Procedure : 2018/2849(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0386/2018

Ingediende teksten :

B8-0386/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.9

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 163kWORD 50k
11.9.2018
PE624.095v01-00
 
B8-0386/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Khan Al-Ahmar en andere bedoeïenendorpen die gesloopt dreigen te worden (2018/2849(RSP))


Charles Tannock namens de ECR-Fractie

over Khan Al-Ahmar en andere bedoeïenendorpen die gesloopt dreigen te worden (2018/2849)  
B8‑0386/2018

Het Europees Parlement,

gezien zijn eerdere resoluties over het vredesproces in het Midden-Oosten,

gezien het verslag over het Midden-Oostenkwartet van 1 juli 2016,

gezien de gezamenlijke verklaring van de regeringen van Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en het VK van 10 september 2018,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het hooggerechtshof van Israël in 2010 oordeelde dat de hele nederzetting Khan al-Ahmar illegaal gebouwd was, waarmee wordt ingedruist tegen de wetgeving inzake ruimtelijke ordening en dat het dorp dan ook afgebroken moest worden; overwegende dat het hooggerechtshof tevens benadrukte dat de Israëlische autoriteiten een passend alternatief moesten vinden voor de school en voor de inwoners van de gemeenschap;

B.overwegende dat Khan al-Ahmar was gebouwd in 2009 en zich in zone C van de Westelijke Jordaanoever bevindt;

C.overwegende dat het dorp aan een drukke snelweg ligt die Jeruzalem met de Dode Zee verbindt, en dat het niet aangesloten is op basisinfrastructuur;

D.overwegende dat de bedoeïenengemeenschap in Khan al-Ahmar en de Israëlische overheid sinds 2010 in gesprek zijn om een voor beide partijen bevredigende oplossing voor hervestiging te vinden;

E.overwegende dat de bedoeïenengemeenschap in Khan al-Ahmar elk compromisvoorstel van de Israëlische autoriteiten heeft verworpen, waaronder plannen voor hervestiging vanuit Khan al-Ahmar naar West-Jahalin, ongeveer 8 km verderop, waar elke familie een bewerkt stuk grond zou krijgen met de beschikking over basisinfrastructuur, waarvan alle kosten, evenals de financiering voor een nieuwe school. voor rekening zouden zijn van de Israëlische autoriteiten;

F.overwegende dat het Israëlische hooggerechtshof op 5 september 2018 een verzoekschrift heeft afgewezen om de sloop van Khan al-Ahmar te voorkomen, als gevolg waarvan het besluit om al dan niet over te gaan tot sloop werd overgelaten aan de Israëlische regering;

G.overwegende dat de vestiging en hervestiging van bedoeïenengemeenschappen vaak een bron van spanning vormen tussen deze gemeenschappen en de autoriteiten in de landen in het Midden-Oosten waar deze gemeenschappen verblijven;

1. merkt op dat de zaak Khan al-Ahmar sinds 2010 herhaaldelijk is behandeld door Israëlische rechtbanken en dat de uitspraak luidde dat Khan al-Ahmar illegaal gebouwd is, en dat het dus nu aan de Israëlische regering is om eventueel over te gaan tot de sloop van het dorp;

2. toont zich bezorgd over de impact van de sloop op de bedoeïenengemeenschap van Khan al-Ahmar en de mogelijke gevolgen daarvan voor een levensvatbare oplossing van het vredesproces in het Midden-Oosten;

3. wijst erop dat de gemeenschap van Khan al-Ahmar alle alternatieven voor hervestiging die worden aangeboden door de Israëlische autoriteiten stelselmatig van de hand wijst, en dringt er bij alle partijen op aan zich constructief in te zetten voor een wederzijds aanvaardbare oplossing;

4. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regeringen en parlementen van de leden van de VN-Veiligheidsraad, de vertegenwoordiger van het Midden-Oostenkwartet, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

 

Laatst bijgewerkt op: 13 september 2018Juridische mededeling