Procedure : 2018/2885(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0508/2018

Ingediende teksten :

B8-0508/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0434

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 168kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0498/2018
22.10.2018
PE624.204v01-00
 
B8-0508/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))


Cristian Dan Preda, Tunne Kelam, Sandra Kalniete, David McAllister, Eduard Kukan, Anders Sellström, Michèle Alliot‑Marie namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))  
B8‑0508/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Saudi-Arabië,  

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van het VK, Frankrijk en Duitsland van 14 oktober 2018 naar aanleiding van de verdwijning van journalist Jamal Khashoggi,

–  gezien de verklaring die de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 op 17 oktober 2018 hebben afgelegd over de verdwijning van Jamal Khashoggi,

–  gezien de aan de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN toe te schrijven verklaring van 19 oktober 2018 over de dood van Jamal Khashoggi,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de Europese Unie van 20 oktober 2018 over de recente ontwikkelingen in de zaak rond de Saudische journalist Jamal Khashoggi,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van het VK, Frankrijk en Duitsland van 21 oktober 2018 over de dood van Jamal Khashoggi,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties (VN) tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Saudische journalist Jamal Khashoggi niet meer gezien werd nadat hij het consulaat van Saudi-Arabië in Istanbul heeft bezocht op 2 oktober 2018;

B.  overwegende dat de Saudische openbare aanklager op 19 oktober 2018 verklaard heeft dat uit een voorlopig onderzoek van de openbare aanklager naar de verdwijning van de burger Jamal bin Ahmad Khashoggi is gebleken dat de discussie tussen hem en de personen die hij tijdens zijn bezoek aan het consulaat van het koninkrijk in Istanbul heeft ontmoet, geleid heeft tot een ruzie en een vechtpartij met de burger Jamal Khashoggi, met zijn dood tot gevolg;

C.  overwegende dat de Saudische openbare aanklager verder heeft verklaard dat hij zijn onderzoek voortzet met de (18) personen, die allen Saudische onderdanen zijn, om alle feiten aan het licht te brengen en openbaar te maken, en iedereen die in deze zaak betrokken is ter verantwoording te roepen en voor het gerecht te brengen;

D.  overwegende dat de Saudische minister van Buitenlandse Zaken op 21 oktober heeft verklaard dat dit een illegale operatie was, waarbij personen de grenzen van hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden hebben overschreden, en dat Saudi-Arabië vastbesloten is de verantwoordelijken voor deze moord te straffen;

E.  overwegende dat de VV/HV heeft verklaard dat de schijnbare omstandigheden van de dood van Jamal Khashoggi zeer onrustwekkend zijn;

F.  overwegende dat de Duitse bondskanselier op 21 oktober 2018 heeft verklaard dat Duitsland de wapenexport naar Saudi-Arabië tijdelijk opschort, gezien de onduidelijke omstandigheden waarin Jamal Khashoggi om het leven is gekomen;

G.  overwegende dat de VN Turkije en Saudi-Arabië heeft verzocht een gezamenlijk onderzoek in te stellen naar de verdwijning van Jamal Khashoggi, dat momenteel nog loopt; overwegende dat er een akkoord is tussen Saudi-Arabië en Turkije, waardoor onderzoekers de gebouwen van Saudi-Arabië in Istanbul mogen betreden;

H.  overwegende dat Saudi-Arabië en Turkije allebei partij zijn bij het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en zij dus de plicht hebben alle maatregelen te nemen om foltering, gedwongen verdwijningen en andere ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen, beschuldigingen van dergelijke misdrijven te onderzoeken en degenen die verdacht worden van het plegen ervan te berechten;

I.  overwegende dat de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 hebben verklaard dat degenen die verantwoordelijk zijn voor zijn verdwijning aansprakelijk moeten worden gesteld;

J.  overwegende dat de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) op het punt stond gesprekken te voeren over een memorandum van overeenstemming met Saudi-Arabië;

1.  is geschokt over de dood van de Saudische journalist Jamal Khashoggi; veroordeelt de moord op Jamal Khashoggi in de krachtigste bewoordingen; betuigt zijn medeleven met zijn familieleden en vrienden;

2.  neemt kennis van de verklaring van de Saudische openbare aanklager, waarin de voorlopige bevindingen worden uiteengezet; benadrukt dat meer inspanningen nodig zijn en verwacht worden om de waarheid op een volledige, transparante en geloofwaardige manier aan het licht te brengen; vraagt dat het onderzoek grondig gevoerd wordt, totdat de verantwoordelijkheid duidelijk vastgesteld is en er verantwoordingsplicht en eerlijke rechtsbedeling is voor de begane misdrijven;

3.  moedigt Turkije en Saudi-Arabië aan om verdere gezamenlijke inspanningen te leveren om aan het licht te brengen wat er gebeurd is met Jamal Khashoggi; vraagt de Saudische autoriteiten om hun volle samenwerking te verlenen aan de Turkse autoriteiten;

4.  vraagt de Saudische autoriteiten informatie te verstrekken over de aanwezigheid en de activiteiten van de groep van vijftien mannen in het Saudische consulaat op 2 oktober 2018, zoals de Turkse autoriteiten hebben gezien;

5.  vraagt de Turkse autoriteiten om alle informatie die zij hebben over het bezoek van de heer Khashoggi aan het Saudische consulaat beschikbaar te stellen;

6.  vraagt de Turkse autoriteiten of zij over audio- en video-opnamen beschikken die bewijzen dat de heer Khashoggi gefolterd en vermoord werd in het gebouw van het Saudische consulaat, zoals eerder gemeld werd door de Washington Post;

7.  merkt op dat een Saudische burger die door regeringsgezinde Turkse media werd genoemd als een van de verdachten van de moord op Jamal Khashoggi, naar verluidt omgekomen is in een auto-ongeval in Riyad;

8.  wijst op het belang van de verdediging van de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en de bescherming van journalisten;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regering van het Koninkrijk Saudi-Arabië en de regering van Turkije.

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling