Procedure : 2018/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0316/2018

Ingediende teksten :

B8-0316/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0313

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 178kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0315/2018
2.7.2018
PE621.744v01-00
 
B8-0316/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land (2018/2770(RSP))


Elena Valenciano, Francisco Assis, Ramón Jáuregui Atondo namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land (2018/2770(RSP))  
B8‑0316/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4), van 27 april 2017 over de situatie in Venezuela(5), van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela(6), en van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela(7),

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 26 januari, 19 april en 22 mei 2018 over de laatste ontwikkelingen in Venezuela,

–  gezien de conclusies van de Raad van 13 november 2017, 22 januari 2018, 28 mei 2018 en 25 juni 2018,

–  gezien het officiële werkbezoek van de Europese commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, aan Colombia in maart 2018,

–  gezien de verklaring van zijn Coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van 23 april 2018,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof,

–  gezien de verklaring van 8 februari 2018 van de aanklager van het Internationaal Strafhof, mevrouw Fatou Bensouda,

–  gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten van 31 maart 2017 over Venezuela,

–  gezien het verslag van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten getiteld "Human Rights Violations in the Bolivarian Republic of Venezuela" van 22 juni 2018,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 28 april 2017 van de speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies, de speciale VN-rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, de speciale VN-rapporteur voor de situatie van mensenrechtenactivisten, en de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie,

–  gezien de verklaring van de leiders van de G7 van 23 mei 2018,

–  gezien de verklaringen van "El Grupo de Lima" van 23 januari 2018, 14 februari 2018, 21 mei 2018 en 2 juni 2018,

–  gezien de verklaring van 20 april 2018 van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) over de verslechterende humanitaire situatie in Venezuela,

–  gezien het rapport van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) getiteld "Democratic Institutions, the Rule of Law and Human Rights in Venezuela" van 12 februari 2018, evenals haar resolutie van 14 maart 2018,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de situatie op het gebied van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat in Venezuela blijft verslechteren; overwegende dat steeds meer mensen Venezuela verlaten, onder andere vanwege onzekerheid, geweld, mensenrechtenschendingen, de verslechtering van de rechtsstaat, het gebrek aan voedsel, geneesmiddelen en toegang tot onmisbare sociale diensten, het verlies aan inkomsten en de toenemende armoede;

B.  overwegende dat 87 % van de Venezolaanse bevolking volgens het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten in armoede leeft, waarvan 61,2 % in extreme armoede; overwegende dat de moeder- en kindersterfte respectievelijk met 60 % en 30 % zijn toegenomen en dat 80 % van de medische basisbenodigdheden en -apparatuur niet in het land beschikbaar is; overwegende dat er in 2017 69 % meer gevallen van malaria waren dan in 2016 en dat dit de grootste toename ter wereld was (WGO); overwegende dat andere ziekten zoals tuberculose en de mazelen op het punt staan om uit te groeien tot epidemieën; overwegende dat de regering van Venezuela ondanks de schrikbarende cijfers nog altijd ontkent dat het land in een humanitaire crisis verkeert en geen internationale hulp aanneemt;

C.  overwegende dat de economische situatie in het land sterk is verslechterd; overwegende dat de hyperinflatie in Venezuela volgens ramingen van het Internationaal Monetair Fonds in 2018 zal oplopen tot 13 000 % (tegen naar schatting 2 400 % in 2017), waardoor de prijzen met gemiddeld bijna 1,5 % per uur zullen stijgen;

D.  overwegende dat er in een rapport van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten van 22 juni 2018 op wordt gewezen dat de Venezolaanse autoriteiten er niet in slagen de daders van ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder moorden, het gebruik van buitensporig geweld tegen demonstranten, willekeurige detentie, mishandeling en foltering, ter verantwoording te roepen; overwegende dat de straffeloosheid ook op grote schaal geldt voor de leden van de veiligheidstroepen die verdacht worden van de standrechtelijke executie van demonstranten; overwegende dat deze bevindingen wijzen op een verdere escalatie van de gespannen situatie in het land;

E.  overwegende dat de huidige, door mensen veroorzaakte crisis momenteel leidt tot de grootste verplaatsing van bevolkingsgroepen in de geschiedenis van de regio; overwegende dat volgens door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) gepubliceerde conservatieve officiële cijfers ruim twee miljoen Venezolanen sinds 2014 het land zijn ontvlucht, waarvan bijna een miljoen tussen 2015 en 2017; overwegende dat de grote meerderheid van de gevluchte Venezolanen (volgens de IOM 84 %) naar andere Latijns-Amerikaanse landen is gegaan;

F.  overwegende dat het grootste deel van deze ontheemden volgens de IOM wordt opgevangen door Colombia, waar meer dan 820 000 Venezolanen wonen, gevolgd door Peru, Argentinië en Brazilië, waar respectievelijk 350 000, 95 000 en 50 000 Venezolanen wonen; overwegende dat 520 000 Venezolanen in de regio alternatief legaal verblijf hebben gevonden; overwegende dat wereldwijd meer dan 280 000 Venezolanen de vluchtelingenstatus hebben aangevraagd; overwegende dat geschat wordt dat meer dan 60 % zich nog altijd in een illegale situatie bevindt; overwegende dat steeds meer Venezolanen het land over zee verlaten en met name vertrekken naar eilanden in het Caribisch gebied, zoals Aruba, Curaçao, Bonaire, en Trinidad en Tobago; overwegende dat het verlenen van bijstand aan nieuwkomers een steeds grotere belasting vormt voor de gastlanden;

G.  overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen heeft verzocht om een aanvullend bedrag van 46,1 miljoen USD, om de kosten te dekken van de eerste fase van negen operaties die gericht zijn op de belangrijkste gastlanden: Brazilië, Colombia, Costa Rica, Ecuador, Mexico, Panama, Peru en het zuidelijk Caribisch gebied; overwegende dat dit verzoek ook interventies in Venezuela omvat; overwegende dat sinds 13 juni 2018 slechts 44 % (20,5 miljoen USD) van dit bedrag is verstrekt, wat betekent dat er momenteel sprake is van een financieringskloof van 56 %;

H.  overwegende dat de Commissie op 7 juni 2018 heeft aangekondigd een bedrag van 35,1 miljoen EUR aan nood- en ontwikkelingshulp te zullen vrijmaken om het Venezolaanse volk en de door de crisis getroffen buurlanden te ondersteunen; overwegende dat deze financiële bijdrage een aanvulling vormt op de 37 miljoen EUR die de EU reeds voor humanitaire hulp en samenwerkingsprojecten in het land heeft uitgetrokken;

I.  overwegende dat de Venezolaanse verkiezingen van 20 mei 2018 vrij noch eerlijk waren en de uitkomst ervan allesbehalve geloofwaardig was, omdat het verkiezingsproces verliep zonder de waarborgen die noodzakelijk zijn voor inclusieve en democratische verkiezingen;

J.  overwegende dat er elke maand meer dan 12 000 Venezolanen de Braziliaanse deelstaat Roraima binnenkomen, waarvan er ongeveer 2 700 in Boa Vista blijven; overwegende dat deze Venezolanen momenteel ruim 7 % van de inwoners van Boa Vista uitmaken en dat er, als dit tempo aanhoudt, tegen het eind van het jaar meer dan 60 000 Venezolanen in de stad zullen wonen; overwegende dat deze demografische instroom een enorme druk met zich meebrengt voor de overheidsdiensten van de stad, met name voor de volksgezondheid en het onderwijs; overwegende dat Roraima met zijn uiterst beperkte arbeidsmarkt en oppervlakkige economie een van de armste deelstaten van Brazilië is, wat de integratie van de migranten en vluchtelingen nog meer belemmert;

K.  overwegende dat het Parlement van 25 t/m 30 juni 2018 een ad-hocdelegatie naar de grenzen van Venezuela met Colombia en Brazilië heeft gestuurd om de gevolgen van de crisis ter plaatse te bestuderen;

1.  spreekt zijn solidariteit uit met alle Venezolanen die gedwongen worden hun land te verlaten als gevolg van het gebrek aan fundamentele behoeften zoals voedsel, gezondheidszorg en geneesmiddelen; maakt zich daarnaast ernstige zorgen over de rampzalige humanitaire situatie in Venezuela, die tot een ongekende instroom van vluchtelingen in de buur- en andere landen heeft geleid;

2.  verzoekt dat er onmiddellijk overeenstemming wordt bereikt over een noodplan voor toegang tot humanitaire hulp in het land en roept de Venezolaanse autoriteiten op humanitaire hulp met spoed en ongehinderd toe te laten en toegang te verschaffen aan internationale organisaties die de bevolking willen helpen; pleit ervoor dat er snel kortetermijnmaatregelen worden genomen om de ondervoeding bij de kwetsbaarste groepen tegen te gaan;

3.  neemt kennis van en prijst de belangrijke maatregelen die door verscheidene landen in de regio zijn genomen om de situatie aan te pakken en wijst daarbij in het bijzonder op de regulering van de status van migranten door middel van visa en tijdelijke verblijfsvergunningen, alsmede op de erkenning van vluchtelingen overeenkomstig de Verklaring van Cartagena inzake vluchtelingen van 1984; verzoekt de lidstaten van de EU onmiddellijk actie te ondernemen om Venezolaanse migranten die zich op hun grondgebied bevinden te beschermen, onder meer aan de hand van humanitaire visa, speciale verblijfsregelingen of andere regionale migratiekaders en door de nodige beschermingswaarborgen te bieden;

4.  verzoekt de internationale gemeenschap een gecoördineerde, alomvattende en regionale reactie op de crisis te formuleren, en haar financiële en materiële bijstand aan de begunstigde landen op te voeren door zich aan haar toezeggingen te houden; herinnert aan de financieringskloof van 25,6 miljoen USD in verband met het aanvullende verzoek van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen;

5.  verzoekt de EU, met het oog op de verslechtering van de huidige situatie en alle gevolgen van dien voor de vluchtelingenstromen, financiële steun te blijven bieden en deze indien nodig te intensiveren;

6.  herhaalt dat de huidige humanitaire crisis het gevolg is van een politieke crisis; herinnert eraan dat het land alleen uit de crisis kan komen door middel van dialoog en onderhandeling; geeft aan voorstander te zijn van een via onderhandelingen verkregen politieke oplossing en meent dat dit de enige manier is om in Venezuela tot duurzame stabiliteit te komen en het land in staat te stellen het hoofd te bieden aan de diepgewortelde crisis en de dringende behoeften van de bevolking;

7.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden zijn uiterste best te doen bij de internationale bemiddelingspogingen die nodig zijn om een levensvatbare politieke dialoog tot stand te brengen;

8.  dringt er bij de autoriteiten van Venezuela op aan onmiddellijk een eind te maken aan alle mensenrechtenschendingen, waaronder aanvallen op burgers, en alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van vergadering, te eerbiedigen; verzoekt de autoriteiten van Venezuela dringend de democratie te herstellen, aangezien dit een absolute voorwaarde is voor het beëindigen van de escalerende crisis;

9.  pleit voor nieuwe presidentsverkiezingen met inachtneming van de internationaal erkende democratische normen en de Venezolaanse grondwet; herinnert eraan dat alle democratisch verkozen instellingen, en met name de Nationale Vergadering, moeten worden gerespecteerd, dat alle politieke gevangenen moeten worden vrijgelaten en dat de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten moeten worden geëerbiedigd;

10.  wijst erop dat deze oproep tot doel heeft om de Venezolaanse bevolking de gelegenheid te geven opnieuw de hoofdinstellingen van hun land, namelijk de president en de Nationale Vergadering, te kiezen; herinnert eraan dat de voorwaarden voor deze verkiezingen met volledige inachtneming van de politieke rechten van alle Venezolanen door de regering en de oppositie moeten worden overeengekomen binnen een transparant, gelijk en eerlijk kader dat ruimte biedt voor internationale waarneming en waarin geen beperkingen worden opgelegd met betrekking tot de deelnemende politieke partijen en kandidaten;

11.  steunt de oproep van de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten tot instelling van een onderzoekscommissie die zich zal richten op de situatie in Venezuela, alsmede zijn verzoek om een grotere rol voor het Internationaal Strafhof; vraagt de EU in dit verband een actieve rol op zich te nemen;

12.  herhaalt zijn verzoek om zo spoedig mogelijk een delegatie van het Europees Parlement naar Venezuela te sturen en in dialoog te treden met alle bij het conflict betrokken partijen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regering en het congres van de Republiek Colombia, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

(1)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 145.

(2)

PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.

(3)

PB C 316 van 30.8.2016, blz. 190.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0269.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0200.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0041.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

Laatst bijgewerkt op: 4 juli 2018Juridische mededeling