Procedure : 2018/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0317/2018

Ingediende teksten :

B8-0317/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0313

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 267kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0315/2018
2.7.2018
PE621.745v01-00
 
B8-0317/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land  (2018/2770(RSP))


Charles Tannock, Karol Karski, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Czarnecki, Monica Macovei, Ruža Tomašić, Angel Dzhambazki, Geoffrey Van Orden, Pirkko Ruohonen‑Lerner, Jana Žitňanská, Jan Zahradil, Raffaele Fitto namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land (2018/2770(RSP))  
B8‑0317/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4), van 27 april 2017 over de situatie in Venezuela(5), van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela(6), en van 3 mei 2018 over de presidentsverkiezingen in Venezuela(7),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien de verklaring van 8 februari 2018 van de procureur-generaal van het Internationaal Strafhof, Fatou Bensouda,

–  gezien de verklaring over Venezuela van de hoge commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties van 31 maart 2017,

–  gezien het verslag van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens van de VN getiteld "Human Rights Violations in the Bolivarian Republic of Venezuela" van 22 juni 2018,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 28 april 2017 van de speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies, de speciale VN‑rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, de speciale VN‑rapporteur voor de situatie van mensenrechtenactivisten, en de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie,

–  gezien de verklaring van de leiders van de G7 van 23 mei 2018,

–  gezien de verklaringen van "El Grupo de Lima" van 23 januari 2018, 14 februari 2018, 21 mei 2018 en 15 juni 2018,

–  gezien de verklaring van 20 april 2018 van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) over de verslechterende humanitaire situatie in Venezuela,

–  gezien het rapport van het secretariaat-generaal van de OAS en het panel van onafhankelijke internationale deskundigen van 29 mei 2018 over de vermeende misdaden tegen de menselijkheid in Venezuela,

–  gezien het rapport van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens getiteld "Democratic Institutions, the Rule of Law and Human Rights in Venezuela" van 12 februari 2018, evenals haar resolutie van 14 maart 2018,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 26 januari, 19 april en 22 mei 2018 over de laatste ontwikkelingen in Venezuela,

–  gezien de conclusies van de Raad van 13 november 2017, 22 januari 2018, 28 mei 2018 en 25 juni 2018,

–  gezien de verklaring van de EU-commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, tijdens zijn werkbezoek aan Colombia in maart 2018,

–  gezien de verklaring van zijn Coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van 23 april 2018,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de situatie op het gebied van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat in Venezuela blijft verslechteren; overwegende dat Venezuela kampt met een ongekende politieke, maatschappelijke, economische en humanitaire crisis, die leidt tot een steeds hoger aantal sterfgevallen, vluchtelingen en migranten;

B.  overwegende dat steeds meer mensen in Venezuela, en met name kwetsbare groepen, zoals vrouwen, kinderen en zieken, aan ondervoeding lijden als gevolg van de beperkte beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorgdiensten, geneesmiddelen, voedsel en water; overwegende dat hoewel de internationale gemeenschap heeft aangegeven klaar te staan om hulp te bieden, de Venezolaanse regering het probleem helaas hardnekkig blijft ontkennen en weigert de distributie van internationale humanitaire hulp openlijk te accepteren en te faciliteren;

C.  overwegende dat de economische situatie in het land sterk is verslechterd; overwegende dat de hyperinflatie in Venezuela volgens projecties van het Internationaal Monetair Fonds in 2018 zal oplopen tot 13 000 % (tegen naar schatting 2 400 % in 2017), waardoor de prijzen met gemiddeld bijna 1,5 % per uur zullen stijgen;

D.  overwegende dat er in het VN-mensenrechtenrapport van 22 juni 2018 op wordt gewezen dat de Venezolaanse autoriteiten er niet in slagen de daders van ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder moorden, het gebruik van buitensporig geweld tegen demonstranten, willekeurige detentie, mishandeling en foltering, ter verantwoording te roepen; overwegende dat de straffeloosheid ook op grote schaal geldt voor de leden van de veiligheidstroepen die verdacht worden van de standrechtelijke executie van demonstranten; overwegende dat deze bevindingen aantonen dat de gespannen situatie in het land verder escaleert;

