Procedure : 2018/2929(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0548/2018

Ingediende teksten :

B8-0548/2018

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0474

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 289kWORD 75k
21.11.2018
PE631.540v01-00
 
B8-0548/2018

ingediend overeenkomstig artikel 106, leden 2 en 3, van het Reglement


over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een autorisatie voor bepaalde vormen van gebruik van natriumdichromaat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (Ilario Ormezzano Sai S.R.L.) (D058762/01 – 2018/2929(RSP))


Bas Eickhout, Pavel Poc, Fredrick Federley namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

 


Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een autorisatie voor bepaalde vormen van gebruik van natriumdichromaat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (Ilario Ormezzano Sai S.R.L.) (D058762/01 – 2018/2929(RSP))  
B8‑0548/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een autorisatie voor bepaalde vormen van gebruik van natriumdichromaat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (Ilario Ormezzano Sai S.R.L.) (D058762/01),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(1) ("de Reach-verordening"), en met name artikel 64, lid 8,

–  gezien de adviezen van het Comité risicobeoordeling (RAC) en het Comité sociaaleconomische analyse (SEAC)(2), overeenkomstig artikel 64, lid 5, derde alinea, van de Reach-verordening,

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(3),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat natriumdichromaat in bijlage XIV bij de Reach-verordening is opgenomen wegens drie intrinsieke eigenschappen: kankerverwekkendheid, mutageniteit en voortplantingstoxiciteit (categorie 1B); overwegende dat natriumdichromaat in 2008 aan de kandidatenlijst van de Reach-verordening is toegevoegd(4) omdat het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad(5) is ingedeeld als kankerverwekkend, mutageen en giftig voor de voortplanting (categorie 1B);

B.  overwegende dat de moleculaire entiteit die natriumdichromaat kankerverwekkend maakt, het chroom (VI) bevattende ion is dat vrijkomt wanneer natriumdichromaat oplost en ontbindt; overwegende dat chroom (VI) bij inademing longtumoren bij mens en dier veroorzaakt en bij orale inname tumoren van het maagdarmkanaal bij dieren veroorzaakt;

C.  overwegende dat natriumdichromaat reeds in 1997 in het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad(6) is aangemerkt als prioriteitsstof voor beoordeling overeenkomstig Verordening (EG) nr. 143/97 van de Commissie(7); overwegende dat de Commissie in 2008 een aanbeveling(8) heeft gedaan om het risico van blootstelling aan natriumdichromaat te beperken;

D.  overwegende dat Ilario Ormezzano Sai S.R.L. (de aanvrager) een aanvraag heeft ingediend voor een autorisatie voor het gebruik van natriumdichromaat bij het verven van wol; overwegende dat de aanvraag in de adviezen van het Comité risicobeoordeling (RAC) en het Comité sociaal-economische analyse (SEAC) wordt beschreven als een "upstream"-aanvraag; overwegende dat de aanvrager natriumdichromaat levert aan elf downstreamgebruikers die hetzij de verf produceren, hetzij zelf ververijen zijn;

E.  overwegende dat de Reach-verordening tot doel heeft een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu, inclusief de bevordering van alternatieve beoordelingsmethoden voor gevaren van stoffen, alsmede het vrije verkeer van stoffen op de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de innovatie te vergroten; overwegende dat in het licht van overweging (16) in de preambule van de verordening, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie(9), de eerste van die drie doelstellingen het hoofddoel van de Reach-verordening is;

F.  overwegende dat de Reach-verordening niet voorziet in een speciale autorisatieregeling voor zogenaamde "upstream"-aanvragen; overwegende dat elke aanvrager van een autorisatie, ongeacht zijn rol of niveau in de toeleveringsketen, de in artikel 62 van de Reach-verordening genoemde informatie moet verstrekken;

G.  overwegende dat het RAC heeft bevestigd dat het niet mogelijk is een afgeleide dosis zonder effect (DNEL) voor de carcinogene eigenschappen van natriumdichromaat te bepalen, en dat natriumdichromaat daarom voor de toepassing van artikel 60, lid 3, onder a), van de Reach-verordening als "stof zonder drempelwaarde" wordt beschouwd; overwegende dat dit betekent dat er voor deze stof geen theoretisch "veilig niveau van blootstelling" kan worden bepaald of worden gebruikt als benchmark om te beoordelen of het risico van het gebruik ervan afdoende wordt beheerst;

H.  overwegende dat overweging (70) van de Reach-verordening luidt: "voor elke andere stof waarvoor het niet mogelijk is een veilig blootstellingsniveau vast te stellen, moeten altijd maatregelen worden genomen om, voor zover technisch en praktisch mogelijk, de blootstelling en de emissies tot een minimum te beperken om de kans op nadelige effecten te minimaliseren";

I.  overwegende dat het RAC tot de conclusie is gekomen dat de in de aanvraag beschreven operationele omstandigheden en risicobeheersmaatregelen niet passend en niet doeltreffend zijn om het risico te beperken(10);

J.  overwegende dat artikel 55 van de Reach-verordening bepaalt dat de vervanging van zeer zorgwekkende stoffen door veiliger alternatieve stoffen of technieken een centrale doelstelling van het hoofdstuk over autorisatie is;

K.  overwegende dat artikel 64, lid 4, van de Reach-verordening bepaalt dat het SEAC tot taak heeft "de beschikbaarheid, geschiktheid en technische haalbaarheid van alternatieven, in verband met de in de aanvraag beschreven vormen van gebruik van de stof" en "de bijdragen van elke derde partij, conform lid 2 van dit artikel" te beoordelen;

L.  overwegende dat artikel 62, lid 4, onder e), van de Reach-verordening bepaalt dat de aanvrager van een autorisatie "een analyse van de alternatieven waarin de risico's van die alternatieven en de technische en economische haalbaarheid van vervanging worden beoordeeld" moet verstrekken;

M.  overwegende dat artikel 60, lid 4, van de Reach-verordening bepaalt dat een autorisatie voor het gebruik van een stof waarvan de risico's niet afdoende worden beheerst, alleen kan worden verleend als er geen geschikte alternatieve stoffen of technieken zijn;

N.  overwegende dat het SEAC veel tekortkomingen in de autorisatieaanvraag heeft vastgesteld met betrekking tot de analyse van alternatieven; overwegende dat de aanvrager volgens het SEAC belangrijke kwesties zodanig heeft veronachtzaamd dat dit "de beoordeling van de technische haalbaarheid door het comité in de weg stond", en dat de aanvrager een aantal belangrijke aspecten, zoals de economische haalbaarheid van alternatieven, slechts "kort heeft behandeld"(11);

O.  overwegende dat het voornaamste argument dat de aanvrager gebruikte om te concluderen dat er geen geschikte alternatieven waren, was dat de klanten (d.w.z. fabrikanten van of detailhandelaren in kleding) de kwaliteit van de kleur van het textiel niet zouden accepteren als dat met een alternatief werd geverfd;

P.  overwegende dat de vermeende eisen van de klanten echter niet met enig bewijs zijn gestaafd en dat het onduidelijk is of de "voorkeur van de klanten" is aangevoerd in het volle besef van de risico's van natriumdichromaat(12);

Q.  overwegende dat het SEAC bovendien, ondanks verdere navraag bij de aanvrager, opmerkt dat het nog steeds enigszins subjectief en onzeker blijft of een alternatief product uiteindelijk door de klanten van de downstreamgebruikers zal worden aanvaard"(13), en dat het SEAC in zijn conclusie stelt dat "het comité na de welkome verduidelijkingen van de aanvrager nog steeds een aantal onzekerheden in de analyse aantreft";

R.  overwegende dat het SEAC, ondanks deze lacunes en onzekerheden in de aanvraag, tot de conclusie is gekomen dat er geen geschikte alternatieven beschikbaar zijn en louter stelt dat deze onzekerheden "inherent zijn aan dit soort gebruik (discussies over productkwaliteit kunnen worden vertroebeld door de subjectiviteit van modetrends en de esthetische smaak van de consument)"(14);

S.  overwegende dat in dit verband uit het advies van het SEAC blijkt dat de aanvrager geen uitgebreide analyse heeft verstrekt van de alternatieven die op de markt beschikbaar zijn om natriumdichromaat te vervangen voor de soorten gebruik waarvoor de aanvraag is ingediend, maar dat daar niet de juiste conclusies uit zijn getrokken;

T.  overwegende dat dit resultaat niet te rijmen valt met het feit dat er al vele jaren alternatieven beschikbaar zijn(15), dat toonaangevende modemerken een bijdrage leveren aan de "roadmap to zero" van het ZDHC-programma, die het gebruik van chroom (VI) in de textielproductie niet toestaat(16), en dat sommige textielbedrijven een uitdrukkelijk beleid hebben dat het gebruik van chroom (VI) niet toestaat, bv. H&M(17) alsook exclusieve modebedrijven zoals Armani(18) en Lanificio Ermenegildo Zegna(19);

U.  overwegende dat alleen Gruppo Colle en Ormezzano een autorisatie voor chroomkleurstoffen in het kader van de Reach-verordening hebben aangevraagd;

V.  overwegende dat de Reach-verordening de bewijslast legt bij de aanvrager van de autorisatie, die moet aantonen dat aan de voorwaarden voor het verlenen van een autorisatie is voldaan; overwegende dat het SEAC tot taak heeft "wetenschappelijke adviezen, gebaseerd op de beginselen van deskundigheid, transparantie en onafhankelijkheid" te verstrekken, hetgeen "een belangrijke procedurele waarborg is om de wetenschappelijke objectiviteit van de maatregelen te garanderen en te vermijden dat arbitraire maatregelen worden genomen"(20);

W.  overwegende dat het niet duidelijk is waarom het SEAC, ondanks de geconstateerde tekortkomingen of onzekerheden met betrekking tot de analyse van alternatieven, heeft geconcludeerd dat er voldoende informatie beschikbaar was om tot een conclusie te komen over de geschiktheid van de alternatieven; overwegende dat het evenmin duidelijk is waarom beweringen over subjectieve voorkeuren niet zijn verworpen, hoewel daar geen gedetailleerd, objectief en controleerbaar bewijs voor was, en waarom deze beweringen niet zijn getoetst aan de beste marktpraktijk;

X.  overwegende dat het onaanvaardbaar is om, hoewel er alternatieven voor natriumchromaat beschikbaar zijn, potentieel talrijke gevallen van onvruchtbaarheid, kanker en mutagene effecten te tolereren op basis van de veronderstelling dat kledingfabrikanten wegens hun subjectieve "smaak" geen alternatieven accepteren;

Y.  overwegende dat een dergelijke interpretatie van het begrip alternatieven en het van de aanvrager verlangde bewijsniveau niet stroken met de doelstelling om zeer zorgwekkende stoffen door alternatieven te vervangen, noch met de hoofddoelstelling van de Reach-verordening om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen;

Z.  overwegende dat de Commissie weet dat er geschikte alternatieven beschikbaar zijn, met name dankzij de informatie die is verstrekt tijdens de openbare raadpleging en de trialoog(21) die het Europees Agentschap voor chemische stoffen in de context van de zaak Gruppo Colle(22) heeft georganiseerd;

AA.  overwegende dat de Commissie cruciale informatie uit dit parallelle geval, waaruit blijkt dat er geschikte alternatieven beschikbaar zijn, niet mag negeren;

BB.  overwegende dat artikel 61, lid 2, onder b), van de Reach-verordening de Commissie de bevoegdheid geeft om een autorisatie op elk moment opnieuw te beoordelen indien er "nieuwe informatie over mogelijke vervangingsmiddelen beschikbaar komt";

CC.  overwegende dat het verlenen van een autorisatie voor het gebruik van een stof zonder drempelwaarde voor aanvragen waarbij duidelijk geweten is dat er alternatieven beschikbaar zijn, niet strookt met de voorwaarden die in de bepalingen van de Reach-verordening zijn vastgesteld, en dat dit achterblijvers ten onrechte zou belonen en een gevaarlijk precedent zou scheppen voor toekomstige autorisatiebesluiten in het kader van de Reach-verordening;

1.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie een overschrijding inhoudt van de uitvoeringsbevoegdheden waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1907/2006 omdat niet wordt voldaan aan de in die verordening gestelde voorwaarden voor het verlenen van een autorisatie;

2.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken en een nieuw ontwerp in te dienen waarin de autorisatieaanvraag voor bepaalde vormen van gebruik van natriumdichromaat (Ilario Ormezzano Sai S.R.L.) wordt verworpen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

(1)

PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)

Advies over Use of sodium dichromate as a mordant in the dyeing of wool as sliver and/or yarn with dark colours in industrial settings (EG-nr. 234-190-3);
Advies over Repackaging of sodium dichromate to be supplied as a mordant in the dyeing of wool as sliver and/or yarn with dark colours in industrial settings (EG-nr. 234-190-3).

(3)

PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

(4)

Europees Agentschap voor chemische stoffen, Besluit van de uitvoerend directeur van 28 oktober 2008 betreffende de opname van zeer zorgwekkende stoffen in de lijst van kandidaatstoffen.

(5)

Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

(6)

Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen (PB L 84 van 5.4.1993, blz. 1).

(7)

Verordening (EG) nr. 143/97 van de Commissie van 27 januari 1997 betreffende de derde lijst van prioriteitsstoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (PB L 25 van 28.1.1997, blz. 13).

(8)

Aanbeveling van de Commissie van 30 mei 2008 betreffende risicoreductiemaatregelen voor de stoffen natriumchromaat, natriumdichromaat en 2,2′,6,6′-tetrabroom-4,4′-isopropylideendifenol (tetrabroombisfenol A) (PB L 158 van 18.6.2008, blz. 62).

(9)

Zaak C-558/07, S.P.C.M. SA e.a. tegen Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, ECLI:EU:C:2009:430, § 45.

(10)

Advies over Use of sodium dichromate as a mordant in the dyeing of wool as sliver and/or yarn with dark colours in industrial settings (EG-nr. 234-190-3), blz. 19, vraag 6.

(11)

Advies over Use of sodium dichromate as a mordant in the dyeing of wool as sliver and/or yarn with dark colours in industrial settings (EG-nr. 234-190-3), blz. 24-25.

(12)

De analyse van alternatieven door de aanvrager is beschikbaar op: https://echa.europa.eu/documents/10162/88b2f393-17cf-465e-95eb-ba07282ba400

(13)

Advies over Use of sodium dichromate as a mordant in the dyeing of wool as sliver and/or yarn with dark colours in industrial settings (EG-nr. 234-190-3), blz. 24.

(14)

Advies over Use of sodium dichromate as a mordant in the dyeing of wool as sliver and/or yarn with dark colours in industrial settings (EG-nr. 234-190-3), blz. 26.

(15)

Zie https://marketplace.chemsec.org/Alternative/LANASOL-CE-pioneering-replacement-of-chrome-dyes-since-20-years-44

(16)

Zie https://www.roadmaptozero.com/mrsl_online/

(17)

Zie H&M Group Chemical Restrictions 2018 Manufacturing Restricted Substances List (MRSL).

(18)

Zie Armani's Restricted Substances List Version 9 – Effective as of the Season SS 18.

(19)

Zie presentatie van Huntsman getiteld "Turning risks into opportunities – How to dye wool sustainably" (blz. 18).

(20)

Arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 11 september 2002, Pfizer Animal Health SA tegen Raad van de Europese Unie, Zaak T-13/99, ECLI:EU:T:2002:209.

(21)

Zoals uitgelegd in het advies van het RAC en het SEAC in de zaak Gruppo Colle: Use of sodium dichromate as mordant in wool dyeing (EG-nr. 234-190-3) (op blz. 21 worden twee alternatieven genoemd: Lanasol en Realan).

(22)

ECHA, goedgekeurde adviezen en eerdere raadplegingen over aanvragen voor autorisatie – Gruppo Colle. S.r.l. – Use of sodium dichromate as mordant in wool dyeing (EG-nr. 234-190-3).

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2018Juridische mededeling