Procedure : 2018/2885(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0503/2018

Ingediende teksten :

B8-0503/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0434

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 271kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0498/2018
22.10.2018
PE624.199v01-00
 
B8-0503/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))


Marietje Schaake, Pavel Telička, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Nadja Hirsch, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Patricia Lalonde, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))  
B8‑0503/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Saudi-Arabië, met name die van 11 maart 2014 over Saudi-Arabië, de betrekkingen tussen Saudi-Arabië en de Europese Unie en de rol van Saudi-Arabië in het Midden-Oosten en Noord-Afrika(1), die van 12 februari 2015 over Raif Badawi(2), die van 8 oktober 2015 over Ali Mohammed al-Nimr(3), die van 31 mei 2018 over de situatie van voorvechters van vrouwenrechten in Saudi-Arabië(4), die van 25 februari 2016 over de humanitaire situatie in Jemen(5) en die van 30 november 2017(6) en 4 oktober 2018(7) over de situatie in Jemen, waarin het Parlement oproept tot een EU-embargo op de uitvoer van wapens naar Saudi-Arabië vanwege de ernstige beschuldigingen van schendingen van het internationaal humanitair recht door Saudi-Arabië in Jemen,

–  gezien de verklaring van bondskanselier Angela Merkel van 21 oktober 2018 over de voorlopige opschorting van de wapenuitvoer naar het Koninkrijk Saudi-Arabië,

–  gezien de opmerkingen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Federica Mogherini op 9 en 15 oktober 2018, en haar verklaring namens de Europese Unie van 20 oktober 2018 over de recente ontwikkelingen in de zaak rond de Saudische journalist Jamal Khashoggi,

–  gezien de verklaring van Michelle Bachelet, VN-Commissaris voor de mensenrechten, van 16 oktober 2018, waarin zij Saudi-Arabië ertoe oproept geen informatie over de verdwijning van Jamal Khashoggi achter te houden,

–  gezien de verklaring van VN-deskundigen van 9 oktober 2018, die een onderzoek eisen naar de verdwijning van de Saudische journalist Jamal Khashoggi in Istanbul,

–  gezien de verklaring die de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 op 17 oktober 2018 hebben afgelegd over de verdwijning van Jamal Khashoggi,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van het VK, Frankrijk en Duitsland van 14 oktober 2018 over de verdwijning van Jamal Khashoggi,

–  gezien het lidmaatschap van Saudi-Arabië van de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de online en offline vrijheid van meningsuiting,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR),

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van 1948,

–  gezien de toekenning van de Sacharovprijs voor de vrijheid van gedachte en van meningsuiting aan de Saudische blogger Raif Badawi in 2015,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Saudische journalist Jamal Khashoggi werd vermist sinds hij op 2 oktober 2018 het consulaat van Saudi-Arabië in Istanbul betrad en sinds die dag niet meer werd gezien; overwegende dat over zijn lot zeer verontrustende informatie naar buiten is gekomen, die aanleiding vormt voor beschuldigingen van een mogelijke buitengerechtelijke executie en door de staat gesteunde moord;

B.  overwegende dat de koning van Saudi-Arabië Salman bin Abdulaziz in een telefoongesprek met de Amerikaanse president Trump heeft ontkend ook maar iets te weten van wat er met Jamal Khashoggi is gebeurd;

C.  overwegende dat naar verluidt videobeelden van bewakingscamera's uit het consulaat zijn verwijderd, dat alle Turkse medewerkers was opgedragen een dag vrij te nemen, dat delen van het consulaat na de verdwijning van Jamal Khashoggi opnieuw zijn geschilderd en dat vijftien Saudische onderdanen, de meesten van hen met duidelijke banden met kroonprins Mohammad bin Salman, de staatsveiligheidsdiensten, het leger of andere overheidsdiensten op 2 oktober 2018, de dag waarop Jamal Khashoggi verdween, met twee chartervluchten aankwamen in Istanbul en weer vertrokken;

D.  overwegende dat de Saudische autoriteiten na de verdwijning van Jamal Khashoggi obstakels hebben opgeworpen om een snel, grondig, doeltreffend, onpartijdig en transparant onderzoek te belemmeren; overwegende dat onderzoekers slechts na internationale druk en een akkoord met de Turkse autoriteiten toestemming kregen om het Saudische consulaat op 15 oktober 2018 van binnen te inspecteren en op 17 oktober 2018 toegang kregen tot de residentie van de consul-generaal; overwegende dat de consul-generaal, Mohammad al-Otaibi, het land volgens Turkse media op 16 oktober 2018 heeft verlaten;

