Procedure : 2018/2847(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0392/2018

Ingediende teksten :

B8-0392/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0350

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 162kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0388/2018
11.9.2018
PE624.101v01-00
 
B8-0392/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de branden in Mati in de regio Attica, Griekenland, in juli 2018 en de reactie van de EU daarop (2018/2847(RSP))


Nikos Androulakis namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de branden in Mati in de regio Attica, Griekenland, in juli 2018 en de reactie van de EU daarop (2018/2847(RSP))  
B8‑0392/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming(1),

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (COM(2017) 772),

–  gezien de verklaring van de Commissie van 10 september 2018 over de branden in Mati in de Griekse regio Attica in juli 2018 en de reactie van de EU daarop,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de branden in Mati in de Griekse regio Attica 98 doden en tientallen gewonden hebben geëist;

B.  overwegende dat Griekenland baat zou hebben gehad bij betere paraatheid op het gebied van civiele bescherming voor wat de evacuatieplannen en de evacuatieorders betreft;

C.  overwegende dat, naast andere oorzaken, ook de klimaatverandering naar verwachting zal leiden tot meer branden en andere natuurrampen in Europa;

D.  overwegende dat er in 2017 17 maal een beroep is gedaan op het Uniemechanisme voor civiele bescherming vanwege noodsituaties in verband met bosbranden in Europa;

E.  overwegende dat Griekenland, Zweden en Letland in de zomer van 2018 alle steun via het Uniemechanisme voor civiele bescherming hebben aangevraagd vanwege bosbranden;

1.  betuigt zijn medeleven en sterke solidariteit met de verwanten van degenen die bij de branden in Griekenland om het leven zijn gekomen en met alle andere getroffenen;

2.  erkent het waardevolle werk en de reddingsinspanningen van de Griekse brandweerlieden, vrijwilligers en andere betrokkenen;

3.  is ingenomen met de solidariteit die Cyprus, Spanje en Bulgarije aan de dag hebben gelegd door via het Uniemechanisme voor civiele bescherming hun assistentie aan te bieden, onder meer in de vorm van vliegtuigen, medisch personeel en brandweerlieden, als actieve uiting van Europese solidariteit;

4.  benadrukt dat er een ambitieuze overeenkomst moet komen over de herziening van het Uniemechanisme voor civiele bescherming en de oprichting van rescEU, opdat de Unie over alle nodige capaciteit beschikt om te kunnen reageren op verschillende rampen;

5.  benadrukt met klem dat de lidstaten omvattende risicobeoordelingen, beoordelingen van hun risicobeheersingsvermogen en planning van hun rampenbeheer moeten invoeren om ervoor te zorgen dat zij doeltreffend kunnen reageren op rampen;

6.  wijst nogmaals op het belang van de EU-steun voor brandpreventie in het kader van het Cohesiefonds, en roept de lidstaten op ten volle gebruik te maken van deze financieringsmogelijkheid;

7.  verzoekt om snelle beschikbaarstelling van financiële steun van de EU, bijvoorbeeld via het Solidariteitsfonds van de Unie, voor het verlenen van bijstand aan de slachtoffers en het herstel van de schade aan zowel openbare infrastructuur als particuliere bezittingen in de getroffen gebieden;

8.  herinnert ook aan de noodzaak te zorgen voor overstromingspreventie in de door de bosbranden getroffen gebieden in Oost- en West-Attica, teneinde te voorkomen dat zich in de winter nieuwe rampen voordoen;

9.  verzoekt de Commissie het hangende voorstel betreffende het financiële kader voor het Uniemechanisme voor civiele bescherming na 2020 in te dienen;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie.

 

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924.

Laatst bijgewerkt op: 12 september 2018Juridische mededeling