Procedure : 2018/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0319/2018

Ingediende teksten :

B8-0319/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0313

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 279kWORD 56k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0315/2018
2.7.2018
PE621.747v01-00
 
B8-0319/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land (2018/2770(RSP))


Beatriz Becerra Basterrechea, Petras Auštrevičius, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, María Teresa Giménez Barbat, Charles Goerens, Marian Harkin, Nadja Hirsch, Ivan Jakovčić, Patricia Lalonde, Louis Michel, Ulrike Müller, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land (2018/2770(RSP))  
B8‑0319

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn talrijke resoluties over Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4), van 27 april 2017 over de situatie in Venezuela(5), van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela(6), van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela(7),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof,

–  gezien de verklaring van de procureur-generaal van het Internationaal Strafhof van 8 februari 2018,

–  gezien de verklaringen van de Europese commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, tijdens zijn werkbezoek aan Colombia in maart 2018,

–  gezien het rapport van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens getiteld "Democratic Institutions, the Rule of Law and Human Rights in Venezuela" van 12 februari 2018, evenals haar resolutie van 14 maart 2018,

–  gezien de verklaring over Venezuela van de hoge commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties van 31 maart 2017,

–  gezien de "Guidance Note on the outflow of Venezuelans" van de UNHCR van maart 2018,

–  gezien de verklaring van 20 april 2018 van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) over de verslechterende humanitaire situatie in Venezuela,

–  gezien de verklaring van zijn Coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van 23 april 2018,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 28 april 2017 van de speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies, de speciale VN-rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, de speciale VN-rapporteur voor de situatie van mensenrechtenactivisten, en de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 26 januari, 19 april en 22 mei 2018 over de laatste ontwikkelingen in Venezuela,

–  gezien de verklaring van de leiders van de G7 van 23 mei 2018,

–  gezien het verslag dat op 29 mei 2018 is gepresenteerd door het "Panel of Independent International Experts" zoals benoemd door de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), volgens welke er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat ten minste sinds 12 februari 2014 in Venezuela misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd,

–  gezien de verklaringen van de Groep van Lima van 23 januari 2018, 14 februari 2018, 21 mei 2018 en 15 juni 2018,

–  gezien het verslag van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens getiteld "Human Rights Violations in the Bolivarian Republic of Venezuela" van 22 juni 2018,

–  gezien de conclusies van de Raad van 13 november 2017, 22 januari 2018, 28 mei 2018 en 25 juni 2018,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de situatie van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in Venezuela blijft verslechteren; overwegende dat Venezuela kampt met een ongekende en door de staat opgezette politieke, maatschappelijke, economische en humanitaire crisis, die leidt tot een steeds hoger aantal sterfgevallen, vluchtelingen en migranten;

B.  overwegende dat de huidige multidimensionale crisis in Venezuela de grootste verplaatsing van bevolkingsgroepen in de geschiedenis van de regio heeft veroorzaakt; overwegende dat volgens de UNHCR en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) het aantal Venezolanen dat het land heeft verlaten dramatisch is toegenomen, van 437 000 in 2005 tot meer dan 1,6 miljoen in 2017; overwegende dat circa 945 000 Venezolanen tussen 2015 en 2017 het land hebben verlaten; overwegende dat het totale aantal mensen dat sinds 2014 het land heeft verlaten in 2018 meer dan 2 miljoen bedraagt; overwegende dat het aantal Venezolaanse staatsburgers dat wereldwijd asiel zoekt sinds 2014 met 2 000 % is gestegen en medio juni 2018 meer dan 280 000 bedroeg;

C.  overwegende dat volgens het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) het grootste deel van deze vluchtelingen wordt opgevangen door Colombia, waar meer dan 820 000 Venezolanen wonen; overwegende dat grote stromen vluchtelingen, vaak in dramatische gezondheid en sterk ondervoed, in de aan de grens met Venezuela gelegen plaatsen Cúcuta en Boa Vista aankomen; overwegende dat Brazilië, Chili, Peru, Ecuador, Argentinië, Guyana, Mexico, Costa Rica en Panama eveneens te kampen hebben met de instroom van grote aantallen vluchtelingen; overwegende dat steeds meer mensen over zee het land verlaten, met name naar de Caribische eilanden zoals Aruba, Curaçao, Bonaire, en Trinidad en Tobago; overwegende dat het verlenen van bijstand aan nieuwkomers een steeds grotere belasting vormt voor de gastlanden;

D.  overwegende dat volgens het laatste verslag van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), het aantal verzoeken van Venezolanen om internationale bescherming in de EU tussen 2014 en 2017 met meer dan 3 500% is toegenomen (325 tot 11 980), terwijl het aantal verzoeken om asiel in de EU van Venezolanen is gestegen van 150 in februari 2016, tot 985 een jaar later, tot bijna 1 400 in februari 2018; overwegende dat het aantal asielverzoeken van Venezolanen stijgt op een moment waarop het land met politieke en economische uitdagingen kampt;

E.  overwegende dat steeds meer mensen in Venezuela, ook kinderen, aan ondervoeding lijden door de beperkte toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg, geneesmiddelen en voedsel; overwegende dat hoewel de internationale gemeenschap heeft aangegeven klaar te staan om hulp te bieden, de Venezolaanse regering het probleem helaas hardnekkig blijft ontkennen en weigert de distributie van internationale humanitaire hulp openlijk te accepteren en te faciliteren;

F.  overwegende dat de economische situatie in het land sterk is verslechterd; overwegende dat de hyperinflatie in Venezuela volgens projecties van het Internationaal Monetair Fonds in 2018 zal oplopen tot 13 000 % (tegen naar schatting 2 400 % in 2017), waardoor de prijzen met gemiddeld bijna 1,5 % per uur zullen stijgen;

G.  overwegende dat de zorgwekkend hoge mate van onveiligheid en hoge criminaliteit eveneens tot de onderliggende oorzaken van de migratie behoren;

H.  overwegende dat de EU op 17 maart 2018 humanitaire steun ter waarde van 31 miljoen EUR aan Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied heeft toegekend, met 6 miljoen EUR voor Colombia, en nog eens 2 miljoen EUR voor diegenen die door de politieke, sociaal-economische en mensenrechtencrisis in Venezuela zijn getroffen; overwegende dat de Commissie op 7 juni 2018 heeft aangekondigd een bedrag van 30,1 miljoen EUR aan nood- en ontwikkelingshulp te zullen vrijmaken om het Venezolaanse volk en de door de crisis getroffen buurlanden te ondersteunen; overwegende dat in 2018, 5 miljoen EUR uit het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP) is toegewezen aan activiteiten ter voorkoming van conflicten aan de grens met Brazilië en Colombia;

I.  overwegende dat volgens het verslag dat op 29 mei 2018 is gepresenteerd door het "Panel of Independent International Experts" zoals benoemd door de secretaris-generaal van de OAS, ten minste sinds februari 2014 zeven misdaden tegen de menselijkheid in Venezuela zijn gepleegd en de regering zelf verantwoordelijk kan worden gesteld voor de ergste humanitaire crisis ooit in de regio; overwegende dat deze misdaden tegen de menselijkheid moord, willekeurige detentie van politieke tegenstanders, gevangenschap, vrijheidsbeneming, foltering, onmenselijke behandeling, bestraffing, verkrachting en andere vormen van seksueel geweld, politieke vervolging, gedwongen vermissingen, een door de staat opgezette humanitaire crisis, het inzetten van de volksgezondheid en voedsel als wapens in een politieke strijd en weigering om humanitaire bijstand te verlenen, omvatten; overwegende dat uit ditzelfde verslag de omvang van de aanslag op de rechtsstaat door de regering blijkt;

J.  overwegende dat er in het VN-mensenrechtenrapport van 22 juni 2018 op wordt gewezen dat de Venezolaanse autoriteiten er niet in slagen de daders van ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder moorden, het gebruik van buitensporig geweld tegen demonstranten, willekeurige detentie, mishandeling en foltering, ter verantwoording te roepen; overwegende dat de straffeloosheid voor leden van de veiligheidstroepen die verdacht worden van de standrechtelijke executie van demonstranten wijdverbreid lijkt te zijn; overwegende dat deze conclusies aantonen dat de gespannen situatie in het land verder escaleert; overwegende dat de procureur-generaal van het Internationaal Strafhof heeft aangekondigd dat een preliminair onderzoek zal worden geopend naar de misdaden die sinds april 2017 in Venezuela bedreven zouden zijn;

K.  overwegende dat sinds de verslechtering van de politieke crisis in Venezuela in 2014, 12 341 mensen om politieke redenen gevangen zijn gezet en ongeveer de helft van hen (7 285) nog altijd het onderwerp van beperkingen en voorzorgsmaatregelen is die de betrokkenen verplicht stellen zich bij de rechtbank te melden; overwegende dat er nog altijd 237 burgers en 79 militairen om politieke redenen in het land gevangen zitten; overwegende dat op 6 juni 2018, 79 gevangenen zijn vrijgelaten, maar dat slechts 40 van hen deel uitmaken van de 316 geregistreerde politieke gevangenen;

L.  overwegende dat bij de verkiezingen van 20 mei 2018 niet is voldaan aan de internationale minimumnormen voor een geloofwaardig verkiezingsproces, politiek pluralisme, democratie, transparantie en de rechtsstaat; overwegende dat dit het vinden van een oplossing voor de politieke crisis verder bemoeilijkt; overwegende dat de EU, en andere democratische organen ook, noch de verkiezingen zelf, noch de autoriteiten die middels dit onwettige proces aan de macht zijn gekomen, erkennen;

M.  overwegende dat in zijn resolutie van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela de mogelijkheid wordt genoemd om de bestaande sancties uit te breiden tot diegenen die de hoofdverantwoordelijkheid dragen voor de toegenomen politieke, maatschappelijke, economische, en humanitaire crisis, met inbegrip van president Nicolás Maduro;

1.  maakt zich ernstige zorgen over en is geschokt door de rampzalige humanitaire situatie in Venezuela, resulterend in grote aantallen doden en een ongekende instroom van migranten en vluchtelingen in de buur- en andere landen; spreekt zijn solidariteit uit met alle Venezolanen die gedwongen zijn hun land te verlaten vanwege het gebrek aan fundamentele voorzieningen zoals voedsel, gezondheidsdiensten, geneesmiddelen en drinkwater;

2.  spoort de Venezolaanse autoriteiten aan te erkennen dat er sprake is van een humanitaire crisis, te voorkomen dat de situatie verder verslechtert, en zich in te zetten voor politieke en economische oplossingen die zorgen voor veiligheid voor alle burgers en voor stabiliteit voor het land en de regio;

3.  roept de Venezolaanse autoriteiten op humanitaire hulp met spoed en ongehinderd tot het land toe te laten, om een verslechtering van de humanitaire en volksgezondheidscrisis te voorkomen, en in het bijzonder de terugkeer van ziekten als de mazelen, malaria en difterie te bestrijden, en onbelemmerde toegang te verschaffen aan internationale organisaties die bijstand willen verlenen aan alle getroffen sectoren van de samenleving; vraagt dat er snel kortetermijnmaatregelen worden genomen om de ondervoeding bij de meest kwetsbare groepen, zoals kinderen, tegen te gaan;

4.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat steeds vaker melding wordt gemaakt van Venezolanen die hun land ontvluchten, in het bijzonder kwetsbare groepen, die lijden onder discriminatie, sociale uitsluiting, racisme, vreemdelingenhaat, gedwongen en illegaal werk (ook onder adolescenten), mensenhandel, seksuele uitbuiting, migrantensmokkel en gendergerelateerd geweld, in het bijzonder onder de bevolking van inheemse of afro-afkomst, en over de toenemende aantallen niet-begeleide minderjarigen;

5.  is verheugd over de inspanningen van de landen in de regio die te kampen hebben met een zeer grote instroom van vluchtelingen en migranten die Venezuela ontvluchten; prijst de Colombiaanse regering ervoor dat zij zo snel steun aan alle naar het land komende Venezolanen ter beschikking heeft gesteld; prijst verder Brazilië en de andere landen in de regio, niet in de laatste plaats Peru, en de regionale en internationale organisaties, particuliere en publieke entiteiten, alsook de burgers van de hele regio voor hun actieve hulp voor en solidariteit met de Venezolaanse vluchtelingen en migranten;

6.  verzoekt de internationale gemeenschap, met name de EU, de OAS en de Groep van Lima, en op de buurlanden en omliggende gebieden om samen tot een omvattende regionale respons te komen op de situatie in Venezuela die als regionale oplossing fungeert voor het vluchtelingen- en migratievraagstuk dat onderdeel is van deze crisis;

7.  is verheugd over het voornemen van de EU om de humanitaire bijstand voor mensen die de humanitaire crisis in Venezuela ontvluchten te intensifiëren en roept op tot verdere financiële steun om deze crisis aan te kunnen pakken;

8.  dringt er bij de Venezolaanse autoriteiten op aan onmiddellijk een eind te maken aan alle mensenrechtenschendingen en aan alle aanvallen op burgers, en alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van vergadering, te eerbiedigen; verzoekt de autoriteiten van Venezuela dringend de democratie te herstellen, als absolute voorwaarde voor het beëindigen van de escalerende crisis;

9.  roept de Venezolaanse autoriteiten ertoe op de afgifte en verlenging van identiteitsdocumenten aan de onderdanen van het land, in en buiten Venezuela, te faciliteren en te versnellen, om te voorkomen dat migranten die niet over de juiste documenten beschikken gedwongen de illegaliteit ingaan;

10.  herhaalt nogmaals met klem zijn oproep aan de Venezolaanse autoriteiten om alle resterende politieke gevangenen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten en om de democratisch verkozen organen, waaronder de Nationale Vergadering, te eerbiedigen;

11.  pleit voor nieuwe presidentsverkiezingen met inachtneming van de internationaal erkende democratische normen, alle OAS-criteria en de Venezolaanse grondwet; benadrukt dat de wettige regering die na deze verkiezingen zal aantreden de huidige economische en maatschappelijke crisis in Venezuela dringend moet aanpakken en zich moet inzetten voor verzoening in het land;

12.  is verheugd over het wapenembargo dat in november 2017 is ingesteld en de snelle aanneming van aanvullende, gerichte en herroepbare sancties, die werden opgelegd op voorwaarde dat deze de Venezolaanse bevolking ontzien en alleen mogen worden opgeheven indien politieke gevangen worden vrijgelaten en indien de regering van Venezuela concrete vooruitgang boekt op het gebied van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten; herhaalt dat deze sancties zijn opgelegd aan hooggeplaatste functionarissen vanwege ernstige schendingen van de mensenrechten en het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Venezuela in de periode voorafgaand aan, tijdens en na de onwettige en internationaal niet-erkende verkiezingen van 20 mei 2018, die plaatsvonden zonder overeenstemming over de datum en de voorwaarden, en in omstandigheden die het onmogelijk maakten dat alle politieke partijen er op voet van gelijkheid aan konden deelnemen; herinnert aan de mogelijkheid om deze uit te breiden tot diegenen die de verantwoordelijkheid dragen voor de toegenomen politieke, maatschappelijke, economische, en humanitaire crisis, in het bijzonder president Nicolás Maduro, in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van februari 2018;

13.  herinnert eraan dat zij die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten ter verantwoording moeten worden geroepen; staat volledig achter het onderzoek van het Internationaal Strafhof (ICC) naar de talrijke misdaden van en gevallen van repressie door het Venezolaanse regime; steunt volledig de oproep van het "Panel of Independent International Experts" zoals benoemd door de secretaris-generaal van de OAS en de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens tot de instelling van een commissie van onderzoek naar de situatie in Venezuela en tot een grotere rol voor het ICC; verzoekt de lidstaten die partij zijn bij het Statuut van Rome te verzoeken om de opening van een ICC-onderzoek naar de misdaden tegen de menselijkheid die door de Venezolaanse regering zijn begaan; vraagt de EU in dit verband een grotere rol op zich te nemen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regering en het parlement van de Republiek Colombia, van de Republiek Brazilië en van de Republiek Peru, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten en de Groep van Lima.

 

(1)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 145.

(2)

PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.

(3)

PB C 316 van 30.8.2016, blz. 190.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0269.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0200.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0041.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

Laatst bijgewerkt op: 4 juli 2018Juridische mededeling