E.  overwegende dat bij de verkiezingen van 20 mei 2018 niet is voldaan aan de internationale minimumnormen voor een geloofwaardig verkiezingsproces, politiek pluralisme, democratie, transparantie en de rechtsstaat, hetgeen de oplossing van de politieke crisis verder bemoeilijkt; overwegende dat dit het vinden van een oplossing voor de politieke crisis verder bemoeilijkt; overwegende dat de EU en andere democratische organen noch de verkiezingen zelf, noch de autoriteiten die middels dit onwettige proces aan de macht zijn gekomen, erkennen;

F.  overwegende dat de huidige multidimensionale crisis in Venezuela de grootste verplaatsing van bevolkingsgroepen in de geschiedenis van de regio heeft veroorzaakt; overwegende dat volgens de UNHCR en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) het aantal Venezolanen dat het land heeft verlaten dramatisch is toegenomen, van 437 000 in 2005 tot meer dan 1,6 miljoen in 2017; overwegende dat tussen 2015 en 2017 circa 945 000 Venezolanen het land hebben verlaten; overwegende dat het totale aantal mensen dat sinds 2014 het land heeft verlaten in 2018 meer dan 2 miljoen bedraagt; overwegende dat het aantal Venezolaanse staatsburgers dat wereldwijd asiel zoekt sinds 2014 met 2 000 % is gestegen en medio juni 2018 meer dan 280 000 bedroeg;

G.  overwegende dat het grootste deel van deze ontheemden volgens het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) wordt opgevangen door Colombia, waar meer dan 820 000 Venezolanen wonen; overwegende dat grote stromen vluchtelingen, vaak in dramatische gezondheid en sterk ondervoed, in de aan de grens met Venezuela gelegen plaatsen Cúcuta en Boa Vista aankomen; overwegende dat Peru, Chili, Argentinië, Panama, Brazilië, Ecuador, Mexico, de Dominicaanse Republiek, Costa Rica, Uruguay, Bolivia en Paraguay eveneens met grote aantallen vluchtelingen en migranten te kampen hebben; overwegende dat steeds meer mensen over zee het land verlaten, met name naar eilanden in het Caribisch gebied, zoals Aruba, Curaçao, Bonaire, en Trinidad en Tobago; overwegende dat ook Europa, en met name Spanje, met steeds meer Venezolanen te maken krijgt die het land verlaten; overwegende dat het verlenen van bijstand aan nieuwkomers een steeds grotere belasting vormt voor de gastlanden;

H.  overwegend dat de EU op 17 maart 2018 humanitaire steun ter waarde van 31 miljoen EUR aan Latijns-Amerika en het Caribisch gebied heeft toegekend, met 6 miljoen EUR voor Colombia, en nog eens 2 miljoen EUR voor diegenen die door de crisis in Venezuela zijn getroffen; overwegende dat de EU op 7 juni 2018 heeft aangekondigd een bedrag van 30,1 miljoen EUR aan nood- en ontwikkelingshulp voor de middellange termijn te zullen vrijmaken om het Venezolaanse volk en de door de crisis getroffen buurlanden te ondersteunen; overwegende dat in 2018 5 miljoen EUR uit het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP) is toegewezen aan activiteiten ter voorkoming van conflicten aan de grens met Brazilië en Colombia;

1.  is geschokt door en maakt zich ernstige zorgen over de rampzalige humanitaire situatie in Venezuela, die tot een groot aantal sterfgevallen en een ongekende instroom van vluchtelingen en migranten in de buur- en andere landen heeft geleid; spreekt zijn solidariteit uit met alle Venezolanen die gedwongen zijn hun land te verlaten als gevolg van het gebrek aan fundamentele voorzieningen, zoals voedsel, drinkwater, gezondheidszorgdiensten en geneesmiddelen;

2.  spoort de Venezolaanse autoriteiten aan te erkennen dat er sprake is van een aanhoudende humanitaire crisis, te voorkomen dat de situatie verder verslechtert, en zich in te zetten voor politieke en economische oplossingen met het oog op veiligheid voor alle burgers en stabiliteit voor het land en de regio;

3.  roept de Venezolaanse autoriteiten op humanitaire hulp met spoed en ongehinderd tot het land toe te laten, om een verslechtering van de humanitaire en volksgezondheidscrisis te voorkomen, en met name te vermijden dat ziekten als de mazelen, malaria, difterie, en mond- en klauwzeer opnieuw de kop opsteken, en onbelemmerde toegang te verschaffen aan internationale organisaties die bijstand willen verlenen aan alle getroffen sectoren van de samenleving; dringt er met klem op aan op korte termijn maatregelen te nemen voor het aanpakken van de ondervoeding bij de meest kwetsbare groepen, zoals vrouwen, kinderen en zieken;

4.  prijst de Colombiaanse regering ervoor dat zij zo snel steun aan alle naar het land komende Venezolanen ter beschikking heeft gesteld; prijst verder Brazilië en de andere landen in de regio, met name Peru, en de regionale en internationale organisaties, particuliere en publieke entiteiten, de katholieke kerk, alsook de burgers van de hele regio voor hun actieve hulp voor en solidariteit met de Venezolaanse vluchtelingen en migranten;

5.  verzoekt de internationale gemeenschap een gecoördineerde, alomvattende en regionale reactie op de crisis te formuleren, en haar financiële en materiële bijstand aan de begunstigde landen op te voeren door zich aan haar toezeggingen te houden; is zeer ingenomen met de humanitaire hulp die de EU tot nu toe heeft toegekend en dringt met spoed aan op meer humanitaire ondersteuning, die in het bijzonder ter beschikking moet worden gesteld via noodfondsen, om tegemoet te komen aan de snel groter wordende behoeften van de mensen in de buurlanden die met de gevolgen van de crisis in Venezuela worden geconfronteerd;

6.  dringt er bij de Venezolaanse autoriteiten op aan onmiddellijk een eind te maken aan alle mensenrechtenschendingen en aan alle aanvallen op burgers, en alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van vergadering, te eerbiedigen; verzoekt de autoriteiten van Venezuela voorts dringend de democratie te herstellen, als absolute voorwaarde voor het beëindigen van de escalerende crisis;

7.  dringt aan op nieuwe presidentsverkiezingen met inachtneming van de internationaal erkende democratische normen en de Venezolaanse grondwet; benadrukt dat de wettige regering die na deze verkiezingen zal aantreden de huidige economische en sociale crisis in Venezuela dringend moet aanpakken en zich moet inzetten voor verzoening in het land;

8.  juicht het toe dat naar aanleiding van de onwettige en internationaal niet-erkende verkiezingen van 20 mei 2018, die plaatsvonden zonder overeenstemming over de datum en de voorwaarden, en in omstandigheden die het onmogelijk maakten dat alle politieke partijen er op voet van gelijkheid aan konden deelnemen, snel aanvullende, gerichte en herroepbare sancties zijn opgelegd die de Venezolaanse bevolking ontzien; herinnert aan de mogelijkheid om nieuwe sancties op te leggen aan diegenen die verantwoordelijk zijn voor de toegenomen politieke, maatschappelijke, economische en humanitaire crisis, in concreto aan president Nicolás Maduro;

9.  staat volledig achter het onderzoek van het Internationaal Strafhof (ICC) naar de talrijke misdaden van en gevallen van repressie door het Venezolaanse regime, en vraagt de EU in dit verband een actieve rol te spelen; steunt de oproep van de hoge commissaris van de UNHCR tot de instelling van een commissie van onderzoek naar de situatie in Venezuela en tot een grotere rol voor het ICC;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regering en het parlement van de Republiek Colombia, van de Republiek Brazilië en van de Republiek Peru, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten en de Groep van Lima.

 

(1)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 145.

(2)

PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.

(3)

PB C 316 van 30.8.2016, blz. 190.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0269.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0200.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0041.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

Laatst bijgewerkt op: 4 juli 2018Juridische mededeling