Procedure : 2018/2711(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0248/2018

Ingediende teksten :

B8-0248/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0238

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 169kWORD 46k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0244/2018
28.5.2018
PE621.632v01-00
 
B8-0248/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))


Elena Valenciano, Ramón Jáuregui Atondo, Francisco Assis namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))  
B8‑0248/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn voorgaande resoluties over Nicaragua, met name die van 18 december 2008(1), 26 november 2009(2) en 16 februari 2017(3) over de situatie op het gebied van de mensenrechten en democratie in Nicaragua – de kwestie Francisca Ramírez,

–  gezien de verklaring van 15 mei 2018 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de EU over de totstandbrenging van een nationale dialoog in Nicaragua,

–  gezien het persbericht van het secretariaat-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten van 22 april 2018 waarin het geweld in Nicaragua wordt veroordeeld,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN van 23 april 2018 over de recente ontwikkelingen in Nicaragua,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van maatschappelijke organisaties over de gewelddadige onderdrukking van de demonstraties in Nicaragua,

–  gezien de verslagen van het Nicaraguaanse Centrum voor mensenrechten, CENIDH, van 4 en 17 mei 2018,

–  gezien de verschillende persberichten van de bisschoppenconferentie van Nicaragua, in het bijzonder het laatst gepubliceerde bericht van 23 mei 2018,

–  gezien de voorlopige opmerkingen in het verslag van 21 mei 2018 van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR),

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika van 2012, die in augustus 2013 in werking is getreden, met inbegrip van de mensenrechtenclausules,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten van juni 2004 die in 2008 zijn geactualiseerd,

–  gezien het Amerikaans Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens van 1969,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat volgens de IACHR 76 mensen zijn omgekomen, 868 mensen gewond zijn geraakt, waarvan 5 ernstig, en 438 mensen gevangen zijn gezet tijdens de recente protesten in Nicaragua, die op 18 april begonnen nadat de regering van president Daniel Ortega hervormingen van het sociale zekerheidsstelsel van het land invoerde, waardoor de bijdragen van werknemers en werkgevers werden verhoogd en de pensioenen werden verlaagd; overwegende dat deze hervormingsplannen op 23 april weer zijn ingetrokken;

B.  overwegende dat op 20 april 2018 600 studenten in de kathedraal van Managua zijn aangevallen door de anti-oproerpolitie; overwegende dat de IACHR melding heeft gemaakt van aanvallen op het terrein van vier universiteiten (UCA, UPOLL, UNA en UNAN);

C.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media ernstig zijn aangetast door het uit de lucht halen van vier tv-zenders die beelden van de protesten uitzonden, te weten Canal 12, Canal de Noticias de Nicaragua (CDNN23), Telenorte en Canal 51, waarvan de laatste eigendom is van de bisschoppenconferentie; overwegende dat de IACHR deze daad van staatscensuur op 24 april heeft veroordeeld; overwegende dat de zender Noticias 100 % uit de lucht was gehaald en gedurende zes dagen niet kon uitzenden; overwegende dat tijdens de protesten onder meer journalist Ángel Eduardo Gahona gedood is; overwegende dat deze moord, die plaatsvond tijdens een live uitzending, de protesten en rellen verder heeft aangewakkerd;

D.  overwegende dat de IACHR ook melding heeft gemaakt van willekeurige detenties, martelingen, onmenselijke behandelingen, censuur, aanvallen op de media en intimidatie van journalisten, alsook aanvallen om te verhinderen dat demonstranten hun recht op vreedzaam protest konden uitoefenen; overwegende dat de IACHR het gebrek aan neutraliteit van en het excessief gebruik van geweld door de staatsveiligheidstroepen erkent;

E.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties een groot aantal klachten hebben ontvangen over het gebrek aan hulp en behandeling voor gewonde demonstranten in openbare ziekenhuizen;

F.  overwegende dat op 6 mei een waarheidscommissie is ingesteld en dat op 19 mei een nationale dialoog is gestart, waarbij de bisschippen van Nicaragua de rol van bemiddelaar op zich hebben genomen; overwegende dat de bisschoppen op 23 mei de nationale dialoog tot nader orde hebben opgeschort, omdat men er niet in slaagde overeenstemming te bereiken; overwegende dat zij hebben geadviseerd een gezamenlijke commissie op te richten bestaande uit zes afgevaardigden: drie van de regering en drie van het platform "Alianza Cívica por la Justicia y la Democracia";

1.  betuigt zijn deelneming met de nabestaanden van de slachtoffers; veroordeelt het geweld in Nicaragua dat tot de dood van tenminste 76 mensen heeft geleid ten stelligste; betreurt het excessief gebruik van geweld door de autoriteiten om de protesten uiteen te drijven; verzoekt de regering onmiddellijk een einde te maken aan alle repressie en willekeurige detenties en alle gewelddadige groepen te ontmantelen;

2.  vraagt de regering het recht op protest te beschermen door de veiligheid van alle vreedzame demonstranten te waarborgen; verzoekt de regering de internationale normen met betrekking tot het gebruik van geweld door staatsveiligheidstroepen te handhaven en toe te staan dat een internationaal onafhankelijk mechanisme een onderzoek instelt naar de dood van degenen die tijdens de protesten zijn omgekomen; verzoekt ook de demonstranten en maatschappelijke organisaties die de protesten leiden af te zien van het gebruik van geweld bij de uitoefening van hun rechten;

3.  verzoekt de regering haar uiterste best te doen om ervoor te zorgen dat degenen die een misdaad hebben gepleegd niet ongestraft blijven en om de toegang tot beschermingsmechanismen voor getuigen en klokkenluiders te verbeteren; verzoekt om de instelling van een openbaar opnameregister in ziekenhuizen, zoals verzocht door de IACHR;

4.  betreurt dat de mediavrijheid in Nicaragua is geschonden, zowel voor als tijdens de protesten; acht de inbeslagneming van mediakanalen door de autoriteiten tijdens de protesten onaanvaardbaar; verzoekt de regering om de vrijheid van de media en de vrijheid van meningsuiting in het land volledig in ere te herstellen en ervoor te zorgen dat journalisten niet meer worden lastiggevallen;

5.  uit zijn grote bezorgdheid over de verslechterende mensenrechtensituatie in Nicaragua en de gestage uitholling van de Nicaraguaanse democratie en de politieke en burgerrechten van Nicaraguanen; wijst erop dat de demonstraties de bezorgdheid van de burgers met betrekking tot de politieke machten in Nicaragua hebben aangetoond; herinnert eraan dat aanvankelijk alleen tegen de hervormingen van het sociale zekerheidsstelsel werd geprotesteerd, maar dat inmiddels ook de werking van de democratie en de rechtsstaat in twijfel wordt getrokken; wijst erop dat de nationale dialoog ook zou moeten gaan over politieke hervormingen in het land, in het bijzonder een hervorming van het kiesstelsel en eventueel een overeengekomen verkiezingskalender;

6.  is ingenomen met de recente totstandbrenging van een nationale dialoog en de instelling van een waarheidscommissie; herinnert eraan dat een land alleen uit een crisis kan komen door middel van dialoog en onderhandeling; dringt erop aan zo snel mogelijk een gezamenlijke commissie in te stellen en de onderhandelingen te hervatten; benadrukt dat de dialoog moet plaatsvinden zonder geweld of repressie en met eerbieding van de wet en grondwet en het beginsel dat de wet alleen gewijzigd kan worden in overeenstemming met de uit hoofde van de wet vastgestelde procedures;

7.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om samen met Nicaragua aan een vreedzame, onderhandelde oplossing voor de crisis te blijven werken en om te voorzien in bemiddeling en advies indien daarom wordt verzocht;

8.  wijst erop dat Nicaragua er, gezien de onderhandelingen over de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika, aan moet worden herinnerd dat het de beginselen van de rechtsstaat, democratie en mensenrechten, die door de Europese Unie nageleefd en bevorderd worden, moet eerbiedigen; dringt er bij de EU op aan de situatie op de voet te volgen en te beoordelen welke maatregelen moeten worden genomen;

9.  verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te laten toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering, het Midden-Amerikaans parlement en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

 

(1)

PB C 45E van 23.2.2010, blz. 89.

(2)

PB C 285E van 21.10.2010, blz. 74.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0043.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2018Juridische mededeling