ONTWERPRESOLUTIE
PDF 256kWORD 50k
16.4.2018
PE618.449v01-00
 
B8-0196/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de schending van de mensenrechten en de rechtsstaat bij de arrestatie en gevangenneming van twee Griekse soldaten in Turkije (2018/2670(RSP))


Charles Tannock, Notis Marias, Monica Macovei, Valdemar Tomaševski, Raffaele Fitto, Ruža Tomašić namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de schending van de mensenrechten en de rechtsstaat bij de arrestatie en gevangenneming van twee Griekse soldaten in Turkije (2018/2670(RSP))  
B8‑0196/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de arrestatie op 1 maart 2018 en de gevangenneming door de Turkse autoriteiten van twee Griekse soldaten, die stellen dat zij onbewust verdwaald waren toen zij onder slechte weersomstandigheden patrouilleerden langs de Grieks-Turkse grens,

–  gezien het feit dat zich in het verleden reeds vele kleine incidenten hebben voorgedaan waarbij Griekse en Turkse soldaten de Grieks-Turkse grens overschreden, en dat deze gevallen doorgaans snel werden opgelost middels procedures die niet via politieke wegen liepen,

–  gezien het feit dat dit specifieke deel van de grens, in het bosgebied van Kastanies langs de rivier de Evros/Meriç, een belangrijk oversteekpunt voor migranten, vluchtelingen en smokkelaars vormt, en dat de desbetreffende luitenant en sergeant een reguliere patrouille langs de grens uitvoerden,

–  gezien de inspanningen van de Griekse regering om de vrijlating en terugkeer van de soldaten te bewerkstelligen,

–  gezien artikel 5, lid  2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, waarin wordt bepaald dat "eenieder die gearresteerd is, onverwijld en in een taal die hij verstaat op de hoogte moet worden gebracht van de redenen van zijn arrestatie en van alle beschuldigingen welke tegen hem zijn ingebracht",

–  gezien het Verdrag van Genève,

–  gezien het feit dat Griekenland en Turkije beide lid zijn van de NAVO,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de twee Griekse soldaten, die een uniform droegen en duidelijk herkenbaar waren als leden van de Griekse krijgsmacht, op 1 maart 2018 door de Turkse autoriteiten werden gearresteerd;

B.  overwegende dat de twee soldaten momenteel onder maximale beveiliging worden vastgehouden in een Turkse gevangenis, waar zij nu langer dan een maand verblijven zonder dat een gerechtelijke procedure in gang is gezet;

C.  overwegende dat het Griekse Hooggerechtshof de uitlevering heeft geblokkeerd van acht Turkse soldaten die volgens Ankara betrokken waren bij de couppoging in het land in 2016, op grond van het argument dat zij in hun thuisland geen eerlijk proces zouden krijgen;

D.  overwegende dat de Europese Raad op 22 maart 2018 uiting heeft gegeven aan zijn ernstige bezorgdheid over de aanhoudende detentie van EU-burgers in Turkije, onder wie twee Griekse soldaten, en heeft aangedrongen op een spoedige en positieve oplossing van deze vraagstukken, in dialoog met de lidstaten;

E.  overwegende dat de langdurige detentie van de Griekse soldaten op 26 maart 2018 aan de orde is gesteld tijdens een EU-Turkije-top in Varna (Bulgarije), waarbij Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker Ankara opriep de soldaten voor het Griekse Paasfeest vrij te laten;

F.  overwegende dat de president van Turkije Recep Tayyip Erdoğan de EU heeft bekritiseerd vanwege de druk die zij in verband met de twee Griekse soldaten op Ankara uitoefent, en daarbij, refererend aan de acht Turkse soldaten die na een couppoging in 2016 naar Griekenland vluchtten, verklaarde: "Jullie ondernamen niets tegen die terroristen";

G.  overwegende dat een Turks schip in februari 2018 een Griekse boot van de kustwacht heeft geramd, toen beide boten patrouilleerden in de wateren nabij het betwiste eilandje Imia; overwegende dat Griekse soldaten op 10 april 2018 waarschuwingsschoten hebben afgevuurd naar een Turkse helikopter nadat deze in de buurt kwam van het Griekse eiland Ro in de oostelijke Egeïsche zee;

1.  dringt er bij de Turkse autoriteiten op aan de twee Griekse soldaten vrij te laten en te laten terugkeren naar Griekenland;

2.  dringt er bij de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en alle EU-lidstaten op aan solidariteit te tonen met Griekenland, op te roepen tot de onmiddellijke vrijlating van de twee Griekse soldaten en alle inspanningen op dit vlak te ondersteunen;

3.  dringt er bij Turkije op aan het internationaal recht en de goede nabuurschapsbetrekkingen te eerbiedigen, en de betrekkingen met Griekenland te normaliseren;

4.  verzoekt de secretaris-generaal van de NAVO als bemiddelaar op te treden tussen de NAVO-bondgenoten Turkije en Griekenland, teneinde de onmiddellijke vrijlating van de twee Griekse soldaten te bewerkstelligen en aldus het bondgenootschap en de samenwerking tussen de EU en de NAVO te verstevigen in deze tijd van groeiende spanningen met betrekking tot Syrië;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de presidenten, regeringen en parlementen van Turkije en Griekenland, de Europese Dienst voor extern optreden, de Commissie, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de secretaris-generaal van de NAVO.

Laatst bijgewerkt op: 18 april 2018Juridische mededeling