Procedure : 2018/2891(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0351/2018

Ingediende teksten :

B8-0351/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.20
CRE 25/10/2018 - 13.20

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0436

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 267kWORD 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0351/2018
22.10.2018
PE624.206v01-00
 
B8-0351/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2018/2891(RSP))


Esteban González Pons, Luis de Grandes Pascual, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez‑Neyra, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Laima Liucija Andrikienė, Eduard Kukan, Nuno Melo, Francisco José Millán Mon, Cláudia Monteiro de Aguiar, Ivan Štefanec, Fernando Ruas, Anders Sellström namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2018/2891(RSP))  
B8‑0351/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4), van 27 april 2017 over de situatie in Venezuela(5), van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela(6), van 3 mei 2018 over de presidentsverkiezingen in Venezuela(7) en van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela(8),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten,

–  gezien het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (ICC),

–  gezien de verklaring van 8 februari 2018 van de openbare aanklager van het ICC, Fatou Bensouda, over het instellen van een vooronderzoek naar de situatie in Venezuela, en de verklaring van 27 september 2018 over de verwijzing door een groep van zes landen die partij zijn bij het ICC met betrekking tot de situatie in Venezuela,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 oktober 2018,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 9 oktober 2018 over de dood van gemeenteraadslid Fernando Albán in Venezuela,

–  gezien de verklaring van zijn Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie mensenrechten van 10 oktober 2018 over de dood van Fernando Albán,

–  gezien het verslag van zijn werkbezoek over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en de grenzen van het land met Colombia en Brazilië,

–  gezien zijn besluit om de Sacharovprijs in 2017 toe te kennen aan de democratische oppositie en politieke gevangenen in Venezuela,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de situatie van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in Venezuela ernstig blijft verslechteren; overwegende dat Venezuela als gevolg van een politieke crisis nu ook met een ongekende sociale, economische en humanitaire crisis kampt die al een groot aantal mensenlevens heeft geëist en tot grofweg 2,3 miljoen migranten en vluchtelingen heeft geleid;

B.  overwegende dat 87 % van de Venezolaanse bevolking in armoede leeft, en 61,2 % zelfs in diepe armoede; overwegende dat de moedersterfte en kindersterfte met 60 % resp. 30 % zijn toegenomen;

C.  overwegende dat de Venezolaanse regering helaas volhardt in de weigering om openlijk internationale humanitaire hulp te ontvangen en de verspreiding ervan te faciliteren, ondanks de bereidheid van de internationale gemeenschap daartoe;

D.  overwegende dat een Venezolaans lid van de oppositie, Fernando Albán, op 8 oktober 2018 naar verluidt was gemarteld en vermoord in het gebouw van de Bolivariaanse nationale inlichtingendienst (SEBIN), de politieke politie van Venezuela; overwegende dat de autoriteiten, ondanks oproepen van de VN en de EU, geweigerd hebben een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak van zijn overlijden toe te staan, met inbegrip van een internationale autopsie door een onafhankelijk forensisch team; overwegende dat de heer Albán werd vastgehouden in het gebouw van de SEBIN; overwegende dat de Venezolaanse autoriteiten dan ook moeten weten waar zijn stoffelijk overschot zich bevindt;

E.  overwegende dat Lorent Saleh, laureaat van de Sacharovprijs 2017, op 13 oktober 2018 werd vrijgelaten, rechtstreeks naar het vliegveld werd gereden en onmiddellijk naar Spanje werd verbannen; overwegende dat hij vier jaar in de gevangenis had gezeten, waar hij vreselijke martelingen moest doorstaan en werd vastgehouden zonder proces, aangezien zijn rechtszaak ten minste 53 keer werd uitgesteld; overwegende dat zijn getuigenissen blijk geven van de wrede en onmenselijke behandeling van politieke gevangenen in Venezuela;

F.  overwegende dat er in Venezuela nog steeds meer dan tweehonderd politieke gevangenen vastzitten; overwegende dat Juan Recasens, lid van de Nationale Vergadering, in eenzame opsluiting wordt gehouden en zijn politieke immuniteit continu en op onrechtmatige wijze wordt geschonden;

G.  overwegende dat de voormalige voorzitter van de Nationale Vergadering en laureaat van de Sacharovprijs in 2017, Julio Borges, voormalig hoofdaanklager Luisa Ortega Diaz en voormalig aanklager van het openbaar ministerie van Venezuela Zair Mundaray Rodriguez ten onrechte worden beschuldigd van betrokkenheid bij een moordaanslag op de president van Venezuela, Nicolás Maduro; overwegende dat de Venezolaanse autoriteiten via Interpol een internationaal arrestatiebevel hebben uitgevaardigd voor deze drie personen;

H.  overwegende dat er een klimaat van toenemend geweld en totale straffeloosheid heerst in Venezuela, aangezien de autoriteiten daders van ernstige mensenrechtenschendingen, zoals moord, het gebruik van buitensporig geweld tegen demonstranten, willekeurige gevangenneming, marteling en andere vormen van onterende of onmenselijke behandeling, maar ook crimineel geweld, niet ter verantwoording roepen;

I.  overwegende dat de openbare aanklager van het ICC op 8 februari 2018 een vooronderzoek heeft ingesteld naar de situatie in Venezuela; overwegende dat een groep van zes landen die partij zijn bij het Statuut van Rome van het ICC (Argentinië, Canada, Colombia, Chili, Paraguay en Peru), de aanklager op 27 september 2018 heeft verzocht een onderzoek in te stellen naar misdaden tegen de menselijkheid, die zijn gepleegd op het grondgebied van Venezuela; overwegende dat ook Frankrijk en Costa Rica de oproep voor een dergelijk onderzoek ondersteunen; overwegende dat dit de eerste verwijzing was die werd ingediend door een groep van landen die partij zijn bij dit statuut over een situatie op het grondgebied van een ander land dat daarbij partij is;

J.  overwegende dat de Raad op 13 november 2017 heeft besloten Venezuela een wapenembargo op te leggen, alsook een embargo op aanverwant materiaal dat voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt; overwegende dat de Raad op 22 januari 2018 heeft besloten zeven Venezolaanse overheidsambtenaren sancties in de vorm van beperkende maatregelen op te leggen, zoals een reisverbod en bevriezing van tegoeden, wegens niet-naleving van democratische beginselen; overwegende dat de sancties op 25 juni 2018 werden uitgebreid naar nog eens elf Venezolaanse ambtenaren;

K.  overwegende dat de EU en andere democratische instellingen de presidentsverkiezingen, de verkiezingen voor de Constituerende Nationale Vergadering en de autoriteiten die werden geïnstalleerd met deze onrechtmatige processen niet heeft erkend;

L.  overwegende dat in de conclusies van de vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 oktober 2018 verwezen werd naar een politieke oplossing voor de huidige crisis door de mogelijkheid te onderzoeken om een contactgroep op te richten die een politiek proces vooruit kan helpen;

M.  overwegende dat twee pogingen van het Vaticaan en internationale bemiddelaars om een nationale dialoog op gang te brengen tussen de regering en de oppositie om een uitweg uit de crisis te vinden, mislukt zijn vanwege de weinig serieuze houding van de Venezolaanse autoriteiten die alleen tijd probeerden te rekken en uit waren op internationale erkenning;

1.  betuigt zijn oprechte medeleven met de familieleden en vrienden van Fernando Albán; veroordeelt in dit verband de misdaden die zijn gepleegd door de Venezolaanse autoriteiten en eist dat er in dit specifieke geval onmiddellijk een onafhankelijk onderzoek naar de regering wordt ingesteld, met inbegrip van een internationale autopsie die wordt uitgevoerd door een onafhankelijk forensisch team;

2.  wijst erop dat twee eerdere pogingen om tot een politieke oplossing te komen voor de crisis in Venezuela, met bemiddeling van het Vaticaan en via een nationale politieke dialoog die plaatsvond in de Dominicaanse Republiek, duidelijk zijn mislukt; wijst er in dit verband op dat internationale bemiddeling of een faciliterende contactgroep onpartijdig moet zijn en moet worden aanvaard door beide partijen;

