Procedure : 2018/2847(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0394/2018

Ingediende teksten :

B8-0394/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0350

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 173kWORD 55k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0388/2018
11.9.2018
PE624.103v01-00
 
B8-0394/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de branden in Mati in de regio Attica, Griekenland, in juli 2018 en de reactie van de EU daarop (2018/2847(RSP))


Maria Spyraki, Manolis Kefalogiannis, Elissavet Vozemberg‑Vrionidi, Georgios Kyrtsos, Lambert van Nistelrooij, Theodoros Zagorakis, Elisabetta Gardini namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de branden in Mati in de regio Attica, Griekenland, in juli 2018 en de reactie van de EU daarop (2018/2847(RSP))  
B8‑0394/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2, 6 en 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien onder meer zijn resoluties van 28 april 2015 over "Een nieuwe EU-bosstrategie ten bate van de bossen en de houtsector"(1), van 16 september 2009 over bosbranden in de zomer van 2009(2), van 19 juni 2008 over versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen(3), van 4 september 2007 over natuurrampen(4), van 7 september 2006 over bosbranden en overstromingen(5), van 14 april 2005 over de droogte in Portugal(6), van 12 mei 2005 over de droogte in Spanje(7), en van 8 september 2005 over natuurrampen (branden en overstromingen) in Europa(8), en zijn resoluties van 18 mei 2006 over natuurrampen (bosbranden, droogte en overstromingen) – landbouwaspecten(9), over natuurrampen (bosbranden, droogte en overstromingen) – regionale-ontwikkelingsaspecten(10), en over natuurrampen (bosbranden, droogte en overstromingen) – milieuaspecten(11),

–  gezien Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming(12),

–  gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(13),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Mati, in de Griekse regio Attica, de afgelopen zomer geteisterd is door verwoestende bosbranden die talrijke slachtoffers hebben geëist, waaronder meer dan honderd doden;

B.  overwegende dat deze branden huizen hebben vernietigd, de lokale en regionale infrastructuur ernstig hebben beschadigd en economische activiteiten hebben aangetast, met name die van kleine en middelgrote ondernemingen, de landbouw en het potentieel van de toeristische en de gastvrijheidssector;

C.  overwegende dat droogte en aanhoudende branden het proces van verwoestijning in grote delen van Zuid-Europa versnellen, waardoor de levenskwaliteit van de betrokken bevolking ernstig te lijden heeft en landbouw, veeteelt en historische bosgebieden geschaad worden;

D.  overwegende dat de temperatuur in de hele wereld ongeacht onze wereldwijde beteugelingsinspanningen de komende decennia wellicht zal toenemen, met zeer negatieve gevolgen voor het zuiden van Europa, dat een uiterst kwetsbare regio zal worden waar het gaat om klimaatverandering en dat als rechtstreeks gevolg van de extreme hittegolven reeds te maken heeft gekregen met branden van ongekende omvang;

E.  overwegende dat de frequentie, ernst, complexiteit en impact van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen in Europa de afgelopen jaren snel zijn toegenomen, met als gevolg verlies van mensenlevens en eigendom, rampzalige consequenties op de korte en de lange termijn voor de economie van de regio's in kwestie, waaronder aantasting van het natuurlijk en cultureel erfgoed, vernietiging van de economische en sociale infrastructuur en milieuschade (in het geval van branden, verlies van natuurlijke habitats en biodiversiteit, verslechtering van het microklimaat en toename van broeikasgasemissies);

F.  overwegende dat natuurrampen schadelijke economische en maatschappelijke gevolgen hebben voor de lokale en regionale economie, zowel voor sectoren als het toerisme als voor de productieve bedrijvigheid in het algemeen;

G.  overwegende dat preventie van het grootste belang is als het gaan om bescherming tegen natuurrampen en technologische en milieurampen;

H.  overwegende dat het fenomeen van bosbranden tevens wordt verergerd door de toenemende leegloop van het platteland en het stopzetten van de traditionele plattelandsactiviteiten, het ontoereikende onderhoud van de bossen, de aanwezigheid van grote bosarealen met slechts één boomsoort, de beplanting met ongeschikte boomsoorten, het ontbreken van een behoorlijk preventiebeleid en te lichte straffen voor opzettelijke brandstichting, in combinatie met gebrekkige tenuitvoerlegging van regelgeving die illegaal bouwen verbiedt en herbebossing waarborgt;

I.  overwegende dat sommige lidstaten nog steeds geen volledige kadaster en een afzonderlijk bosregister en boskaarten kennen, wat samen met de inadequate uitvoering van regelgeving die illegale bouw op verbrande grond verbiedt, een vacuüm vormt dat leidt tot gewijzigd grondgebruik en herclassificatie van beboste grond voor bebouwing;

J.  overwegende dat het Communautair mechanisme voor civiele bescherming en later het Uniemechanisme voor civiele bescherming de afgelopen jaren herhaaldelijk geactiveerd zijn;

K.  overwegende dat natuurrampen zoals de steeds vaker voorkomende bosbranden in Zuid-Europa ook grensoverschrijdende aspecten hebben gezien de snelheid waarmee ze zich vanuit hun plaats van oorsprong kunnen verspreiden en hun vermogen om onverwachts van richting te veranderen, hetgeen betekent dat zij een flexibele, snelle, gecoördineerde en multilaterale respons vereisen; overwegende dat dergelijke rampen grote schade kunnen veroorzaken aan eigendom, mensenlevens, economische activiteiten en het milieu in de regio;

L.  overwegende dat het Parlement sinds 1995 steeds weer resoluties heeft ingediend waarin het aandrong op diverse EU-initiatieven om branden in het zuiden van Europa tegen te gaan;

M.  overwegende dat het Parlement het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming op 31 mei 2018 heeft goedgekeurd;

1.  spreekt zijn medeleven en grote solidariteit uit met degenen die familieleden hebben verloren en met de bewoners van de getroffen gebieden, en prijst de brandweerlieden, soldaten, professionals en vrijwilligers die zich onvermoeibaar en onverschrokken hebben ingezet om branden te blussen, mensen te redden en de door de natuurrampen van deze zomer veroorzaakte schade te beperken;

2.  roept de Commissie op alles in het werk te stellen om snelle en doeltreffende verstrekking van financiering mogelijk te maken, waaronder herverdeling van middelen uit de bestaande Europese structuur- en investeringsfondsen, om de schade aan te pakken en de slachtoffers te ondersteunen;

3.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat alle beschikbare cohesie-instrumenten en regionale fondsen effectief worden gebruikt voor preventie en voor territoriale veiligheid, wederopbouw en herstel alsmede alle andere noodzakelijke maatregelen, in volledige samenwerking met de Griekse nationale en regionale autoriteiten;

4.  verzoekt de Commissie blijk te geven van flexibiliteit in het licht van deze buitengewone en zeer ernstige situatie, gezien het feit dat Griekenland de enige lidstaat is met een gestaag afnemend bbp;

5.  dringt er bij de Commissie op aan steun te verlenen aan herstelactiviteiten in de regio's die zware schade hebben geleden, de natuurlijke habitats in de getroffen gebieden herstellen, het scheppen van banen opnieuw op gang pogen te brengen en passende maatregelen nemen ter compensatie van de maatschappelijke kosten van het verlies van werk en andere bronnen van inkomsten;

6.  betreurt ten zeerste dat er in sommige andere lidstaten waar nog recent branden van vergelijkbare omvang woedden, eveneens zoveel en zulke zware verliezen zijn geleden; acht het dan ook noodzakelijk na te gaan of de preventie- en paraatheidsmaatregelen adequaat zijn, om ervoor te zorgen dat de nodige lering wordt getrokken en dat in de toekomst vergelijkbare rampen in lidstaten en het verwoestende effect ervan kunnen worden voorkomen en beperkt;

7.  betreurt dat zo veel van de bosbranden door brandstichting blijken te zijn ontstaan en is bijzonder bezorgd over het feit dat bosbranden in Europa steeds vaker aan dit soort delicten toe te schrijven zijn; verzoekt de lidstaten dan ook om de straffen op delicten die het milieu schaden, en met name die welke bosbranden veroorzaken, aan te scherpen en toe te passen en denkt dat prompt en doeltreffend onderzoek ter vaststelling van de aansprakelijkheid, gevolgd door passende strafmaatregelen, nalatigheid en met opzet handelen zullen ontmoedigen;

8.  dringt aan op efficiëntere methodes voor vroege opsporing van bosbranden, en betere overdracht tussen de lidstaten van de kennis van maatregelen inzake brandbestrijding, en roept de Commissie op de uitwisseling van ervaring tussen de regio's en de lidstaten te verbeteren;

9.  betuigt zijn erkentelijkheid voor de door de Europese Unie, de lidstaten en andere landen betoonde solidariteit bij de hulpverlening aan de getroffen gebieden bij bosbranden, door vliegtuigen, brandbestrijdingsapparatuur en expertise beschikbaar te stellen, en voor de prijzenswaardige hulpverlening aan de autoriteiten en reddingsdiensten;

10.  benadrukt dat de procedure om toegang te krijgen tot EU-middelen voor het herstel van landbouwgronden na branden moet worden versneld en dat er meer financiële middelen beschikbaar gesteld moeten worden voor de aanleg van brandsingels; wijst op de fatale gevolgen van bosbranden voor dieren en vee;

11.  acht het van essentieel belang dat rekening wordt gehouden met de structurele problemen op het platteland (ontvolking, opgeven van landbouwgrond, ontbossing);

12.  verzoekt de Commissie vooruitgang te boeken bij het ontwikkelen van voorlichtings- en scholingscampagnes over de preventiemaatregelen die met de lidstaten overeengekomen zijn, teneinde de risico's en consequenties van natuurrampen te verminderen, met name in de gebieden met de grootste risico's, door het publiek bewust te maken van de noodzaak om rekening te houden met het milieu en de natuurlijke hulpbronnen te beschermen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan maatregelen te nemen, waaronder maatregelen voor publieksvoorlichting, om steun te verlenen aan duurzamer gebruik van water, grond en biologische hulpbronnen en aan een beter afvalbeheer, waarvan het ontbreken vaak de oorzaak is van branden;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, het Comité van de Regio's, de regeringen van de lidstaten en de regionale autoriteiten van de gebieden die door branden zijn getroffen.

 

(1)

PB C 346 van 21.9.2016, blz. 17.

(2)

PB C 224 E van 19.8.2010, blz. 1.

(3)

PB C 286 E van 27.11.2009, blz. 15.

(4)

PB C 187 E van 24.7.2008, blz. 55.

(5)

PB C 305 E van 14.12.2006, blz. 240.

(6)

PB C 33 E van 9.2.2006, blz. 599.

(7)

PB C 92 E van 20.4.2006, blz. 414.

(8)

PB C 193 E van 17.8.2006, blz. 322.

(9)

PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 363.

(10)

PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 369.

(11)

PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 375.

(12)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924.

(13)

PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

Laatst bijgewerkt op: 12 september 2018Juridische mededeling