Procedure : 2018/2975(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0582/2018

Ingediende teksten :

B8-0582/2018

Debatten :

PV 12/12/2018 - 23
CRE 12/12/2018 - 23

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0530

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 206kWORD 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0582/2018
11.12.2018
PE631.605v01-00
 
B8-0582/2018

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over belangenconflicten en de bescherming van de EU-begroting in de Tsjechische Republiek (2018/2975(RSP))


Ingeborg Gräßle, Petri Sarvamaa namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over belangenconflicten en de bescherming van de EU-begroting in de Tsjechische Republiek (2018/2975(RSP))  
B8‑0582/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie(1) (het nieuwe Financieel Reglement), met name artikel 61 over belangenconflicten,

–  gezien de vragen aan de Commissie die zijn toegezonden door de Tsjechische Piratenpartij op 2 augustus 2018,

–  gezien de officiële klacht die bij de Commissie is ingediend door Transparency International Tsjechische Republiek op 19 september 2018,

–  gezien het advies van de Juridische Dienst van de Commissie van 19 november 2018 over de impact van artikel 61 van het nieuwe Financieel Reglement (belangenconflicten) op betalingen uit de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) ("Impact of Article 61 of the new Financial Regulation (conflict of interests) on payments from the European Structural and Investment (ESI) Funds"),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Raad het nieuwe Financieel Reglement op 18 juli 2018 heeft vastgesteld; overwegende dat artikel 61 van het Financieel Reglement, dat belangenconflicten verbiedt, op 2 augustus 2018 in werking is getreden;

B.  overwegende dat in artikel 61, lid 1, van het Financieel Reglement (juncto artikel 61, lid 3) het volgende wordt bepaald:

(i)  een negatieve verplichting voor financiële actoren om belangenconflicten met betrekking tot de EU-begroting te voorkomen;

(ii)  een positieve verplichting voor financiële actoren om passende maatregelen te nemen om te voorkomen dat een belangenconflict ontstaat in de functies onder hun verantwoordelijkheid en om situaties te verhelpen die objectief als belangenconflict kunnen worden beschouwd;

C.  overwegende dat volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie(2) "belangenverstrengeling (...) als zodanig en objectief een ernstige dysfunctie [is], zonder dat voor de kwalificatie ervan rekening moet worden gehouden met de bedoelingen van de betrokkenen en met hun goede of kwade trouw"; overwegende dat de Commissie verplicht is de betalingen van EU-middelen op te schorten in gevallen waarin er sprake is van een ernstige tekortkoming in de werking van de beheers- en controlesystemen en waar onontdekte, ongemelde en niet gecorrigeerde ernstige onregelmatigheden met betrekking tot het belangenconflict aan het licht zijn gekomen;

D.  overwegende dat Transparency International Tsjechische Republiek op 19 september 2018 een formele klacht heeft ingediend bij de Commissie waarin het stelt dat de Tsjechische premier, Andrej Babiš, voortdurend de Europese en Tsjechische wetgeving inzake belangenconflicten schendt;

E.  overwegende dat ook gebleken is de heer Babiš de uiteindelijk begunstigde is van Agrofert, de controlerende vennootschap van de Agrofert Group, via trustfondsen waarvan hij de oprichter en tegelijk begunstigde is;

F.  overwegende dat ondernemingen die deel uitmaken van de Agrofert Group, deelnemen aan projecten die gesubsidieerd worden in het kader van het plattelandsontwikkelingsprogramma van de Tsjechische Republiek, dat op zijn beurt gefinancierd wordt door het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling;

G.  overwegende dat ondernemingen die deel uitmaken van de Agrofert Group, gedurende de periode 2014-2020 aanzienlijke bedragen uit de Europese structuur- en investeringsfondsen hebben ontvangen, variërend van 42 miljoen EUR in 2013 tot 82 miljoen EUR in 2017;

H.  overwegende dat de heer Babiš volgens de verklaring van inkomsten van Tsjechische ambtenaren tijdens de eerste zes maanden van 2018 via zijn trustfondsen een inkomen van de Agrofert Group heeft ontvangen van 3,5 miljoen EUR;

I.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole van het Parlement in september 2018 heeft besloten deze kwestie aan de orde te stellen in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure, met name tijdens de hoorzittingen met de commissarissen die hier het dichtst bij betrokken zijn;

J.  overwegende dat deze hoorzittingen niet hebben geleid tot voldoende, duidelijke antwoorden voor de leden met betrekking tot de stand van zaken aangaande het potentiële belangenconflict van de Tsjechische premier;

K.  overwegende dat op 1 december 2018 Europese media, onder andere The Guardian, Le Monde en de Süddeutsche Zeitung, informatie hebben gepubliceerd over het juridisch advies van de Juridische Dienst van de Commissie waarin het belangenconflict van de heer Babiš wordt bevestigd;

1.  maakt zich ernstig zorgen over de niet-naleving door de Tsjechische Republiek van artikel 61, lid 1, van Verordening (EU) nr. 2018/1046 met betrekking tot het belangenconflict van de Tsjechische premier en diens banden met de Agrofert Group;

2.  betreurt elke vorm van belangenconflict, waardoor de uitvoering van de EU-begroting in het gedrang kan komen en het vertrouwen van de EU-burgers in een goed beheer van het geld van de belastingbetalers van de EU kan worden ondermijnd; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat een nultolerantiebeleid wordt gevoerd zonder dubbele normen ten aanzien van belangenconflicten van alle EU-politici, en geen excuus te zoeken voor vertragingen bij de bescherming van de financiële belangen van de Unie;

3.  herinnert aan zijn besluit van 27 april 2017 over kwijting voor het begrotingsjaar 2015(3), waarin het "[opmerkt] dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) administratieve onderzoeken heeft ingeleid (...) naar een project in de Tsjechische Republiek, "Ooievaarsnest" genaamd, op basis van vermoede onregelmatigheden" en "de Commissie [verzoekt] om zijn bevoegde comité onmiddellijk op de hoogte te brengen wanneer de onderzoeken zijn afgerond"; herinnert aan zijn besluit van 18 april 2018 over kwijting voor het begrotingsjaar 2016(4), waarin het "ingenomen [is] met het feit dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zijn administratief onderzoek naar het Tsjechische "ooievaarsnest"-project heeft afgerond", "kennis [neemt] van het feit dat het OLAF-dossier is bekendgemaakt in de Tsjechische media" en "betreurt dat OLAF ernstige onregelmatigheden heeft geconstateerd";

4.  verzoekt de Commissie haar verantwoordelijkheid op te nemen en dit belangenconflict op te lossen;

5.  verzoekt de Commissie van actieve preventie van belangenconflicten een van haar prioriteiten te maken door zelf het voorbeeld te geven en beslissende stappen te ondernemen als zij met een dergelijk geval wordt geconfronteerd in haar eigen gelederen of in haar hoedanigheid van hoedster van de Verdragen;

6.  verzoekt de Commissie onverwijld een officieel besluit te nemen over de klacht van Transparency International Tsjechische Republiek, op basis van het juridisch advies van haar juridische dienst, en op basis van dit besluit de corrigerende maatregelen en procedures ten uitvoer te leggen die nodig zijn om alle illegale situaties te corrigeren;

7.  roept alle EU-regeringsleiders en -overheidsfunctionarissen ertoe op om het nieuwe Financieel Reglement proactief toe te passen, met name het deel over belangenconflicten, teneinde situaties die schadelijk zijn voor de reputatie van de EU, die van de lidstaten, de democratie en de financiële belangen van de EU, te voorkomen, en om een voorbeeld te zijn van inzet voor het algemeen belang in plaats van persoonlijk gewin;

8.  verzoekt de nationale parlementen van de lidstaten ervoor te zorgen dat geen nationale wetgeving inzake de voorkoming van belangenconflicten indruist tegen de geest van het nieuwe Financieel Reglement;

9.  verzoekt de Commissie de wettigheid van alle EU-subsidies die aan de Agrofert Group zijn betaald sinds de heer Babiš lid is van de Tsjechische regering, grondig te onderzoeken, gezien het feit dat het advies van de Juridische Dienst van de Commissie ook wijst op een mogelijk belangenconflict met de voormalige rol van de Tsjechische premier als minister van Financiën in 2014;

10.  verzoekt de Commissie alle documenten met betrekking tot het mogelijke belangenconflict van de Tsjechische premier en minister van Landbouw te publiceren en toe te lichten welke stappen zij voornemens is te ondernemen om de situatie te remediëren;

11.  verzoekt de Commissie alle EU-financiering voor Agrofert op te schorten totdat het belangenconflict volledig is onderzocht en opgelost;

12.  dringt er bij de Commissie op aan alle middelen terug te vorderen die illegaal of op onregelmatige wijze zijn uitbetaald;

13.  dringt aan op volledige transparantie over alle eventuele banden van de heer Babiš met de Agrofert Group en benadrukt het feit dat deze niet mogen interfereren met zijn rol als premier van de Tsjechische Republiek;

14.  verzoekt de Raad alle noodzakelijke en passende maatregelen te treffen om belangenconflicten te voorkomen in het kader van de onderhandelingen over de toekomstige EU-begroting en het volgende meerjarig financieel kader, overeenkomstig artikel 61, lid 1, van het Financieel Reglement;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de regering en het parlement van de Tsjechische Republiek.

 

(1)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(2)

Ismeri Europa Srl tegen Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen, arrest van 15 juni 1999, T-277/97, ECLI:EU:T:1999:124.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0143.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0121.

Laatst bijgewerkt op: 12 december 2018Juridische mededeling