Procedure : 2018/2711(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0251/2018

Ingediende teksten :

B8-0251/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0238

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 262kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0244/2018
28.5.2018
PE621.636v01-00
 
B8-0251/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))


Dita Charanzová, Ali Nedzhmi, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))  
B8‑0251/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn voorgaande resoluties over Nicaragua, met name die van 16 februari 2017 over de situatie op het gebied van de mensenrechten en democratie in Nicaragua – de kwestie Francisca Ramirez(1),

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 19 november 2016 over de definitieve verkiezingsuitslag in Nicaragua,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 22 april 2018 over de situatie in Nicaragua en van 15 mei 2018 over de totstandbrenging van een nationale dialoog in Nicaragua,

–  gezien het persbericht van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) van 27 april 2018, waarin deskundigen over de mensenrechtensituatie in Nicaragua aan het woord worden gelaten,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van het VN-Bureau voor de mensenrechten, Liz Throssell, van 20 april 2018 over de gewelddadige protesten in Nicaragua,

–  gezien het bezoek van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) van 17 t/m 21 mei 2018 om de situatie in Nicaragua te onderzoeken, en haar voorlopige verklaring van 21 mei 2018,

–  gezien het verslag van het secretariaat-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten over Nicaragua van 20 januari 2017,

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika van 29 juni 2012, die in augustus 2013 in werking is getreden, met inbegrip van de mensenrechtenclausules,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten van juni 2004 die in 2008 zijn geactualiseerd,

–  gezien de verklaring van de VN over mensenrechtenverdedigers van december 1998,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, waarbij Nicaragua partij is,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Nicaragua het afgelopen decennium een terugval van de democratie en de rechtsstaat heeft gekend; overwegende dat er geen vrijheid van meningsuiting en vreedzaam protest is, wat als de hoeksteen van een democratische maatschappij wordt erkend, waardoor een vreedzame en duurzame oplossing voor conflicten in het land wordt belemmerd;

B.  overwegende dat, volgens het voorlopige verslag van de IACHR, op 18 april 2018 tijdens de protesten tegen de hervorming van de sociale zekerheid als aangekondigd door president Daniel Ortega, minstens 76 mensen werden gedood, 868 personen verwondingen opliepen, en 438 mensen willekeurig gearresteerd werden, waaronder studenten, burgers, activisten en journalisten; overwegende dat de meeste slachtoffers schotwonden aan het hoofd, de nek, de borst of de buik vertoonden, wat er sterk op wijst dat de veiligheidstroepen de opdracht hadden gekregen te schieten om te doden, waardoor in het voorlopige verslag van de IACHR gewezen wordt op de mogelijkheid van standrechtelijke executies; overwegende dat ook foltering, wrede, onmenselijke en onterende behandeling, criminaliseringscampagnes, bedreigingen, en intimidatie in allerlei vormen gedocumenteerd werden;

C.  overwegende dat president Ortega op 23 april 2018 aangekondigd heeft de hervorming van de sociale zekerheid stop te zetten, maar dat de protesten daarop toenamen tot een algemene onrust gericht tegen zijn regering, met oproepen tot een interim-regering; overwegende dat de autoriteiten de betogers in het openbaar "vandalen" hebben genoemd en hen van "politieke manipulatie" hebben beschuldigd;

D.  overwegende dat het hoge aantal gewonden duidelijk wijst op buitensporig geweld van de openbare autoriteiten, waarmee zij de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid zoals opgenomen in het internationale recht, evenals de normen waarin grenzen worden gesteld aan het gebruik van geweld, schenden; overwegende dat burgergroeperingen rond Juventud Sandinista (de Sandinistische jongeren) volledig straffeloos en met medeweten en toestemming van de politie hebben kunnen handelen; overwegende dat het hoofd van de nationale politie van Nicaragua, Aminta Granera, vanwege het buitensporige gebruik van geweld is afgetreden;

E.  overwegende dat op 16 mei 2018 onder auspiciën van de katholieke kerk een nationale dialoog tot stand is gebracht, maar dat deze volgens kerkelijke functionarissen op 23 mei zonder consensus tussen de partijen opgedoekt werd;

F.  overwegende dat Luis Almagro, het hoofd van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), op 23 mei heeft opgeroepen tot een "vrije, eerlijke en transparante verkiezingsprocedure" als de enige oplossing voor de situatie in Nicaragua; overwegende dat de autoriteiten in Nicaragua verklaard hebben dat nieuwe verkiezingen de grondwettelijke orde en de democratisch verkozen regering zouden ondermijnen; overwegende dat de EU op 19 november 2016 verklaard heeft te betreuren dat de verkiezingsprocedure geen voorwaarden omvatte voor een onverhinderde deelname van alle politieke krachten in het land, en dat er noch internationaal noch geaccrediteerd onafhankelijk plaatselijk toezicht was;

G.  overwegende dat media die over de protesten bericht gaven op willekeurige wijze door de regering zijn gesloten en journalisten die zich kritisch hadden geuit zijn lastiggevallen, geïntimideerd en vastgezet;

H.  overwegende dat president Daniel Ortega sinds zijn aantreden in 2007 drie opeenvolgende keren is verkozen ondanks het feit dat op grond van de Nicaraguaanse grondwet opeenvolgende herverkiezing verboden is, waaruit blijkt dat het land de weg van corruptie en autoritarisme is ingeslagen om autonome controle te verkrijgen;

I.  overwegende dat de aanval van de Nicaraguaanse autoriteiten op de vrije meningsuiting en de intimidatie van oppositieleiders is veroordeeld als aanval op de burgerlijke vrijheden; overwegende dat mensenrechtengroeperingen de geleidelijke concentratie van de macht als gevolg van het éénpartijstelsel en de uitholling van de overheidsinstellingen hebben veroordeeld;

J.  overwegende dat corruptie in de openbare sector, met inbegrip van zaken waarbij verwanten van de president betrokken zijn, een van de grootste uitdagingen blijft; overwegende dat omkoping van ambtenaren, onwettige inbeslagname en willekeurige beoordelingen door douane- en belastingautoriteiten zeer vaak voorkomen; overwegende dat legitieme bezorgdheden over nepotisme binnen de Nicaraguaanse regering werden geuit;

1.  veroordeelt met klem de brutale repressie van de protesten in Nicaragua tegen de hervorming van de sociale zekerheid, en uit zijn grote bezorgdheid over de meldingen van het gebruik van scherpe munitie om de protesten uiteen te drijven, wat tot minstens 76 doden en bijna 900 gewonden heeft geleid; roept de Nicaraguaanse autoriteiten op onmiddellijk een einde te maken aan alle vormen van geweld door gewapende troepen, politie en aan de regering gelinkte paramilitaire groeperingen tegen de bevolking van Nicaragua die haar recht op vrijheid en bijeenkomst uitoefent, en dringt er bij de Nicaraguaanse autoriteiten op aan deze vrijheden te waarborgen in overeenstemming met de internationale overeenkomsten waarbij het land partij is; drukt zijn medeleven uit aan alle families van hen die tijdens de demonstraties zijn gedood of gewond zijn geraakt;

2.  spoort de Nicaraguaanse autoriteiten ertoe aan al diegenen die op willekeurige wijze zijn vastgezet vrij te laten en garanties te bieden dat zij niet strafrechtelijk zullen worden vervolgd;

3.  vraagt de Nicaraguaanse autoriteiten om opnieuw een procedure voor een inclusieve nationale dialoog op te starten, op een weloverwogen en constructieve manier, en benadrukt dat verdere escalatie van de situatie voorkomen moet worden, dat het aanhoudende autoritarisme, de repressie en het geweld in Nicaragua beëindigd moeten worden, en dat dergelijke maatregelen de organisatie van vrije, eerlijke en transparante verkiezingen onder onafhankelijk internationaal toezicht moeten omvatten, om te verzekeren dat geen verkiezingsfraude mogelijk is, als oplossing voor de crisis;

4.  wijst op de moeilijkheid om deze crisis op de lange termijn op te lossen omdat er geen scheiding der machten en geen onafhankelijke overheidsinstellingen in het land zijn; is in dit verband van oordeel dat het oprichten van een waarheidscommissie, met betrokkenheid van onafhankelijke nationale en internationale actoren, kan helpen om op nationaal niveau tot verzoening te komen; vraagt de Europese Unie zich actief in te zetten om te helpen bij het verwezenlijken van een democratische oplossing voor de crisis;

5.  is verheugd over het bezoek van de IACHR aan Nicaragua en drukt zijn bezorgdheid uit over de conclusies van haar voorlopige verslag; roept de Nicaraguaanse autoriteiten ertoe op in te stemmen met een internationaal, onafhankelijk en transparant onderzoek naar de omstandigheden van de repressie en de sterfgevallen tijdens de protesten, om diegenen te vervolgen die verantwoordelijk zijn, ook met betrekking tot de foltering van, en de gevallen van onrechtmatig gedrag tegen, gevangenen tijdens hun opsluiting;

6.  veroordeelt de lastercampagnes van de staat, alsook de bedreigingen, de aanvallen en de intimidatie aan het adres van mensenrechtenverdedigers voor hun behartigende en toezichthoudende rol tijdens de protesten; is uitermate bezorgd over de veiligheid van journalisten die verslag uitbrengen over de protesten, aangezien aanhoudende aanvallen op journalisten en omroepen werden gerapporteerd, wat onmiddellijk moet stoppen;

7.  herhaalt dat pers- en mediavrijheid een essentieel onderdeel van de democratie en van een open samenleving zijn, en vraagt de autoriteiten in Nicaragua om de pluraliteit van de media te herstellen; verzoekt de autoriteiten het werk van mensenrechtenverdedigers, journalisten en de media te respecteren en ervoor te zorgen dat zij goed beschermd zijn; herinnert alle veiligheidstroepen in Nicaragua aan hun plicht om, bovenal, de burgers te beschermen;

8.  spoort de Nicaraguaanse autoriteiten aan om alle spelers in de samenleving, waaronder oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld, voldoende ruimte te bieden om hun werk vrijelijk te kunnen doen, op grond van het internationale recht, om de omstandigheden te creëren waarin alle betrokkenen de situatie van het land kunnen bespreken en de mensrenrechten in het land kunnen worden beschermd; herinnert eraan dat de democratie pas goed kan functioneren indien een einde wordt gemaakt aan de polarisatie van de rechtspraak en de straffeloosheid;

9.  keurt de illegale maatregelen af waardoor het rechtsstelsel is geschonden en grondwetswijzingen zijn doorgevoerd om de beperkingen van de ambtstermijn van de president weg te nemen, hetgeen het voortdurende presidentschap van Daniel Ortega mogelijk heeft gemaakt en het recht op democratische verkiezingen duidelijk heeft geschonden; benadrukt de noodzaak van sterke democratische instellingen, vrijheid van vergadering en politieke verscheidenheid;

10.  is bezorgd over de collusie en de belangenconflicten tussen leden van de Hoge Raad van Particuliere Ondernemingen (COSEP) en de regering; vraagt deze leden op te stappen en niet langer deel uit te maken van raden van bestuur van overheidsinstanties, in het bijzonder de participatie van leden van de COSEP in het Nicaraguaans Instituut voor de sociale zekerheid;

11.  wijst erop dat Nicaragua er, gezien de onderhandelingen over de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika, aan moet worden herinnerd dat het de beginselen van de rechtsstaat, democratie en mensenrechten, die door de Europese Unie nageleefd en bevorderd worden, moet eerbiedigen;

12.  is bezorgd over de betrokkenheid van president Ortega bij andere conflicten in de regio, bijvoorbeeld zijn medewerking aan het Venezolaanse regime, de bescherming van de inkomsten uit verdovende middelen voor de FARC (de "Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia"), en de politieke afhankelijkheid van Cuba;

13.  verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te laten toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering, het Midden-Amerikaans parlement en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0043.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2018Juridische mededeling