Procedure : 2018/2711(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0249/2018

Ingediende teksten :

B8-0249/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0238

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 255kWORD 44k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0244/2018
28.5.2018
PE621.633v01-00
 
B8-0249/2019

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nicaragua  (2018/2711(RSP))


Charles Tannock, Karol Karski, Ruža Tomašić, Raffaele Fitto, Monica Macovei, Valdemar Tomaševski, Jana Žitňanská, Pirkko Ruohonen-Lerner, Jadwiga Wiśniewska, Anna Elżbieta Fotyga namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))  
B8‑0249/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua,

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 29 juni 2012,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 22 april 2018 over de situatie in Nicaragua en van 15 mei 2018 over de totstandbrenging van een nationale dialoog in Nicaragua,

–  gezien het landenstrategiedocument en het indicatief meerjarenprogramma van de EU voor 2014-2020 voor Nicaragua,

–  gezien de grondwet van Nicaragua,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR), dat in 1980 door Nicaragua werd geratificeerd,

–  gezien de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren van 2007, waarbij Nicaragua partij is,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat er in Nicaragua sinds de aankondiging van bezuinigingsmaatregelen met betrekking tot het socialezekerheidsstelsel van het land door president Daniel Ortega op 18 april een klimaat van politieke onrust heerst; overwegende dat president Ortega eind april te kennen gaf de hervormingen toch niet te willen doorvoeren;

B.  overwegende dat dit een gewelddadige reactie van de regering teweegbracht, waarbij veiligheidstroepen in het hele land met scherp schoten om de protesten uiteen te drijven;

C.  overwegende dat de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) in mei op uitnodiging van de regering een werkbezoek aan Nicaragua bracht om de mensenrechtensituatie in het land in verband met de gebeurtenissen die sinds medio april plaatsvinden, waar te nemen;

D.  overwegende dat in een voorlopig verslag over de bevindingen van de IACHR werd vastgesteld dat er sinds 18 april ruim 76 doden en 868 gewonden zijn gevallen;

E.  overwegende dat er op 19 april tijdelijk vier nieuwszenders uit de lucht werden gehaald, zodat de beelden van de protesten niet langer konden worden uitgezonden; overwegende dat er volgens berichten journalisten werden aangevallen terwijl zij verslag uitbrachten van de protesten;

F.  overwegende dat de voorzitter van de Nationale Vergadering, Gustavo Porras, op 27 april aankondigde dat er een waarheidscommissie zou worden ingesteld om de gebeurtenissen rondom de protesten te onderzoeken; overwegende dat de vijf leden van deze commissie op 6 mei werden gekozen door een raad van zeven wetgevers, waarvan er vijf bij de partij van president Ortega hoorden, en dat deze aanstellingen door de Nationale Vergadering werden bekrachtigd;

G.  overwegende dat er op 16 mei een nationale dialoog werd gestart, waarbij de katholieke kerk optrad als bemiddelaar en ervoor zorgde dat alle politieke krachten aan de dialoog deelnamen; overwegende dat de besprekingen op 23 mei in een impasse kwamen en voor onbeperkte tijd werden opgeschort, aangezien de onderhandelaars van de regering weigerden de door de bemiddelaars gepresenteerde agenda met veertig punten te bespreken, die een stappenplan voor democratische verkiezingen omvatte, met inbegrip van hervormingen van de kieswet, vervroegde verkiezingen en een verbod op herverkiezing van de president;

H.  overwegende dat het in Nicaragua in de afgelopen jaren bergafwaarts is gegaan met de democratie en de rechtsstaat, aangezien de president zijn macht over het parlement, het gerechtelijk apparaat, het leger, de politie en de media heeft vergroot en er steeds minder ruimte is voor maatschappelijke organisaties;

I.  overwegende dat de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het externe beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika van 2012;

1.  uit zijn grote bezorgdheid over de gewelddadige confrontaties tussen de protestanten en de veiligheidstroepen in Nicaragua, die tot vele doden en gewonden hebben geleid;

2.  betuigt zijn deelneming met de nabestaanden van de slachtoffers;

3.  benadrukt dat protesten vreedzaam moeten verlopen en dat staatsveiligheidstroepen zo terughoudend mogelijk te werk moeten gaan;

4.  verzoekt de regering met klem een onpartijdig en onafhankelijk onderzoek in te stellen en degenen die zich tijdens de protesten schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen te vervolgen; is bezorgd dat de leden van de onlangs door de Nationale Vergadering ingestelde waarheidscommissie allemaal nauwe banden hebben met de regerende partij, wat de onpartijdigheid van de commissie ernstig ondermijnt; is ingenomen met het besluit van de regering om de IACHR uit te nodigen voor een bezoek aan Nicaragua;

5.  verzoekt de regering de vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzame vergadering overeenkomstig het nationaal en internationaal recht te eerbiedigen, aangezien dit wezenlijke elementen van een democratische samenleving zijn; verzoekt de autoriteiten bovendien de in de Nicaraguaanse grondwet verankerde pers- en mediavrijheid te eerbiedigen, aangezien deze vrijheden een cruciale rol spelen in een open samenleving;

6.  is ingenomen met de organisatie van een nationale dialoog; betreurt echter dat het proces al een week na aanvang van de besprekingen in een impasse kwam; benadrukt zijn steun voor een inclusieve dialoog over rechtvaardigheid en democratie en is van mening dat het voeren van een dergelijke dialoog de enige manier is om uit de huidige crisis te komen; verzoekt de regering op een open en verantwoordelijke manier aan de dialoog deel te nemen en haar uiterste best te doen om ervoor te zorgen dat deze tot een goed einde komt;

7.  uit zijn bezorgdheid over de alsmaar verslechterende mensenrechtensituatie in Nicaragua; verzoekt de regering de democratische waarden, met inbegrip van de scheiding der machten, volledig te eerbiedigen; herinnert eraan dat de volledige deelname van de oppositie, de depolarisatie van het gerechtelijk apparaat, het einde van de straffeloosheid, en een onafhankelijk maatschappelijk middenveld wezenlijke factoren zijn voor het slagen van een democratie;

8.  wijst erop dat Nicaragua er in het licht van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika aan moet worden herinnerd dat de door de EU gehandhaafde en bevorderde beginselen van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten moeten worden geëerbiedigd; dringt er bij de EU op aan de situatie op de voet te volgen en in voorkomend geval te beoordelen welke maatregelen moeten worden genomen;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden, en de lidstaten, alsmede aan de regering en het parlement van Nicaragua.

 

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2018Juridische mededeling