E.  overwegende dat het Koninkrijk Saudi-Arabië op 14 oktober 2018 een verklaring heeft afgegeven waarin het dreigt actie te ondernemen tegen eventuele restrictieve en verantwoordingsmaatregelen van regeringen en/of organisaties in antwoord op de verdwijning van Jamal Khashoggi;

F.  overwegende dat Saudi-Arabië heeft toegegeven dat Jamal Khashoggi in het consulaat in Istanbul is gedood;

G.  overwegende dat Turkse en Saudische functionarissen een gezamenlijk onderzoek naar de verdwijning van Jamal Khashoggi hebben aangekondigd; overwegende dat deskundigen van de VN hebben aangedrongen op een internationaal en onafhankelijk onderzoek naar zijn verdwijning;

H.  overwegende dat landen de plicht hebben alle maatregelen te nemen om foltering, gedwongen verdwijningen en andere ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen, beschuldigingen van dergelijke misdrijven te onderzoeken en degenen die verdacht worden van het plegen ervan te berechten;

I.  overwegende dat de vrijheid van mening en meningsuiting en de vrijheid van pers en media, zowel online als offline, tot de fundamentele rechten van elke mens behoren en cruciaal zijn als voorwaarde en katalysator voor democratisering en hervormingen en als hulpmiddel om controle uit te oefenen op de overheid; overwegende dat een verscheidenheid aan vrije en onafhankelijke media in elke samenleving van essentieel belang is om de mensenrechten te bevorderen en te beschermen; overwegende dat journalisten wanneer zij machtsmisbruik openbaar maken, corruptie aan het licht brengen en gangbare meningen ter discussie stellen vaak intimidatie en geweld riskeren;

J.  overwegende dat Saudi-Arabië het hoogste aantal Twitter-gebruikers in het Midden-Oosten kent; overwegende dat Saudi-Arabië op de lijst van "vijanden van het internet" van Verslaggevers zonder Grenzen staat vanwege de censuur van de media en het internet in het land en de bestraffing van diegenen die de regering of godsdienst bekritiseren; overwegende dat de winnaar van de Sacharovprijs 2015 Raif Badawi aan lijfstraffen is onderworpen en nog steeds in de gevangenis zit, uitsluitend omdat hij op vreedzame wijze voor zijn mening uitkomt;

K.  overwegende dat de families in Saudi-Arabië van Saudische journalisten en activisten die in het buitenland, onder meer in Westerse hoofdsteden, wonen, te maken hebben gehad met bedreigingen;

L.  overwegende dat onder leiding van kroonprins Mohammad bin Salman de afgelopen maanden een grootscheepse campagne heeft plaatsgevonden tegen prominente mensenrechtenverdedigers, advocaten, journalisten, schrijvers en bloggers, en dat die campagne aan intensiteit heeft gewonnen sinds hij is begonnen zijn macht over de veiligheidsinstanties van het land te consolideren;

M.  overwegende dat het Saudische regime tegelijkertijd een kostbare internationale mediacampagne is gestart waarin het land wordt geportretteerd als een moderniserende kracht en in het kader waarvan met advertenties in kranten en op bilboards in westerse hoofdsteden hervormingen worden aangekondigd; overwegende dat kroonprins Mohammad bin Salman naar de Verenigde Staten is gereisd voor een "cross-country America tour", waarbij hij onder meer een ontmoeting heeft gehad met president Trump en veel prominente figuren uit de tech- en amusementssector, onder wie beroemdheden;

N.  overwegende dat het Saudische regime herhaaldelijk druk, dwang en bedreigingen heeft gehanteerd ten aanzien van landen en internationale organisaties, en internationale onafhankelijke onderzoeken naar aanleiding van kritiek van deze landen of organisaties inzake mensenrechtenschendingen in Saudi-Arabië of schendingen van het internationaal humanitair recht in Jemen, heeft geblokkeerd;

O.  overwegende dat bewakingssystemen en andere apparatuur voor tweeërlei gebruik zijn gebruikt om de gangen van mensenrechtenbeschermers en critici in Saudi-Arabië na te gaan en te traceren;

1.  veroordeelt de gedwongen verdwijning van en de mogelijk door de staat gesteunde moord op Jamal Khashoggi en betuigt zijn medeleven aan zijn dierbaren;

2.  is zeer verontrust over de informatie over het lot van Jamal Khashoggi en de aantijgingen inzake de betrokkenheid van Saudische functionarissen; neemt kennis van het voortdurende onderzoek door Turkse en Saudische functionarissen; dringt niettemin aan op een onafhankelijk en onpartijdig internationaal onderzoek naar de omstandigheden rond zijn dood; verlangt dat de daders worden opgespoord en berecht door een erkende, geloofwaardige, onafhankelijke en onpartijdige rechtbank;

3.  dringt er bij de Saudische autoriteiten op aan te onthullen waar de stoffelijke resten van de journalist zich bevinden en dringt er bij de Saudische en Turkse autoriteiten op aan bij hun onderzoek volledige helderheid en transparantie te betrachten; spoort de VV/HV aan om zich achter de oproep van VN-deskundigen tot een onafhankelijk internationaal onderzoek te scharen en volledige steun en technische bijstand te verlenen aan zowel internationale initiatieven als het onderzoek van de Turkse autoriteiten;

4.  herhaalt dat indien de verdwijning van en moord op Jamal Khashoggi wordt toegeschreven aan Saudische functionarissen zowel staatsentiteiten als individuen ter verantwoording moeten worden geroepen; dringt er in dit verband bij de VV/HV en de lidstaten op aan klaar te staan om gerichte sancties op te leggen, met inbegrip van visumverboden voor en de bevriezing van tegoeden van Saudische personen evenals mensenrechtensancties jegens het Koninkrijk Saudi-Arabië;

5.  roept de VV/HV, de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten op om, in het kader van de betrekkingen van de Europese Unie met de Samenwerkingsraad van de Golf, een structurele dialoog met Saudi-Arabië te voeren over mensenrechten, fundamentele vrijheden en de ontwrichtende rol van het land in de regio;

6.  veroordeelt de voortdurende intimidatie door de Saudische autoriteiten van mensenrechtenbeschermers, advocaten, journalisten, schrijvers en bloggers, zowel in binnen- als buitenland, en verlangt dat zij de noodzakelijke stappen zetten om iedereen in staat te stellen zijn rechten vrijelijk uit te oefenen zonder enige gerechtelijke intimidatie of andere represailles, zoals bedreiging van familieleden;

7.  dringt er bij de Saudische autoriteiten op aan een onafhankelijke pers en onafhankelijke media toe te staan en de vrijheid van meningsuiting, zowel online als offline, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van vreedzame vergadering voor alle inwoners van Saudi-Arabië te waarborgen; veroordeelt de onderdrukking van vreedzaam protesterende mensenrechtenbeschermers en demonstranten; benadrukt dat op een vreedzame manier ijveren voor basisrechten in de wetgeving of het maken van kritische opmerkingen op sociale media uitingen zijn van een essentieel recht; verzoekt de Saudische autoriteiten met klem de beperkingen voor mensenrechtenverdedigers om zich op sociale media en in de internationale media uit te spreken, op te heffen;

8.  herinnert de Saudische autoriteiten aan hun internationale verplichtingen uit hoofde van de Universele verklaring van de rechten van de mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;

9.  dringt er bij Saudi-Arabië op aan de sociale en politieke hervormingen te bespoedigen en wijst er nogmaals op dat Saudi-Arabië de mensenrechten en de menselijke waardigheid volledig moet eerbiedigen, en in dit verband straffeloosheid moet bestrijden;

10.  herinnert de leiders van Saudi-Arabië aan hun toezegging om "zich te houden aan de hoogste normen met betrekking tot de bevordering en bescherming van de mensenrechten", die zij deden in het kader van hun ingewilligde verzoek, uit 2013, om lid te worden van de VN-mensenrechtenraad;

11.  roept de Saudische autoriteiten ertoe op de eventuele volgende zweepslagen tegen Raif Badawi niet uit te voeren en hem onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, aangezien hij wordt beschouwd als een gewetensgevangene die uitsluitend is veroordeeld en gevangen gezet vanwege de uitoefening van zijn recht op vrijheid van meningsuiting; dringt er bij de EU op aan zijn zaak bij elk contact op hoog niveau ter sprake te brengen;

12.  dringt aan op een moratorium op de doodstraf;

13.  roept de Raad op een EU-wapenembargo jegens Saudi-Arabië in te stellen, overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, evenals een embargo op de uitvoer van bewakingssystemen en andere goederen voor tweeërlei gebruik die in Saudi-Arabië met het oog op onderdrukking kunnen worden gebruikt;

14.  verlangt dat deze resolutie wordt vertaald in het (Saudi-)Arabisch;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de secretaris-generaal van de VN, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zijne Majesteit Koning Salman bin Abdulaziz al-Saud en kroonprins Mohammad bin Salman al-Saud, de regering van het Koninkrijk Saudi-Arabië, en de secretaris-generaal van het Centrum voor de nationale dialoog in het Koninkrijk Saudi-Arabië.

 

(1)

PB C 378 van 9.11.2017, blz. 64.

(2)

PB C 310 van 25.8.2016, blz. 29.

(3)

PB C 349 van 17.10.2017, blz. 34.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0232.

(5)

PB C 35 van 31.1.2018, blz. 142.

(6)

PB C 356 van 4.10.2018, blz. 104.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0383.

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling