Procedure : 2018/2885(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0499/2018

Ingediende teksten :

B8-0499/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0434

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 259kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0498/2018
22.10.2018
PE624.194v01-00
 
B8-0499/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi‑Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))


Charles Tannock, Raffaele Fitto, Karol Karski, Jana Žitňanská, Ruža Tomašić, Hans‑Olaf Henkel, Monica Macovei, Branislav Škripek, Pirkko Ruohonen‑Lerner, Angel Dzhambazki, Jan Zahradil, Valdemar Tomaševski namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))  
B8‑0499/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Saudi-Arabië,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

–  gezien het Arabisch handvest van de rechten van de mens, dat in 2009 door Saudi-Arabië is geratificeerd,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van het VK, Frankrijk en Duitsland van 14 oktober 2018 over de verdwijning van de Saudische journalist Jamal Khashoggi,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van het VK, Frankrijk en Duitsland van 21 oktober 2018 over de dood van Jamal Khashoggi,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 20 oktober 2018 namens de Europese Unie over de recente ontwikkelingen in de zaak van Jamal Khashoggi,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Jamal Khashoggi op 2 oktober 2018 het consulaat van het Koninkrijk Saudi-Arabië in Istanbul, Turkije, heeft betreden om documenten ter staving van zijn voorafgaande echtscheiding op te vragen;

B.  overwegende dat Saudi-Arabië, na twee weken van ontkenning en beweringen niets over het lot van de heer Khashoggi te weten, heeft toegegeven dat zijn dood het gevolg was van een fysieke confrontatie in het consulaat;

C.  overwegende dat sinds de verdwijning van en moord op de heer Khashoggi talrijke speculaties over zijn lot zijn verschenen in de internationale media, op basis van een aanzienlijk aantal lekken in de Turkse media over het lopende onderzoek;

D.  overwegende dat de Turkse inlichtingendiensten beweren via ongemerkt in het consulaat opgestelde opnameapparatuur audio- en zelfs video-opnames te hebben van de moord met voorbedachten rade op de heer Khashoggi; overwegende dat de Turkse president Erdogan naar verluidt persoonlijk, in overleg met naaste adviseurs, heeft besloten welke details van het Turkse onderzoek op welk moment wereldkundig zullen worden gemaakt;

E.  overwegende dat momenteel een gezamenlijk Turks-Saudisch onderzoek loopt, en dat president Erdogan heeft verklaard dat hij op 23 oktober 2018, op de dag van de opening van het Future Investment Initiative in Riyad, Saudi-Arabië, zal bekendmaken wat er gebeurd is;

F.  overwegende dat Saudi-Arabië, sinds het heeft toegegeven dat Jamal Khashoggi werd gedood, 18 Saudische onderdanen heeft gearresteerd in verband met de moord, en het adjunct-hoofd van de inlichtingendienst en een nauwe medewerker van kroonprins Mohammed Bin Salman al-Saud heeft ontslagen;

G.  overwegende dat de Europese Unie en de lidstaten hebben aangedrongen op een grondig, geloofwaardig en open onderzoek om de omstandigheden van de moord op Jamal Khashoggi op te helderen en ervoor te zorgen dat alle verantwoordelijken rekenschap afleggen;

H.  overwegende dat Saudi-Arabië en Turkije allebei partij zijn bij het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en zij dus de plicht hebben alle maatregelen te nemen om foltering, gedwongen verdwijningen en andere ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen, beschuldigingen van dergelijke misdrijven te onderzoeken en degenen die verdacht worden van het plegen ervan te berechten; overwegende dat de moord op Jamal Khashoggi krachtens het VN-Verdrag onder de universele rechtsmacht valt en dat verdachten derhalve overal op het grondgebied van de ondertekenende landen kunnen worden gearresteerd en, in voorkomend geval, door de nationale rechtbanken van die landen kunnen worden berecht;

1.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de moord op Jamal Khashoggi en betuigt zijn medeleven aan zijn familie en vrienden;

2.  wijst op het belang van de verdediging van de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de bescherming van journalisten; onderstreept dat het bedreigen, aanvallen en doden van journalisten in alle omstandigheden onaanvaardbaar is en een reden is voor diepe bezorgdheid;

3.  neemt kennis van de verklaring en de voorlopige bevindingen van Saudi-Arabië, maar acht het noodzakelijk dat wordt achterhaald wat er precies is gebeurd op 2 oktober 2018, waarbij de hypotheses die tot dusver in het Saudische onderzoek naar voren zijn gebracht moeten worden gestaafd met feiten die als geloofwaardig kunnen worden beschouwd;

4.  benadrukt dat meer inspanningen nodig zijn en verwacht worden om de waarheid op een volledige, transparante en geloofwaardige manier aan het licht te brengen; vraagt dat het onderzoek grondig gevoerd wordt, totdat de verantwoordelijkheid duidelijk vastgesteld is en er verantwoordingsplicht en eerlijke rechtsbedeling is voor de begane misdrijven;

5.  verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EDEO, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, Zijne Majesteit Koning Salman bin Abdulaziz al-Saud, de president van Turkije, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, de voorzitter van de Majlis ash-Shura en de voorzitter van de Grote Nationale Assemblee van Turkije.

 

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling