Procedure : 2018/2900(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0551/2018

Ingediende teksten :

B8-0551/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0475

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 162kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0551/2018
27.11.2018
PE631.544v01-00
 
B8-0551/2018

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het cum-ex-schandaal vermogenscriminaliteit en achterpoortjes in het bestaande wettelijke kader (2018/2900(RSP))


Markus Ferber, Dariusz Rosati namens de PPE-Fractie
Nils Torvalds namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het cum-ex-schandaal vermogenscriminaliteit en achterpoortjes in het bestaande wettelijke kader (2018/2900(RSP))  
B8‑0551/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (DAC2)(1),

–  gezien Richtlijn 2018/822/EU van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (DAC6)(2),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat "cum-ex" staat voor handel in aandelen met als doel i) het verhullen van de identiteit van de eigenaar van de aandelen, en ii) beide partijen in staat stellen teruggave van (een deel van) de vermogenswinstbelasting te vragen terwijl deze slechts één keer is betaald;

B.  overwegende dat het cum-ex-schandaal aan het licht is gebracht middels een collaboratief onderzoek in twaalf landen door in totaal 38 journalisten van meerdere Europese media;

C.  overwegende dat volgens de berichtgeving elf lidstaten door het cum-ex-schandaal in totaal misschien wel 55,2 miljard EUR aan belastinginkomsten zijn misgelopen;

D.  overwegende dat cum-ex-regelingen meerdere kenmerken hebben van belastingfraude, hoewel duidelijk bewijs van een overtreding van de nationale en/of de Uniewetgeving(en) ontbreekt;

E.  overwegende dat de lidstaten van de EU uit hoofde van de tweede richtlijn inzake administratieve samenwerking (DAC2) sinds september 2017 verplicht zijn jaarlijks inlichtingen op te vragen bij hun financiële instellingen en deze inlichtingen te delen met de lidstaat waar de belastingbetaler woont;

F.  overwegende dat elke persoon die een te rapporteren grensoverschrijdende constructie die ten minste één van de van tevoren vastgestelde wezenskenmerken bezit, ontwikkelt, in de handel brengt, organiseert of voor implementatie beschikbaar stelt, of de implementatie daarvan beheert, uit hoofde van de zesde richtlijn inzake administratieve samenwerking (DAC6) verplicht is die constructie aan de nationale belastingautoriteiten te melden;

G.  overwegende dat het mandaat van de Bijzondere Commissie financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking (TAX3) uitdrukkelijk betrekking heeft op relevante ontwikkelingen die zich tijdens haar mandaatsperiode voortdoen;

1.  maakt zich grote zorgen over de berichten in sommige media als zouden de lidstaten in totaal misschien wel 55,2 miljard EUR aan belastinginkomsten zijn misgelopen, hetgeen een klap voor de Europese sociale markteconomie zou betekenen;

2.  verzoekt de bevoegde instanties in de lidstaten en van de Unie te onderzoeken of er sprake is van een overtreding van de nationale en/of de Uniewetgeving(en);

3.  onderstreept dat de gedane onthullingen niet van invloed zijn op de stabiliteit van het financiële systeem van de EU;

4.  verzoekt de lidstaten zich te houden aan het vereiste van het verplicht automatisch uitwisselen van inlichtingen op belastinggebied;

5.  verzoekt de nationale belastingautoriteiten het potentieel van DAC6 wat betreft de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot te rapporteren grensoverschrijdende constructies ten volle te benutten;

6.  verzoekt de Bijzondere Commissie (TAX3) de cum-ex-onthullingen aan een eigen beoordeling te onderwerpen en de uitkomsten daarvan, alsook ter zaken doende aanbevelingen, in haar eindverslag op te nemen;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

(1)

PB L 359 van 16.12.2014, blz. 1.

(2)

PB L 139 van 5.6.2018, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 29 november 2018Juridische mededeling