3.  verzoekt de EU, d.w.z. de Raad en de VV/HV, erop toe te zien dat volgende stappen op weg naar een politieke oplossing de volgende eisen omvatten waaraan niet mag worden getornd: de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen en de beëindiging van de foltering, mishandeling en intimidatie van politieke tegenstanders en mensenrechtenactivisten; de instelling van een nieuwe onafhankelijke nationale kiesraad die wordt gekozen door de Nationale Vergadering; het houden van vrije en eerlijke verkiezingen in overeenstemming met internationale normen voor een geloofwaardig proces waarin politiek pluralisme wordt gerespecteerd, met de aanwezigheid van internationale democratische waarnemers; erkenning van de macht van de rechtmatige Nationale Vergadering; en de ontbinding van de Constituerende Nationale Vergadering;

4.  staat volledig achter het onderzoek van het ICC naar de talrijke misdaden van en gevallen van repressie door het Venezolaanse regime; verzoekt de EU met klem zich aan te sluiten bij het initiatief van de staten die partij zijn bij het ICC om een onderzoek in te stellen naar misdaden tegen de menselijkheid, die zijn gepleegd door de Venezolaanse regering op het grondgebied van Venezuela, teneinde de daders ter verantwoording te roepen;

5.  toont zich verheugd dat de EU zo snel aanvullende gerichte sancties heeft opgelegd, die kunnen worden teruggedraaid maar hoe dan ook de Venezolaanse bevolking niet zullen treffen, vanwege het houden van onrechtmatige en niet door de internationale gemeenschap erkende verkiezingen op 20 mei 2018; wil dat deze sancties worden aangescherpt als de situatie op het gebied van democratie en mensenrechten in het land blijft verslechteren;

6.  prijst de Colombiaanse regering ervoor dat zij zo snel steun heeft verleend aan alle Venezolanen die naar Colombia zijn uitgeweken; prijst ook Brazilië en andere landen in de regio, met name Peru, en de regionale en internationale organisaties, particuliere en publieke entiteiten, de katholieke kerk, alsook de burgers van de hele regio voor hun actieve hulp voor en solidariteit met de Venezolaanse vluchtelingen en migranten; verzoekt de EU-lidstaten die de maken krijgen met de instroom van Venezolanen om ze toegang te geven tot basisdiensten en ze tijdelijk een beschermde status toe te kennen;

7.  wijst op de zeer zorgwekkende bevindingen van zijn werkbezoek in juni 2018 aan de grenzen van Venezuela met Colombia en Brazilië; herhaalt zijn oproep aan de Venezolaanse autoriteiten om met spoed en ongehinderd humanitaire hulp toe te laten om de verergering van de humanitaire en volksgezondheidscrisis te voorkomen;

8.  verzoekt de Raad en de VV/HV meer fondsen en hulp beschikbaar te stellen, in samenwerking met de onlangs benoemde gezamenlijke speciale vertegenwoordiger van het vluchtelingenagentschap van de VN (UNHCR) en het migratieagentschap van de VN (IOM) voor Venezolaanse vluchtelingen en migranten in de regio, Eduardo Stein;

9.  wijst erop dat Interpol de internationale politieorganisatie is die zich voornamelijk bezighoudt met de bestrijding van internationale misdaad; verzoekt Interpol geen gehoor te geven aan de verzoeken van de Venezolaanse regering, die gericht zijn tegen de heer Borges, mevrouw Ortega Diaz en de heer Mundaray Rodriguez, aangezien de beschuldigingen volledig ongegrond zijn en geheel en al politiek gemotiveerd;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regering en het parlement van de Republiek Colombia, van de Republiek Brazilië en van de Republiek Peru, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten en de Groep van Lima.

 

 

(1)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 145.

(2)

PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.

(3)

PB C 316 van 30.8.2016, blz. 190.

(4)

PB C 86 van 6.3.2018, blz. 101.

(5)

PB C 298 van 23.8.2018, blz. 137.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0041.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling