Procedure : 2018/2718(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0243/2018

Ingediende teksten :

B8-0243/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 174kWORD 52k
28.5.2018
PE621.627v01-00
 
B8-0243/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen na 2020 (2018/2718(RSP))


Michael Cramer, Reinhard Bütikofer namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen na 2020 (2018/2718(RSP))  
B8‑0243/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 311, 312 en 323 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de bekrachtiging van de Overeenkomst van Parijs door het Europees Parlement op 4 oktober 2016 en door de Raad op 5 oktober 2016,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU(1) en Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010(2),

–  gezien zijn resolutie van 26 oktober 2016 over de tussentijdse herziening van het MFK 2014-2020(3),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 15 juni 2016 over de tussentijdse toetsing van het meerjarig financieel kader(4),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(5),

–  gezien zijn resolutie van 6 juli 2016 over de voorbereiding van de postelectorale herziening van het MFK 2014-2020: bijdrage van het Parlement in afwachting van het Commissievoorstel(6),

–  gezien de discussienota van de Commissie van 28 juni 2017 over de toekomst van de EU-financiën (COM(2017) 358),

–  gezien zijn resolutie van 24 oktober 2017 over de discussienota over de toekomst van de EU-financiën(7),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 14 september 2016 voor een wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (COM(2016) 606),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) was opgezet als een gemeenschappelijk, centraal beheerd financieringsprogramma voor vervoer, energie en telecommunicatie-infrastructuur, als onderdeel van de Europa 2020‑strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en de "20-20-20"-doelstellingen van de EU op het gebied van energie en klimaatbeleid;

B.  overwegende dat de CEF voorziet in een aanzienlijk deel van de EU-financiering voor vervoers- en energieprojecten die een grote bijdrage leveren aan de doelstelling van een koolstofarme Europese economie, en aldus de emissiereductiedoelstellingen van de klimaatovereenkomst van Parijs helpen verwezenlijken;

C.  overwegende dat de CEF op basis van de respectieve sectorale richtsnoeren de ontwikkeling van de trans-Europese netwerken (TEN's) moet ondersteunen met als doel de samenhang op de interne markt te verbeteren en het concurrentievermogen van de EU op de wereldmarkt te versterken en tegelijkertijd marktfalen aan te pakken door te focussen op projecten met een hoge Europese toegevoegde waarde;

D.  overwegende dat het soort projecten die door de CEF medegefinancierd worden, aansluit bij het streven van de EU om de netwerkintegratie van haar vervoersinfrastructuur te verbeteren, een ambitie die kan worden verwezenlijkt door interconnectiviteit te stimuleren en intermodaliteit te ondersteunen, zodat er binnen de context van de digitale interne markt een verschuiving plaatsvindt naar duurzamere vervoerswijzen zoals het spoor en schoner vervoer over water en het mondiale concurrentievermogen van de EU wordt vergroot;

E.  overwegende dat de Commissie naar verwachting in mei en juni 2018 haar wetgevingsvoorstellen inzake Europese strategische investeringen, met inbegrip van een geactualiseerde CEF, zal presenteren;

1.  beklemtoont dat het bij investeringen in de vervoersinfrastructuur in de EU in de eerste plaats om de kwaliteit van de projecten moet draaien in de zin van duurzaamheid voor het klimaat, het milieu, de veiligheid en inaanmerkingneming van plaatselijke belangen, gebieden waarop de EU tastbare toegevoegde waarde voor de burgers oplevert; benadrukt dat de nadruk moet worden gelegd op infrastructuurprojecten die bijdragen tot een minimalisering van de externe kosten op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat;

2.  is ingenomen met de invoering van sectoroverschrijdende synergieën in de CEF; verwacht dat de toekomstige richtsnoeren voor het sectorale beleid en de CEF worden versoepeld om synergieën te bewerkstelligen en meer rekening te houden met nieuwe technologische ontwikkelingen en prioriteiten, zoals de digitalisering, en tegelijkertijd gemeenschappelijke maatschappelijke uitdagingen zoals cyberveiligheid aanpakken, vaart zetten achter de verwezenlijking van een koolstofarme economie, het gebruik van hernieuwbare energie voor duurzame elektrische mobiliteitswijzen bevorderen en de verdere elektrificatie van de spoorweginfrastructuur stimuleren;

3.  is van mening dat in de vervoerssector prioriteit moet worden gegeven aan projecten die grensoverschrijdende verbindingen tot stand te brengen of verbeteren en die ontbrekende schakels in regionale spoorwegen, die eerder werden ontmanteld of in onbruik waren geraakt, herstellen en aanvullen, zodat de CEF concreet sneller en efficiënter kan bijdragen aan het streven naar de totstandbrenging van een interne Europese vervoersruimte;

