Procedure : 2018/2858(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0487/2018

Ingediende teksten :

B8-0487/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0429

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 251kWORD 43k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0484/2018
17.10.2018
PE624.179v01-00
 
B8-0487/2018

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8‑0410/2018

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over dierenwelzijn, het gebruik van antimicrobiële stoffen en de milieueffecten van de industriële vleeskippenhouderij (2018/2858(RSP))


Jørn Dohrmann, Zbigniew Kuźmiuk, Stanisław Ożóg, Beata Gosiewska namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over dierenwelzijn, het gebruik van antimicrobiële stoffen en de milieueffecten van de industriële vleeskippenhouderij (2018/2858(RSP))  
B8‑0487/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 26 november 2015 over een nieuwe strategie voor het welzijn van dieren voor de periode 2016-2020(1),

–  gezien het Europees "één gezondheid"-actieplan tegen antimicrobiële resistentie van 2017,

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2018 over de toepassing van Richtlijn 2007/43/EG en de invloed daarvan op het welzijn van vleeskuikens alsook over de ontwikkeling van welzijnsindicatoren (COM(2018)0181),

–  gezien het akkoord over de verordening inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, dat op 5 juni 2018 werd bereikt,

–  gezien de vraag aan de Commissie over dierenwelzijn, het gebruik van antimicrobiële stoffen en de milieugevolgen van de industriële vleeskippenhouderij (O-000095/2018 – B8‑0410/2018),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in de richtlijn inzake vleeskippen minimumvoorschriften zijn neergelegd voor de bescherming van vleeskuikens;

B.  overwegende dat er op 5 juni 2018 een akkoord werd bereikt over de verordening inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik;

C.  overwegende dat de EU een belangrijke mondiale vleeskuikenproducent is en dat de pluimveesector werkt biedt aan meer dan een miljoen mensen en dat er in Europa 23 000 grote vleeskuikenbedrijven zijn;

D.  overwegende dat uit het recente verslag van de Commissie over de toepassing van de richtlijn blijkt dat er geen sprake is van significante verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn en dat de handhaving van de richtlijn in de lidstaten op zijn best inconsistent is;

E.  overwegende dat het overmatig gebruik van antimicrobiële diergeneesmiddelen, als groeibevorderaar en voor metafylaxe en profylaxe, een van de belangrijkste factoren is die een rol spelen bij het ontstaan van antimicrobiële resistentie;

F.  overwegende dat de vervuiling ten gevolge van industriële vleeskippenhouderij toeneemt en ernstige gevolgen heeft voor de lucht-, bodem- en waterkwaliteit;

G.  overwegende dat de richtlijn uit 2007 noch op uniforme, noch op doeltreffende wijze wordt gehandhaafd;

1.  is ingenomen met het feit dat er op 5 juni 2018 een akkoord is bereikt over de verordening inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik; hoopt dat dit ertoe zal leiden dat er geen als groeibevorderaar gebruikte geneesmiddelen meer terechtkomen in voedingsmiddelen die op de Europese markt verkocht worden en dat geneesmiddelen alleen worden gebruikt voor metafylaxe en profylaxe als dat strikt noodzakelijk is; hoopt tevens dat de verordening de innovatie op het gebied van diergeneeskunde zal bevorderen en dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de bestrijding van antimicrobiële resistentie;

2.  benadrukt dat antimicrobiële stoffen binnen de geneeskunde en de diergeneeskunde belangrijk zijn omdat daarmee besmettelijke en zoönotische bacteriële ziekten kunnen worden behandeld;

3.  merkt op dat onjuist gebruik van antimicrobiële stoffen ertoe kan leiden dat deze stoffen niet langer doeltreffend zijn, hetgeen een gevaar vormt voor de volksgezondheid;

4.  benadrukt dat de levenskwaliteit van pluimvee kan worden verbeterd en de noodzaak tot het gebruik van antimicrobiële stoffen kan worden verminderd door verbetering van de technieken voor de dierhouderij, bijvoorbeeld door te zorgen voor natuurlijk licht, schone lucht, meer leefruimte en minder uitstoot van ammoniak;

5.  benadrukt dat antimicrobiële stoffen niet routinematig moeten worden gebruikt en evenmin moeten worden gebruikt ter compensatie van slechte dierhouderijpraktijken, maar uitsluitend gebruikt moeten worden in het kader van een door een dierenarts voorgeschreven behandeling als is vastgesteld dat er sprake is van een ziekte of infectie, om een probleem met betrekking tot dierenwelzijn te voorkomen;

6.  benadrukt dat oneerlijke concurrentie zal leiden tot een ongelijk speelveld, omdat degenen die de regels niet naleven degenen die de regels wel naleven van de markt drukken;

7.  benadrukt dat dezelfde regels moeten gelden voor geïmporteerde producten;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de lidstaten.

 

(1)

PB C 366 van 27.10.2017, blz. 149.

Laatst bijgewerkt op: 22 oktober 2018Juridische mededeling