Procedure : 2018/2853(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0447/2018

Ingediende teksten :

B8-0447/2018

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0383

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 271kWORD 50k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0444/2018
1.10.2018
PE624.125v01-00
 
B8-0447/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2018/2853(RSP))


Bodil Valero, Barbara Lochbihler, Molly Scott Cato, Florent Marcellesi, Yannick Jadot, Ana Miranda, Michel Reimon, Igor Šoltes namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2018/2853(RSP))  
B8‑0447/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, met name die van 30 november 2017 over de situatie in Jemen(1), van 25 februari 2016 over de humanitaire situatie in Jemen(2) en van 9 juli 2015 over de situatie in Jemen(3), en zijn resolutie van 28 april 2016 over aanvallen op ziekenhuizen en scholen (schendingen van het internationaal humanitair recht)(4),

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VP/HR), Federica Mogherini, en commissaris Christos Stylianides van 13 juni 2018 over de laatste ontwikkelingen rond Hodeidah (Jemen) en de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden van 10 augustus 2018 over de situatie in Jemen,

–  gezien de conclusies van de Raad van 25 juni 2018 over Jemen,

–  gezien het verslag van de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties van 17 augustus 2018 met de bevindingen van de groep van onafhankelijke vooraanstaande internationale en regionale deskundigen over de situatie in Jemen, met inbegrip van schendingen sinds september 2014,

–  gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name resolutie 2402 (2018) tot verlenging van de sanctieregeling,

–  gezien de richtsnoeren van de Europese Unie inzake de bevordering van de naleving van het internationaal humanitair recht,

–  gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie in juni 2018 een offensief is begonnen om de stad Hodeidah in te nemen; overwegende dat de onderhandelingen over een staakt-het-vuren onder leiding van de speciale gezant van de VN voor Jemen, Martin Griffiths, hebben geleid tot een tijdelijke stopzetting van het offensief; overwegende dat de mislukking van de recentste poging tot vredesoverleg in Genève heeft geleid tot een hervatting van de vijandelijkheden op 7 september 2018; overwegende dat het aantal burgerdoden sinds het begin van het offensief met 164 % is toegenomen;

B.  overwegende dat de Jemenitische regering, gesteund door de coalitie onder leiding van Saudi-Arabië, in september 2018 de controle over hoofdweg tussen Hodeidah en Sanaa heeft overgenomen en de aanvoerroute tussen beide steden heeft afgesneden;

C.  overwegende dat 70 % van de invoer van hulpgoederen en handelswaar in Jemen – voedsel, brandstof en medicijnen die de bevolking nodig heeft om te overleven – via Hodeidah en de nabijgelegen haven van Saleef binnenkomt; overwegende dat een nieuwe aanval op Hodeidah verwoestende gevolgen zou hebben voor de burgers; overwegende dat de partijen bij het conflict verplicht zijn de snelle en ongehinderde doorgang van humanitaire hulp, waaronder medicijnen, voedsel en andere levensnoodzakelijke goederen, toe te staan en te faciliteren;

D.  overwegende dat het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden de crisis in Jemen beschouwt als de grootste humanitaire crisis ter wereld, waarbij meer dan 22 miljoen mensen humanitaire hulp of bescherming nodig hebben; overwegende dat 17 miljoen mensen met voedselonzekerheid te kampen hebben, waarvan er 8 miljoen het risico lopen te verhongeren;

E.  overwegende dat er volgens de bevindingen van de VN-groep van vooraanstaande internationale en regionale deskundigen (GEE) inzake Jemen tussen maart 2015 en juni 2018 minstens 16 706 burgerslachtoffers zijn gevallen; overwegende dat het werkelijke aantal waarschijnlijk nog veel hoger ligt; overwegende dat de meeste van de gedocumenteerde burgerslachtoffers zijn gevallen bij de luchtaanvallen van de coalitie, waarbij woonwijken, markten en medische voorzieningen zijn getroffen, wat duidelijk een schending van de Verdragen van Genève is;

F.  overwegende dat de GEE van de VN inzake Jemen tot de conclusie is gekomen dat personen die deel uitmaken van de Jemenitische regering en de coalitie, onder meer uit Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), handelingen hebben gepleegd die als oorlogsmisdaden kunnen worden beschouwd, zoals wrede behandeling en foltering en het gebruik van precisiegeleide munitie tegen burgerdoelwitten;

G.  overwegende dat wapenleveringen en militaire steun aan de partijen bij het conflict de blokkade en de aanhoudende luchtaanvallen in de hand werken en bijdragen aan de humanitaire crisis en het feit dat er nog steeds geen politieke oplossing voor het conflict is bereikt;

H.  overwegende dat Kamel Jendoubi, voorzitter van de GEE van de VN inzake Jemen, het slachtoffer is van een lastercampagne die tot doel heeft de GEE te intimideren en haar bevindingen in twijfel te trekken;

I.  overwegende dat gerechtigheid, de rechtsstaat en de bestrijding van straffeloosheid essentiële elementen zijn om de inspanningen met het oog op vrede en conflictoplossing te ondersteunen;

J.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie een zee- en luchtblokkade heeft ingesteld tegen het door de Houthi-rebellen gecontroleerde deel van een land dat afhankelijk is van invoer, waardoor de burgerbevolking levensnoodzakelijke goederen moet ontberen en burgers het land niet meer in en uit kunnen reizen;

K.  overwegende dat de VN een verificatie- en inspectiemechanisme hebben ingesteld in de havens aan de Rode Zee die niet door de Jemenitische regering worden gecontroleerd; overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie desondanks extra inspecties uitvoert die wekenlang kunnen duren en schepen op willekeurige basis de toegang weigert, waardoor de levering van humanitaire hulp aan de burgerbevolking ernstig in gevaar komt; overwegende dat schepen onredelijke vertraging laten oplopen of verbieden in Jemenitische havens aan te leggen, volgens het internationaal recht neerkomt op een onwettige unilaterale dwangmaatregel;

L.  overwegende dat Jemen en de VAE het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof hebben ondertekend, maar nog niet hebben geratificeerd; overwegende dat Saudi-Arabië het Statuut van Rome noch heeft ondertekend, noch heeft geratificeerd; overwegende dat verscheidene bepalingen van het Statuut van Rome, waaronder die betreffende oorlogsmisdaden, overeenkomen met het internationaal gewoonterecht;

M.  overwegende dat koning Salman bin Abdulaziz van Saudi-Arabië op 10 juli 2018 een koninklijk besluit heeft uitgevaardigd waarin in grote lijnen staat dat soldaten die deelnemen aan "Operatie herstel van de hoop" zijn vrijgesteld van alle militaire en disciplinaire straffen; overwegende dat dit besluit in strijd is met de Verdragen van Genève en de verplichting om strafwetgeving uit te vaardigen tegen alle personen die ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht hebben begaan;

N.  overwegende dat het aantal extraterritoriale en buitengerechtelijke dodelijke operaties van de VS in Jemen enorm is toegenomen, met name aanvallen met drones, waarbij naar verluidt veel burgerslachtoffers zijn gevallen; overwegende dat er bewijzen zijn dat EU-lidstaten deze dodelijke operaties zowel direct als indirect ondersteunen met inlichtingen en op andere manieren;

O.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie het werk van de internationale media en mensenrechtenorganisaties is blijven belemmeren door hun medewerkers te beletten VN-vluchten te nemen; overwegende dat deze maatregel, rekening houdend met de onveiligheid, een onafhankelijke en geloofwaardige berichtgeving over de situatie in Jemen belemmert en bijdraagt tot de wereldwijde veronachtzaming van het conflict; overwegende dat het Jemenitische Al-Maraweah Radio Broadcasting Centre op 17 september 2018 door een luchtaanval van de coalitie is getroffen;

P.  overwegende dat de Houthi-rebellen zonder onderscheid gebieden hebben beschoten waar burgers wonen, met name in Taiz, waarbij honderden burgers zijn gedood en gewond zijn geraakt, dat zij verboden antipersoonsmijnen hebben gebruikt, kinderen hebben geronseld en mensen op onwettige wijze gevangen hebben genomen, en dat dergelijke praktijken als oorlogsmisdaden kunnen worden beschouwd; overwegende dat de gespecialiseerde strafrechtbank in Sanaa personen ter dood heeft veroordeeld na processen die niet aan de internationale normen voldeden;

Q.  overwegende dat in verschillende rapporten melding wordt gemaakt van foltering en seksueel geweld, onder meer de verkrachting van volwassen mannelijke gevangenen, door personeel van de VAE in verschillende detentiefaciliteiten, waaronder de faciliteit van de coalitie in Bureiqa en de gevangenis van Bir Ahmed;

R.  overwegende dat gendergerelateerd seksueel geweld sinds het begin van het conflict exponentieel is toegenomen; overwegende dat de al beperkte capaciteit van het strafrechtsysteem om seksueel en gendergerelateerd geweld aan te pakken, is ingeklapt en dat er geen onderzoeken zijn verricht naar praktijken zoals de ontvoering en verkrachting van vrouwen, of dreigementen in die zin, om geld af te persen van hun familie en gemeenschap;

S.  overwegende dat mensenrechtenverdedigers te maken hebben gehad met niet aflatende intimidatie, bedreigingen en lastercampagnes vanwege alle partijen bij het conflict; overwegende dat vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, journalisten en activisten te maken hebben gehad met specifieke repressie op grond van hun geslacht;

1.  roept alle partijen, met name Saudi-Arabië en zijn bondgenoten, op om onmiddellijk een einde te maken aan hun aanvallen op burgers, die in strijd zijn met het toepasselijk internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht; roept alle partijen op om hun verplichting na te komen om de snelle en ongehinderde levering van humanitaire hulp en andere levensnoodzakelijke goederen aan de bevolking en de ongehinderde toegang tot medische voorzieningen in Jemen en daarbuiten te vergemakkelijken;

2.  veroordeelt de acties van de Saudische coalitie, met name de willekeurige en onevenredige luchtaanvallen en de zeeblokkade die zij aan Jemen heeft opgelegd; benadrukt dat deze acties duizenden burgerslachtoffers hebben gemaakt en de instabiliteit van het land, waarvan terroristische en extremistische organisaties zoals ISIS/Daesh en al-Qaida hebben geprofiteerd, nog hebben verergerd; veroordeelt de gewelddadige aanvallen van de Houthi-rebellen, waaronder het beleg van de stad Taiz;

3.  benadrukt het belang van de haven van Hodeidah als distributiecentrum voor de nodige handelswaar en hulpgoederen, en roept alle partijen op om deze haven volledig en effectief te laten functioneren als levensader voor humanitaire hulp en toegangspoort voor essentiële goederen; benadrukt dat een nieuwe aanval van de door Saudi-Arabië geleide coalitie op de haven van Hodeidah rampzalige gevolgen zou hebben voor de burgerbevolking en een verdere belemmering voor vredesonderhandelingen zou vormen;

4.  herinnert eraan dat er geen sprake kan zijn van een militaire oplossing voor het conflict in Jemen en dat de crisis alleen kan worden opgelost door onderhandelingen met alle betrokken partijen; steunt de inspanningen van de speciale gezant van de VN, Martin Griffiths, om de onderhandelingen te doen hervatten en vraagt alle partijen daar constructief en zonder voorafgaande voorwaarden aan mee te werken; vraagt alle partijen de speciale gezant van de VN volledige en ongehinderde toegang tot alle delen van het grondgebied te verlenen;

5.  roept alle partijen op om onmiddellijk te stoppen met alle aanvallen op de vrijheid van meningsuiting, zoals detentie, gedwongen verdwijning en intimidatie, en alle journalisten en mensenrechtenactivisten die worden vastgehouden louter omdat zij hun mensenrechten hebben uitgeoefend, vrij te laten; vraagt de Saudische autoriteiten het werk van de internationale media en humanitaire hulpverleners in verband met het conflict niet langer te belemmeren;

6.  betreurt de belangrijke wapenovereenkomsten die EU-lidstaten, onder meer Spanje, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, met Saudi-Arabië en de VAE hebben gesloten en die in strijd zijn met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad over wapenuitvoer en het Wapenhandelsverdrag; roept nogmaals op tot een EU-breed verbod op de uitvoer, de verkoop, de modernisering en het onderhoud van elke vorm van beveiligingsuitrusting voor leden van de door Saudi-Arabië en de VAE geleide coalitie, gezien de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten in Jemen; vraagt de VV/HV verslag uit te brengen over de huidige stand van de samenwerking op militair en veiligheidsgebied tussen EU-lidstaten en de leden van de door Saudi-Arabië geleide coalitie;

7.  is bijzonder ontzet over het recente besluit van de Spaanse regering om de verkoop van 400 precisiebommen aan Saudi-Arabië te laten doorgaan, nadat zij had aangekondigd dat die verkoop niet zou doorgaan; betreurt ten zeerste het gebrek aan solidariteit en moed waarvan de lidstaten van de EU blijk hebben gegeven toen het besluit om de verkoop niet te laten doorgaan, voor het eerst werd aangekondigd;

8.  onderstreept dat wapenexporteurs die het conflict in Jemen aanwakkeren, het risico lopen medeplichtig te zijn aan oorlogsmisdaden en niet voldoen aan verscheidene criteria van het juridisch bindende Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad over wapenuitvoer; betreurt de spectaculaire stijging van het aantal dodelijke terrorismebestrijdingsoperaties van de VS in Jemen; vraagt de Raad, de VV/HV en de lidstaten het standpunt van de EU uit hoofde van het internationaal recht nogmaals te bevestigen en erop toe te zien dat de lidstaten geen onwettige dodelijke operaties uitvoeren of faciliteren of er op een andere aan deelnemen; vraagt de VV/HV, de lidstaten en derde landen om, overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, geloofwaardige beschuldigingen van mogelijk onwettige executies te onderzoeken en het gemeenschappelijk standpunt over het gebruik van gewapende drones aan te nemen;

9.  looft het werk dat de GEE van de VN inzake Jemen heeft verricht en betuigt zijn volledige solidariteit met haar voorzitter, Kamel Jendoubi; is verheugd dat de Mensenrechtenraad het mandaat van de GEE heeft verlengd om ervoor te zorgen dat alle schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten grondig worden onderzocht en dat degenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten ter verantwoording worden geroepen; is verbijsterd dat de regeringen van Jemen, de VAE en Saudi-Arabië zich actief tegen de verlenging hebben verzet;

10.  vraagt de landen en organisaties die tijdens donorconferentie op hoog niveau voor Jemen in 2018 toezeggingen hebben gedaan, die toezeggingen onverwijld na te komen en te verhogen om te voorzien in de door de VN aangekondigde totale behoeften;

11.  verzoekt de Raad resolutie 2216 (2015) van de VN-Veiligheidsraad volledig uit te voeren door vast te stellen welke personen de verlening van humanitaire hulp belemmeren en welke personen handelingen plannen, leiden of begaan die het toepasselijk internationaal recht inzake de mensenrechten of het internationaal humanitair recht schenden of schendingen van de mensenrechten in Jemen vormen, en gerichte maatregelen tegen hen op te leggen; herinnert eraan dat het Sanctiecomité geen personen op de lijst heeft geplaatst voor sancties, ondanks de informatie over herhaalde schendingen door de coalitie die is verzameld door de GEE van de VN inzake Jemen, die informatie verstrekt om te helpen bij de volledige uitvoering van de resolutie van de VN-Veiligheidsraad;

12.  veroordeelt de vernieling van Jemenitisch cultureel erfgoed, zoals de oude binnenstad van Sanaa en de historische stad Zabid, door de luchtaanvallen van de door Saudi-Arabië geleide coalitie; betreurt deze vernieling, herinnert eraan dat de coalitie daarvoor verantwoordelijk is en benadrukt dat zij ook voor dergelijke daden ter verantwoording zal worden geroepen; vraagt dat het stemrecht van Saudi-Arabië en de VAE in de bestuursorganen van de Unesco wordt opgeschort in afwachting van een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar de verantwoordelijkheid van beide landen bij de vernieling van cultureel erfgoed; vraagt de secretaris-generaal van de VN de kwestie van de bescherming van alle culturele sites die worden bedreigd door terroristische groeperingen, waaronder IS/Daesh, aan de Veiligheidsraad voor te leggen met het oog op de aanneming van een resolutie over dit onderwerp;

13.  vraagt de EU tijdens de volgende vergadering van de Mensenrechtenraad het initiatief te nemen om de kwestie van het lidmaatschap van staten met een zeer twijfelachtige staat van dienst op het gebied van de mensenrechten aan de orde te stellen; vraagt dat het lidmaatschap van Saudi-Arabië en de VAE van de Mensenrechtenraad wordt opgeschort; vraagt de stemgerechtigde landen de staat van dienst op het gebied van de mensenrechten als belangrijkste criterium te hanteren wanneer zij stemmen over kandidaat-leden van de Mensenrechtenraad;

14.  vraagt de lidstaten alle nodige maatregelen te nemen om vermeende daders ter verantwoording te roepen, met name door het beginsel universele jurisdictie toe te passen en door onderzoeken en vervolging in te stellen tegen de vermeende daders van wreedheden in Jemen;

15.  prijst het werk van lokale en internationale maatschappelijke organisaties die bewijzen van wreedheden, zoals de vernieling van cultureel erfgoed, hebben gedocumenteerd; vraagt de EU en haar lidstaten deze actoren volledige steun te blijven verlenen;

16.  vraagt het gespecialiseerde strafhof in Sanaa geen doodstraffen toe te passen en de aanhangers van het bahaïsme die momenteel worden vastgehouden omdat zij op vreedzame wijze hun godsdienst belijden en die de doodstraf riskeren, onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten, de regering van Jemen, de regering van het Koninkrijk Saudi-Arabië en de regering van de Verenigde Arabische Emiraten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0473.

(2)

PB C 35 van 31.1.2018, blz. 142.

(3)

PB C 265 van 11.8.2017, blz. 93.

(4)

PB C 66 van 21.2.2018, blz. 17.

Laatst bijgewerkt op: 3 oktober 2018Juridische mededeling