Procedure : 2018/2885(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0500/2018

Ingediende teksten :

B8-0500/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0434

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 184kWORD 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0498/2018
22.10.2018
PE624.195v01-00
 
B8-0500/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))


Barbara Lochbihler, Ernest Urtasun, Ana Miranda, Josep‑Maria Terricabras, Bodil Valero, Jordi Solé, Klaus Buchner, Rebecca Harms, Florent Marcellesi, Margrete Auken, Yannick Jadot namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))  
B8‑0500/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Saudi-Arabië, met name die van 31 mei 2018 over de situatie van voorvechters van vrouwenrechten in Saudi-Arabië(1), van 11 maart 2014 over Saudi-Arabië, zijn betrekkingen met de EU en zijn rol in het Midden-Oosten en Noord-Afrika(2), van 12 februari 2015 over de Saudi-Arabië: de zaak van de heer Raif Badawi(3), en van 8 oktober 2015 over de zaak van de heer Ali Mohammad al-Nimr(4),

–  gezien de toekenning van de Sacharovprijs voor de vrijheid van gedachte en van meningsuiting aan de Saudische blogger Raif Badawi in 2015,

–  gezien de opmerkingen van Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, d.d. 9 en 15 oktober 2018, en haar verklaring van 20 oktober 2018,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN van 19 oktober 2018,

–  gezien de verklaring van Michelle Bachelet, VN-Commissaris voor de mensenrechten, van 16 oktober 2018, waarin zij Saudi-Arabië ertoe oproept geen informatie over de verdwijning van Jamal Khashoggi achter te houden,

–  gezien de verklaring van Dante Pesce, de voorzitter van de werkgroep van de VN voor bedrijven en mensenrechten, van 19 oktober 2018,

–  gezien de verklaring van VN-deskundigen van 9 oktober 2018, die een onderzoek eisen naar de verdwijning van de Saudische journalist Jamal Khashoggi in Istanbul,

–  gezien de verklaring van VN-deskundigen van 18 oktober 2018, die hun ernstige bezorgdheid uiten over het nieuwe verschijnsel van door de overheid gesteunde ontvoeringen,

–  gezien het lidmaatschap van Saudi-Arabië van de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Jamal Khashoggi op 2 oktober 2018 het consulaat van Saudi-Arabië in Istanbul is binnengegaan, maar dat er geen opnamen zijn waaruit blijkt dat hij het gebouw ook weer heeft verlaten;

B.  overwegende dat 15 Saudische functionarissen op 2 oktober van Riyad naar Istanbul zijn gevlogen en diezelfde avond weer zijn vertrokken; overwegende dat is vastgesteld dat de meesten van hen nauwe banden hebben met de Saudische kroonprins Mohammad Bin Salman al-Saud, en dat het hierbij onder meer gaat om zijn lijfwacht en een forensisch arts die een hoge positie bekleedt in het Saudische ministerie van Binnenlandse Zaken; overwegende dat de Turkse medewerkers van het Saudische consulaat vrij moesten nemen op de dag dat de heer Khashoggi verdween;

C.  overwegende dat er pas twee weken na de verdwijning van de heer Khashoggi een Turks forensisch team werd toegelaten tot het Saudische consulaat en de residentie van de consul van Saudi-Arabië, generaal Mohammad al-Otaibi; overwegende dat er foto’s zijn waarop te zien is hoe, uren voordat het Turks forensisch team tot het Saudische consulaat werd toegelaten, een schoonmaakploeg het consulaat binnengaat met emmers, zwabbers en iets wat leek op flessen schoonmaakmiddelen;

D.  overwegende dat de Saudische autoriteiten hebben toegegeven dat Jamal Khashoggi in het Saudische consulaat is gedood, nadat zij twee weken hadden volgehouden dat Jamal Khashoggi het consulaat na een kort bezoek in vrijheid had verlaten; overwegende dat de tot nu toe openbaar gemaakte informatie ontegenzeggelijk wijst op een door de staat gesteunde moord; overwegende dat Mohammad Bin Salman al-Saud de volledige controle heeft over de veiligheidsdiensten en dat het daarom uiterst onwaarschijnlijk is dat er een operatie zou hebben plaatsgevonden zonder dat hij daarvan zou hebben geweten;

E.  overwegende dat deze ernstige beschuldigingen hebben geleid tot internationale verontwaardiging; overwegende dat diverse gezaghebbende mediaorganisaties, waaronder de CNN, de Financial Times en The New York Times, en prominente internationale personen hun deelname aan het Future Investment Initiative (ook wel bekend als Davos in de woestijn), dat van 23 t/m 25 oktober in Riyad plaatsvindt, hebben afgezegd;

F.  overwegende dat het Saudische regime een grootschalige internationale pr-campagne heeft opgezet, waarin kroonprins Mohammad bin Salman wordt afgeschilderd als drijvende kracht achter de modernisering in het land; overwegende dat na de verdwijning van en vermeende door de staat gesteunde moord op de heer Khashoggi diverse lobbyorganisaties hebben besloten Saudi-Arabië niet langer te vertegenwoordigen;

G.  overwegende dat er een verband zou kunnen bestaan tussen de moord op de heer Khashoggi en het feit dat hij zich de afgelopen jaren kritisch heeft uitgelaten over het Saudische regime; overwegende dat de aangekondigde sociale hervormingen, waarbij kroonprins Mohammad bin Salman in het kader van zijn breed onder de aandacht gebrachte plan "Vision 2030" een voortrekkersrol speelt, paradoxaal genoeg tegelijkertijd plaatsvinden met een toenemend repressief optreden tegen mensenrechtenactivisten, journalisten en juristen, die gearresteerd worden, bedreigd worden met vervolging, en op andere manieren worden geïntimideerd; overwegende dat sinds mei 2018 diverse vrouwenrechtenactivisten die campagne hebben gevoerd tegen het rijverbod voor vrouwen en voor afschaffing van het systeem van mannelijke voogdij gearresteerd zijn;

H.  overwegende dat de VN-werkgroep inzake gedwongen en onvrijwillige verdwijningen haar verontwaardiging heeft geuit over het recente zorgwekkende verschijnsel van extraterritoriale ontvoeringen van personen in het buitenland door middel van undercoveroperaties;

I.  overwegende dat de gebeurtenissen met betrekking tot de heer Khashoggi in het Saudische consulaat in Istanbul een flagrante schending inhouden van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963; overwegende dat in artikel 41 van dat verdrag is bepaald dat de diplomatieke immuniteit in geval van een ernstig misdrijf kan worden opgeheven;

J.  overwegende dat Saudi-Arabië op de index voor persvrijheid 2018 van verslaggevers zonder grenzen op de 169e plaats staat van in totaal 180 landen, en ook op de lijst "enemies of the internet" van diezelfde organisatie voorkomt; overwegende dat in Saudi-Arabië op grote schaal gebruik wordt gemaakt van internet en het land het hoogste aantal actieve Twitter-gebruikers in de regio heeft, maar dat internet in Saudi-Arabië sterk wordt gecensureerd, dat duizenden websites geblokkeerd zijn en dat er voor nieuwe blogs en websites een vergunning moet worden aangevraagd bij het Ministerie voor informatie; overwegende dat Raif Badawi, laureaat van de Sacharovprijs, nog altijd in de gevangenis zit, uitsluitend omdat hij op vreedzame wijze voor zijn mening uitkomt;

K.  overwegende dat er in Jemen 16 706 burgerslachtoffers zijn gevallen, de meeste ten gevolge van wreedheden gepleegd door de door Saudi-Arabië geleide coalitie; overwegende dat de VN-groep van onafhankelijke vooraanstaande internationale en regionale deskundigen in augustus 2018 heeft geconcludeerd dat Saudi-Arabië zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die als oorlogsmisdaden kunnen worden aangemerkt, waaronder wrede behandeling en foltering en het gebruik van bommen, raketten en clusterbommen tegen burgerdoelwitten, waaronder bruiloften, schoolbussen, ziekenhuizen en woonwijken;

L.  overwegende dat Saudi-Arabië behoort tot de vijf landen in de wereld die het vaakst de doodstraf toepassen;

1.  veroordeelt in de scherpste bewoordingen de gedwongen verdwijning van en de moord op Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul op 2 oktober 2018; herinnert de Saudische autoriteiten eraan dat het stelselmatig laten verdwijnen van personen een misdrijf tegen de menselijkheid vormt;

2.  dringt aan op een internationaal, onafhankelijke en onpartijdig onderzoek naar de verdwijning en buitengerechtelijke executie van Jamal Khashoggi; verzoekt in dit verband de secretaris‑generaal van de VN, António Guterres, om met het oog op een dergelijk onderzoek een team van deskundigen met veel ervaring op het gebied van internationaal onderzoek in het leven te roepen, dat volledige helderheid moet gaan verschaffen over de omstandigheden rondom de verdwijning van de heer Khashoggi, en een openbaar rapport op te stellen met daarin de bevindingen van het team en aanbevelingen, om ervoor de zorgen dat de daders voor de rechter worden gebracht; dringt er bij Saudi-Arabië en Turkije op aan om hun volledige medewerking te verlenen en alle bewijsstukken waarover zij beschikken over te leggen, om ervoor te zorgen dat het onderzoek op transparante wijze, snel en doeltreffend verloopt;

3.  dringt bij Saudi-Arabië aan op onmiddellijke opheffing van de diplomatieke bescherming die voortvloeit uit het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, waaronder de onschendbaarheid van de consulaire gebouwen en de immuniteit van alle betrokken functionarissen, om een transparant onderzoek naar de moord op de heer Khashoggi mogelijk te maken; verzoekt de VV/HV om onderzoek te doen naar het gevaar van misbruik van diplomatieke immuniteit door de Saudische autoriteiten met als doel Saudiërs die vanuit de EU tegengeluiden laten horen de mond te snoeren, en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement;

4.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) een "Khashoggi-lijst" op te stellen met het oog op de invoering van gerichte maatregelen, waaronder een visumverbod voor en bevriezing van de activa van personen die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor de gedwongen verdwijning van en moord op Jamal Khashoggi; verzoekt de VV/HV en de lidstaten om met betrekking tot de moord op Jamal Khashoggi een krachtig standpunt in te nemen;

5.  spreekt zijn afkeuring uit over de betrokkenheid van buitenlandse pr-bedrijven bij de behartiging van de belangen en de verbetering van het imago van Saudi-Arabië; is verbaasd over het geringe aantal vermeldingen met betrekking tot Saudi-Arabië in het transparantieregister van de EU en verzoekt de Commissie en het Parlement deze kwestie te onderzoeken; verzoekt de lobbyorganisaties die dat nog niet hebben gedaan, te stoppen met het vertegenwoordigen van Saudi-Arabië; dringt er bij de diverse EU lobbyorganisaties op aan om zich ertoe te verbinden geen regimes te vertegenwoordigen die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen of die mensenrechtenactivisten vervolgen;

6.  is ingenomen met het besluit van een aantal Europese overheidsfunctionarissen en zakenlieden, in reactie op de verdwijning van de heer Khashoggi, om hun deelname aan de conferentie in Riyad in het kader van het Future Investment Initiative af te zeggen; roept op tot een volledige boycot van deze conferentie, onder meer door de algemeen directeur van Siemens;

7.  herinnert het Saudische regime eraan dat Saudi-Arabië, als partij bij het VN-verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, verplicht is om alles in het werk te stellen om foltering, gedwongen verdwijningen en andere ernstige schendingen van de mensenrechten te voorkomen, en om beschuldigingen inzake handelingen die als dergelijke misdrijven aangemerkt kunnen worden, te onderzoeken en de personen die verdacht worden van het plegen van deze daden voor de rechter te brengen;

8.  betreurt de belangrijke wapenakkoorden tussen de EU-lidstaten, waaronder Spanje, Frankrijk, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk, met Saudi-Arabië, omdat die akkoorden niet in overeenstemming zijn met het juridisch bindende Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenuitvoer(5), en met name niet met criterium twee inzake de eerbiediging van de mensenrechten in het land van eindbestemming en de eerbiediging van het internationaal humanitair recht door dat land, waaraan duidelijk niet wordt voldaan vanwege de oorlogvoering door Saudi-Arabië in Jemen; dringt nogmaals aan op een verbod voor de hele EU op de uitvoer, de verkoop, de modernisering en het onderhoud van veiligheidsuitrusting in welke vorm dan ook, die wordt gebruikt of kan worden gebruikt voor onderdrukking; benadrukt dat dit verbod ook moet gelden voor technologie voor cybertoezicht, zoals vastgelegd in het verslag van het Europees Parlement van 17 januari 2018 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik(6); verzoekt de hoge vertegenwoordiger verslag uit te brengen over de huidige stand van de samenwerking op militair en veiligheidsgebied tussen EU-lidstaten en de Saudische autoriteiten;

9.  verzoekt de EU om tijdens de volgende bijeenkomst van de VN-Mensenrechtenraad een resolutie in te dienen, waarin onder meer wordt opgeroepen tot benoeming van een speciale rapporteur van de VN inzake Saudi-Arabië, naar analogie met de benoeming van "special procedures" in het kader van de VN-Mensenrechtenraad voor situaties waar de mensenrechten in het geding zijn, waar ook ter wereld; verzoekt de EU om tijdens de volgende vergadering van de Mensenrechtenraad de kwestie van het lidmaatschap van staten met een zeer twijfelachtige staat van dienst op het gebied van de mensenrechten aan de orde te stellen; betreurt de steun van diverse EU-lidstaten voor de verkiezing van Saudi-Arabië tot lid van de VN-Mensenrechtenraad;

10.  steunt ten volle het initiatief om een algemeen EU-stelsel van sancties tegen mensenrechtenschenders in de hele wereld in het leven te roepen, op grond waarvan sancties kunnen worden opgelegd aan personen die zich schuldig maken aan schending van de mensenrechten, bijvoorbeeld een visumverbod of bevriezing van vermogensbestanddelen; verwacht concrete resultaten van de conferentie die de Nederlandse autoriteiten met het oog op de lancering van dit initiatief hebben georganiseerd en die volgens planning in november in Den Haag zal plaatsvinden, en spoort de lidstaten en de EDEO aan om dit voorstel zonder voorbehoud te steunen;

11.  verzoekt de EDEO en de lidstaten om een ambitieus en op maat gesneden strategie te ontwikkelen ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten in Saudi-Arabië; verzoekt de Europese Unie om ervoor te zorgen dat het onderwerp mensenrechten een vast punt wordt op de agenda van de jaarlijkse top tussen de EU en de Raad voor Samenwerking van de Arabische Golfstaten;

12.  roept de Saudische autoriteiten ertoe op te stoppen met de geselingen van Raif Badawi en hem onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, omdat hij beschouwd wordt als gewetensgevangene die uitsluitend gevangen wordt gehouden en veroordeeld is omdat hij zijn recht op vrije meningsuiting uitoefent; verzoekt de VV/HV en de lidstaten om bij al hun contacten met de Saudische autoriteiten dit onderwerp ter sprake te brengen; pleit ervoor dat er, gezien het feit dat de vrijlating van Raif Badawi sinds hij de Sacharovprijs heeft gewonnen nog geen stap dichterbij is gekomen, een ad-hocdelegatie naar Riyad wordt gestuurd om met de Saudische autoriteiten over deze kwestie te spreken;

13.  veroordeelt de intimidatie van mensenrechtenactivisten, advocaten, journalisten, schrijvers en bloggers door de Saudische autoriteiten, zowel in binnen- als buitenland, en verlangt dat de Saudische autoriteiten maatregelen nemen om te waarborgen dat alle mensen hun rechten vrijelijk kunnen uitoefenen, zonder gerechtelijke intimidatie of andere represailles;

14.  dring er bij de regering van Saudi-Arabië op aan om alle mensenrechtenactivisten onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, waaronder de vrouwenrechtenactivisten die zich hebben ingezet voor de opheffing van het rijverbod voor vrouwen en de afschaffing van het systeem van mannelijke voogdij, alsmede alle gewetensgevangenen die uitsluitend omdat ze gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrije meningsuiting, gevangenen worden gehouden en veroordeeld zijn;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de secretaris-generaal van de VN, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de VN-Mensenrechtenraad, Zijne Majesteit Koning Salman bin Abdulaziz al-Saud en kroonprins Mohammad Bin Salman al-Saud, de regering van het Koninkrijk Saudi-Arabië en de regering van de Verenigde Staten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0232.

(2)

PB C 378 van 9.11.2017, blz. 64.

(3)

PB C 310 van 25.8.2016, blz. 29.

(4)

PB C 349 van 17.10.2017, blz. 34.

(5)

Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie, PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0006.

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling