Procedure : 2018/2711(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0253/2018

Ingediende teksten :

B8-0253/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 164kWORD 46k
28.5.2018
PE621.638v01-00
 
B8-0253/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))


Javier Couso Permuy, Sofia Sakorafa, Marie-Pierre Vieu, Merja Kyllönen, Paloma López Bermejo, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Lola Sánchez Caldentey, Estefanía Torres Martínez, Neoklis Sylikiotis, Takis Hadjigeorgiou namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua (2018/2711(RSP))  
B8‑0253/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 1, lid 2, van hoofdstuk I van het Handvest van de Verenigde Naties van 1945, en de daarin geformuleerde doelstelling om "tussen de naties vriendschappelijke betrekkingen tot ontwikkeling te brengen, die zijn gegrond op eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken, en andere passende maatregelen te nemen ter versterking van de vrede overal ter wereld",

–  gezien het beginsel van niet-inmenging, dat in het VN-Handvest is vastgelegd,

–  gezien artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, volgens welke artikelen alle volken zelfbeschikkingsrecht bezitten en zij uit hoofde van dit recht in alle vrijheid hun politieke status bepalen en vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling nastreven,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961,

–  gezien de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen Midden-Amerika en de EU van 2003,

–  gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de landen van Midden-Amerika van 2012, die sinds augustus 2013 voorlopig wordt toegepast, maar die nog niet volledig is geratificeerd,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de huidige president van de Republiek Nicaragua, José Daniel Ortega Saavedra, in november 2016 democratisch is verkozen met 72,4 % van het totale aantal stemmen;

B.  overwegende dat de politieke partij "Frente Sandinista de Liberación Nacional" (FSLN), die de huidige Nicaraguaanse regering steunt, in november 2017 met 68,54 % van het totale aantal stemmen de gemeenteraadsverkiezingen – de meest recente verkiezingen in het land – heeft gewonnen;

C.  overwegende dat het doel van de door de regering voorgestelde hervorming van het Nicaraguaanse Instituut voor sociale zekerheid (INSS) was de houdbaarheid van het socialezekerheidsstelsel van Nicaragua te garanderen zonder de neoliberale aanbevelingen van het IMF toe te passen;

D.  overwegende dat op 19 april 2018 een golf van protesten tegen de hervorming is begonnen, en dat volgens de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) sindsdien 76 personen zijn gedood en meer dan 800 personen gewond zijn geraakt;

E.  overwegende dat de Nicaraguaanse regering haar voorgestelde hervorming na de protesten heeft ingetrokken en nu met het maatschappelijk middenveld en de private sector samenwerkt aan een hervorming die de houdbaarheid van het INSS garandeert zonder dat de sociale bescherming en rechten van de Nicaraguaanse bevolking in gevaar worden gebracht;

F.  overwegende dat de protesten tegen de hervormingen van het INSS door interne en externe actoren zijn gebruikt om politieke, economische en sociale destabilisering in het land teweeg te brengen;

G.  overwegende dat de Republiek Nicaragua een van de laagste cijfers in de regio voor geweld en moord kent – veel lager dan die van naburige landen zoals Honduras, Guatemala of El Salvador – en een van de hoogste percentages van toegang tot gezondheidszorg en onderwijs kent;

H.  overwegende dat de gemiddelde groei van het bbp van Nicaragua over de laatste vijf jaar 5,2 % bedroeg;

I.  overwegende dat de secretaris-generaal van de VN, António Guterres, heeft verklaard ingenomen te zijn met het begin van een nationale dialoog in Nicaragua tussen maatschappelijke groeperingen en de regering;

1.  betreurt ten zeerste het verlies aan mensenlevens en spreekt zijn medeleven uit met de families van de slachtoffers van het geweld in Nicaragua;

2.  dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor het plegen van of het aanzetten tot deze misdrijven rekenschap afleggen voor hun daden; betuigt zijn respect voor het rechtsstelsel van de Republiek Nicaragua;

3.  veroordeelt alle gewelddaden die het land in de huidige situatie hebben ondergedompeld, en dringt er bij alle betrokken actoren op aan zich van het gebruik van geweld te onthouden bij de uitoefening van hun legitieme recht op vreedzame vergadering en protest en/of bij de handhaving van de openbare orde;

4.  verzoekt de Nicaraguaanse autoriteiten om bij het nakomen van hun verplichtingen met betrekking tot de vrijheden en democratische rechten van de Nicaraguaanse bevolking elk buitensporig gebruik van geweld te verwerpen en te onderzoeken;

5.  is ingenomen met de start van een nationale dialoog en de onderhandelingen binnen de Commissie voor bemiddeling en getuigenis van de nationale dialoog, met de deelname van vertegenwoordigers van studenten, het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en de regering;

6.  betreurt de opschorting van de onderhandelingen en is ingenomen met de oprichting van het gemengd comité met als doel het hervatten van de nationale dialoog;

7.  merkt op dat in het kader van de nationale dialoog alle partijen de aanbevelingen van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACRH) hebben onderschreven, met name de invoering van een internationaal onderzoeksmechanisme en de oprichting van een speciale commissie voor het monitoren van de uitvoering van deze aanbevelingen, wat belangrijke stappen vooruit zijn naar een vreedzame oplossing van de huidige problemen in Nicaragua;

8.  veroordeelt elke externe inmenging in de binnenlandse zaken van Nicaragua die tot doel heeft het land te destabiliseren, en verwerpt elke poging de huidige democratisch verkozen regering op illegale wijze ten val te brengen;

9.  veroordeelt elk oneigenlijk gebruik van de situatie in Nicaragua voor politieke doeleinden door de Europese Unie;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en autoriteiten van de Republiek Nicaragua, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de Latijns-Amerikaanse regionale organen, de Bolivariaanse Alliantie voor de volkeren van ons Amerika (ALBA) en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten (Celac).

 

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2018Juridische mededeling