belang is voor de samenleving als geheel; moedigt zowel de Commissie als de lidstaten aan om wetgevende of niet-wetgevende voorstellen in te dienen ter bescherming van journalisten in de EU die regelmatig het doelwit zijn van rechtszaken die bedoeld zijn om hun werk te censureren of hen te intimideren, met inbegrip van pan-Europese anti-SLAPP-regels (Strategic Lawsuit Against Public Participation – strategisch rechtsgeding tegen publieke participatie);

7.  roept de Commissie op de waarden die in het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten alsmede in het IVBPR verankerd zijn, te waarborgen, te bevorderen en toe te passen en in dit verband uitdagingen voor de vrijheid en het pluralisme van de media in de EU te monitoren en aan te pakken, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel; vraagt de Commissie dat zij het Parlement nauwgezet op de hoogte houdt van de genomen maatregelen;

8.  wijst erop dat klokkenluiders een cruciale informatiebron zijn gebleken voor onderzoeksjournalistiek en voor een onafhankelijke pers en dat het waarborgen van de vertrouwelijkheid van bronnen fundamenteel is voor de persvrijheid; benadrukt daarom dat klokkenluiders bijdragen tot de democratie, de transparantie van het beleid en de economie, en de voorlichting van het publiek; verzoekt de Slowaakse autoriteiten en alle EU-lidstaten te zorgen voor de bescherming van de persoonlijke veiligheid en de bestaansmiddelen van onderzoeksjournalisten en klokkenluiders; verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor een doeltreffende, alomvattende en horizontale EU-richtlijn inzake de bescherming van klokkenluiders, waarin de aanbevelingen van de Raad van Europa en de resoluties van het Parlement van 14 februari 2017(6) en 24 oktober 2017 volledig worden onderschreven;

9.  verzoekt de Commissie een permanente regeling voor financiële steun, waaronder ook een specifiek budget, op te zetten door bestaande middelen opnieuw toe te wijzen ter ondersteuning van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek;

10.  verzoekt zijn Conferentie van voorzitters een voorstel in te dienen over de wijze waarop het Parlement het werk van Daphne Caruana Galizia en Jan Kuciak zou kunnen honoreren, en te overwegen het stageprogramma van het Parlement voor journalisten te hernoemen naar Jan Kuciak;

11.  merkt op dat in het verslag over mediapluralisme 2016 van het centrum voor mediapluralisme en -vrijheid (CMPF) wordt gewezen op een middelgroot tot groot risico van horizontale concentratie van media-eigendom in Slowakije; is van mening dat het mediapluralisme in een aantal lidstaten wordt bedreigd doordat de media worden gecontroleerd door politieke organen of personen of door bepaalde commerciële organisaties; benadrukt dat regeringen in principe geen misbruik van hun positie mogen maken door de media te beïnvloeden; beveelt aan om meer gedetailleerde informatie over media-eigendom op te nemen in de jaarlijkse monitor voor mediapluralisme;

12.  is ingenomen met het initiatief "Onderzoeksjournalistiek voor de EU (IJ4EU)", dat tot doel heeft de grensoverschrijdende samenwerking tussen onderzoeksjournalisten in de EU te bevorderen en te versterken;

13.  is bezorgd over de beschuldigingen van corruptie, misbruik van EU-middelen, machtsmisbruik en belangenconflicten in Slowakije, die zouden kunnen leiden tot een aantasting van de democratie; verzoekt de Slowaakse toezichthoudende en gerechtelijke autoriteiten en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) alle vermeende onregelmatigheden en fraude te onderzoeken, met inbegrip van btw-carrouselfraude en fraude in verband met het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en andere structuurfondsen;

14.  merkt op dat de hoge controle-instantie van Slowakije drie kritische verslagen over de APA heeft uitgebracht; roept de Slowaakse autoriteiten op te zorgen voor een grondig onderzoek van de bevindingen van de hoge controle-instantie; roept de Europese Rekenkamer op een onderzoek in te stellen en een speciaal verslag te publiceren over de landbouwbetalingen in Slowakije;

15.  moedigt de Bijzondere Commissie financiële delicten, belastingontduiking en belastingontduiking van het Parlement aan om de beschuldigingen van btw-fraude, witwassen van geld en misbruik van Europese fondsen te evalueren, evenals de toereikendheid van de nationale regels inzake inbeslagneming van activa na criminele activiteiten in deze context, met speciale aandacht voor het werk van Jan Kuciak en andere onderzoeksjournalisten;

16.  verzoekt de Raad samen te werken met de deelnemende lidstaten om zo spoedig mogelijk een Europees openbaar ministerie in het leven te roepen, met het oog op een gecoördineerde bestrijding van fraude in de EU en andere misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden;

17.  uit zijn bezorgdheid over de bevindingen van het verslag dat zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en zijn Commissie begrotingscontrole hebben opgesteld na hun onderzoeksmissie naar Slowakije, en waarin wordt gesteld dat de selectie van hoofdaanklagers naar wordt aangenomen sterk gepolitiseerd is en dat er een aantal beschuldigingen van corruptie tegen hoge ambtenaren zijn geweest die niet hebben geleid tot een behoorlijk onderzoek; roept de Slowaakse autoriteiten op de onpartijdigheid van de wetshandhaving te versterken;

18.  betuigt nogmaals zijn spijt dat de Commissie heeft besloten het EU-corruptiebestrijdingsverslag niet te publiceren in 2017 en verzoekt de Commissie haar jaarlijkse toezicht op corruptiebestrijding in alle lidstaten onverwijld te hervatten; verzoekt de Commissie een systeem van strikte indicatoren en gemakkelijk toepasbare, uniforme criteria te ontwikkelen om de omvang van de corruptie in de lidstaten te meten en hun anticorruptiebeleid te evalueren, overeenkomstig de resolutie van het Parlement van 8 maart 2016 over het jaarverslag 2014 over de bescherming van de financiële belangen van de EU(7);

19.  benadrukt dat het van vitaal belang is te waarborgen dat de in artikel 2 van het VEU opgesomde gemeenschappelijke Europese waarden volledig worden geëerbiedigd en dat de grondrechten zoals die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten, worden gewaarborgd;

20.  dringt met klem aan op een regelmatig proces van toezicht en dialoog met deelname van alle lidstaten teneinde de fundamentele waarden van de EU, namelijk democratie, grondrechten en de rechtstaat, te waarborgen, een proces waarbij de Raad, de Commissie en het Parlement worden betrokken, zoals voorgesteld in zijn resolutie van 25 oktober 2016 over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, rechtstaat en grondrechten (het DRF-pact)(8);

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en de president van de Slowaakse Republiek.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0402.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0409.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0438.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0403.

(5)

Zie: https://rsf.org/en/journalists-killed

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0022.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0071.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0409.

Laatst bijgewerkt op: 13 april 2018Juridische mededeling