Procedure : 2018/2891(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0502/2018

Ingediende teksten :

B8-0502/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.20
CRE 25/10/2018 - 13.20

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 177kWORD 54k
22.10.2018
PE624.198v01-00
 
B8-0502/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2018/2891(RSP))


Elena Valenciano, Francisco Assis, Ramón Jáuregui Atondo namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2018/2891(RSP))  
B8‑0502/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4), van 27 april 2017 over de situatie in Venezuela(5), van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela(6), van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela(7)en van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan zijn grenzen met Colombia en Brazilië(8),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten,

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien de verklaring van 1 oktober 2018 van VN-deskundigen over de crisis in het gezondheidszorgstelsel van Venezuela,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 mei 2018 over Venezuela,

–  gezien de verklaring van 9 augustus 2018 van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over de meest recente gebeurtenissen in Venezuela,

–  gezien de verklaring van 9 oktober 2018 van de woordvoerder van de VV/HV over de dood van gemeenteraadslid Fernando Albán in Venezuela,

–  gezien het gezamenlijke communiqué van 15 september 2018 van de Lima-groep over Venezuela,

–  gezien de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad van 27 september 2018 over de bevordering en bescherming van de mensenrechten in de Bolivariaanse Republiek Venezuela,

–  gezien de verklaring van 10 oktober 2018 van de voorzitters van zijn Subcommissie mensenrechten en zijn Commissie buitenlandse zaken over de dood van Fernando Albán,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Venezolaanse regering op 20 augustus 2018 een economisch plan heeft gelanceerd dat onder andere de invoering van een nieuwe munteenheid omvatte, een aanzienlijke devaluatie van de munteenheid, een verhoging van de brandstoffenprijzen tot internationale prijsniveaus, en een verhoging van het minimumsalaris met 5 900 %; overwegende dat de recente economische maatregelen de vrije val van de economie hebben verergerd en een vernietigende uitwerking hebben op het midden- en kleinbedrijf;

B.  overwegende dat de economische en sociale situatie in Venezuela ook blijft verslechteren ten gevolge van de internationale sancties; overwegende dat Euroclear volgens de Venezolaanse regering publieke activa ter waarde van 1,2 miljard EUR heeft bevroren ten gevolge van het opleggen van internationale financiële sancties; overwegende dat deze middelen waren bestemd om geneesmiddelen en levensmiddelen te kopen voor het land dat kampt met een gebrek aan geneesmiddelen van 90 %, veelvuldige stroomuitval en de instorting van de publieke dienstverlening;

C.  overwegende dat de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) op 8 februari 2018 heeft aangekondigd dat een preliminair onderzoek zal worden geopend naar de misdaden die sinds april 2017 in Venezuela bedreven zouden zijn; overwegende dat de nationale veiligheidstroepen veelvuldig excessief geweld hebben gebruikt om demonstraties uiteen te drijven en te verhinderen, en duizenden, echte of vermeende, leden van de oppositie hebben gearresteerd en opgesloten, van wie een aantal naar verluidt ernstig is mishandeld in detentie; overwegende dat naar verluidt sommige groepen demonstranten hun toevlucht hebben genomen tot geweld, met als resultaat dat sommige leden van de veiligheidstroepen zijn gewond of gedood;

D.  overwegende dat op 27 september 2018, een groep verdragsstaten van het Internationaal Strafhof, namelijk de Republiek Argentinië, Canada, de Republiek Colombia, de Republiek Chili, de Republiek Paraguay en de Republiek Peru, de zaak van de situatie in de Bolivariaanse Republiek Venezuela hebben voorgelegd aan de aanklager van het Internationaal Strafhof; overwegende dat, overeenkomstig artikel 14 van het Statuut van het Internationaal Strafhof, deze verdragsstaten de aanklager hebben verzocht een onderzoek in te stellen naar de misdaden tegen de menselijkheid die naar verluidt zijn gepleegd op het grondgebied van Venezuela sinds 12 februari 2014, om na te gaan of een of meerdere personen dergelijke misdaden ten laste gelegd moeten worden;

E.  overwegende dat de Raad op 28 mei 2018 conclusies over Venezuela heeft vastgesteld waarin erop werd aangedrongen presidentsverkiezingen te houden overeenkomstig erkende democratische normen en de Venezolaanse grondwet; overwegende dat de Europese Raad op 25 juni 2018 de lijst van restrictieve maatregelen heeft uitgebreid tegen in totaal 18 Venezolaanse burgers op officiële posities die verantwoordelijk worden gesteld voor het schenden van de mensenrechten en het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Venezuela; overwegende dat deze maatregelen een reisverbod en bevriezing van tegoeden behelzen;

F.  overwegende dat president Maduro op 4 augustus 2018 het slachtoffer was van een drone-aanval terwijl hij een toespraak hield ter gelegenheid van de 81e verjaardag van het nationale leger; overwegende dat de EU en haar lidstaten iedere vorm van geweld verwerpen en verwachten dat er een uitvoerig en transparant onderzoek zal worden ingesteld naar de drone-aanval om de feiten vast te stellen, met volledige inachtneming van de rechtsstaat en de mensenrechten;

G.  overwegende dat na de drone-aanval Juan Requesens, lid van de Nationale Vergadering, en Fernando Albán, een gemeenteraadslid van de oppositie, door de Venezolaanse inlichtingendienst (SEBIN) zijn aangehouden; overwegende dat Fernando Albán is omgekomen toen hij door de SEBIN gevangen werd gehouden; overwegende dat de internationale gemeenschap, inclusief de Europese Dienst voor extern optreden en het Europees Parlement, heeft aangedrongen op een diepgaand en onafhankelijk onderzoek om de omstandigheden van zijn dood op te helderen;

H.  overwegende dat er volgens het Foro Penal momenteel 183 politieke gevangenen in het land zijn; overwegende dat Lorent Saleh, een studentenleider die sinds 2014 gevangen wordt gehouden en die was aangesloten bij de democratische Venezolaanse oppositie en aan wie in 2017 de Sacharovprijs werd toegekend, op 12 oktober 2018 werd vrijgelaten door de Venezolaanse regering en naar Spanje mocht reizen voor een medische behandeling;

I.  overwegende dat de nationale kiesraad, de CNE, 9 december 2018 als datum heeft gekozen voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen; overwegende dat de CNE heeft aangekondigd dat 37 politieke partijen zullen mogen meedoen aan deze verkiezingen; 21 nationale partijen, waaronder vijf nieuwe; 11 regionale partijen; en vijf inheemse partijen; overwegende dat de grootste politieke partijen Acción Democrática (AD), Primero Justicia (PJ), Un Nuevo Tiempo (UNT) en Voluntad Popular niet aan de verkiezingen mogen deelnemen;

J.  overwegende dat de EU en haar lidstaten op de laatste vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken op 15 oktober 2018 hun ferme standpunt ten aanzien van de politieke crisis in Venezuela hebben bevestigd, waarbij ze benadrukten dat de huidige crisis in het land alleen op democratische politieke wijze kan worden opgelost; overwegende dat er besloten is na te gaan of er een contactgroep zou kunnen worden opgericht die samen met regionale en internationale partners een initiatief zou moeten bevorderen om de voorwaarden te scheppen die kunnen leiden tot een politiek proces;

1.  wijst erop dat het zijn standpunt over Venezuela kenbaar heeft gemaakt in zijn vorige acht resoluties gedurende de huidige zittingsperiode, waarvan de laatste dateerde van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land met Colombia en Brazilië;

2.  geeft nogmaals uiting aan zijn grote bezorgdheid over de herhaalde schendingen van de mensenrechten en vrijheden in Venezuela en betuigt zijn solidariteit met alle Venezolanen; dringt er met klem bij de Venezolaanse autoriteiten op aan onmiddellijk een eind te maken aan alle mensenrechtenschendingen en aan alle gewelddadigheden tegen burgers, en alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van vergadering, volledig te eerbiedigen; dringt er bij de Venezolaanse autoriteiten op aan alle democratische verkozen instellingen, en dan met name de Nationale Vergadering, te respecteren, alle politieke gevangenen vrij te laten, en de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten te eerbiedigen;

3.  verwerpt iedere vorm van geweld en betuigt zijn medeleven met de nabestaanden van Fernando Albán; herinnert eraan dat het de plicht is van de staat om de veiligheid en de lichamelijke integriteit van al zijn burgers te waarborgen en schaart zich achter de roep om een diepgaand en onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden van zijn dood;

4.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de verslechterende humanitaire situatie in Venezuela, die geleid heeft tot ernstige tekorten aan voedsel en essentiële geneesmiddelen, en een ongeziene en almaar toenemende instroom van vluchtelingen en migranten in de buurlanden en daarbuiten; verzoekt dat er onmiddellijk overeenstemming wordt bereikt over een noodplan voor toegang tot humanitaire hulp in het land en roept de Venezolaanse autoriteiten op humanitaire hulp met spoed en ongehinderd toe te laten en toegang te verschaffen aan internationale organisaties die de bevolking willen helpen; dringt erop aan dat er op korte termijn maatregelen worden getroffen om ondervoeding tegen te gaan;

5.  wijst erop dat het de onafhankelijkheid van de aanklager van het Internationaal Strafhof volledig eerbiedigt bij zijn beoordeling van de vraag of het Statuut van Rome van toepassing is met betrekking tot de instelling van een onderzoek in het geval van Venezuela; herhaalt dat de EU zich committeert aan het multilateralisme en aan de rol van het Internationaal Strafhof bij de bestrijding van ernstige misdrijven tegen de menselijkheid en het berechten van de daders;

6.  steunt de tweevoudige strategie van de EU met betrekking tot Venezuela als uiteengezet door de VV/HV op 15 oktober 2018; herhaalt zijn standpunt ten aanzien van de verantwoordelijken voor de schendingen van de mensenrechten en steunt het initiatief om verkennende contacten te leggen met regionale en internationale partners om na te gaan of er een contactgroep kan worden opgericht; herhaalt dat de Venezolaanse crisis alleen kan worden opgelost op politieke, democratische wijze;

7.  herhaalt dat de legitimiteit van de belangrijkste instellingen van het land alleen kan worden hersteld door nieuwe verkiezingen te houden; herhaalt dat de internationale gemeenschap de verkiezingsuitslag niet zal aanvaarden als de oppositieleiders in de gevangenis zitten en politieke partijen worden uitgesloten; herhaalt zijn eerdere oproepen om alle politieke gevangenen vrij te laten en om in Venezuela de democratische beginselen toe te passen, de rechtsstaat en de mensenrechten;

8.  herinnert eraan dat het in mei 2018 een delegatie naar de Venezolaanse landsgrenzen met Colombia en Brazilië heeft gezonden en dringt erop aan in 2019 een ad-hocdelegatie naar Peru te zenden om de impact van de migratiecrisis ter plaatse te beoordelen;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

(1)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 145.

(2)

PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.

(3)

PB C 316 van 30.8.2016, blz. 190.

(4)

PB C 86 van 6.3.2018, blz. 101.

(5)

PB C 298 van 23.8.2018, blz. 137.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0041.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling