Procedure : 2018/2869(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0486/2018

Ingediende teksten :

B8-0486/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.12
CRE 25/10/2018 - 13.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 164kWORD 46k
17.10.2018
PE624.178v01-00
 
B8-0486/2018

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de opkomst van neofascistisch geweld in Europa (2018/2869(RSP))


Kristina Winberg namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de opkomst van neofascistisch geweld in Europa (2018/2869(RSP))  
B8-0486/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 2, 3, 6 en 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht(1),

–  gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ(2),

–  gezien zijn resolutie van 22 oktober 2013 over lokale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld: toezeggingen van Europa ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling(3),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat artikel 2 VEU het volgende bepaalt: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren"; overwegende dat deze waarden door alle lidstaten gedragen worden;

B.  overwegende dat er weliswaar geen wettelijk vastgestelde definitie van neofascisme bestaat, maar dat het begrip vaak verwijst naar extreemrechtse opvattingen die extreemnationalisme, racistische standpunten en standpunten die vergelijkbaar zijn met die van de nationale fascistische partij van Italië tussen de jaren 1920 en 1940 omvatten;

C.  overwegende dat in het verslag van 2018 over de stand van zaken en de tendensen in verband met het terrorisme in Europa (TE-SAT) van Europol opgemerkt wordt dat de meeste van de terroristische aanslagen in de EU in 2017 specifiek beschouwd worden als separatistische aanvallen (137 van de 205 gevallen); overwegende, echter, dat er volgens TE-SAT op dit moment geen EU-brede terreurnetwerken zijn en er in de categorie van terrorisme geen activiteiten als dodelijk en met gevolgen voor de samenleving als geheel, zoals de activiteiten van jihadistische terroristen, zijn gemeld; overwegende dat de commissaris voor Veiligheid, Sir Julian King, heeft gewezen op de toenemende dreiging van gewelddadig rechts-extremisme, en heeft verklaard dat er bij zijn weten geen enkele EU-lidstaat was die niet op de een of andere manier getroffen werd door dit fenomeen, waarbij hij specifiek naar de aanslag door Breivik in Noorwegen verwees;

D.  overwegende dat neofascistische en neonazistische groeperingen zich op diverse manieren uiten; overwegende dat de meeste neofascistische en neonazistische groepen zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting; overwegende dat de vrijheid van meningsuiting niet absoluut is;

E.  overwegende dat Jo Cox, lid van het parlement van het VK, op 16 juni 2016 op wrede wijze vermoord is in het Britse Birstall;

F.  overwegende dat Eleonora Forenza, lid van het Parlement, op 21 september 2018, na een antifascistische demonstratie in Bari, Italië, aangevallen werd, en dat daarbij ook haar medewerker Antonio Perillo gewond werd;

1.  veroordeelt en betreurt alle terroristische aanslagen, bedreigingen, moorden en gewelddadige fysieke aanvallen door organisaties of personen in alle lidstaten; betreurt dat geweld en extremisme overal in het politieke spectrum aanwezig zijn;

2.  toont zich uiterst bezorgd door de uitingen van fascisme, racisme en vreemdelingenhaat in de Europese Unie momenteel;

3.  is met name bezorgd over elke vorm van geweld waarbij bepaalde nationale of etnische minderheden het doelwit zijn;

4.  is zich bewust van de zorgelijke tendens dat neofascistische en neonazistische groeperingen gebruikmaken van sociale media en internet om zich te organiseren en strategieën te bepalen in de hele Europese Unie;

5.  veroordeelt krachtig alle gewelddadigheden, met inbegrip van de aanval op EP-lid Eleonora Forenza, haar assistent Antonio Perillo en anderen die op 21 september 2018 deelnamen aan een antifascistische demonstratie in Bari, Italië;

6.  verzoekt de lidstaten haatmisdrijven duidelijk te bestraffen, in het bijzonder het illegaal aanzetten tot geweld, als bepaald in Kaderbesluit 2008/913/JHA van de Raad;

7.  verzoekt de lidstaten na te denken over en te voorzien in voldoende steun voor de slachtoffers van door racisme of vreemdelingenhaat ingegeven misdrijven en haatmisdrijven, en de bescherming van alle getuigen;

8.  prijst burgergroeperingen en maatschappelijke organisaties die fascisme, racisme en vreemdelingenhaat bestrijden;

9.  verzoekt de lidstaten de bepalingen van het kaderbesluit van de Raad na te leven en op te treden tegen organisaties die geweld in openbare ruimten en online propageren, door de in het besluit vastgestelde sancties op te leggen;

10.  roept op tot een tijdige en volledige samenwerking met burgergroeperingen en maatschappelijke organisaties in de strijd tegen fascisme, racisme en vreemdelingenhaat;

11.  moedigt de lidstaten aan te controleren of proefprojecten om leden van gewelddadige groepen te re-integreren, zogenaamde "exitprogramma's", succesvol zijn; benadrukt dat dergelijke programma’s gebenchmarkt moeten worden, en, als zij succesvol blijken te zijn, voldoende bevorderd en gefinancierd;

12.  wijst erop dat historisch bewustzijn een noodzakelijke voorwaarde is om dergelijke misdrijven in de toekomst te voorkomen, en dit een belangrijke rol heeft in het onderwijs voor de jongere generaties; merkt op dat het minimaliseren van nazistische of communistische misdaden de eerste stap is naar een heropflakkering van ideeën uit dat tijdperk;

13.  waarschuwt voor het gelijkstellen van patriottisme aan extreemnationalisme: het eerste slaat op trots op een natie, het tweede omvat haat jegens alle andere landen;

14.  roept op tot een gemeenschappelijke cultuur van herdenking die de fascistische misdaden uit het verleden afwijst; is bezorgd dat jonge Europeanen die niet op de hoogte zijn van de geschiedenis van het fascisme onverschillig kunnen worden voor nieuwe bedreigingen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad.

 

(1)

PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.

(2)

PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57.

(3)

PB C 208 van 10.6.2016, blz. 25.

Laatst bijgewerkt op: 22 oktober 2018Juridische mededeling