Procedure : 2018/2869(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0481/2018

Ingediende teksten :

B8-0481/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.12
CRE 25/10/2018 - 13.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0428

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 347kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0481/2018
17.10.2018
PE624.172v01-00
 
B8-0481/2018

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de opkomst van neofascistisch geweld in Europa (2018/2869(RSP))


Róża Gräfin von Thun und Hohenstein namens de PPE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de opkomst van neofascistisch geweld in Europa (2018/2869(RSP))  
B8‑0481/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien artikel 14 van Protocol nr. 12 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 2, 3, 6 en 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming(1) (richtlijn inzake rassengelijkheid),

–  gezien Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep(2),

–  gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht(3),

–  gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ(4),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen(5),

–  gezien de oprichting – in juni 2016 – van de EU-groep op hoog niveau voor de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid,

–  gezien de resolutie van de Raad van Europa van 30 september 2014 over maatregelen tegen manifestaties van neonazi’s en extreemrechts,

–  gezien de praktijkcode over desinformatie van de EU,

–  gezien de gedragscode tegen illegale haatzaaiende uitlatingen op het internet,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in artikel 2 VEU het volgende wordt bepaald: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren."; overwegende dat deze waarden door alle lidstaten gedragen worden;

B.  overwegende dat het uitblijven van serieus optreden tegen fascistische en extreemrechtse bewegingen ertoe geleid heeft dat vreemdelingenhaat nu zo sterk toeneemt in Europa;

C.  overwegende dat openlijk neofascistische, neonazistische, racistische en xenofobe groepen en politieke partijen hebben opgeroepen tot haat en geweld in de samenleving tegen ‘vermeende vijanden’;

D.  overwegende dat de EU-commissaris voor veiligheid, Sir Julian King, in zijn toespraak op 22 maart 2017 bij de herdenking van de aanslagen in Brussel van 22 maart 2016, wees op de toenemende dreiging van gewelddadig extreemrechts, waarbij hij verklaarde dat er geen enkele EU-lidstaat was die niet op enigerlei wijze last had van dit fenomeen(6);

E.  overwegende dat neofascistische en neonazistische organisaties zich in vele gedaanten manifesteren, zoals beschreven wordt in het "European Union Terrorism Situation and Trend Report", bekend onder de naam TESAT van 2018; overwegende dat de meeste neofascistische en neonazistische organisaties bepaalde individuen en groepen uitsluiten; overwegende dat deze organisaties vaak agressieve taal bezigen jegens minderheden en zich daarbij vaak beroepen op de vrijheid van meningsuiting;

F.  overwegende dat online haatzaaien vaak leidt tot een toename van geweld, ook door neofascistische groeperingen;

G.  overwegende dat in artikel 30 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens duidelijk wordt verklaard dat ‘geen bepaling in deze Verklaring zodanig [zal ] mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben’;

H.  overwegende dat in artikel 4 van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie wordt bepaald dat ‘de Staten die partij zijn bij dit Verdrag alle propaganda [veroordelen] en alle organisaties die berusten op denkbeelden of theorieën die uitgaan van de superioriteit van een bepaald ras of een groep personen van een bepaalde huidskleur of etnische afstamming’;

I.  overwegende dat de bevordering van fascisme bij wet verboden is in verschillende lidstaten;

J.  overwegende dat in het TESAT-verslag van Europol uit 2018 melding wordt gemaakt van bijna dubbel zo veel personen die in 2017 gearresteerd werden vanwege extreemrechtse vergrijpen; overwegende dat er ook op wordt gewezen dat racistisch en autoritair gedrag, vreemdelingenhaat en vijandigheid jegens immigratie bij rechts-extremisten veel voorkomende attitudes zijn;

K.  overwegende dat er, volgens een recent verslag van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten over de praktijk van het registreren en verzamelen van gegevens over haatmisdrijven in de EU, gedetailleerde en uitgesplitste gegevens over haatmisdrijven moeten worden verzameld – waarbij ten minste het door vooroordelen ingegeven motief en het soort misdrijf wordt vermeld – om de effectiviteit te kunnen beoordelen van de politiemaatregelen die worden getroffen om dit fenomeen te bestrijden, en om effectieve en gerichte beleidsmaatregelen voor te bereiden;

L.  overwegende dat politici ook steeds vaker het mikpunt worden van extreemrechtse groeperingen, die hen beschouwen als verraders, of als naïevelingen die dingen ‘laten gebeuren’(7);

M.  overwegende dat voetbalhooligans in veel lidstaten deel uitmaken van de extreemrechtse scene, maar dat zij op ideologisch niveau en qua contacten met andere organisaties van elkaar afwijken(8)

1.  veroordeelt en betreurt de terroristische aanslagen, moorden, gewelddadige aanvallen en marsen door neofascistische en neonazistische organisaties die hebben plaatsgevonden in diverse EU-lidstaten ten stelligste;

2.  is ernstig bezorgd over de toenemende normalisering van fascisme, racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid in de Europese Unie, en is bezorgd over berichten uit sommige lidstaten over samenzwering tussen politieke leiders, politieke partijen en ordehandhavingstroepen en neofascisten en neonazi’s;

3.  is verontrust over het neofascistische geweld dat gericht is tegen specifieke minderheden, zoals zwarte Europeanen/mensen van Afrikaanse afkomst, joden, moslims, Roma, mensen uit derde landen, LGBTI's en personen met een beperking;

4.  veroordeelt alle gewelddadige aanvallen door neofascistische groeperingen op politici en leden van politieke partijen, die gemeld worden in een aantal lidstaten, sterk;

5.  is zeer bezorgd over de straffeloosheid waarmee neofascistische en neonazistische groeperingen in sommige lidstaten te werk gaan, en benadrukt dat dit gevoel van straffeloosheid, samen met de inadequate respons van de overheid op de gewelddadige acties van deze groepen, een van de redenen is voor de alarmerende toename van de gewelddadigheden die bepaalde ultrarechtse organisaties begaan;

6.  is zich bewust van de zorgelijke tendens dat neofascistische en neonazistische groeperingen gebruikmaken van sociale media en internet om zich in de Europese Unie te organiseren en extremistische propaganda te verspreiden;

7.  dringt er bij de Commissie, de lidstaten en socialemediabedrijven op aan op te treden tegen het verspreiden van racisme, fascisme en vreemdelingenhaat op het internet, in samenwerking met de relevante maatschappelijke organisaties op nationaal en internationaal niveau;

8.  roept de lidstaten op om haatmisdrijven, haatzaaiende taal van en het zoeken naar zondebokken door politici en ambtenaren op alle niveaus en in alle soorten media, ronduit te veroordelen en te bestraffen, aangezien zij haat en geweld in de samenleving direct normaliseren en versterken;

9.  betreurt het feit dat de publieke omroep in sommige lidstaten is verworden tot een spreekbuis voor partijpropaganda van een enkele partij, waarbij oppositiepartijen en minderheden worden buitengesloten en er soms zelfs wordt opgeroepen tot geweld;

10.  dringt er bij de overige lidstaten op aan Protocol nr. 12 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens te ondertekenen en ratificeren om het recht van hun burgers om verschoond te blijven van welke vorm van discriminatie dan ook, te waarborgen;

11.  dringt er bij de lidstaten op aan om Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad betreffende de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat op juiste wijze ten uitvoer te leggen en te handhaven;

12.  betreurt dat slechts 15 lidstaten haatmisdrijven hebben uitgesplitst naar verschillende door vooroordelen ingegeven motieven(9);

13.  verzoekt de lidstaten na te denken over en te voorzien in voldoende steun voor de slachtoffers van racistische of xenofobe misdrijven en haatmisdrijven;

14.  dringt er bij de lidstaten op aan anti-haatmisdrijveneenheden in hun politiemacht op te zetten;

15.  dringt aan op volledige en tijdige samenwerking tussen wetshandhavingsdiensten, inlichtingendiensten, rechterlijk macht en maatschappelijke organisaties in de strijd tegen fascisme, racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid;

16.  dringt er bij de lidstaten op aan zich te concentreren op preventie door educatie, bewustmaking en de uitwisseling van beste praktijken, ook via het Netwerk voor voorlichting over radicalisering;

17.  dringt er bij de lidstaten op aan gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Raad van Europa inzake maatregelen tegen neonazistische en extreemrechtse manifestaties;

18.  dringt er bij de lidstaten, nationale sportfederaties en voetbalclubs op aan maatregelen te treffen tegen de gesel van racisme, fascisme en vreemdelingenhaat in voetbalstadions en in de voetbalcultuur, door de verantwoordelijken te veroordelen en te straffen, en door positieve educatieve activiteiten te bevorderen die gericht zijn op jonge voetbalfans in samenwerking met scholen en relevante maatschappelijke organisaties;

19.  wijst erop dat historisch bewustzijn een noodzakelijke voorwaarde is om dergelijke misdrijven in de toekomst te voorkomen, en dat dit een belangrijke rol speelt in het onderwijs van de jongere generaties; merkt op dat het minimaliseren van nazistische misdaden de eerste stap is naar een heropflakkering van ideeën uit dat tijdperk;

20.  dringt er bij de lidstaten op aan alle vormen van ontkenning van de holocaust te veroordelen en ertegen op te treden, inclusief het trivialiseren en minimaliseren van de misdaden van de nazi’s en hun collaborateurs; wijst erop dat de waarheid over de holocaust niet mag worden getrivialiseerd in politieke betogen en uitlatingen in de media;

21.  roept op tot een gemeenschappelijke cultuur van herdenking die de fascistische misdaden uit het verleden afwijst; is ernstig bezorgd over het feit dat jongere generaties in Europa en elders zich steeds minder zorgen maken over de geschiedenis van het fascisme, en daardoor onverschilliger dreigen te staan tegenover nieuwe bedreigingen;

22.  moedigt de lidstaten aan educatie via de mainstreamcultuur aan te moedigen over de diversiteit van onze samenleving en over onze gemeenschappelijke geschiedenis, inclusief de wreedheden in de Tweede Wereldoorlog, en de stelselmatige ontmenselijking van de slachtoffers gedurende enkele jaren;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

(1)

PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.

(2)

PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.

(3)

PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.

(4)

PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57.

(5)

PB L 317 van 4.11.2014, blz. 1.

(6)

https://www.euractiv.com/section/politics/news/commissioner-warns-of-growing-menace-of-right-wing-terrorism-in-eu/

(7)

https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network/about-ran/ran-p-and-p/docs/ran_p-p_right_wing_extremism_on_rise_prague_12-13_12_2017_en.pdf

(8)

https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network/ran-papers/docs/ran_pol_police_prevention_and_countering_of_far-right_and_far-left_extremism_rome_12-13_april_2018_en.pdf

(9)

http://fra.europa.eu/en/publication/2018/hate-crime-recording

Laatst bijgewerkt op: 22 oktober 2018Juridische mededeling