Procedure : 2018/2853(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0450/2018

Ingediende teksten :

B8-0450/2018

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0383

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 284kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0444/2018
1.10.2018
PE624.128v01-00
 
B8-0450/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2018/2853(RSP))


Ángela Vallina, João Pimenta Lopes, Eleonora Forenza, Nikolaos Chountis, Merja Kyllönen, Paloma López Bermejo, Marie‑Christine Vergiat, Marie‑Pierre Vieu, Patrick Le Hyaric, Martina Anderson, Lynn Boylan, Matt Carthy, Liadh Ní Riada, Younous Omarjee, Dimitrios Papadimoulis, Kostadinka Kuneva, Stelios Kouloglou, Neoklis Sylikiotis, Takis Hadjigeorgiou, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Estefanía Torres Martínez, Lola Sánchez Caldentey, Malin Björk, Kateřina Konečná, Maria Lidia Senra Rodríguez namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2018/2853(RSP))  
B8‑0450/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Jemen,

–  gezien de verklaring van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor Jemen van 6 september 2018,

–  gezien het verslag van de voorzitter van de VN-groep van vooraanstaande internationale en regionale deskundigen voor Jemen, Kamel Jendoubi, aan de Mensenrechtenraad van de VN van 28 augustus 2018 over de mensenrechtensituatie in Jemen,

–  gezien de conclusies van de Raad van 25 juni 2018 over Jemen,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, en de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, van 4 augustus 2018 over de luchtaanvallen in Hodeida,

–  gezien de verklaring van de uitvoerend directeur van het Wereldvoedselprogramma van 19 september 2018,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Jemen, met name die van 9 juli 2015(1), 25 februari 2016(2), 15 juni 2017(3) en 30 november 2017(4),

–  gezien zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(5),

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van het internationaal humanitair recht,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de aanslepende confrontatie tussen de Houthi-rebellen en de Jemenitische regering het vierde jaar is ingegaan en dat het land hierdoor in een grootschalige humanitaire crisis is beland en in een eindeloze oorlog dreigt te verzeilen;

B.  overwegende dat zich volgens het Bureau van de VN voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden sinds maart 2017 in Jemen de grootste humanitaire crisis ter wereld voltrekt; overwegende dat 22,2 miljoen mensen op een bevolking van 29,3 miljoen humanitaire hulp nodig hebben, van wie 11,3 miljoen mensen dringende bijstand nodig hebben in de meest uiteenlopende sectoren, zoals gezondheidszorg, voedsel, sanitaire en watervoorzieningen, huisvesting en bescherming;

C.  overwegende dat de VN-groep van vooraanstaande deskundigen voor Jemen heeft gemeld dat in de periode van maart 2015 tot en met juni 2018 ten minste 16 706 burgerslachtoffers zijn gevallen in het conflict, van wie 6 475 doden en 10 231 gewonden; overwegende dat het werkelijke aantal waarschijnlijk aanzienlijk hoger ligt en volgens schattingen van de VN meer dan 55 000 bedraagt;

D.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide en door de VS, het VK en Frankrijk gesteunde coalitie, waarvan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Bahrein, Koeweit, Senegal, Jordanië, Egypte, Marokko en Sudan deel uitmaken, verantwoordelijk is voor de meeste doden onder Jemenitische burgers sinds op 26 maart 2015 de campagne van luchtaanvallen van start is gegaan die tot doel heeft president Abd Rabbuh Mansour Hadi opnieuw aan de macht te brengen; overwegende dat deze coalitie ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht heeft begaan die neerkomen op oorlogsmisdaden, waaronder luchtaanvallen op woonwijken, markten, ziekenhuizen en scholen, die hebben geleid tot vele duizenden doden onder de burgerbevolking, voornamelijk vrouwen en kinderen;

E.  overwegende dat Saudi-Arabië en de VAE op 13 juni 2018 de operatie Gouden Overwinning hebben gelanceerd om de sinds 2014 door Houthi-strijders bezette haven van het Jemenitische Hodeida aan de Rode Zee in te nemen; overwegende dat Hodeida de belangrijkste haven van Jemen is, en het doorvoerpunt voor maar liefst 70 % van de kritieke voedsel- en humanitaire hulp van het land; overwegende dat volgens de VN bijna 470 000 mensen het gouvernement Hodeida zijn ontvlucht sinds begin juni;

F.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie bij een luchtaanval op 9 augustus 2018 een schoolbus heeft getroffen op een markt in de noordelijke provincie Saada en dat tientallen mensen daarbij om het leven zijn gekomen, onder wie minstens 40 kinderen, van wie de meesten jonger waren dan 10; overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie twee weken later, op 24 augustus 2018, een nieuwe aanval heeft uitgevoerd en dat daarbij 27 burgers, voor het merendeel kinderen, zijn omgekomen, die op de vlucht waren voor het geweld in de belegerde zuidelijke stad Hodeida;

G.  overwegende dat de coalitie sinds maart 2015 strenge, zij het uiteenlopende invoerbeperkingen in Jemen heeft opgelegd voor de maritieme handel en het luchtverkeer; overwegende dat vóór het conflict bijna 90 % van het voedsel, de medische benodigdheden en de brandstof in Jemen werd ingevoerd; overwegende dat deze feitelijke blokkades verstrekkende en verwoestende gevolgen hebben gehad voor de burgerbevolking; overwegende dat deze beperkingen ondanks hun aanzienlijke gevolgen voor de burgers waarschijnlijk niet doeltreffend zullen zijn bij de verwezenlijking van de geformuleerde militaire doelstellingen, omdat er geen duidelijke lijst van verboden goederen is gepubliceerd; overwegende dat in de drie jaar waarin de invoerbeperkingen voor de maritieme handel van kracht waren, noch door het verificatie- en inspectiemechanisme van de Verenigde Naties, noch door de coalitietroepen na grondig onderzoek wapens zijn ontdekt;

H.  overwegende dat meer dan 2 miljoen mensen intern ontheemd zijn; overwegende dat zich in Jemen momenteel de grootste voedselzekerheidscrisis ter wereld voltrekt; overwegende dat meer dan 17,8 miljoen mensen voedselonzekerheid kennen en 8,4 miljoen mensen bijna niets meer te eten hebben; overwegende dat de gezondheidszorg niet functioneert, dat schoon water minder toegankelijk is geworden en dat Jemen nog steeds lijdt onder de grootste uitbraak van cholera in de recente geschiedenis;

I.  overwegende dat de speciale vertegenwoordiger van de VN voor Jemen op 16 september 2018 een bezoek heeft gebracht aan Sanaa om de vredesbesprekingen en vertrouwenwekkende maatregelen te hervatten, zoals de volledige heropening van de luchthaven van Sanaa voor passagiers- en commerciële vluchten en de betaling door de overheid van de salarissen van staatsambtenaren in alle delen van Jemen; overwegende dat de gesprekken onder auspiciën van de VN tot nu toe mislukt zijn en dat een politieke oplossing van het conflict nog lang niet in de maak lijkt;

J.  overwegende dat er melding wordt gemaakt van schendingen op grote schaal, waaronder het gebruik van landmijnen, door de Houthi-rebellen; overwegende dat er tevens gevallen bekend zijn van buitengerechtelijke executies door de regeringsgezinde troepen, geallieerde partijen en gewapende groeperingen; overwegende dat Jemenitische partijen bij het conflict verantwoordelijk zijn voor lukrake beschietingen van burgers en civiele voorzieningen, de weigering van humanitaire toegang, willekeurige gevangenneming, gedwongen verdwijningen en foltering;

K.  overwegende dat de groep van vooraanstaande deskundigen voor Jemen degelijke informatie heeft ontvangen waaruit blijkt dat zowel de overheid als de door de coalitie gesteunde troepen en de strijdkrachten van de Houthi's kinderen hebben ingelijfd of gerekruteerd voor gewapende troepen of groeperingen, en hen actief aan de vijandelijkheden hebben laten deelnemen; overwegende dat maar liefst 1,8 miljoen kinderen de school moesten verlaten, naast de 1,6 miljoen die al niet naar school gingen vóór het conflict begon;

L.  overwegende dat vrouwen in Jemen van oudsher uiterst kwetsbaar zijn voor misbruik als kindhuwelijken en geweld, aangezien er in het land geen wettelijke minimumleeftijd inzake huwelijkstoestemming is ingesteld; overwegende dat vrouwen minder dan mannen toegang hebben tot medische zorg, grondeigendom, onderwijs en opleiding; overwegende dat hun situatie door het conflict nog is verergerd en dat naar schatting 2,6 miljoen vrouwen en meisjes het slachtoffer dreigen te worden van gendergerelateerd geweld; overwegende dat het aantal kindhuwelijken de voorbije twee jaar aanzienlijk is toegenomen; overwegende dat ongeveer 30 % van de ontheemde huishoudens een vrouw als gezinshoofd heeft; overwegende dat er niet langer geneesmiddelen beschikbaar zijn voor tal van chronische ziekten en dat de cijfers voor moedersterfte in Jemen bij de hoogste ter wereld behoren; overwegende dat ondervoeding bij zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven het risico vergroot om cholera op te lopen en bloedingen te krijgen, waardoor vrouwen nog veel meer geconfronteerd dreigen te worden met complicaties en overlijden tijdens de bevalling;

M.  overwegende dat Jemen ongeveer 280 000 vluchtelingen herbergt, voornamelijk uit Somalië, aangezien het als enige land op het Arabische Schiereiland het VN-Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en het bijbehorende protocol heeft ondertekend; overwegende dat deze vluchtelingen, als gevolg van de verergering van het conflict, ook behoefte hebben aan bescherming; overwegende dat er naar verluidt al zo'n 30 600 Somaliërs zijn teruggekeerd naar Somalië en dat het UNHCR terugkeerloketten heeft opgericht;

N.  overwegende dat het conflict en het daardoor veroorzaakte veiligheidsvacuüm hebben geleid tot een gevaarlijke wildgroei van extremistische groeperingen in het land; overwegende dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland zijn aanwezigheid heeft bestendigd en dat Daesh zijn campagne van aanslagen en moorden heeft voortgezet;

O.  overwegende dat Jemen een van de armste landen ter wereld is; overwegende dat vóór het begin van de oorlog al de helft van de Jemenitische bevolking onder de armoedegrens leefde, twee derde van de jongeren werkloos was en sociale basisvoorzieningen op instorten stonden;

P.  overwegende dat het conflict is afgeschilderd als een probleem tussen sjiieten en soennieten in een poging de werkelijke achterliggende geopolitieke redenen ervan te verhullen; overwegende dat Saudi-Arabië de Houthi-rebellen ervan beschuldigt gesteund te worden door Iran en hen beschouwt als een bedreiging voor de Saudische veiligheid; overwegende dat het ingewikkelde conflict in Jemen in sommige opzichten een oorlog op afstand is; overwegende dat het conflict de uitbreiding van met Daesh gelieerde groeperingen in het land in de hand heeft gewerkt;

Q.  overwegende dat de EU en de VN een wapenembargo tegen Jemen hebben ingesteld en dat de EU gerichte sancties tegen Houthi-leiders heeft opgelegd; overwegende dat de overdracht van wapens aan Saudi-Arabië en de VAE in een aantal Europese landen, waaronder België, Duitsland, Noorwegen en Griekenland, in het voorbije jaar na publieke druk geheel of gedeeltelijk is stopgezet, maar dat een aantal lidstaten, met name het VK, Frankrijk en Spanje, meer wapenoverdrachten heeft laten plaatsvinden, hetgeen indruist tegen het Wapenhandelsverdrag en Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008;

R.  overwegende dat de VS de militaire luchtmachtbasis al-Anad in de nabijheid van de Zuid-Jemenitische stad Houta in handen hebben; overwegende dat het aantal dodelijke droneaanvallen en buitengerechtelijke executies dat de VS in Jemen sinds 2002 hebben uitgevoerd, drastisch is toegenomen sinds de regering-Trump aan de macht is gekomen; overwegende dat er bewijzen zijn dat lidstaten als het VK, Italië en Duitsland directe en indirecte steun verlenen aan dergelijke dodelijke acties door inlichtingen en andere operationele ondersteuning te verstrekken;

S.  overwegende dat de ligging van Jemen aan de toegang tot de Rode Zee, die leidt naar het Suezkanaal en uitmondt in de Golf van Aden, van strategisch belang is in verband met belangrijke zeeroutes en energievoorraden;

1.  veroordeelt in de scherpste bewoordingen het aanhoudende geweld in Jemen, alsook alle aanvallen op burgers en civiele infrastructuur; is zeer verontrust over de escalatie van het conflict in Jemen, dat tot de huidige humanitaire crisis heeft geleid, en over de verslechtering van de situatie door de voortzetting van de feitelijke blokkade door Saudi-Arabië en de strijd om de haven van Hodeida;

2.  veroordeelt het gebruik van geweld tegen burgers door gelijk welke partij in het conflict of door terroristen of andere gewapende groeperingen, aangezien deze daden het land in een ernstige humanitaire crisis hebben gestort en duizenden doden en gewonden onder de burgerbevolking en meer dan 2 miljoen ontheemden hebben veroorzaakt; betuigt zijn diepste medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers;

3.  veroordeelt de militaire aanvallen en willekeurige luchtaanvallen op burgers die de coalitie onder leiding van Saudi-Arabië in Jemen uitvoert en de feitelijke blokkade, die de belangrijkste oorzaak van doden onder de burgerbevolking blijven; veroordeelt voorts de blokkade die Saudi-Arabië opnieuw tegen Jemen heeft ingesteld, en dringt erop aan dat zij volledig wordt opgeheven; verzoekt Saudi-Arabië en zijn coalitie ervoor te zorgen dat alle havens en routes over land open blijven om humanitaire noodhulp voor de Jemenitische bevolking in het land mogelijk te maken;

4.  waarschuwt voor de gevolgen van het hernieuwde militaire offensief op de haven van Hodeida, die open moet blijven; stelt met bezorgdheid vast dat verdere ontwrichting ertoe zou leiden dat een groot aantal burgers, onder wie ook kinderen, verhongeren of ontheemd raken;

5.  betreurt de hypocrisie van de EU en de VS, eist vrede en gerechtigheid en vraagt dat een einde wordt gemaakt aan deze zware misdaad tegen de Jemenitische bevolking; is ervan overtuigd dat een politieke oplossing de enige manier is om het conflict in Jemen te beëindigen;

6.  herinnert alle partijen en met name Saudi-Arabië en zijn coalitie eraan dat zij een verantwoordelijkheid dragen voor de naleving van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, hetgeen inhoudt dat zij burgers moeten beschermen, zich moeten onthouden van gerichte aanvallen op civiele infrastructuur en veilige en onbelemmerde toegang tot het land moeten bieden aan humanitaire organisaties;

7.  betreurt het mislukken van de eerste overlegronde in Genève van 6 t/m 9 september 2018; betuigt zijn volledige steun voor de inspanningen van de VN en de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor Jemen; verzoekt alle partijen die betrokken zijn bij het conflict in Jemen daarom met klem de vredesbesprekingen en vertrouwenwekkende maatregelen te hervatten en dringend overeenstemming te bereiken over het staken van de vijandelijkheden, onder toezicht van de VN, als een eerste stap in de richting van inclusieve, door Jemen geleide politieke onderhandelingen om de vrede in het land te herstellen;

8.  neemt met tevredenheid kennis van de verlenging van het mandaat van de groep van vooraanstaande deskundigen voor Jemen, en verzoekt alle lidstaten dit mechanisme coherent, snel en doeltreffend te ondersteunen in alle relevante VN-organen en met name in de Mensenrechtenraad;

9.  roept de partijen bij het conflict op al het nodige te doen om alle vormen van geweld ten aanzien van de burgerbevolking, met inbegrip van seksueel en gendergerelateerd geweld, te voorkomen en ertegen op te treden; veroordeelt scherp de schendingen van de rechten van het kind; toont zich uiterst bezorgd over meldingen van het inzetten van kindsoldaten door Houthi- en regeringsgezinde troepen en over de beperkte toegang die kinderen hebben tot elementaire gezondheidszorg en onderwijs; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van het recht inzake de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht ter verantwoording worden geroepen voor hun daden;

10.  roept alle partijen bij het conflict op om te stoppen met het rekruteren of inzetten van kinderen als soldaten en andere grove schendingen ten aanzien van kinderen die in strijd zijn met het toepasselijk internationaal recht en de toepasselijke internationale normen; roept alle partijen op om reeds gerekruteerde kinderen vrij te laten en met de VN samen te werken bij hun rehabilitatie en re-integratie in hun gemeenschappen;

11.  veroordeelt scherp de intensieve wapenhandel die lidstaten, zoals het VK, Spanje, Frankrijk, Duitsland en Zweden, bedrijven met diverse landen in de regio; dringt aan op de onmiddellijke stopzetting van wapenoverdrachten en militaire steun aan Saudi-Arabië en zijn coalitiepartners; roept de Raad nogmaals op een EU-embargo op de uitvoer van wapens naar Saudi-Arabië in te stellen vanwege de ernstige beschuldigingen van schendingen van het internationaal humanitair recht door Saudi-Arabië in Jemen, aangezien daaruit blijkt dat het blijven verlenen van vergunningen voor wapenverkoop aan Saudi-Arabië in strijd is met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad;

12.  doet een oproep aan de internationale gemeenschap, en met name aan lidstaten als het VK, Frankrijk, Spanje, Duitsland en Zweden, om wapenoverdrachten aan alle oorlogvoerende partijen in het land stop te zetten en om daarom alle nodige maatregelen te treffen ter voorkoming van de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht van wapens aan of ten behoeve van de aangewezen personen en entiteiten en de personen die namens hen of op hun aanwijzing handelen in Jemen, overeenkomstig het VN-wapenembargo tegen Jemen, als vastgesteld in punt 14 van Resolutie 2216 (2015) van de VN-Veiligheidsraad;

13.  is bezorgd dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland en Daesh kunnen profiteren van de verslechtering van de politieke en veiligheidssituatie in Jemen; wijst erop dat alle daden van terrorisme misdadig en niet te rechtvaardigen zijn, ongeacht de beweegredenen ervoor of waar, wanneer en door wie zij worden begaan;

14.  is ervan overtuigd dat Saudi-Arabië er met zijn interventie naar streeft zijn controle in de regio te versterken en dat dit alleen maar zal leiden tot nog meer leed onder de Jemenitische bevolking en tot nog diepere verdeeldheid tussen de volkeren in het Midden-Oosten;

15.  is ervan overtuigd dat elke langetermijnoplossing gericht moet zijn op de onderliggende oorzaken van armoede en instabiliteit in het land en moet voldoen aan de legitieme eisen en verlangens van de Jemenitische bevolking; spreekt nogmaals zijn steun uit voor alle vreedzame politieke inspanningen ter bescherming van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Jemen;

16.  betreurt ten zeerste dat de internationale gemeenschap de voorbije vier jaar onvoldoende aandacht heeft besteed aan de humanitaire ramp in Jemen; hekelt het stilzwijgen in de media over de verschillende oorlogsmisdaden in Jemen, waaruit duidelijk blijkt dat wordt gepoogd om de tragische gevolgen van deze oorlog, die door de VS, Frankrijk en het VK wordt gesteund, te verhullen;

17.  verzet zich tegen elk buitenlands militair ingrijpen in het land, ongeacht of dat Saudisch, Iraans, Arabisch of westers is; is zeer verontrust over de escalatie van de spanningen in de regio; benadrukt dat de oorlog in Jemen niet louter een conflict tussen sjiieten en soennieten is; hekelt de instrumentalisering van religieuze verschillen met het oog op het aanstoken tot politieke crises en sektarisch geweld;

18.  veroordeelt de stilzwijgende medewerking en medeplichtigheid van de EU aan dictatoriale regimes in de regio; staat uiterst kritisch tegenover de rol die de diverse westerse interventies de afgelopen jaren hebben gespeeld bij het aanwakkeren van conflicten in het gebied; benadrukt dat er geen militaire oplossing kan zijn voor de conflicten in de regio; verzet zich tegen het gebruik van het concept "verantwoordelijkheid om te beschermen" dat door diverse partijen tevens wordt gehanteerd als voorwendsel voor het conflict in Jemen, aangezien dit concept in strijd is met het internationaal recht en geen geschikte rechtsgrond vormt om het unilateraal gebruik van geweld te rechtvaardigen;

19.  veroordeelt het toegenomen gebruik van drones bij extraterritoriale operaties door de VS onder de regering-Obama en de drastische toename onder de regering-Trump; is sterk gekant tegen het gebruik van drones voor buitengerechtelijk en extraterritoriaal doden; eist een verbod op het gebruik van drones voor deze doeleinden, overeenkomstig zijn eerder genoemde resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones, waarin het Parlement zich in paragraaf 2, onder a) en b), tot de VV/HV, de lidstaten en de Raad richt om respectievelijk "zich te verzetten tegen en een verbod uit te vaardigen op de praktijk van buitengerechtelijk doelgericht doden" en "ervoor te zorgen dat de lidstaten, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, zich niet bezondigen aan onwettig doelgericht doden of het andere landen gemakkelijk maken dit te doen";

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering van Jemen, de leden van de Samenwerkingsraad van de Golf, de VN-Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering van de VN en de VN-groep van onafhankelijke vooraanstaande internationale en regionale deskundigen voor Jemen.

 

(1)

PB C 265 van 11.8.2017, blz. 93.

(2)

PB C 35 van 31.1.2018, blz. 142.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0273.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0473.

(5)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 110.

Laatst bijgewerkt op: 3 oktober 2018Juridische mededeling