Procedure : 2018/2847(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0393/2018

Ingediende teksten :

B8-0393/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0350

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 267kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0388/2018
11.9.2018
PE624.102v01-00
 
B8-0393/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de branden in Mati in de regio Attica, Griekenland, in juli 2018 en de reactie van de EU daarop (2018/2847(RSP))


Sofia Sakorafa, Dimitrios Papadimoulis, Nikolaos Chountis, Marisa Matias, Merja Kyllönen, Takis Hadjigeorgiou, Neoklis Sylikiotis, Kateřina Konečná, Jiří Maštálka, Stelios Kouloglou, Kostadinka Kuneva, Xabier Benito Ziluaga, Estefanía Torres Martínez, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Lola Sánchez Caldentey namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de branden in Mati in de regio Attica, Griekenland, in juli 2018 en de reactie van de EU daarop (2018/2847(RSP))  
B8‑0393/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (hierna "de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen" genoemd)(2),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Griekenland recentelijk met de meest vernietigende bosbranden in de geschiedenis van om het even welk Europees land is geconfronteerd, resulterend in het verlies van 98 mensenlevens, honderden gewonden, duizenden daklozen, niet-te-becijferen materiële en milieuschade, en een landschap dat veel weg heeft van een oorlogsgebied;

B.  overwegende dat Griekenland op 24 juli 2018 te kampen had met een explosieve mix van ongekend ongunstige weersomstandigheden, waaronder extreem hoge temperaturen en een harde wind, en kurkdroge bossen;

C.  overwegende dat bosbranden in de EU elk jaar gemiddeld een half miljoen hectare bos en natuur in de as leggen; overwegende dat hoewel dit percentage van jaar tot jaar sterk verschilt, 85 % van het totale jaarlijkse verbrande areaal in Europa zich in vijf mediterrane EU-lidstaten (Portugal, Spanje, Frankrijk, Italië en Griekenland) bevindt;

D.  overwegende dat in 2017 in Europa meer dan 200 mensen bij natuurrampen om het leven zijn gekomen en meer dan een miljoen hectare bos is vernietigd, en dat het EU-mechanisme voor civiele bescherming in dat jaar 17 keer in werking is gesteld in verband met bosbranden in Europa;

E.  overwegende dat het in Griekenland gevoerde bezuinigingsbeleid tot onderfinanciering van het Griekse mechanisme voor civiele bescherming heeft geleid en het vermogen van dat mechanisme om doeltreffend op noodsituaties te reageren aanzienlijk heeft aangetast;

F.  overwegende dat de ramp in het oosten van Attica laat zien hoe belangrijk het is te beschikken over een systeem voor vroegtijdige waarschuwing van burgers en toeristen in het geval van een op handen zijnde of zich ontwikkelende grote ramp of noodsituatie om leed en verlies aan mensenlevens te voorkomen of te beperken; overwegende dat opeenvolgende Griekse regeringen hebben verzuimd de diensten in het kader van het Europese noodnummer '112' te moderniseren middels de integratie van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing van burgers, waarmee de nationale autoriteiten burgers en toeristen in een specifiek gebied kunnen alarmeren wanneer zich ramp of een noodsituatie aankondigt;

G.  overwegende dat het institutioneel kader voor civiele bescherming in Griekenland kampt met juridische fragmentatie, formalisme, een gebrek aan operationele inzetbaarheid en polyarchie;

H.  overwegende dat Griekenland het enige Europese land is zonder landelijk kadaster; overwegende dat het ontbreken van een goede land- en bosregistratie en van gedetailleerde kaarten een leemte is die vaak door gewetenloze ontwikkelaars wordt gebruikt wanneer ze bouwen op afgebrand en geruimd land;

I.  overwegende dat er volgens de Nationale Technische Dienst van Griekenland honderden illegale gebouwen zijn in Mati, en honderdduizenden in het hele land; overwegende dat de Griekse regering begonnen is met de tenuitvoerlegging van een prioriteitenplan voor de sloop van 3 200 illegale gebouwen, in het kader waarvan er onherroepelijke bevelen zijn uitgevaardigd om ze (onder verantwoordelijkheid van regionale en/of plaatselijke overheden) te slopen;

J.  overwegende dat de niet-eerder-geziene vernietiging als gevolg van de bosbranden in zowel het oosten, als het westen van Attica in de getroffen gebieden tot een acuut overstromingsgevaar heeft geleid;

