Procedure : 2018/2741(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0276/2018

Ingediende teksten :

B8-0276/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0266

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 263kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0275/2018
11.6.2018
PE621.674v01-00
 
B8-0276/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))


Charles Tannock, Karol Karski, Urszula Krupa, Ryszard Antoni Legutko, Roberts Zīle, Anna Elżbieta Fotyga, Jadwiga Wiśniewska, Jan Zahradil namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))  
B8‑0276/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het wapenstilstandsakkoord van 12 augustus 2008 dat door bemiddeling van de EU tot stand is gekomen en door Georgië en de Russische Federatie is ondertekend, en de uitvoeringsovereenkomst van 8 september 2008,

–  gezien zijn resolutie van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne(1),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid(2),

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de topbijeenkomsten van het Oostelijk Partnerschap, met name die welke in 2017 in Brussel werd aangenomen,

–  gezien de gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) inzake het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), met name het verslag van 18 mei 2017 over de tenuitvoerlegging van de herziening van het ENB (JOIN(2017)0018), het gezamenlijk werkdocument van 9 juni 2017 getiteld "Eastern Partnership – 20 Deliverables for 2020: Focusing on key priorities and tangible results" (Oostelijk Partnerschap – 20 resultaten voor 2020: aandacht voor kernprioriteiten en concrete resultaten) (SWD(2017)0300), en de mededeling van 2016 getiteld "Een integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie",

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in de landen van het Oostelijk Nabuurschap en met name zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top in november 2017(3),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Russische Federatie 10 jaar na de Russische militaire agressie in Georgië van augustus 2008 de Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië nog steeds illegaal bezet, hetgeen een inbreuk is op het internationaal recht en het op regels gebaseerde internationale bestel, en dat zij actief stappen onderneemt om beide regio's volledig te annexeren;

B.  overwegende dat Rusland zijn illegale militaire aanwezigheid in de Georgische bezette gebieden voortdurend versterkt door de bouw van nieuwe bases, het aanvoeren van nieuwe troepen en apparatuur en het houden van militaire oefeningen;

C.  overwegende dat Rusland zijn internationale verplichtingen blijft schenden en weigert het met EU-bemiddeling gesloten akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 uit te voeren;

D.  overwegende dat Rusland beide regio's blijft isoleren van de rest van het land door bijkomende grensovergangen te sluiten, fysieke hindernissen te plaatsen aan de administratieve grenslinie en een campagne te voeren voor het uitroeien van de Georgische cultuur;

E.  overwegende dat deze linie langzaam maar zeker verder wordt opschoven in het door Tbilisi gecontroleerde gebied, volgens een proces dat bekend staat als grensbepaling ("borderisation"), waarbij op sommige plaatsen dicht in de buurt wordt gekomen van kritieke infrastructuur, bijvoorbeeld gasleidingen;

F.  overwegende dat de honderdduizenden binnenlands ontheemden en vluchtelingen die onder dwang uit de Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië zijn verdreven als gevolg van verschillende ronden van etnische zuiveringen, verstoken blijven van hun fundamentele recht op een veilige en waardige terugkeer naar hun huizen;

G.  overwegende dat fundamentele mensenrechten, met inbegrip van het recht op vrij verkeer en verblijf, het recht op eigendom en toegang tot onderwijs in de moedertaal, in de bezette gebieden van Georgië worden geschonden; overwegende dat er nog steeds illegale opsluitingen en ontvoeringen plaatsvinden;

H.  overwegende dat de Russische Federatie als macht die effectieve controle uitoefent over de Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië, de volledige verantwoordelijkheid draagt voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de humanitaire situatie ter plaatse;

I.  overwegende dat de inval van 2008 Ruslands eerste grote openlijke aanval was tegen de Europees orde; overwegende dat deze nadien gevolgd is door andere, met inbegrip van de annexatie van de Krim en de oorlog in Oost-Oekraïne;

J.  overwegende dat een van de doelstellingen van de Russische inval was om de situatie op het terrein te veranderen en het Georgische lidmaatschap van de NAVO te dwarsbomen, dat beloofd was tijdens de top van Boekarest eerder dat jaar; overwegende dat de onwil van de NAVO om Georgië en Oekraïne toe te laten, door Rusland is geïnterpreteerd als een groen licht voor de agressie;

K.  overwegende dat het gezamenlijke ad-hocbezoek aan Georgië op 12 augustus 2008 van de Oost-Europese leiders Lech Kaczyński, president van Polen, Toomas Hendrik Ilves, president van Estland, Valdas Adamkus, president van Litouwen, Ivars Godmanis, premier van Letland, en Viktor Joesjtsjenko, president van Oekraïne, alom wordt gezien als een belangrijke factor die de Russische opmars naar Tbilisi heeft voorkomen en de totstandbrenging van een staakt-het-vuren door het Franse voorzitterschap van de EU heeft gefaciliteerd;

L.  overwegende dat de Russische Federatie de EU-waarnemingsmissie (EU Monitoring Mission, EUMM) de toegang tot de Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië blijft ontzeggen, in strijd met het met EU-bemiddeling gesloten akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008, hetgeen de mogelijkheid voor deze missie om haar mandaat volledig uit te voeren, belemmert;

1.  bevestigt nogmaals zijn ondubbelzinnige steun voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië;

2.  betuigt zijn deelneming met de families van alle slachtoffers van het conflict;

3.  wijst op de rol die de EU heeft gespeeld bij de onderhandelingen over het staakt-het-vuren en op de rol die zij speelt door het ondersteunen van de Georgische zijde, met name via de oprichting van de EUMM; roept de EU er evenwel toe op een nog actievere rol te spelen en zich actief te blijven inzetten voor een oplossing van het conflict, via de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië, die covoorzitter is van het overleg in Genève, en via de EUMM;

4.  brengt hulde aan de beslissende actie die is ondernomen door de Oost-Europese leiders die in augustus 2008 een bezoek hebben gebracht aan Tbilisi, toen de Russische troepen slechts 50 km van de Georgische hoofdstad verwijderd waren;

5.  herhaalt zijn oproep aan Rusland om de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Georgië en de onschendbaarheid van de internationaal erkende grenzen van het land volledig te eerbiedigen, zijn erkenning van de afscheiding van Abchazië en de regio Tskhinvali/ Zuid-Ossetië terug te draaien, zijn bezetting van deze gebieden te beëindigen en zich te houden aan de belofte om tegen Georgië geen geweld te gebruiken;

6.  veroordeelt Rusland, Venezuela, Nicaragua, Syrië en Nauru voor hun erkenning van Abchazië en Zuid-Ossetië en vraagt dat deze erkenning wordt ingetrokken;

7.  veroordeelt krachtig de systematische schendingen van de mensenrechten van de burgers van Georgië door vertegenwoordigers van de bezettingsmacht van de Russische Federatie, met inbegrip van moord, foltering en ontvoering; is in verband hiermee ingenomen met de goedkeuring door het Georgische parlement van de door beide partijen opgestelde resolutie tot vaststelling van een zwarte lijst van personen die verantwoordelijk zijn voor deze schendingen of voor het in de doofpot stoppen ervan (de Otkhozoria-Tatunashvili-lijst) en verzoekt de lidstaten en de Raad de personen die op deze lijst staan of die er nog op kunnen komen, op een zwarte lijst te plaatsen en hun nationale of algemene EU-sancties op te leggen;

8.  verzoekt de Russische Federatie het akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 onverkort uit te voeren en het proces van grensbepaling en de versterking van haar militaire aanwezigheid in beide bezette regio's onmiddellijk te stoppen;

9.  herinnert de Russische Federatie als bezettingsmacht aan haar verplichtingen jegens de bevolking en aan het feit dat zij een einde moet maken aan de schendingen van de mensenrechten, de beperkingen van de vrijheid van verkeer en van verblijf, de discriminatie op grond van etnische afkomst en de schending van het recht op eigendom en toegang tot onderwijs in de moedertaal in de Georgische bezette gebieden;

10.  verzoekt de Russische Federatie de EUMM conform haar mandaat toegang tot de Georgische grondgebieden Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië te verlenen;

11.  veroordeelt in verband hiermee alle stappen die Rusland onderneemt om het grondgebied van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië volledig te annexeren;

12.  wijst erop dat het verzuim om adequaat te reageren op de Russische agressie tegen Georgië in 2008, Rusland ertoe heeft aangezet agressieve militaire en politieke campagnes te blijven voeren, zowel in zijn nabuurschap als daarbuiten, en zodoende de op regels gebaseerde internationale orde en de stabiliteit in Europa en elders te verzwakken en te ondermijnen;

13.  benadrukt het feit dat de internationale gemeenschap een consistente, gecoördineerde, verenigde en vastberaden houding ten aanzien van het Russische bezettings- en annexatiebeleid moet aannemen, omdat alleen zo kan worden gezorgd voor een vreedzame oplossing van het conflict in Georgië en soortgelijke conflicten in de buurlanden kunnen worden voorkomen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van Georgië en de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

(1)

PB C 11 van 12.1.2018, blz. 82.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0493.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0440.

Laatst bijgewerkt op: 13 juni 2018Juridische mededeling