Procedure : 2018/2741(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0275/2018

Ingediende teksten :

B8-0275/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0266

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 264kWORD 50k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0275/2018
11.6.2018
PE621.673v01-00
 
B8-0275/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))


Jaromír Štětina, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, David McAllister, Dubravka Šuica, Sandra Kalniete, Laima Liucija Andrikienė, Michał Boni, Elmar Brok, Michael Gahler, Andrzej Grzyb, Gunnar Hökmark, Tunne Kelam, Julia Pitera, Fernando Ruas, Michaela Šojdrová, Željana Zovko namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))  
B8‑0275/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het wapenstilstandsakkoord van 12 augustus 2008 dat door bemiddeling van de EU tot stand is gekomen en door Georgië en de Russische Federatie is ondertekend, en de uitvoeringsovereenkomst van 8 september 2008,

–  gezien zijn resolutie van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne(1),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid(2),

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de topbijeenkomsten van het Oostelijk Partnerschap, met name de verklaring die in 2017 in Brussel werd aangenomen,

–  gezien de mededelingen van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) inzake het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), met name het verslag van 18 mei 2017 betreffende de evaluatie van het ENB (JOIN(2017)0018), het herziene werkdocument van 9 juni 2017 "Oostelijk Partnerschap – 20 resultaten voor 2020: aandacht voor kernprioriteiten en concrete resultaten" (SWD(2017)0300), en de mededeling van 2016 getiteld "Een integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie",

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in de landen van het Oostelijk Nabuurschap en met name zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top in november 2017(3),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU haar krachtige steun uitspreekt voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië binnen zijn internationaal erkende grenzen;

B.  overwegende dat de EU zich actief blijft inzetten voor een vreedzame oplossing van het conflict tussen Rusland en Georgië, met volledige inachtneming van de fundamentele normen en beginselen van het internationaal recht;

C.  overwegende dat de Russische Federatie na tien jaar van militaire agressie, en sinds de invasie in Georgië tijdens de oorlog van augustus 2008, haar illegale bezetting voortzet en naar een de facto annexatie van de Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië toewerkt, hetgeen een inbreuk vormt op het internationaal recht en het op regels gebaseerde internationale bestel;

D.  overwegende dat de Russische Federatie tien jaar na de oorlog tussen Rusland en Georgië haar internationale verplichtingen blijft schenden en weigert het met bemiddeling van de EU gesloten akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 uit te voeren;

E.  overwegende dat de Russische Federatie haar illegale militaire aanwezigheid in de bezette Georgische gebieden blijft versterken en haar troepenmacht en legeroefeningen opvoert, waardoor de veiligheidssituatie in het gebied ernstig gedestabiliseerd raakt;

F.  overwegende dat de Russische Federatie Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië van de rest van het land blijft isoleren door de zogenaamde grensovergangen te sluiten, hekken van prikkeldraad en andere kunstmatige barrières te plaatsen, en de bestuurlijke grenslijn (ABL) verder op te rekken;

G.  overwegende dat honderdduizenden binnenlands ontheemden en onder dwang verdreven vluchtelingen verstoken blijven van het fundamentele recht op een veilige en waardige terugkeer naar hun huizen;

H.  overwegende dat er grove schendingen van de mensenrechten, zoals het recht op vrij verkeer en verblijf, het recht op eigendom en toegang tot onderwijs in de moedertaal, evenals illegale opsluitingen en ontvoeringen in de bezette gebieden van Georgië blijven plaatsvinden;

I.  overwegende dat de Russische Federatie als macht die effectieve controle uitoefent over de Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië, de volledige verantwoordelijkheid draagt voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de humanitaire situatie ter plaatse;

1.  blijft zijn krachtige steun uitspreken voor het beginsel van soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië binnen diens internationaal erkende grenzen;

2.  verlangt dat de Russische Federatie haar bezetting van de Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië beëindigt en de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië volledig eerbiedigt, evenals de onschendbaarheid van zijn internationaal erkende grenzen, zoals bepaald in het internationaal recht, het VN-Handvest, de slotakte van Helsinki van 1975, het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa van de OVSE van 1990 en de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad;

3.  verlangt dat de Russische Federatie haar besluit inzake de erkenning van de zogenaamde onafhankelijkheid van de Georgische gebieden Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië intrekt;

4.  benadrukt dat de Russische Federatie onvoorwaardelijk moet voldoen aan alle punten van het akkoord inzake een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008, met name de verplichting om alle haar troepen terug te trekken en de EU-waarnemingsmissie (EUMM) volledige en onbeperkte toegang tot de bezette gebieden te verlenen;

5.  roept de Russische Federatie op zich aan het beginsel van vreedzame conflictoplossing te houden door de unilaterale toezegging van Georgië om af te zien van het gebruik van geweld, die door de president van Georgië in zijn toespraak tot het Europees Parlement op 23 november 2010 werd bekrachtigd,

6.  verzoekt de Russische Federatie te stoppen met het in een grens omzetten van de bestuurlijke grenslijn (ABL), door niet langer hekken van prikkeldraad en andere kunstmatige barrières te plaatsen, en het geleidelijk binnendringen op grondgebied dat door de Georgische regering wordt gecontroleerd alsmede de verdere uitbreiding van de ABL te staken, daar dit stappen zijn waarmee het contact tussen mensen opzettelijk wordt belemmerd en de bevolking van beide bezette gebieden wordt geïsoleerd;

7.  dringt er bij de Russische Federatie als de effectieve macht uitoefenende mogendheid op aan haar schendingen van de mensenrechten, beperkingen van de vrijheid van verkeer en van verblijf, discriminatie op etnische gronden en schending van het recht op eigendom en toegang tot onderwijs in de moedertaal in de Georgische bezette gebieden te staken;

8.  dringt er bij de Russische Federatie op aan een veilige en waardige terugkeer van intern ontheemden en vluchtelingen naar hun huizen toe te staan en internationale mensenrechtenorganisaties ter plaatse onbelemmerde toegang te verlenen;

9.  bekrachtigt dat de EU zich er ten volle toe verplicht bij te dragen aan de vreedzame oplossing van het Russisch-Georgische conflict door alle beschikbare instrumenten in te zetten als onderdeel van een brede benadering, waaronder haar bijzondere vertegenwoordiger voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië, haar covoorzitterschap van het internationaal overleg in Genève, de EUMM in Georgië en het beleid van niet-erkenning en toenadering;

10.  benadrukt dat alleen een consistente en vastberaden houding van de internationale gemeenschap ten aanzien van het Russische bezettings- en annexatiebeleid kan zorgen voor een vreedzame oplossing van het conflict in Georgië en van andere aanhoudende conflicten in de voormalige Sovjetunie;

11.  spreekt zijn grote dank uit aan de vrouwen en mannen die in de EUMM actief zijn geweest; herinnert eraan dat de EUMM de enige permanente internationale instantie ter plaatse is en onpartijdige informatie verstrekt over de situatie langs de ABL;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de president, de regering en het parlement van Georgië.

 

 

 

(1)

PB C 11 van 12.1.2018, blz. 82.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0493.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0440.

Laatst bijgewerkt op: 12 juni 2018Juridische mededeling