4.  benadrukt dat er meer nadruk moet worden gelegd op slimme horizontale projecten, zoals het Intelligent Vervoerssysteem (ITS), de River Information Services (RIS), het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS), de korte vaart (SSS) binnen het concept van snelwegen op zee (MoS), en vermindering aan de bron van de geluidshinder van goederenvervoer per spoor; benadrukt dat er met spoed meer moet worden geïnvesteerd in het onderhoud van bestaande infrastructuur;

5.  benadrukt dat de opneming van het EuroVelo-netwerk in het trans-Europese spoorwegsysteem een win-winsituatie kan opleveren voor de toeristische en de vervoersector dankzij medefinanciering van infrastructuur en maatregelen op het gebied van bewegwijzering en reclame;

6.  verzoekt de Commissie niet te vergeten dat de totstandbrenging van de TEN's zoals die in de beleidsprioriteiten van de EU zijn gedefinieerd een betere participatie van de burgers vereist, meer transparantie en voortdurend toezicht op de timing en financiering van vervoersprojecten, met name wanneer het grote projecten betreft met een investeringsvolume van meer dan 1 miljard euro, waarvan de succesvolle afronding gedeeltelijk zal afhangen van een blijvend draagvlak onder de burgers van de EU; verzoekt de Commissie meer aandacht te besteden aan mogelijke gevallen van corruptie wanneer er hoge geldbedragen naar grote projecten gaan;

7.  benadrukt dat er passende ondersteuning nodig is voor de uitrol van zeer snelle breedbandnetwerken, teneinde 100 % connectiviteit te bereiken en de digitale kloof te dichten; herinnert eraan dat gebrek aan connectiviteit en grote verschillen in de aangeboden verbindingssnelheden belangrijke factoren zijn in de kennis- en participatiekloof, die schadelijk zijn voor de interne markt en tot meer fragmentatie leiden;

8.  dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de CEF-middelen voor de elektriciteitsinfrastructuur die nodig is om de energietransitie te verwezenlijken worden afgestemd op het pakket "Schone energie voor alle Europeanen", de verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Parijs en de langetermijndoelstellingen inzake koolstofvrije energie, met name om de netten slimmer te maken en te digitaliseren, de interconnectiedoelstellingen voor 2030 te bereiken (ook voor perifere lidstaten), vermaasde offshore-netwerken te ontwikkelen en de continuïteit van de energievoorziening te waarborgen door middel van energie-efficiëntie, vraagrespons, hernieuwbare energie en netsynchronisatie tussen alle lidstaten; onderstreept het aanzienlijke maar nog onbenutte potentieel van de CEF om als katalysator te dienen voor de overgang naar een koolstofvrije Europese economie;

9.  neemt nota van de voorstellen van de Commissie inzake militaire mobiliteit; herinnert aan de militaire taken van de Unie zoals die zijn neergelegd in artikel 43, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en benadrukt dat de organisatie van een collectieve territoriale defensie, die onbelemmerde verplaatsingen van militair materieel en personeel tussen staten vereist, een taak is voor de NAVO en niet voor de EU; is van mening dat er geen reden is om uit de EU-begroting maar liefst 6,5 miljard euro aan CEF-middelen voor de periode na 2010 te investeren in militaire mobiliteit; is van mening dat de toch al schaarse begrotingsmiddelen van de EU moeten worden besteed aan civiele taken en doelstellingen van de EU; verzoekt de lidstaten en de NAVO om plannen te ontwikkelen voor de wijze waarop het probleem van militaire mobiliteit tussen de lidstaten kan worden aangepakt; herinnert eraan dat het in het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de Unie nog steeds ontbreekt aan de passende middelen voor de lucht- en zeevervoeroperaties waartoe in het VEU is bepaald; roept de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en de lidstaten op te zorgen voor een aanzienlijke verhoging van de mobiliteit en interoperabiliteit van de Europese strijdkrachten die militaire operaties van de EU moeten uitvoeren, zoals vredesmissies en stabiliseringsoperaties;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de lidstaten.

 

(1)

PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1.

(2)

PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129.

(3)

Aangenomen teksten P8_TA(2016)0412.

(4)

PB C 17 van 18.1.2017, blz. 20.

(5)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0309.

(7)

Aangenomen teksten P8_TA(2017)0401.

Laatst bijgewerkt op: 18 september 2018Juridische mededeling