K.  overwegende dat de Commissie op 24 juli 2018 het EU-mechanisme voor civiele bescherming heeft geactiveerd, in reactie op het verzoek om internationale bescherming van de Griekse regering;

L.  overwegende dat de Griekse premier de politieke verantwoordelijkheid voor de bosbranden en de reactie van de Griekse autoriteiten op zich heeft genomen; overwegende dat de Griekse regering op 25 juli 2018 een pakket maatregelen heeft aangekondigd voor het verlichten van het leed en het herstellen van de materiële schade; overwegende dat justitie een onderzoek is gestart naar mogelijke fouten van overheidsfunctionarissen en naar de oorzaken van de vernietigende branden in Attica;

1.  spreekt zijn oprechte medeleven en solidariteit uit met de nabestaanden van de dodelijke slachtoffers en de bevolking van de getroffen gebieden; roemt de inzet van de brandweerlieden, de kustwacht, de vrijwilligers en de mensen die hun leven in de waagschaal hebben gesteld om de bosbranden te blussen en medeburgers te redden;

2.  maakt zich zorgen over het toenemende aantal natuurrampen, dat volgens deskundigen hoofdzakelijk kan worden toegeschreven aan de klimaatverandering, die in meer extreme weeromstandigheden resulteert, alsook aan niet-duurzame en/of illegale bouwactiviteiten, en aan een grotere kwetsbaarheid van bossen als gevolg van verkeerd beheer van de natuurlijke hulpbronnen en niet-duurzaam landgebruik; verzoekt de Commissie en de Raad overeenkomstig de Europa 2020-doelstelling en hun internationale toezeggingen de klimaatverandering aan te pakken en meer middelen ter beschikking te stellen voor klimaatmaatregelen;

3.  verwelkomt de activering van het EU-mechanisme voor civiele bescherming;

4.  is verheugd over de grote solidariteit die de lidstaten en derde landen hebben getoond bij het verlenen van bijstand aan Griekenland gedurende de vernietigende bosbranden, in concreto in de vorm van luchtsteun, brandbestrijdingsapparatuur, gezondheidswerkers en ander personeel, en expertise;

5.  verzoekt de Griekse regering nu zo snel mogelijk werk te maken van de modernisering van de diensten in het kader van het Europees noodnummer '112' middels de integratie van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing van burgers en toeristen die zich in een getroffen gebied bevinden;

6.  betreurt ten zeerste de negatieve gevolgen van de bezuinigingsmaatregelen op de operationele capaciteiten van de civiele bescherming in Griekenland;

7.  verzoekt de Griekse autoriteiten de nationale civiele bescherming voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen, teneinde voor een zo groot mogelijke operationele inzetbaarheid te zorgen; dringt erop aan de uitgaven voor civielebeschermingsmechanismen buiten beschouwing te laten bij de vaststelling van het begrotingstekort;

8.  vindt het zorgwekkend dat Griekenland de enige lidstaat van de EU is die nog steeds niet over een alomvattend nationaal kadaster en een bosregistratie beschikt; stelt vast dat op dit gebied enige vooruitgang is geboekt en verzoekt de Griekse regering de ontwikkeling van het kadaster en de bosregistratie zo snel mogelijk te voltooien;

9.  dringt erop aan de getroffen burgers onverwijld schadeloosstelling toe te kennen, compensatie te geven voor materiële schade, en de milieukosten te vergoeden zonder bureaucratische rompslomp; stelt vast dat de Griekse regering het Speciale Ontwikkelingsplan heeft geactiveerd voor het aanpakken van de gevolgen van natuurrampen en het herstellen van de getroffen gebieden;

10.  onderstreept dat modernisering, rationalisering en vereenvoudiging van het beleid met betrekking tot natuurrampen in Griekenland onverminderd een topprioriteit is;

11.  verzoekt de Commissie het EU-Solidariteitsfonds te activeren;

12.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat alle beschikbare instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen effectief worden gebruikt voor preventie, wederopbouw en herstel van infrastructuur, alsook voor alle andere noodzakelijke maatregelen, in nauwe samenwerking met de Griekse nationale en regionale autoriteiten;

13.  verzoekt het Parlement, de Raad en de Commissie haast te maken met de interinstitutionele onderhandelingen over het nieuwe EU-mechanisme voor civiele bescherming, rekening houdend met de omvang van de vernietiging in Griekenland en andere lidstaten gedurende de voorbije zomer;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en aan de regionale en lokale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de getroffen gebieden.

 

(1)

PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

Laatst bijgewerkt op: 12 september 2018Juridische mededeling