Procedure : 2018/2849(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0385/2018

Ingediende teksten :

B8-0385/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.9

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0351

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 144kWORD 25k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0384/2018
11.9.2018
PE624.094v01-00
 
B8-0385/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Khan al-Ahmar en andere bedoeïenendorpen die met sloop bedreigd worden (2018/2849(RSP))


Ivo Vajgl namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Khan al-Ahmar en andere bedoeïenendorpen die met sloop bedreigd worden (2018/2849(RSP))  
B8‑0385/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het Israëlisch-Palestijnse conflict,

–  gezien de verklaring die de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, op 7 september 2018 heeft afgelegd over de jongste ontwikkelingen inzake de geplande sloop van Khan al-Ahmar,

–  gezien de gezamenlijke verklaring die Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk op 10 september 2018 hebben afgelegd over Khan al-Ahmar,

–  gezien de Vierde Conventie van Genève van 1949,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Israëlische hooggerechtshof op 5 september 2018 de verzoeken van de bewoners van Khan al-Ahmar, een Palestijns bedoeïenendorp in zone C op de bezette westelijke Jordaanoever, heeft afgewezen, waardoor de Israëlische autoriteiten vanaf 12 september 2018 van start kunnen gaan met de uitvoering van de tegen deze gemeenschap uitgevaardigde sloopbevelen;

B.  overwegende dat Khan al-Ahmar zich in de E1-corridor op de bezette westelijke Jordaanoever bevindt; overwegende dat het handhaven van de status quo in dit gebied van fundamenteel belang is voor de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing en voor de totstandbrenging van een aaneengesloten en levensvatbare Palestijnse staat in de toekomst;

C.  overwegende dat het Parlement zich meermaals heeft gekant tegen alle acties die de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing ondermijnen, en beide partijen heeft opgeroepen om aan de hand van hun beleid en acties blijk te geven van een waarachtig streven naar een tweestatenoplossing, teneinde het vertrouwen opnieuw op te bouwen;

D.  overwegende dat de Israëlische autoriteiten van oordeel zijn dat de ligging van het dorp, vlak naast snelweg 1, de Israëlische bevolking en de gebruikers van de snelweg onmiddellijk in gevaar brengt, en tevergeefs geprobeerd hebben om met de bewoners een hervestigingsplan overeen te komen;

E.  overwegende dat gedwongen verhuizingen volgens de vierde Conventie van Genève verboden zijn, tenzij de veiligheid van de bevolking of dwingende militaire redenen zulks vereisen; overwegende dat de aldus verhuisde personen naar hun woningen moeten worden teruggebracht zodra de vijandelijkheden in het betrokken gebied zijn beëindigd;

F.  overwegende dat, afgezien van Khan al-Ahmar, de bewoners van een aantal andere bedoeïenendorpen in de Israëlische Negev en in zone C van de bezette westelijke Jordaanoever voortdurend met sloop en ontruiming worden bedreigd wegens het beleid van de huidige Israëlische regering ten aanzien van deze gemeenschappen;

1.  sluit zich aan bij de oproep van de VV/HV, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk aan het adres van de Israëlische regering om af te zien van het hervestigingsplan, dat zal leiden tot de sloop van het dorp en de gedwongen overbrenging van de bevolking ervan naar een andere locatie; acht het uiterst belangrijk dat de EU hierover met één stem blijft spreken;

2.  verzoekt de Israëlische autoriteiten om bij het nemen van hun definitieve besluit niet alleen rekening te houden met de economische en veiligheidsredenen die aan hun hervestigingsplan ten grondslag liggen, maar ook met de gevoelige ligging van het dorp; wijst erop dat zone C van strategisch belang is om de samenhang van een toekomstige Palestijnse staat te vrijwaren;

3.  is dan ook van mening dat de sloop de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing ernstig zou bedreigen en de vredesvooruitzichten zou ondermijnen; herhaalt in dit verband dat de bescherming en het behoud van de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing de onmiddellijke prioriteit is van het beleid en het optreden van de EU inzake het Israëlisch-Palestijnse conflict en het vredesproces in het Midden-Oosten;

4.  benadrukt dat de Palestijnse Autoriteit al heeft aangegeven dat zij de uitspraak van het hooggerechtshof zal aanvechten om de sloop van Khan al-Ahmar en de gedwongen overbrenging van de bevolking ervan als een schending van het internationaal humanitair recht te laten bestempelen;

5.  dringt er bij de VV/HV op aan, als Khan al-Ahmar daadwerkelijk gesloopt en ontruimd wordt, Israël volledige compensatie te vragen voor de vernieling van door de EU gefinancierde infrastructuur;

6.  verzoekt de Israëlische regering onmiddellijk een einde te maken aan haar beleid om de bedoeïenengemeenschappen die in de Negev en in zone C van de bezette westelijke Jordaanoever wonen, met sloop en verdrijving te bedreigen;

7.  herinnert Israël, als bezettingsmacht, aan zijn verplichtingen jegens de Palestijnse bevolking die sinds 1967 onder zijn bezetting leeft, overeenkomstig de vierde Conventie van Genève; benadrukt dat schending van deze verplichtingen op grond van het internationaal humanitair recht een ernstig misdrijf vormt;

8.  herhaalt zijn krachtige steun voor de tweestatenoplossing waarbij een veilige staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aaneengesloten en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid op basis van de grenzen van 1967, met Jeruzalem als de hoofdstad van beide staten, op basis van het recht op zelfbeschikking en met volledige inachtneming van het internationaal recht; veroordeelt elke unilaterale beslissing en elk eenzijdig optreden dat het toekomstperspectief van deze oplossing in gevaar kan brengen;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de speciale coördinator van de Verenigde Naties voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

 

Laatst bijgewerkt op: 13 september 2018Juridische mededeling